Wonder Wheel

 Coney Island wordt oud, loopt op z'n eind. En zo ook de levens van de exploitanten. Van botsautootjes bijvoorbeeld, zoals Humpty. Hij en zijn vrouw Ginny raken verstrikt in de omgang met hun onhanteerbare kinderen. Ginny bovendien in een onmogelij­ke liefdes­geschiedenis.

 Vijf verhalen koersen in hoog Woody Allen-tempo naar hun rampzalige afloop. What can go wrong will go wrong.

 Ook de dialogen komen uit de pressure cooker waar Woody Allen het patent op heeft.

 Het reuzenrad dat de klanten even moet bevrijden uit hun zorgen van alledag gaat werken als een dreiging op de achtergrond.

 Het knappe van Wonder Wheel zit hem in de afloop. Eerst kijk je van een afstand naar schematische, komische verhalen, maar geleidelijk ga je mee. Ga je in het drama van de personages geloven.

 Je krijgt als de kermisexploitant die ook jij bent, een plaats op de boardwalk van Coney Island.

Tags: 

Het vernieuwde Stedelijk

 Gisteren de nieuwe inrichting van het Amsterdamse Stedelijk en 't viel alleszins mee. In de reuzenkelder heeft Koolhaas schotten neergezet waardoor thematische compartimenten ontstaan met twintigste-eeuwse kunst.

 Boven gaat het verder maar dat liet ik even zitten. Teveel, teveel. Gek, zoveel highlights bij mekaar dwingen tot conclusies, zoals deze: wanhoop, in de niet ophoudende zoektochten naar het nieuwe: iedereen die kant op, bij de tijd blijven.

 Allereerst in de vorm, dan pas in de inhoud. De keren dat ik stil bleef staan was bij het verhalende. Diego Rivera's Karig maal, of hoe je kubistisch honger schildert. Of de komische geilheid bij Yayoi Kusama die in 1963 een hele roeiboot vol stoffen fallussen maakte, die dan heet 'Aggregation, One thousand boats show.' Dus niet duizend lullen maar duizend bootjes. Of het oude met touw toegebonden 'Pakket' van Christo (1961).

 De terminologie die al die vernieuwing begeleidt is soms hartverscheurend. Het niet ophoudende verzet tegen de klassieke kunst, die nauwelijks meer bestaat, maar toch: 'destructie en vervorming'. Of popart, gezien als protest tegen  massaconsumptie inplaats van als het onschuldige grapje dat het was. En dan het hoofdstuk 'Ongemak en absurditeit', waar kunst het opneemt tegen de misstanden in de wereld. Achteraf waren het modes en functioneerde de kunstmarkt als voorheen. Maar dat staat er niet bij.

Kira Wucks nieuwjaar

 Bijna een jaar geleden schreef Kira Wuck dit onvrolijke nieuwjaars-gedicht, dat verscheen in Het Liegend Konijn.

 'De nar luidt een nieuw jaar in

Het is zo iemand die niet ouder wordt

 

ik wring mij tussen ribben en

leef op de goedheid van anderen

zo verplaats ik mij van lichaam op lichaam

als een ziekte die zich langzaam verspreidt

zit ik onder je leden

en laat niemand los

 

kon ik maar slapen als een dier

diep en toch paraat'

 

 En ik? Ik hoop op een verregende oudjaarsnacht. Waarin duur vuurwerk wordt aangestoken en in de lucht gegooid. Waarna het op de natte straat valt en dooft. Zodat jongetjes het op nieuwjaarsochtend kunnen terugvinden en alsnog bij het resterende lont afsteken.

 Linke soep, dat wel. Wel de herkomst van het 'korte lontje'. 

Tags: 

Vaderschap

 Verbazingwekkend blijven de tv-program­ma's waarin volwas­sen geworden kinderen de halve wereld afre­izen om aan te komen bij een verbaasde zaaddonor. Omhelzingen, tranen. Dat is televis­ie. Maar hoe het daarna verder gaat zie je nooit.

 Zondag gaat het in de Utrechtse molen bij de Vorlesebühne over het vaderschap. Waar zijn de vaders gebleven?

 Ik zoek al jaren naar een cartoon die ooit in de Panorama heeft gestaan. Je zag je een rokende vader in een leunsto­el, en die hele stoel, met vader en al, stond in een reusach­tige asbak. Zodat - als hij weer eens verstrooid de as van zijn sigaret aftipte die niet op het tapijt viel, maar in de reuze­nasbak.

 In veel culturen is het vaderschap nog steeds weinig meer dan een zaadlozing. Wat je blijft houden is de vaderwens bij kinderen en de kinde­rwens bij vrouwen. Mannen als onze koning met zijn 'wij zijn zwanger' neemt niemand serieus. Hun vrouwen nog het minst.

