De Zuid-Afrikaanse afvalman

 Hij bestaat, de verschrikkelijke afvalman. En angstaanjagend is hij. Zeker voor op straat spelende kinderen in Kaapstad.

 François Knoetze (1989) heeft hem en een aantal van zijn stamgenoten gemaakt. Van afval, petflessen, plastic divers, maar ook van gebroken lege glazen flessen. Er zijn versies die een pak zijn dat een acteur kan aantrekken. Adembenemend gezich­t!

 Ze zijn te zien in Kunsthal KAdE in Amersfoort op de tentoonstelling van Zuid-Afrikaanse kunst van nu 'Tell freedom'. Het afval van de gigantische stortplaatsen van de wegwerpcultuur leeft, in zg. 'Mongo'-per­sonages. In zes korte films treden ze op, gaan op consumenten af, jagen de kinderen de stuipen op het lijf. Geesten zijn er nog te over.

 Wat ook in deze figuren sluipt is de legendarische figuur van de 'verraaier', een er­fenis uit de Boerenoorlog. En zo zijn er in Amersfoort in het werk van 15 jonge Zuid-Afrikaanse kunstenaars veel banden met het verleden. Al was het maar door de ook in Zuid-Afrika bestaande plaatsnaam 'Amersfoort'. Eens ook een slavenschip.

 'Tell freedom' is de titel van de expositie, en daarmee ligt de uiteenvallende Zuid-Afrikaanse droom op de vloer. Jacob Zuma, ach Jacob Zuma. Zijn naam valt hier niet, maar na Mandela is hij je tweede gedachte

 Het terugvinden van zwarte roots in een wit verleden overheerst. Wegwijzers naar Culemborg of Orange Free State werken als gedenkstenen. 

Erik Lindners sensuele zee

 Werd geboren in Den Haag en weet van de zee. Het eerste deel van zijn nieuwe bundel 'Zog' (zuiging) is een waterstudie zoals ik er nooit een las. Pas na van jongsaf jaren waterstaren raak je zo vertrouwd met de bewegingen van branding, golfslag en tij als Lindner.

 Al lezend hoorde en voelde ik de bewegingen van het zeewater. Ik stak mijn vingers in zand en water en proefde. Erik kan zo goed de sensuele beweging en van opdringen terugtrekken beschrijven, die steeds weer voorspelbaar lijken maar het nooit zijn. De volgende golf komt altijd eerder of later. Wat in de verte komt aanrollen kan zomaar ineen zijgen. Eens ben ik bijna in zee verdronken. De trek, het zog. Er zijn meer elementen in 'Zog'. Nu eerst het zeewater:

 'Boortorens onder de zon

strandpalen die afdalen naar de branding

 

er staat een mannetje op het eind van de zee

die zijn armen als elektriciteitskabels uitstrekt

 

teruglopend water onder nieuwe golven

terugglijdend schuim dat opnieuw wordt voortgestuwd

 

stortstenen met vierkante gaten erin

hoeken in de golven

 

teruglopend water, meertjes achter zandplaten

geulen tussen geribbeld opgedroogd zand

 

algen op de steiger, netslierten als spinrag

 

een smalle ijzeren ladder geklonken in hout

mosselbanken op palen

 

een golf komt op me af

trekt zand met zich mee terug’

Tags: 

Never really here

 You were never really here, is een veelgeprezen geweldsfilm, waarvan de titel meteen een excuus is. Was de dader er echt, of? Een therapeutische aftelmethode in beeld laat de hoofdrol de gruwelen die hij meemaakte of veroorzaakte herbeleven.

 Tenminste zo begrijp ik regisseuse Lynne Ramsay. Wat niet wegneemt dat ze vanaf de eerste minuut bakken geweld over je uitstort. Goed, de hoofdrol, huurmoordenaar, is geexcuseerd, heeft een oorlogstrauma over uit Afghanistan met flashbacks, lijdt aan hyperventilatie en houdt om met Gerard Reve te spreken veel van zijn moeder, die ziek te bed ligt, maar hij ziet toch wel graag bloed.

 Helaas, al deze gegevens worden alleen even aangeduid, zodat Joe een film lang overblijft. als een moordmachine met hersenspinsels. 

 Ramsay ging dan ook uit van een pulpboekje.

 In de montage wordt dat een gedachtenstroom die lastig te volgen is, maar wel een karakterologische 'diepte' moet suggereren waarin ik helaas niet kan geloven. 

Menno's dood

 Wat de vandaag gestorven Menno Wigman en mij bond was de dood van een andere dichter, die we allebei kenden, Nico Slothouwer. Na diens dood maakte Menno een prachtig gedenkboek dat ik koester.

