Zelffelicitaties

 'Omdat je het waard bent' heet de bijdrage van Marja Pruis aan de serie 'Nieuw licht'. Ondertitel 'Nieuw licht op eigenliefde'. Een boekje gebouwd op de Maximen van La Rochefoucauld (1613-1680).

 Na een opvoeding waarin - van vaderskant - alles wat op eigenliefde leek consequent werd afgebroken blijf ik nieuwsgierig naar het verschijnsel. En koester wantrouwen als ik het waarneem bij anderen en mezelf. Natuurlijk moet ik - waar vandaan? - iets ervan vergaren, anders leefde ik niet meer.

 Dit is een tijd van ongegeneerde zelffelicitaties. Waarin elke bescheidenheid 'vals' heet en kinderen worden opgevoed in zelfbewieroking. Het begon met termen als 'vakantie vieren' en uit je dak gaan. Waarom? 'Omdat je het waard bent natuurlijk'.

 Marja Pruis  heeft er net als ik nooit aan kunnen wennen: 'Soms heb ik het idee dat ik van ver kom. Alsof nu een ander soort mores heerst dan waarmee ik ben opgegroeid, en ik me iedere keer over weerzin, schrik of angst moet heen zetten om me in de wereld van nu te begeven.' En ik hoor weer de reactie van mijn vader toen ik blij thuiskwam mijn eerste cabaretoptreden: 'Denk nu niet meteen dat het wat is.'

 Geen ouder zou het nu nog in z'n hoofd halen. Kinderen zijn geniale, kleine heiligen. Avond aan avond brengt de televisie golven van zelffelicitatie. Pruis: 'Is het waar? Is de mens meer van zichzelf gaan houden En mocht dat zo zijn, is dat dan niet vooral goed nieuws?'

 Waarna deze vraag over de menselijke soort rijst : 'Is hij zichzelf zo belangrijk gaan vinden dat hij er niet bepaald aangenamer gezelschap op wordt?' La Rochefoucauld wist er wel raad mee.

Tags: 

Zwaard

 Zodra ik weer goed lezen kan koop ik Jan Fontijns biografie van Jacob Israël de Haan. Een staaroperatie maakt een tijdelijke eenoog van me en dat went niet vlug. Lezen gaat een beetje. Zo las ik Fontijn op Facebook over het Israël van nu.

 "In deze dagen van politieke onrust en moorden in Israël moet ik weer aan Jacob Israël de Haan denken (...). Begin 1919 kwam hij in Palestina aan. Het was voor hem duidelijk dat de Joden voortdurend geconfronteerd zouden worden met de Arabische kwestie. Hij schreef in het Handelsblad: 'Wij zijn wel een volk zonder land, maar ons land is niet een land zonder volk. Wat met de Arabieren?'

 De politieke crisis, af en toe cul­minerend in uitbarstingen van geweld, bracht hem steeds meer in een toestand van onrust en depressie. Zijn afkeer van de zionistische politiek en zijn vriendschap met Arabieren werden hem fataal. Hij werd in 1924 door de zionisten vermoord."

 De ambassade in Jeruzalem werd nu geopend. De twee beloofde landen, Amerika en Israël weten God aan hun kant.

 In zijn boek Amerika laat Franz Kaffa zijn held Karl Rosmann de haven van New York binnenvaren. Hij ziet het vrij­heidsbeeld, Niet met een toorts maar met een zwaard in haar hand.

Boeken

 Ik hou van ontheemde boeken. Door een reeks toevalligheden ergens terechtgekomen. Zoals dat van de Zwitserse dokter dat ik vond op het halfgevulde boekenplankje in het Antwerpse Zeemanshuis, naast de Readers Digest en een oude editie van Het Doodenschip van Ben Traven, maar dat kende ik.

 Keek iemand ze nog wel eens in? Ik betwijfelde het. De kamers hadden hier televisie.

 Als gewoónlijk bij onbekende boeken sloeg ik het halverwege op en begon te lezen. Het was een zelfhulpboek. De dokter had het over lichaam en geest. Het was in eenvoudige taal geschreven en helder vertaald. Zijn conclusie aan het hoofdstukeinde luidde: 'Uw lichaam dat bent u zelf.'

