Net echt

 Het nieuwe nummer van Kunstschrift plaatste me voor onoplosbaarheden met zijn 'Hyperrealisme in de beeldhouwkust van 1400 tot nu'. Wat gebeurt er als kunst het oude ideaal van net echt verwezenlijkt?

 Ann-Sophie Lehmann vertelt van haar deelname aan een workshop moulages in Winterthur. Afgietsels van lichaamsdelen maken in was, met echte haartjes erin geplant. Zoals vanaf de 16de eeuw in gebruik was bij medische opleidingen. En nog steeds niet te overtreffen is door modern materiaal en techniek. In de universiteitskliniek van Zürich gebruiken ze het nog steeds.

 Ann-Sophie maakte een levensechte hand. Op de terugreis werd ze door veiligheidspersoneel uit de rij gehaald. Uit haar koffer kwam een zorgvuldig ingepakte voet. Wat was dit? Werk van een seriemoordenares? Voetfetisjisme? Pas toen ze kon uitleggen dat het om kunst ging mocht ze met haar derde voet het land uit.

 Wat mankeert er aan ‘net echt’ is de vraag waar je mee blijft zitten. Het is eng. Maar waarom? Waarom is Madame Tussaud griezelig?

 Je wilt, denk ik, de maker zien. Die met de afgebeelde werkelijkheid 'iets doet'. Al is het maar vergroten zoals Ron Mueck. Anders treedt het 'too close for comfort' in.

 De beeldhouwer Pygmalion tart dit gevaar en wordt beloond. Zijn ivoren Galatea leeft. Jammer, het zou slecht moeten aflopen. Mensen zijn geen goden. Daarom smelten de wassen beelden van Urs Fischer, die opbranden als reuzenkaarsen en dan ineenzakken

Tags: 

Kees Hoekert (1929-2017)

 Toen ik In november '67 op Kattenburg was komen wonen ging ik vaak bij Kees H­oekert langs, mijn overbuurman op de woonboot waar geleidelijk de Lowlands Weed Company groeide. 'Wiet maakt fiet, stuf maakt duf' was zijn slagzin­. Wettelijk beschermd door het zg. Windkeringsbesluit dat voor marihuanaplanten gold.

 Provo's als Jasper Grootveld en Hans Tuynman kwamen ook vaak langs. Ik weet nog dat Tuynman ontdekt had dat je 's avonds naar de Telegraaf kon bellen om rouwadvertenties door te geven. Die werden dan in de ochtendkrant geplaatst, de rekening kwam later. En zo hebben we heel wat mensen laten overlijden.

 Radiomedewerker werd Kees toen hij met zijn unieke donderstem de teksten ging lezen voor onze serie Grote Momenten uit de Wereldgeschiedenis in VPRO-vrijdag. Een parodie op de Radio Volksuniversiteit, geschreven door Jan Donkers. Wekelijks behandelden we binnen vijf minuten een groot onderwerp als Het Communisme of De Elfstedentocht, steeds onderbroken door 'zie afbeelding drie, pagina twee in uw tekstboek'. En dan hoorde je even Stalin.

 De verbindende tekst werd gesproken door de echte mevrouw die op de radio de teksten bij de Volksuniversiteit las. Maar het was de unieke stem van Kees Hoekert, die het hem deed. Die stem was zo luid dat je hem door het dubbele glas van de studio nog woordelijk kon verstaan. De vaste opening luidde: 'Op zijn pelgrimstocht door de eeuwen heen heeft de mensheid...'. Etc.

 De altijd vriendelijke wegbereider van het nieuwe wietbeleid (1929-2017) is gestorven. Met een glimlach, zonder twijfel.

Pierre Kemp weer en nog

 Het was een kleine wereld, die van de Maastrichter dichter Pierre Kemp (1886-1967). Zijn biograaf Wiel Kusters leidde me er rond. Van het rijtjeshu­isje naar het station naar de Maas. En vertelde van Kemps dagelijkse trein­reizen naar de administratie van de mijn, in het betoverend gezelschap van dagelijks de meisjes die daar ook werkten. Wat te denken van een katholieke jongen die een 'Allerschoenen' verzint.