 Met Menno had ik vaak contact door radiowerk. De laatste keer toen we in november 2010 van zijn verdieping in de Baarsjes met open microfoon een boodschap gingen doen. Het kostte hem moeite. De schemering viel, dan kon hij zijn straatangst overwinnen. Zijn interieur in duistere art-deco had de toon gezet.

 Dichters hebben een afspraak met de eeuwigheid. Is dat het wat vrouwen aantrekt? 

 Ik schreef achteraf: 'Samen met Menno Wigman ging ik gisteravond de straat op, om een boodschap. Het extreme kwam voorbij, de kater, de koorts, de waanzin, de dood die eind 19de‑eeuwse Franse decadenten als Baudelaire, Rimbaud, Mallarmé omhelsden. Menno leefde van jongsaf met ze. Op zijn zeventiende stond hij op gespannen voet met de werkelijkheid.' En nog beperkte hij het bezoek aan de supermarkt tot het uiter­ste. Een dichter die een boodschap doet, het blijft wat anders. 'Dichter. Je bent het maar een paar uur per dag,' zegt hij. 'Je houdt het stil, als was het een besmettelijke ziekte. Ook omdat je weet dat onverbid­delijk de vraag volgt: waar leef je dan van?'

Tags: 

Zakkenrollers

 De zuster van Szymborska schreef geen gedichten, dat is bekend. Ik ben die zuster. Maar ik lees en zoek wel.

 Wat zoek ik op de gedichtentafel van de boekwinkel, waar ik elke week sta te bladeren? Bevrijding van het gangbare. Dat je verderop, in de romans, al zo verstikt. Al was het maar door een enkele strofe, een zin, een woord dat alles onderuit haalt. Lief is me het vrijgevochten associatievermogen. Van dichters die laten zien hoe dingen onverwacht iets met elkaar te maken kunnen krijgen. Dat je denkt ja! Die laten zien wat je in je meedroeg zonder het te weten. Zakkenrollers van de geest. Zo‘n meester van de associatie was Hans Arp (1886-1966), van wie ik een bundeltje uit 1963 kreeg, vertaald door Peter Nijmeijer: 'Op één been'.

             'de nachtvogels dragen brandende lantarens in

het balkwerk van hun ogen, ze mennen tengere spoken

en rijden op fijngeaderde wagens.

            de zwarte wagen is voor de berg gespannen.

            de zwarte klok is voor de berg gespannen.

            het zwarte hobbelpaard is voor de berg gespannen.

            de doden dragen zagen en stammen aan naar de pier.

            uit de kroppen van de vogels valt de oogst op de

dorsvloeren van ijzer.

            de engelen landen in manden van lucht.

            de vissen grijpen hun wandelstok en rollen in

sterren naar de uitgang.'

Horizontaal

 Bij Chinese of Japanse films kijk ik allereer­st maar de vorm van de ramen. Horizontale ramen. Gevat in houten raam­lijsten, vaak met schuifdeuren. Onze ramen hebben afmetingen als van een staande mens, zoniet de hunne. Men heeft daar met de vloer een heel andere verstandhouding. Voor je een huis betreedt doe je je schoenen uit. De vloer is smet­teloos. De plafonds zijn laag. Men zit ook niet zozeer, men hurkt of gebruikt de kleer­makerszit. Dan ziet de wereld er anders uit. Zo trof me in het China nummer van Tijdsch­rift Terras dit gedicht van Yu Xiang. 'Ramen', vertaald door Jan de Meyer.

 'de ramen waar ik aan denk zijn prachtig

omdat ze voorbijgaande taferelen omlijsten

van binnenaf bekeken is dat altijd het geval

ik weet niet hoe de mensen het buiten waarnemen

en ik wil het ook niet weten

mijn mama's raam is op de negentiende verdieping

telkens wanneer ik het zie

denk ik: naar buiten stormen

mijn eigen raam is op de begane grond

het omlijst toevallige voorbijgangers

en iemand die opzettelijk hiernaartoe komt

mijn werkruimte is in het souterrain

het raam is een opening helemaal bovenaan

in een smalle kleine rechthoek

ik moet omhoog kijken

om rioolwater te kunnen zien, en aarzeling, en verlies'

 Yu Xiang (1970) debuteerde in 2006 met de bundel Haqi (Uitade­men). Zelf vindt ze haar leven weinig interes­sant, maar precies daarin schuilt volgens haar een poëtische dimensie.

Stok

 Als je met een stok over straat gaat kom je in een nieuwe wereld terecht. De wereld van de stokmensen. Zoals eens mijn grootvader de kapitein, die op Havana een attaque had opgelopen en daarna thuis zat, met stok.

