'ík kan dat niet, de vrouw uithangen,
wijd en traag ben ik, was ik
hout, dan had ik brede groeven, lomp
val ik als omgehakt, ik kraak mijn takken stug,
het is ook altijd winter hier.'
De cyclus eindigt onverwacht met een dagelijkse handeling: pillen uitdrukken uit een strip. Ik weet ervan. Zelf heb ik er zeven per dag, bedolven onder ongelezen bijsluiters. Waarom het doosje en de strip als het zo in een potje kan?
Ik denk dat mensen niets liever doen dan uitdrukken, pukkels vooral, tussen twee nagels. Vierde strofe:
'om kalm te blijven druk ik
geconcentreerd de pillen uit een strip
en meer nog dan het doel van die dingen
gaat het om het drukken, zorgvuldig,
de beide duimen voorwaarts
en de nagels tegen elkaar.
dan het zilvervlies dat knapt,
het plastic dat ineenstuikt
als een bolle buik tenietgedaan met een veeg
van tafel, brekend water, spanning die lost,
de pil die in mijn palm valt, achteloos
als een kinderhoofdje.'