 Nu verzamelde Wiel zijn mooiste gedichten in, 'Het regent in de trompetten'. Ook weinig in de jaarlijstjes, wel in het mijne. Alles kort, tussen leven, dood en de seizoenen. Als in 'Minute':

 'Het land staat stil,

nadat er nog een blad

viel als een vogel die een ziekte had.

Ik wil,

ja, wat wil ik ook weer?

Ik wil immers al lang niets meer.'

 

 En dan 'Nu de benen zijn verdwenen.'

 'Luister nu wat ik je zeg:

de vrouwen zijn uit P.K.'s gedichten weg

en met haar hun benen.

Waar zijn ze henen?

Het bovenste en het onderste

en al het rondom bewonderde.

Fluit er eens op! Ze zijn nog op de brug

En als hij een gleuf ziet van hun rug

vloekt hij om het bedonderdste.

Ik hoor hem toch zo gaarne vloeken

over de textielen,

terwijl hij in hun boeken

de afval van hun zielen

meent te mogen blijven zoeken.

Tags: 

Waar bleef Hanny Michaelis

 Hoewel ik het op geen enkel recensentenlijstje zag was mijn boek van 2017 het tweede deel van de dagboeken van Hanny Michaelis 'De wereld waar ik buiten sta'.

 Het is maar zelden dat een boek je zo binnen brengt in een wereld van toen, in dit geval de oorlogsjaren toen ze als dienstmeisje was ondergebracht.

 Bijna het hele jaar heeft Hanny me vergezeld. De laatste tijd als hulp in de huishouding in Hoofddorp bij een gereformeerd gezin, dat ze haarscherp beschrijft. Ze weet dan dat haar ouders waarsc­hijnlijk al zijn afgevoerd

 Het is oudejaarsavond 1943: 'De stemming was tamelijk lusteloos en wrevelig, vooral later op de avond. Mevr. v.M. werkte erg remmend vond ik, door voortdurend een stichtelijk tintje te willen geven aan deze avond en alle gezelligheid te weren als lichtzinnig en onvroom. Zo kwam het dat we van de stapels oliebollen die 's middags waren gebakken niet een aten en de hele avond op een kopje thee en wat later een glaasje rode wijn voor de volwassenen moesten teren.'

 Het is dan een jaar na Hanny ‘s laatste Oudejaar thuis, Toen men elkaar veel geluk en zegen toewenste, terwijl de ouders vrij kort daarna naar Polen zouden worden afgevoerd, waar veel familieleden al waren.

 Bij Hanny op de kamer slaapt de 12-jarige Maaike, aan wie ze plotseling - op haar laatste avond in Hoofddorp - opbiecht - wat helemaal niet mag - dat ze joods is en onder een valse naam ondergedoken zit. Waarom?: 'Wat me ertoe bewogen heeft haar dit te vertellen weet ik nog altijd niet. Misschien zucht tot interessantheid, behoefte aan troost, angst verkeerd te worden beoordeeld, een soort verlangen me te rehabiliteren, een neiging te overbluffen, enfin er zijn redenen te over voor mijn bekentenis te vinden. Maar verzachtende omstandigheden vind ik het niet. En ik kan me nog altijd niet vergeven dat ik een kind van 12 jaar zonder enige noodzaak de last van een dergelijk geheim heb opgelegd. Een feit is dat Maaike de volgende dag nog hartelijker voor me was dan eerst en toen ze 's middags afscheid van me nam sloeg ze ineens haar armen om mijn hals, kuste me op beide wangen en glipte toen weg.'

 Waarom ze later nooit proza is gaan schrijven bevreemdt me. Ik heb het haar niet meer kunnen vragen. Zou Gerard haar weerhouden hebben?   

John Berger en Charlie Chaplin

 Begin dit jaar stierf de Engelse schrijver en schilder John Berger. Ik lees zijn 'Confabulations', korte schrijfsels over wat hem bezighield. Een ervan over - de ook Engelse - Charlie Chaplin. Vandaag wordt zijn Modern Times (1936) weer vertoond, op ARTE om 20.15 en later deze maand nog twee keer.

 Berger legt de wereld van het Chaplin-mannetje uit. De kont is de kern van het mannelijk lichaam, daar schop je je tegenstander. In een wereld zonder medelijden is een wandelstok je beste metgezel. En alle achtervolgingen gaan in een rondje.