Ik heb dat altijd onthouden. Tevoren was ik met mijn lichaam omgegaan als een soms aardig, soms lastig, maar in elk geval ongevraagd huisdier. Zoals ze in buurtberichten omschreven worden: 'Aan komen lopen.'

Ik dacht aan de zeelieden die dit in de afgelopen dertig jaar onder ogen hadden gehad, liep een blokje door de hoerenbuurt en keerde terug naar mijn kamer, waar mijn lichaam onbekende televisie keek.

Have a nice day

 De titel vat de film perfect samen. De nietszeggende afscheidsformule waarin heel de Chinese omgangsvorm is samengevat, met knipogen naar Amerika. Of je het volgende moment dood bent doet er niet toe.

 Wat doet er wel toe in deze bijzondere Chinese filmstrip? Die de wereld tot stilstand brengt en alleen hoognodige beweging laat zien zoals een regendruppel die op een oog valt of een auto die voorbij raast. Het gaat om de stilstand. De - meest avondlijke - striplandschappen zijn prachtig van kleur en uitgevoerd in een Chinese variant van de klare lijn. Het gaat om de details, die in deze nu eens tergend trage dan weer vliegensvlugge omgeving alle aandacht krijgen. En de spanning maken. Er wordt geciteerd uit de filmklassieken. De handeling is kapstok en houdt de spanning vast maar meer ook niet.

 Er is een tas met geld van criminele oorsprong die een lieve jongen achterover drukt om de cosmetische operatie van zijn verongelukte vriendin te bekostigen. Aan het eind is iedereen dood behalve hij en de tas staat op straat.

 Hoe het Jian Liu lukt om je vast te houden bij dit spektakel waarin niets gebeurt moet hem zitten in hoe hij met de media speelt. Hergé en Japanse prenten, tekening en film ontmoeten elkaar op een nieuwe manier.

Tags: 

Oom Puck

 Mijn overgrootvader was een aardige man. Dat wordt er bij verteld alsof het in Zeeland een uitzonderlijke eigenschap was. Hij droeg een grijze baard en een ronde bril. En hij was bakker. Ik heb zijn bakkerij in Wolphaartsdijk nog gezien, al was die toen al gesloten en stonden er cactussen in de etalage.

 In 'Een doodgewoon leven', het boek waarin Karel Capek zijn dorpsjeugd beschrijft, komt ook een bakkerij voor waar de jongen brood haalt en 'vol vervoering de gouden geur van de bol opsnuift'. En ik denk aan het warme brood onder de jas bij Nescio.

 Zo had ik het geluk drie jaar lang over de bakkersvloer te komen bij oom Puck Mulder, de witbestoven bakker in Eerbeek die schuin tegenover de school woonde. Alle pauzes brachten zijn neefje Heintje en ik er door. Thuis hoefde ik niet meer te eten, er brak in de bakkerij altijd wel wat.

 Bakkerijgeluk. Ik leerde van bakplaten, het knippen en laten glimmen van de broden met de waterkwast, de speculaasmachine, het deegspuiten uit de zak met de tuit, het glaceren van de tompoezen, de stopflessen met gouden en paarse pillen en de chocolade­pla­atjes met 'gefeliciteerd' voor op de taarten.

 Op zaterdag tegen zessen schoolden we samen achter de winkel, gespannen toekijkend wat nog verkocht werd en wat voor ons zou overblijven.

 Oom Puck ligt begraven op Coldenhove, vlakbij. Zijn zerk lijkt wel een homp deeg dat nog gekneed moet. 

Tags: 

Karel Capek in Holland

 De 'Prenten van Holland' die de Tsjech Karel Capek in 1932 schreef - met zijn tekeningen - zijn er weer. Kees Mercks vertaalde ze in 2009 voor uitgeverij Voetnoot. En, o wonder, wat Capek beschrijft is Holland van een gisteren dat zo dichtbij komt dat je de brugleuningen, de handvaten van de fietsen voelt.

 En daarbij lukt hem wat onze politici en columnisten van nu steeds zo vergeefs proberen. Hij vertelt in mensentaal wat de volks­aard van de Hollanders is en waar die vandaan kwam.   

 Wat deed en doet het water met ons? Het spiegelt en verdubbelt alles. De fiets is dat hoogst individuele, en tegelijk zo nivellerende voertuig. En zo door. Op zondag ziet hij de 'democratische zee' met het strand dat van iedereen is. En dan die bloemen overal.

