De trede

 In de trap van het Zutphense Luxor Theater zit een kapotte tree. Fotograaf Fran van der Hoeven zag het en vroeg naar mijn hernia, en ja, het was lastig beklimmen daar. Hem deed die tree onmiddellijk denken aan Kuifje en De juwelen van Castafiore waarin precies zo'n tree een sleutelrol vervult.

 De tree - le marche - komt steeds weer in beeld waardoor de spanning opbouwt. Iedereen valt er een keer over, of bijna, Nestor als eerste. Je wacht op de volgende val. Meneer Bollemans - in het Frans M. Boullu - zal de tree komen repareren, maar dat schiet niet op. Volgen legendarische plaatjes van meneer Bollemans die z'n krantje leest en zich afvraagt waar de mensen zich zo druk om maken.

 Haddock belandt in een rolstoel.

 Meesterlijk is de Nederlandse vertaling van Bob de Moor - ik heb de hele equipe ontmoet aan de Avenue Louise 162.

 Bij Hergé zie je hoe uit een kapotte traptrede binnen 62 pagina's eerst een running gag en vervolgens een strijd met het noodlot kan ontstaan.

 Wat gebeurt er? Meneer Bollemans komt nog even terug naar Molensloot om te zeggen dat de cement onder de nieuwe tree nog nat is. Te laat.

 Hoeveel valpartijen de traptree van Luxor al heeft opgeleverd is onbekend.

Tags: 

Boot

 Vanmiddag was ik weer terug in Zutphen en zag dat de uiterwaarden van de IJssel onder stonden. Een gezicht waarmee ik daar ben opgegroeid. Je zag de spoordijk vanaf de Deventerweg in de verte liggen, in het water.

 Elke winter liep het daar onder en ontstond een watervlakte zover het oog reik­te, tot ver achter het spoor.

 De oorlogsverhalen van mijn moeder waren om te duizelen. Eens was op de spoordijk een kolentrein gebombardeerd door Engelse vlieg­tuigen. En heel de buurt was naar het spoor getrokken met emmertjes, ook zij kwam thuis met emmertjes kolen.

 Maar de grote gebeurtenis was het bombardement van een munitiet­rein, die tot bij ons in de straat huizen hun dak af blies.

 Op een winterse dag dat de Mars weer onder water was gelopen stonden wij kin­deren te staren naar de spoordijk in de verte.

 Er lag daar een roeiboot met een stuk touw eraan. Zo te zien van niemand. En ik, net vijf jaar oud, klom erin. Nooit ee­rder had ik gevaren. Nu zou het gebeuren. Ik zette af en dreef steeds verder de plas op. Zou ik de spoor­dijk bereiken? Extatisch zwaaide ik naar de achterblij­vers. Maar er ontstond onrust aan de wallekant.

 En niet veel later kwam mijn moeder aangesneld die door het heuphoge water naar me toe waadde vroeg ik nou helemaal was geworden – zo sprak ze - en het bootje naar land sjorde.

Tags: 

Film in Zutphen

 In Zutphen sta ik morgen weer. Voor mij altijd nog de kapotte stad aan de rivier. Het met planken afgetimmerde, gebombardeerde station, de nog maar net herstelde IJsselbrug. Waarlangs, tussen de rijweg en het spoor, het smalle voetpad loopt waarover ik als vijfjarige durfde gaan, alleen.

 Het planken pad, tussen de spoorbrug en de weg; duizelingwekkend het water te zien stromen in de diepte.

 Dan keer ik om en loop terug naar de IJsselka­de, waar de stoomtram reed. Daar was de mongool die ik kende, Harm. De mannen van de tram hadden hem een spoorpet gegeven en een koperen toeter, zogenaamd om te helpen bij het rangeren. Hij was er alle dagen druk mee. Tot op een ochtend de trams verdwenen waren. Lege rails, geen mannen meer. Harm doolde over de verlaten sporen. Achter het station maakte de machinefabriek van Reesink z'n gierende geluiden.

 Ook die is verdwenen. 

 De LUXOR-bioscoop op de markt, waar ik als kind nooit in geweest ben, is er nog. Het kunstig betegeld paleis waar ik niet op uitgekeken raakte en waar mijn uitverkoren film 'In the mood for love' morgenmiddag vertoond wordt. Met toelichting, o ja.

Tags: 

In the mood for love

 Hoe ik zondag op 15.00 uur in de historische Zuphense Luxor-bioscoop aan de Houtmarkt zal aanlanden weet ik nog niet. Ik zal een verhaal vertellen over mijn lievelingsfilm: In the mood for love van Wong Kar-wai uit Hongkong. Die daarna vertoond zal wor­den.

