Koude gekookte aardappel

 Aardappels smaken - hoe wonderlijk - altijd anders, gebakken, gefrituurd, als chips of gekookt. Op de site van Tijdschrift Terras staat een betoog van de Amerikaanse Mary MacLane (1881-1929), die onder de titel 'Compensatie van God' de lof zingt van de aardappel, gekookt, koud. Vertaald door Janne van Beek. Waaruit dit: 

 'Het is zondag middernacht en ik heb net een Koude Gekookte Aardappel gegeten. Nooit zal ik erin slagen ook maar een tiende van mijn waardering voor een Koude Gekookte Aardappel op papier te zetten. Een Koude Gekookte Aardappel is altijd een onvoorzien voorval en dat is meteen ook de voornaamste charme ervan.

 Ik hou van kaviaar bij de lunch. En ik hou van hertenvlees bij het diner, donker en bloederig en rijk. En ik hou van passievol bubbelende champagne in een glas met holle steel op nieuwjaarsdag. En ik hou van moerasschildpad. En ik hou van Frans‑Canadese wildpastei. En van artisjokken en druiven en zilveruitjes. Maar niets heeft de eigenaardige gnoomachtige charme van een Koude Gekookte Aardappel om middernacht.

 Ik kan me geen situatie voorstellen waarin ik om middernacht niet de voorkeur zou geven aan een Koude Gekookte Aardappel. Al had ik een gebroken arm: al lag er een dode echtgenoot in de kamer naast me: al deed zich acuut een wereldramp voor: al was er een dief in huis: al had ik een door en door depressieve dag achter de rug: al stonden God en het geluk zelve op de deur te bonzen: als ik om middernacht een Koude Gekookte Aardappel had liet ik ze stuk voor stuk even voor wat ze waren.

 Warm is diezelfde aardappel banaal en smakeloos. Om tien uur 's avonds is diezelfde aardappel, lauw vanbinnen en doordrenkt met herinneringen aan het avondeten, een weerzinwekkend ding. Om middernacht is hij niets dan onvoorzien magnetisme. Om middernacht staat mijn hele wezen door en door hoffelijk, hartelijk lonkend tegenover een Koude Gekookte Aardappel.'

 lees meer..

Aus dem nichts

 Mensen die je beter niet kunt tegenkomen. Ook niet in de bioscoop. Dode, lege ogen die niets zeggen over een waarom. Het doet er dan ook niet toe waarom er een Turkse winkel in Duitsland in de lucht vliegt.

 Het verhaal is dat van de Duitse Turk Nuri, die vrijkwam na een gevangenisstraf wegens dealen, een vertaalbureautje begon om gedetineerden te helpen, trouwde met de mooie Katja en een zoontje kreeg.

 Van Katja's pril geluk blijft niets over als er een bomaanslag wordt gepleegd waarbij ze man en zoontje verliest. Neonazi's? In een keurig uitgesponnen rechtszaak kan niets hard gemaakt worden. Een fan zijn van Adolf Hitler bewijst nog niks.

 Volgt een poging tot wraak van Katja, die eindigt in zelfmoord. op het Griekse eiland waar de moordenaars - van defascistische 'Gouden Dageraad' - heen zijn gevlucht.

 De titel krijgt dan een ironische betekenis. De uitgesponnen emoties van Katja komen uit het niets, net als het motief van de daders. De uitspraak van de rechter is dan juist: geen overtuigend bewijs. En dus geen film.

WK 2014

 'Wat helpt is een wonder' heet de verzameling teksten van Anne Vegter als dichter des vaderlands (2013-2017). Dit 'WK14' na afloop van de halve finale Oranje-Argentinië:

 Anne is terug naar Rotterdam, en alles is veranderd. Het WK 2018 komt eraan, zonder ons. Meisjes schrijven niet alleen gedichten, ze voetballen.

 'Overigens geen nieuws:/ Jullie winst gaf ons de verte./

In je knieval boog de schepping

 mee als in theater: voor de spelers/ ons applaus! (et après nous le kater):/ Iemand zei: gaaf op de punt,

 vol op de wreef, onderkantje lat,/ juweel van een treffer en je bent/ geboren met de zon tussen je benen.

  Of twee zonnen: één ondergaande/ die weer opkomt, en één die over je/ teleurgestelde lichaam dwaalt.

  Trots op de benen van iedereen!/ (we blijven toch geen kniezers)/ Verliezen is eigenlijk meer iets

voor verliezers.'

   Het feilloze gevoel van Anne voor hoe erg het nog werd voor Koetje kwam!

Tags: 

Wat verloren gaat

 Laat een e-boek vallen van de vijftiende verdieping, het is niet de moeite naar beneden te gaan. Niets leesbaars is er van over, Terwijl een gewone pocket kan worden teruggevonden, opgeraapt en uit­gelezen. Misschien in twee stukken.

 Overwegingen zijn dit uit Umberto Eco's 'Kronieken van een vloeibare samenleving'. Over de houdbaarheid van wat wij bewaren. In een op houthoudend papier gedrukt boek zou je kunnen vermelden 'Ten hoogste houdbaar tot..' Pakweg honderd jaar. 