 In dit kleine land is men kleinbehuisd en hebben de schilders zich op het binnenhuisje gestort. Vaak geschilderd vanuit 'buikperspectief'. Capek denkt dat ze zittend schilderden - zonder ezel - om zo dicht mogelijk bij hun onderwerpen te zijn.

 Een heel ware zin: 'In Holland worden geen huizen gebouwd maar straten.'

 Capek bezingt Vermeer en 'die lichtende waar­digheid en intieme wijding van een gezellige woning die geurt naar strijkwerk, zeep en vrouwelijkheid.'

Hemelvaart

 Hoe kom ik in de hemel? En dan, wat vind ik daar? Wat schilders en schrijvers ook probee­rden, tot een geloofwaardige voorstelling van de hemel kwamen ze nooit. Het gaat ook, denk ik, om het streven. Opwaarts. Japie en de bonenstaak is daarvoor een mooiere metafoor dan alle torens van Babel waaraan een kind kan zien dat ze naar boven toe steeds smaller worden en de hemel nooit zullen bereiken, al steken ze hun kop nog zo in de wolken.

 De Jakobsladder komt uit Genesis 28:10‑22, waarin Jakob onder de open hemel in slaap valt en droomt van een ladder die tot in de hemel reikt, waarlangs engelen -  boodschappers - afdalen en opstijgen.­ Boven aan de ladder staat God, die zegt: "Het land waar je nu ligt, zal Ik aan jou en aan je familie na jou geven.'

 Daar begint het gedonder.

 Over de hemel zelf zegt de Bijbel zo goed als niets. Wat weerkeert is het idee van de wenteltrap, zoals bij William Blake, die hem in 1805 vol mooie vrouwen zette. Van de hel kunnen schilders van alles verzinnen, maar verder dan hemelse engelenzang komen zelfs de broers Van Eyk niet. God zit er op een troon. Men zingt en musiceert en dat is het. Hemelvaartsdag blijft een lege dag.

Tags: 

Bed

 Jaren sliep ik met z'n tweeën in een eenpersoonsbed. Dat kan op verschillende manieren. Je vouwt je met twee ineen. Vaak stak een knie of el­leboog buiten boord, maar het huis was centraal verwarmd. Mijn rechterpols met het horloge schaafde langs de met geel­band gestucte muur waartegen het bed ges­choven stond, waardoor de wijzerplaat steeds werd gekrast. 'Hoe komt dat toch vroeg mijn moeder.' Nooit las ik iets over dit slapen tot ik bij Carmien Michels in haar bundel 'We komen van ver' het gedicht 'Bed' vond:

 'Dit bed waarin we niet passen/ dwingt ons te gaan liggen zodat we aan het frame voldoen

Arm geplet onder romp/ nek geperst tegen hoofdeind/ tenen gevouwen in lotusstand

Waar bil het bed te buiten gaat/ of schouderblad de rand bereikt/ roept het bed onverbiddelijk/ de fijnzaag

Overtollige huid vet bot/ ploffen boven op onderschepte gedachten/ en versneden schaamlippen

Denk maar niet dat we ze zomaar/ wanneer we het bed verlaten/ opnieuw kunnen aanpassen/ als kledingstukken/ vergeten in de kroeg

Wat ooit als gegoten zat ettert in ons geweten/ daar waar we het bed/ verraadden in zijn intiemste veren

Spookpijn op plaatsen/ waar we ledematen verkozen/ boven lidmaatschap/ plassen nooit meer hetzelfde

Schaaf onze lijven bij/ boen ons binnenwerk/ snijd deserteren uit onze woordenschat

Wij willen de matras zijn/ bloed en bodem van dit beschaafde bed/ dat we bovenal aanbidden'

Vroege zwaluwen

Vanmorgen was er opeens een zwaluw. Althans, ik hoorde hem. Een gierzwaluw, onmiskenbaar. De eerste van het jaar. Kort daarna een tweede. Toen vlogen ze laag voor mijn balkon langs, getwee. Nu is het weer stil.