 Ik mag vooraf niets verklappen. Moeilijk genoeg. De hele film is een verleiding dat wel te doen. De extreem elegante zijden Shanghai dresses die Maggie Cheung draagt doen niet anders van de verlegen sigaretten rokende, piekfijn geklede buurman Tony Leung in het afgetrapte appartementencomplex aan de steeg in verzoeking brengen. Maar het kan niet en mag niet. Of het ook niet zal, blijft bewaard in de nevelen van wat 'toenadering' heet. In gewisselde blikken waarvan altijd een terug is.

 Liefde die zo opbouwt tot ondraaglijke spanning - en dat tot in het oneindige - is misschien het hoogst bereikbare, suggereert Wong.

 De avondkleuren bij lamplicht, de inrichting van de interieurs, de regenval, de schrijfmachines en vooral de Shanghai dresses van Maggie Cheung scheppen een volmaakte kleine wereld, waarin zij en hij eigenlijk altijd willen blijven. En de filmkijker ook.  

Tags: 

Thierry Poncelet 2

 De hondenschilderijen van Thierry Poncelet blijken een ideaal grieponderwerp. Ben Joosten wees me op zijn illustere voorganger de Amerikaan Cassius Coolidge, bekend van zijn wereldwijd verspreide kaartende honden. Weliswaar een mindere schilder. Poncelet is een meester in gezichtsuitdrukkingen.

 Poncelet had na veel aandringen in december 2015 - toen 69 jaar oud - een allerlaatste tentoonstelling in de WM Gallery in Antwerpen van Patrick Declerck, met 26 nooit eerder vertoonde schilderijen, deels voor de gelegenheid gemaakt. Fans van hem waren en zijn oa. Johnny Halliday en Farah Diba.

 Zijn werkwijze: hij zoekt achttiende‑ en negentiende‑eeuwse portretschilderijen op veilingen, in antiekwinkels en bij publieke verkopen, verwijdert minutieus het menselijk gezicht en vervangt dat door een hondenkop. Hij zegt: 'Mijn hondenportretten combineren mijn favoriete twee zaken in de wereld: antieke schilderijen die ik verzamel, en honden', zegt hij. Hij trok zich sindsdien terug in anonimiteit, in zijn huis in Monaco, waar hij rustig blijft schilderen zonder de intentie om het ooit nog aan het publiek te tonen.

 Bijzonderheden: Hij werd geboren in Brussel, in 1946 en groeide op in Manche en Famenne. Zijn grootmoeder, een bekende portretschilderes moedigde hem aan.

 Hij studeerde wat aan de academie St. Luc, maar is autodidact, al werkte hij als restaurateur. Zijn favoriete vrije tijdsbesteding is het uitlaten van zijn hond.

Thierry Poncelet

 Steeds weer stuit ik op dingen die ik Rudy Kousbroek had willen vragen. Al jaren ontmoet ik de honden van Thierry Poncelet, in borduurwinkels of zaken waar je modellen voor de Nachtwacht in kruissteekjes kunt kopen. En blijf naar ze kijken. Wat helemaal niet kan want het is smakeloze kitsch.

 De honden achtervolgen me al jaren, in Brugge is zo'n zaak.

 Waarom Rudy? Onze vriendschap begon bij andere honden. De zingen de honden van Don Charles, waarvan ik het grammofoonplaatje had.

Rudy schreef over ze in vrij Nederland. En vroeg zich af waarom hun ‘Oh Susannah' hem de tranen in ogen deden springen.

 Ik kon hem uitleggen hoe het wonder ontstaan was, het knippen van geluidsband met blafjes in bepaalde toonhoogten. Orkestje erac­hter. 'Kan wel zijn,' zei Rudy, natuurlijk is het smakeloze kitsch, maar het ontroert me steeds weer. Het wonder bleef onaangetast.

 Maar naar de honden van Poncelet vroeg ik hem nooit.

 Een Belg uit Wallonië, het kan geen toeval zijn. Magritte kijkt over je schouder.  

 Er gebeurt iets. Wat? De honden worden mensen, niet ander­som. Alsof ze met hun blikken doen wat honden van ons altijd moeten: wat wij van ze verlangen. Waarbij ze tegelijk iets achterhouden. ‘Nou vooruit omdat jij het zegt.’ Even ontsnappen aan de hondsheid. 

 Poncelet is stiekem wereldberoemd. Maar mensenschuw, woont in Monaco en is in de 70.  