 Mijn oom Bob was wat je noemt een man. Een piloot, die zijn pochette parfumeerde met een paar druppels vliegtuigben­zine. Hij wilde een vrouw die onder zijn gestrekte arm door kon lopen. Zo kwam de inderdaad vrij kleine tante Elly in de familie.

 Oom Bob was nogal fors en at veel. Daarom had hij een eigen eetbord, dat flink wat groter was dan de andere borden uit het gezinsservies.

Tobi Rix

  De droefgeestigheid die in elke clown schuilt zette Fellini aan tot een ernstige film. Erger nog is dat bij de muzikale clown. Ik heb Rexis nog zien optre­den. Achteraf in de kleedkamer kwam bij het afschminken een zorgelijke man tevoorschijn.

 Ik zag het bij Tom Manders als ie zijn Dorus pak aflegde. Een man zonder gezicht in een leren jek. Door geen mens herkend. Het is een noodlot. Dat heilige moeten zag ik ook bij Tobi Rix toen hij bij ons voor de radio optrad in Eik & Linde, begeleid door ons orkest.

 Zijn levenswerk, de Toeterix bestonden uit autotoeters, gestemd in verschillende tonen en met de knijpende vuisten in de rubber ballen bespeeld als een vibrafoon. Aangevuld met claxons en sirenes.

 Een wel heel ernstige grap. Waarmee hij jaarlijks een nieuwjaarsoptreden deed bij Willem Breuker en met groot orkest het trompetconcert van Haydn speelde. Hij was multi-instrumentalist, speelde ook klarinet, mondharmonica en meer.

 Met Jan Tromp de kunstfluiter stond hij live bij ons in Music‑Hall. Orkestleider Gert Jan Blom vertelde me over de Toeterix die meestal in een garage in Lelys­tad stonden omdat Tobi's zoon en gedoodverfde opvolger, de zanger Jerry Rix geen zin had in de Toeterix.

 Tobi's parodieën op tophits als Malaguena, over een bange stierenvechter en het autoliedje Heer in 't verkeer zullen nooit meer uit m'n kop verdwijnen. Zijn optreden ook niet. Bij de toeters hoorden als interpunctie ook pistoolschoten, ik was er dagenlang doof van.

Op zoek naar een oom

 Was ik, zoals in het historische kinderboek van Jan Blokker. De oom, die ik zocht, bij gebrek aan een aardige vader, vond ik ook. Dat was oom Wil, een kleine dikke man met een gouden bril. Hij kwam uit Maastricht en was een bon vivant, zei men. Mijn vader mocht hem niet. Toen ik in Amsterdam ging studeren, waar oom Wil Mittelhochdeutsch doceerde aan de universiteit nodigde hij me uit om bij hem te komen eten, in de eenzame kerstweek.

 Eerst gingen we samen naar de slager. Want Oom Wil kookte. Hij wist van vlees en de slager was een vriend van hem. Samen knepen ze in de kalfszwezerik. Hij zei: ‘Hier Willem... Als het vers is kun je dat voelen.’

 Tante Emmy mocht alleen de sla doen.

 Het was heerlijk, na een week UNOX smac en Koninginnesoep uit een pakje. En na afloop volgde het minstens zo belangrijke natafelen. Oom Wil zette een plaat op uit zijn grote collectie zigeunermuziek, Wist ie ook alles vanaf. Zo'n eerste violist heet een primasj. Hier moet je horen.

 En toen kwam de cognac, met een sigaar erbij. Hij deed me geduldig voor hoe je een sigaar rookt.

 Oom Wil fotografeerde ook, lang niet gek. Maar op een dag werd hem iets nieuws aangepraat: een 8mm filmcamera.

 Dat ging mis. Te moeilijk. Wat film was drong niet tot hem door. De films die hij maakte waren eigenlijk foto's, maar dan bibberig bewegend op een groot projectiescherm.

 Hij gaf mij de camera cadeau.

 Ooms bestaan.

Mimosas

 Waarheen? En waarom? De dwaaltocht door de woestijn in de film Mimosas van Oliver Laxe - waar geen mimosa in voorkomt - gaat over verdwaald zijn en wat daar onvermijdelijk op volgt, het dwalen. Door het Atlasgebergte.

 Een karavaan onder leiding van een oude sjeik. Die zegt een kortere weg door de bergen te weten. Maar de sjeik is op weg naar zijn eigen dood. En dit is inderdaad daarheen de kortste weg. De meesten gaan niet mee. De rest van het gezelschap wordt opgeslokt door het adembenemende landschap.

 De stervende sjeik heeft ook nog opdracht gegeven zijn laatste reis met paarden uit te voeren, waarvan iedereen weet dat die dit bergtraject niet aankunnen.

 Hij lijkt het restant van zijn karavaan te willen mees­lepen in de dood.