 In een test brengt goed bedrukt papier het er - vergeleken met elektronische media - nog steeds het beste af. Een forse black-out en onze beschaving is zoek. Terwijl Eco rustig doorleest in zijn Don Quixote bij een kaarsvlammetje (hij heeft voorraad).

 Na jaren omroep ken ik het bewaarprobleem. Wat het beste overblijft zijn 70 jaar oude geluidsbanden op snelheid 38cm. Beeld blijft lastig. Zodra vroeger vertoond wordt zie je hoe onscherp en verkleurd het verleden erbij ligt. Maar ook hier houdt het oudste medium, film, het beter dan de elektronica.

 Geluid, eindeloos overgeschreven op nieuwe systemen, van schellak en band op Cd’s en harde schijven, hoe houdbaar? Geschiedschrijvers krijgen het straks moeilijk. Wat politici met mobieltjes uitwisselen is onachterhaalbaar. Achteraf kan iedereen beweren wat hij wil.

 Eco pleit voor de wederinvoering van de Incunabelen - de eerste met de hand gezette en op goed papier gedrukte kronieken.

Tags: 

De Ronde

 Dat Vlaanderen een sprookjesland is merk je eens te meer bij de Ronde. De Vlaamse wielertaal is al diep doorgedrongen bij ons. Tot op het Binnenhof worden tandjes bijgestoken, wordt er aangeklampt en gelost.

 Vanmid­dag keek ik - zoals ieder jaar - urenlang naar het beregende plaveisel op de Oude Kwaremont, de Berendries en de Muur van Geraardsbergen. De valpartijen, en vooral het landschap waarin de wedstrijd ligt ingebed, de begraafplaatsen, de kerkjes. En luisterde naar wat werkelijk van belang is, het goed omspringen met je krachten, die verdelen over 260 kilometer. Denken om de hongerklop, blijven eten.

 Drinkbusjes rollen over de kasseien, gevaarlijk in een ges­loten groep. Een mevrouw in een winterjas loopt zomaar over het fietspad naast de weg dat sommige renners gebruiken om af te steken, terwijl toch heel Vlaanderen weet dat de Ronde eraan komt.

 Hoe zal dit eindigen? Nog 70 kilometer. Nu moeten de Quick Steps van Patrick Lefevre komen. Een blauw front rukt op. Eddy Planckaert geeft commentaar: alles kan nog. En alles blijkt Niki Terpstra. Een eenzame Nederlander die op kop komt op de Taaien­berg. En daar blijft. Ze halen hem niet meer bij, Wereldkampioen Peter Sagan niet, de Belgen met Sep van Marcke en Van Avermaet niet. We staan op de markt van Oudenaarde.

 Wielrennen is taal en omvat heel het bestaan, het landschap, de levenslessen. Dus: niet panikeren. Het kan zijn dat je valt, of moet lossen maar je kunt het. Doe het wel in je eigen tempo.

Eetbare vrouwen

 In het Gemeentemuseum is de Vincent Award Room ingeruimd voor 'The Female Touch', met werk van vrouwen over vrouwen. Vreemd voor een man. Wat is er dan anders? Wat en hoe doen v­rouwen als er geen mannen in de buurt zijn.

 Hoe zou ik het weten? Door hier in dit zaaltje goed uit mijn ogen te kijken? Het vrouwelijk lichaam is alomtegenwoordig, dat van anderen en dat van de schilderessen zelf.

 Mij viel het meest op dat het willen behagen - van jezelf zo goed als van anderen - niet verdwijnt, maar anders wordt. Als vrouwen vrouwen willen behagen ontstaat vaak een spel van vriendinnen. Waarbij mannen overbodig lijken. On­tstaat er een koketterie die mij buitensluit? Of?

 Erotiek is er in overvloed. Vaak indirect. Zoals de exotische vruchten in het werk van Lisa Juskavage waar zwangerschap de rijpheid van een vrucht wordt en het lichaam eetbaar.

 Ina van Zyl schildert soms tastbare lichamen, glanzend en vol sap, en hier gezichten met kleine huidschilfers. Maar ook andere vrouwelijkheid komt naar voren zoals in de matriarchale Boeroevrouw - een witte Surinaamse - van Iris Kensmil. Voor een man een ex­positie vol raadselen. Meedoen mag niet, maar kijken is toege­staan.  

Tags: 

De pillen van Sylvie Marie

 Sylvie Marie brengt in het nieuwe Hollands Maandblad een serie 'houdi­ngen' in dichtvorm. Regels als:

 'ík kan dat niet, de vrouw uithangen,

wijd en traag ben ik, was ik

hout, dan had ik brede groeven, lomp

val ik als omgehakt, ik kraak mijn takken stug,

het is ook altijd winter hier.'  

De cyclus eindigt onverwacht met een dagelijkse handeling: pillen uitdrukken uit een strip. Ik weet ervan. Zelf heb ik er zeven per dag, bedolven onder ongelezen bijsluiters. Waarom het doosje en de strip als het zo in een potje kan?