 Deze wijsheden, zegt Berger, komen voort uit hoe een straatjongen van tien jaar in Zuid-Londen (Lambeth) de wereld leert kennen.

 Chaplin groeide op in opvoedingsinstituten omdat zijn moeder het niet kon. Ze kwam uit een familie van Music-Hall artiesten en eindigde in een inrichting. Hij hield veel van haar.

 De wereld van rijken en armen waarin Chaplins zwerver leeft is niet veranderd zegt John Berger, nog steeds regeert het geld en verzorgen de media de dope.

 Wat kan de arme clown doen? Chaplins 'tramp' valt en valt weer, incasseert vernedering na vernedering, en staat altijd weer op. Hij is onkwetsbaar. Dat is grappig. De zaal lacht.  

Jesper Just

 Van de zomer maakte ik met zijn werk kennis bij West aan het Haagse Lange Voorhout. Een schepper van andere werelden. Wanneer de Deen Jesper Just de vertrouwde formaten van het beeldscherm - drie bij vier, desnoods breedbeeld – en verhaalvormen loslaat heeft dat veel gevolgen.

 Vanmiddag in Eye zag ik meer. Allereerst schoot mijn blik heen en weer, werd zoeken­d, dwalend. Verder werden de filmbeelden deel van de entourage. Ik zag door rookglas de ruggen van bezoekers in het restaurant beneden, ronddrentelende kijkers om me heen werden onmiddellijk deel van de voorstellingen. Een projector is dan ook een schijnwerper - mooi woord om letterlijk te nemen.

 Wat laat Just nog meer los? Verhalen zijn het nog steeds. Korte, je komt terug bij het begin. Maar waarvan? Ze zijn fragmentarisch, maar de fragmenten vormen composities, die schijnbaar toevallig tot stand kwamen. Dat werkt bevrijdend, net als het drentelen in ruimten waar je elk moment in een andere samenhang terecht komt.

 'Intercourses' is opgenomen in het in China levensecht nagebouwde stuk Parijs.

 Complete personages zijn er in de films niet, het erg mooie meisje dat in 'Servitudes' (2015) met twee prothese-handen een maiskolf eet en je daarbij steeds blijft aanstaren leer je niet kennen. Het meisje in de rolstoel dat rondkijkt in het park op de Buttes Chaumont en achtervolgd wordt blijft een hersenschimmen.

 Attributen in de zaal als bouwblokken en plantenbakken helpen de suggestie van tastbaarheid, net als de aanwezigheid van verbaasde toekijkers.

 Een tentoonstelling waar je kunt blijven ronddwalen, omdat ie steeds verandert.

Slapstick

 Erg Engels, erg toneel is de film The Party van Sally Potter. Met een paar van de beste Engelse acteurs van dit moment. Vooral Kirstin Scott Thomas. Die worden losgelaten op een modern slapstickscript. En hun kans grijpen flink uit te pakken, zeg maar te schmieren.

 Een toneelstuk waarin tijd, plaats en handeling keurig steeds de zelfde blijven. We zien de feestgangers binnenkomen voor de viering van een benoeming tot schaduwminister van de vrouwelijke hoofdrol.

 De rollen blijven nadrukkelijk acteurs.

 Dan begint het grote door de mand vallen. De manden waar de aanwezigen doorheen vallen zie je van verre klaarstaan, veel overspel, veel eigentijdse onzinpraat.

 Als professor Bill het feest opent door de openbaring dat hij terminale kanker heeft en zijn Duitse vriend, de spiritual healer Gottfried (Bruno Ganz) zijn arsenaal aan alternatieve geneeswijzen op hem loslaat wordt het al te grappig. Nu ja, Simon Vinkenoog beweerde ook al dat kanker ervan kwam dat je jezelf 'ziek dacht'. En ook professor Bill wil er maar al te graag in geloven, zoals iedereen die terminaal ziek is naar het Moerman-dieet grijpt omdat er niets anders is.

 En als dan de oven begint te roken en een lesbische dame zwanger blijkt van een drieling dwaalt de aandacht voorgoed af.