 De film heet een 'spirituele Western' maar dat lijkt on­nodige humbug. Wat de leden van het resterende groepje drijft verschilt nogal. Maar voor de meesten is het eenvoudig, de oude man wil begraven worden in de buurt van zijn geboortedorp. En als hij eenmaal onderweg gestorven is willen de overblij­vers zijn laatste wens toch vervullen.

 Maar waar lag dat geboortedorp ook weer?

Papadag

 Er bestaat in deze tijden zoiets mij onbegrijpelijks als 'papadag'. Er wordt met respect over geschreven. Politici blijven er hele dagen voor weg uit kabinetsformaties. Ooit begon het met de legendarische ''papahap'' van Wim Kok.

 Vroeger kwam ik uit school en vroeg: 'Is ie thuis?' 'Zo praat je niet over je vader.' Maar even goed knikte mijn moeder en legde haar vinger tegen de lippen: 'Ssst, hij doet een tukje.'

 Dan lag ie op de bank in de voorkamer en het was je geraden op straat te gaan spelen tot etenst­ijd.

 Overdag zag je hem niet. .

 Behalve 's ochtends als hij in razende vaart twee gesmeerde boterhamen naar binnen slikte, die zijn vrouw op een bordje naast z'n bed had klaargezet. Waarna hij de trap af denderde, z'n aktentas meepakte en zonder een woord te zeggen in z'n auto sta­pte.

 's Middags smeet hij na thuiskomst z'n tas in een hoek en verzonk in de krant. Een dreiging in een wolk sigaret­tenrook.

 ps. Op Kerstavond 24 december doe ik mee met de avond van de Vorlesebuhne op het thema 'Heilige papa' in houtzaagmolen De Ster in Utrecht.

Paul Poiret

 Couturier Paul Poiret (1879-1944) was de bedenker en godfather van de Art Deco. De catalogus van de Haagse tentoonstelling is tegelijk de kroniek van zijn werkwijze, zijn opkomst en neergang. Coco Chanel luidde zijn ondergang in met haar simpele zwarte jurkje.

 Poiret had er geen goed woord voor over en vroeg wie er dood was. Waarop Chanel volgens de overlevering zei: 'U.' En zo was het, hij had zich vertild aan zijn exuberante deelname met drie feestende rondvaartboten aan de tentoonstelling van de 'Arts Decoratifs et Industriels Modernes' in 1925 en ging failliet. Er kwamen duistere tijden.

 Terugkijken naar Art Deco zoals nu in Den Haag blijft een feest van licht en pracht.

 Ja, Poiret schafte het corset af, waardoor een vrouw weer een lijf had en vond de catwalk uit om het te laten zien. Jammer wel dat de rijke dames die z'n mode konden betalen vaak aan de dikke kant waren. Maar schilders als z'n vriend Kees van Dongen konden laten zien wat de bedoeling was.

 Een van z'n grote vernieuwingen zat hem in het 'omslaan'. Van bijvoorbeeld peignoir-achtige jurken, op z'n Japans, met waaier. Maar waar ik het meest van opkijk zijn z'n combinaties van motieven uit alle stijlen van de geschiedenis, van Romeins tot Egyptisch tot keukenschorten. De taille gaat daarbij soms omhoog, zakt dan naar de enkels. De jurken van gerimpelde crepezijde sluiten vaak zo nauw aan het lijf als de kunststoffen van nu.

 Het bevrijde lijf zie je het mooist bij danseres Isadora Duncan, slechts gekleed in wapperende sjaals.

Art Deco

 Smaakvol tot en met wat ik vanmiddag in het Haags Gemeentemuseum te zien kreeg op de Art Deco-tentoonstelling. Alles bij mekaar een levensstijl. Die van de zeer rijken in de jaren twintig.

 Kunstenaars en ontwerpers waren dienstbaar, zoals de zwaarlijvige modeontwerper Poiret die met z'n mannequins uit een vliegtuigje stijgt. Het Art Deco totaalconcept omvatte interieurs, schilderkunst, beeldhouwwerken, wat niet. Ook Berlages Gemeentemuseum past er met gemak in. 

 Het begon na 1910, maar na de grote oorlog kwamen de twenties. Op de Parijse Exposition Internationale des Arts Decoratifs et Industriels Modernes in 1925 herleefde het 19de-eeuwse totaalconcept van Arts & Crafts. Tegen de industriële vormgeving in.

 Opeens zag ik vanmiddag Kees van Dongen, Raoul Dufy, Fernand Leger, Brancusi en zelfs Picasso op hun plaats vallen.

 En begreep ik wat iedereen wilde: licht moest het zijn. Het moest je optillen. Door de stoffen in ongedachte kleurpatronen, met glim en glitter te over, waarin een vrouw met boa en waaier toch wel in een Hispano Suiza moest stappen.

 Gek genoeg ging dat samen met kunst. Sonia Delaunay misstaat hier niet, net zo min als Modigliani en Mata Hari. Ze vormen voor korte tijd een lichtvoetig geheel. Morgen meer uit het vele. 

Pagina's