Ik denk dat mensen niets liever doen dan uitdrukken, pukkels vooral, tussen twee nagels. Vierde strofe:

'om kalm te blijven druk ik

geconcentreerd de pillen uit een strip

en meer nog dan het doel van die dingen

gaat het om het drukken, zorgvuldig,

de beide duimen voorwaarts

en de nagels tegen elkaar.

 

dan het zilvervlies dat knapt,

het plastic dat ineenstuikt

als een bolle buik tenietgedaan met een veeg

van tafel, brekend water, spanning die lost,

de pil die in mijn palm valt, achteloos

als een kinderhoofdje.'

Dokter

 Vanmorgen heb ik na zeven jaren afscheid genomen van mijn dokter in het AVL - ziekenhuizen worden afgekort, uit angst misschien. Zijn laatste vraag was 'schrijft u nog?' Ik zei ja. We hadden het er lang geleden eens over.

 Hij is een Belg, heeft mij accentloos al die jaren in leven ­gehoud­en. Geen gezicht dat ik zo goed ken als het zijne. Zijn gouden bril, zijn kleine glimlach en zijn haar waardoorheen zijn schedel in de jaren zichtbaarder is geworden.

 Een vakman die in alle bescheidenheid doet wat gedaan moet worden. Gewend aan dagelijkse rondgangen tussen leven en dood. Eerste vraag bij de controle, ook nu: 'Hoe gaat het?'

 Hij noteert in mijn dossier.

 'Zullen we dan nog maar even kijken?'

 Hij heeft me aan het begin uitgelegd dat hij de apparatuur goed kent, maar dat de behandeling bij hem begin en eindigt met handen. Zijn tastende en kloppende handen, die door mijn lijf heen gaan, de ik ken en vertrouw. Sommige klopjes met de knokkels doet hij nogeens over. Dan kan ik me aankleden. Nog wel een bloedproefje laten doen. Dan ben ik genezen. Althans hiervan.

 'Vindt u het aardig als ik u een exemplaar van het boek stuur?', vraag ik.

 Hij glimlacht verbaasd. Kijkt er van op. 'Ja. Is het eh, autobiografisch?' 

 'Zeker.'

 Een lezer heb ik. Het is een tastbaar boek.

Esthers Pasen

 Esther Gerritsen heeft als in de oude tijden de Bijbelse gebeurtenissen verknoopt met het dagelijks leven. De geladen aanloop naar Christus' dood, zoals een katholiek meisje het geleerd heeft.

 Maar dan. Had Pontius geen groot gelijk toen hij zijn handen in onschuld waste? Want wie was die dwaas die wilde sterven voor zijn Grote Gelijk? Zoals Socrates het al voor hem gedaan had?

 Nog steeds sterven rechtzinnige moslims voor hun gelijk. En laten velen met hen sterven. Moeten wij dan een man vereren die beweert Gods zoon te zijn en weigert zich te schikken in het Romeinse gezag? Wat makkelijk had gekund. Zoals ook Socrates eenvoudig aan zijn gifbeker had kunnen ontkomen?

 Ja Plato, zijn schepper, streed levenslang tegen de democratie. Daarin immers zit het compromis dat het ene Heilige Gelijk overstemt.

 En ik denk, net als Henry in Esthers boek De trooster, waarom moest de Messias eigenlijk bekend maken dat hij Gods zoon was. Henry, de politicus die zich gaat bezinnen in het klooster en die Christus ziet als 'een redelijke doorsnee man' en het  'gewoon niet slim' van hem vindt om zich Gods zoon te noemen.

 Was het, denk ik, ook niet een beetje onbescheiden?

Horen en zien in Japan

 Een zaal vol Japanse blinden en slechtzienden kijkt naar een film. Ze zien niets, maar op het scherm wordt wel een film ver­toond. Wat er in gebeurt wordt erbij verteld door een vertaalster.

 De hoofdfiguur in Radiance van Naomi Kawase, het meisje Misako leert dat soort filmvertellingen maken. Er is een proefpubliekje dat kritisch commentaar levert. De teksten moeten beeld na beeld de film oproepen, maar toch de fantasie van de kij­kers niet in de weg zitten. Dat let heel nauw, zo op de grens van film en literatu­ur, van taal en beeld.

 Als je zelf kunt zien kijk je kritisch mee, want je ziet steeds de stukjes film.

 Ik dacht aan een vorm die vroeger op de radio werd gebruikt om luisteraars te vertellen wat ze niet zagen. Radio is blind. De verslagevers groeiden soms tot grote hoogte in wat heette 'het ooggetuigeverslag'.

 De tweede hoofdfiguur in Radiance is de blind geworden sterfotograaf Masa­ya, die zijn blinheid niet wil aanvarden. Nog steeds verknocht aan zijn Rolleiflex. Die dan ook gestolen wordt.   

 Zien en horen gaan vloeiend samen in Radiance, maar ook andere zin­tuigen, vooral tastzin, doen mee. Maar op de achtergrond dreigt steeds de totale blindheid.

 Kom niet naar mij toe, ik kom naar jou toe roept hij het meisje Misako toe. Wat betekent dat hij zijn blindheid aanvaardt. Ze zal hem voortaan alle films vertellen.

Pagina's