Dromende vlinder

 De bundel Apollo in de sneeuw van de Rus Alexan­der Koesjner (1936) bevat een keuze van vertaler Peter Zeeman. In 'Nachtvlinder', droomt zo'n vl­inder dat ze bij klaarlichte dag een slapende dichter bekijkt:

 'Mijn jasje hangt vanaf een stoel dood naar beneden.

Een vlinder is op een revers in slaap gegleden.

Daar rust ze, uitgeput, in helder licht verstrikt.

Waar slaap haar trof heeft ze de vleugels uitgeslagen.

Toe, wek haar niet: ze is vermoeid, net ingeslapen.

En met een gele draad is haar dessin doorstikt.

 

 Op haar die 's nachts kan zien moet licht wel overkomen

Als een gordijn, gesloten, maar met purperen zomen,

Een soort van deken waar ze veilig onder ligt.

Ze droomt een kamer met een slapende, gedompeld

In golvend duister, dat hem wreed heeft overrompeld.

En op die drenkeling houdt zij haar blik gericht.'

Het zinnetje van de koning

 Dat een koning schrijft en voordraagt wat van hem verwacht wordt vind ik niet bezwaarlijk. Zijn moeder en grootmoeder deden het ook. En altijd ging het over de gemeenschap. In deze tijd het 'wij gevoel'. En natuurlijk komt daar de klad in. 

 Of dat nu waar is of niet doet er niet toe, een koning is er om te waarschuwen, dat schept een band onder zijn toehoorders.

 Toch zat er één oorspronkelijke waarneming in de kersttoespraak. De koning zei: 'Misschien is alleen het ziekenhuis nog een plek waar je in contact komt met mensen met een andere achtergrond en levensstijl.'

 Beetje overdreven, maar als regelmatige ziekenhuisklant weet ik hoe waar dat is. Sinds mannen en vrouwen door mekaar liggen ontstaat op de zaaltjes vaak een unieke band. Vooral als je ligt te wachten op een operatie worden ervaringen uitgewisseld, levensverhalen verteld, dwars door sociale lagen en leeftijden heen.

 En als ergens de meritocratie telt is het daar, de dokter of verpleegkundige weet wat goed voor je is. En jij niet. Al zijn ook daar naar het schijnt steeds meer betweters, tot schreeuwen aan toe.

 Wie zou de koning dat ene zinnetje hebben ingefluisterd? Ik denk, z'n vrouw.  

Tyll Ulenspiegel

 Verzonken in Daniel Kehlmanns 'Tyll'. Of hoe hij op de loop gaat met de volksverhalen over de Robin Hood-achtige Uilenspiegel. Wat gebeurt er in een 17de-eeuws Duits dorp als daar een kermisgast, wonderdoener met z'n troep binnentrekt.

 Zo'n dorp waar maar weinigen weet hebben van het volgende dorp en waar je de bewoners alles kunt wijsmaken. Kehlmann komt sinds zijn debuut Beerholms Vorstellung altijd weer terug op magiërs, illusionisten, mensen die dingen laten gebeuren die eigenlijk niet kunnen. Wat zijn schrijvers anders?

 Zijn Tyll Ulenspiegel is er ook zoéén. Wanneer Tyll met zijn troepje het dorp binnentrekt weten de bewoners diep van binnen dat er nog andere werelden bestaan dan de hunne. Het gerucht raast door het dorp: 'Tyll is er'. 

 En altijd zijn er dan meisjes die er opeens van dromen met zo'n troep mee te trekken, voorgoed van huis. Zo vraagt Tyll aan het meisje Martha, die 'niet wist dat er zo'n kracht, zo'n vaardigheid van geest uit een gezicht kon spreken' of ze meegaat.

 Tyll geeft een overrompelende voorstelling waarin heel hun wereld op z'n kop wordt gezet. Je merkt dat Kehlmann de zoon van een theatermaker is. De dorpelingen vergeten zelfs hun koeien te melken.

 Tyll heeft ook een sprekende ezel bij zich. 'Dat heet buikspreken.' Dan vraagt hij of Marthe meegaat met de troep, omdat ze immers 'anders' is. Nee, toch maar niet. Wat er dan gebeurt verklap ik niet. Ik lees verder.

Pagina's