 Heb ik het me verbeeld? Het is twaalf uur en het luchtalarm gaat af. Zeven mei is het vandaag. Ik pak mijn boek weer op, Het verhaal 'Beschreibung eines Kampfes' van Kafka, waarin de schrijver de werkelijkheid laat zijn zoals hij wil. Zoals iedere schrijver, alleen in dit verhaal vertelt hij het er bij. Zo wandelt hij met een kennis, die opeens ten val komt en dan staat er: '..toen ik hem onderzocht merkte ik dat hij aan zijn knie ernstig gewond was. Omdat hij me niet meer van nut kon zijn liet ik hem op de stenen liggen en floot alleen maar een paar gieren uit de hoogte neer, die gehoorzaam en met ernstige snavel boven op hem gingen zitten om hem te bewaken.'

 En dan staat er: 'Onbezorgd liep ik door. Maar omdat ik als voetganger tegen de inspanningen van de bergachtige straat opzag, liet ik de weg steeds vlakker worden en in de verte tenslotte afdalen.' 

 Kafka loopt de berg af en ik besluit de zwaluwen te laten vliegen. Toegegeven, zeven mei is wat vroeg, maar ik maak hier de dienst uit.

 ps. Eens reed ik door een eindeloos Zweeds dennenbos.. Opeens was er een houtzagerij en een naambordje: Uddevalla..    

 ps2. 'Je ziet ze nooit aankomen, ze zijn er gewoon meteen. Eerst eentje, dan drie, dan acht, dan twintig. Het lijmt alsof ze uit het niets verschijnen, of zee materialiseren in de lucht.'

 Zo beschrijft de Amsterdamse stadsbioloog in zijn onovertroffen boek 'Zwaluwen' hun aankomst, ergens in april. Uitzonderlijke vogels. Alles doen ze in de lucht, paren, slapen, eten, ze zijn daarin uniek. Hun 'gieren' bevat allerlei mededelingen die mensen niet kunnen onderscheiden.

 'De gierzwaluwen horen niet tot onze wereld, ze staan er letterlijk boven,' schrijft Daalder. Hemelbestormers zijn het. Lastig te bestuderen omdat ze altijd in beweging zijn. Ze vliegen tot 110 kilometer per uur op 3 kilometer hoogte. Als het hier lelijk weer is vliegen ze soms even naar Engeland om daar wat insecten te vangen. Soms vliegen ze hoog boven het IJsselmeer vanwaar ze kunnen waarnemen waar hun insecten zich bevinden.

 Hebben ze een nest dan pikken de oudervogels elkaar liefkozend in de veren. Of is dat om parasieten te verwijderen?

 De jongen laten zich tenslotte uit het nest vallen, vliegen weg en komen nooit meer terug.

 En waarom moeten ze zo nodig begin augustus naar het zuiden, terwijl het hier nog barst van de insecten? Daalder laat ons met een raadsel achter.

 

Recht in Brussel

 Misdadigers, advocaten, politiemannen, rechters en verdachten. Je kent ze. Denk je. Dagelijks zie je ze immers in films en series. Tot je een film ziet over een echte onderzoeksrechter (bij ons rechter van instructie) in haar werk. Zoals in de docu Ni juge, ni soumise.

 Wat zoveel wil zeggen denk ik als 'wat je positie ook is, je bent mensen onder elkaar'. Iedereen speelt zichzelf in en rond het afgetrapte Brusselse justitiepaleis van Poelaert. Ooit gebouwd boven de volkswijk de Marollen als waarschuwing voor het gepeupel, nu al jaren in  restauratie.

 Onderzoeksrechter Anne Gruwez is vooral zo anders dan je zou verwachten. Haar dagelijks werk is in een razend tempo mensen doorzien, opdrachten geven aan rechercheurs en zaken afhandelen. Politie, justitie en sociaal werk ineen. Ook het opgraven van een lijk om het DNA of het binnengaan bij jihadisten hoort erbij.

 Als je opgegroeid bent met Maigret en Hill Street Blues is een film als deze een verademing. Dat Gruwez het leuk vind in een 2CV te rijden accepteer je van haar, zoals de verdachten na het wisselen van wat blikken op haar mensenkennis afgaan.

 Wat is het verschil tussen gescripte acteurs en echte mensen toch onmetelijk groot. Ze kijken echt naar mekaar. Er staat echt iets op het spel. Die spanning is niet te overtreffen.

Pagina's