Tags: 

Snuif

 Over koorts en hoest heb ik weinig gelezen. Denkelijk omdat wie koorts heeft en hoest niet schrijft. Het hoofd wil naar beneden, maar eenmaal neergelegd wordt de hoest dwingend, want die alleen kan de slijmprop verwijderen.

 Lijkt het, maar ben je de ene prop kwijt - na veel moeite er vat op te krijgen - dan lokt de vrijkomende ruimte in de luchtpijp de volgende uit. Zo word je een met het mechaniek van het strottenhoofd, je wordt je strottenhoofd. Tot er opeens rust intreedt. Weldadig, je kunt ademen, bevrijd van veel. De wereld heeft zich vergroot, je kunt zien, zelfs een waterglas vastpakken. De nies komt dan als een verademing. Opeens begrijp ik de 18de-eeuwers met hun snuifjes.

 Maar nu moet er weer gehoest worden. Dit is een koppig exemplaar dat zich terugtrekt maar niet echt verdwijnt.

 De driehoekige pepermuntjes doen goed, want van de antihoest Noscapect mag ik niet te veel. En de boel mag ook niet vastslaan. Hoe lang dit gaat duren? Dokter bellen? Mijn oudoom Joop Visser (we schelen een generatie maar zijn even oud) zei het bondig, twee weken zonder dokter, veertien dagen met.

Griep 2

 Door de griep aan huis gekluisterd word ik met de dag huiziger. Als het evenwicht zoek is telt elke beweging, elke stap.

 Ik herinner me de onderzoekingen van Frank Halmans, zijn tekeningen en maquettes. Huizen bestaan uit wat gezien is en gehoord, hoe er bewogen is, door de jaren heen.

 Ze blijven bij je. Ik koortsdroom van gordijnkieren in langverdwenen huizen. Waar ik ook in bed lag met koorts.

 De weg naar deze pc leidt door een lange gang, waarvan de lambrisering steun geeft. Nu ben ik hier aangeland, zet het elektrisch kacheltje in het werkhok aan en probeer hoofd en toetsenbord op elkaar aan te sluiten.

 Alles op zoek naar een tekening van Frank Halmans. Op die tekening zie je een hoekhuis, met links het raam van het jongenskamertje.

 Frank maakte namelijk een serie over de kamers waarin hij ooit was wakker geworden. Wat er op zijn tekening gebeurt is dit: de lantaarnpaal is tot leven gekomen, heeft zich naar de jongenskamer overgebogen, en steekt zijn lamp door het open raam naar binnen. 

Tags: 

Griep

 Waar bleef de zesde januari? Nog maar en keer eerder sloeg ik Avondlog over.

 Wat ze griep noemen neemt bezit van heel je gestel. Ik kon mijn blik niet scherp krijgen, kon niet overeind komen uit bed. Moest noodgedwongen op een plastic emmer pissen.

 Mijn hersens haalden alles door elkaar. Van vroeger en nu, van hier en daar, ik was op zes plaatsen tegelijk. En dan die jeugd: samengevat in de regel: hoofdpijn, reumatiek, waterleiding, gasfabriek.

Y. die op mij paste begon maar wat te tekenen.

Monsieur Fontaine

 Dit is Monsieur Marcel Fontaine. Bij zijn molen, nabij het stationnetje van La Gleize, in de Ardennen. Altijd goedgehumeurd. We huurden bij hem een kamer in het reusachtige molenhuis dat vol stond met het opgeslagen familie-meubilair van generaties: spiegel­kasten, lits jumeaux.

 Hij wekte je 's ochtends, terwijl je nog in bed lag en maakte het kolenfor­nuis voor je aan. Wat eindigde met 'un briquette, ca tient le feu'. Op de gang, waar de plee was, zelfs in bed. stierf je het af van de kou. Een soort kou, vochtig dampend, die wij niet meer kennen.

 Monsieur Fontaine droeg een alpinopetje, kaplaarzen en had altijd z'n jachtgeweer bij zich. Hij schoot hazen.

 En hij was vind ik terug, de laatste molenaar in de Moulin du Ruy en stierf in 1973.

 Ik kende het adres van vriend Michel Dubois - de zoon van Pierre H. en zijn Vlaamse moeder, bekend van hun bezorging van het werk van Belle van Zuylen - die er in zijn jeugd logeerde. Monsieur Fontaine was verre familie.

 De berekeningen van de kosten nam veel tijd. De briketten werden per stuk berekend, het watergebruik ook.  

Pagina's