 Nu zit ik met een raadselachtige hernia en vele onderzoeken. En ga over straat en met de tram, met een stok. En o wonder, overal maakt men plaats voor me, het 'wilt u zitten' is niet van de lucht. En let op, het zijn vooral allochtoonse meisjes - ook jongens - die dat doen. In de Hollandse opvoeding is aandacht voor invaliden kennelijk verdwene­n, ze kijken op hun telefoontjes en merken niks.

 Ook in winkels is de behulpzaamheid vooral van vrouwen, groot.

 Niet gek, want het blijft lastig bewegen, zo'n stok gaat zo onderuit. Je ontwikkelt een techniek: eerst de stok, dan ik.

 Mijn eerste eigen ervaring met de stokwereld was toen ik in Den Haag een voet­balknie had opgelopen en het water uit het opgezette gewricht was gezogen met een wel erg grote spuit. Ik moest met de gekregen krukken van het zieken­huis naar huis. En in de tram was er meteen een mevrouw die haar zoontje beval 'sta jij eens even op voor die meneer, dat zie je toch wel, die man is ongelukkig'. 

Ontdekkingen in Singer

 Jaren werkte ik met uitzicht op de Amstel, om precieste zijn tegenover de plek waar Claude Monet in 1874 zijn schilderboot had verankerd en drie schilderijen maakte. Twee van de inkijk naar de Groenburgwal en een in de richting van de Munttoren, dat verloren ging, er bestaat alleen nog en zwartwit foto van.

 En nu zag ik in Singer zijn zicht op Zaandam, ook uit die boot geschilderd. Water, altijd meer water. Marquet reisde naar Venetië om het water. Van Monet is er een sliert vissersboten.

 De avond valt over de Seine bij Charles-Victor Guilloux (1900) of de Oise bij Alphonse Osbert. Veel mij onbekende namen en zelden eerder vertoond werk dat in de vele huizen van de Fenteners hing.

 Frans water spiegelt, verdubbelt, verveelvoudigt het beeld. Zo anders dan Hollands water waar meestal wind op staat.

 En dan de meisjes, de mogelijke Salpêtrière patiënte van Charles Maurin en gouaches van Kees van Dongen.

 Verzamelaar Fentener van Vlissingen werd gesouffleerd door adviseur Fred Leeman, maar die kende zijn beperkingen. Fentener hield het erop geen kunst te kopen 'die hij niet begreep', lees ik. Bij niet te moeilijke Picasso's houdt hij op, de verdere avant-garde is er niet.

 Impressionisme & Beyond heet de expositie, maar dat beyond is eindig. Fauves en kubisten ontbreken al zowat. Niet erg, hieraan is genoeg te beleven.  

Tags: 

Parijs' water

 Het televisienieuws vertoont al dagenlang de waterhoogten in de Seine. Ondergelopen afritten zijn afgezet. En ik denk aan Albert Marquet, vriend van Matisse en de grootste waterschilder onder de Parijzenaars van na 1900.

 De Fentener van Vlissingen collectie, die nu in het Singer Museum te zien is bevat opmerkelijk veel Marquet

 Het water van Marquet onderscheidt zich van dat van tijdgenoten door de duistere tinten die hij gebruikt. Zijn water is diep, in alle betekenissen. Het oppervlak heeft vaak wat groen of oker, waarop hij met een enkele kwastbeweging een licht golvende weerspiegeling van een boom of brug neerzet.

 Omdat bij mij thuis een Marquet-reproductie van een bocht in de Seine hing, boven de bank, heb ik er eindeloos naar gekeken.

 Niet dat mijn ouders iets met Marquet hadden, mijn vader vond de bocht in de Seine wel decoratief. Soms kocht hij ook wel eens een stilleven van een kunstschilder aan de deur, in de tijd dat schilders nog langs de deuren gingen. De 'goede man' kreeg een kop koffie en de bedongen prijs. En even voelde mijn vader zich een Fentener van Vlissingen.

 Maar nu, vanmiddag in Singer, kon ik het duistere water van dichtbij bekijken. En daarna de kleur van de Seine in het journaal. 

Tags: 

Verborgen Metropaleis

 In Brussel werd een onderaards paleis gevonden. Onder het Zuidstation. Geheel verlaten, maar nog piekfijn in orde. En in de oorspronkelijke Brusselse tegeltjesstijl gedecoreerd. De Standaard brengt vandaag foto's. Er werden beschaafde partijen gehouden. Tot het jaar 2000. Daarna is het dichtgemetseld en vergeten. De prijslijsten in oude Belgische francs hangen er nog.

 Dit roept een boek in me wakker, gelezen op school onder leiding van leraar Frans Henri Boulan. In de eerste klas.

 Parijse jongetjes vinden in een parkje een toegang tot een dichtmetselde zijtak van de metro, waar nog steeds een compleet ingericht presidentieel galarijtuig geparkeerd staat. Vergeten. Ze dringen door in pracht en praal van 1900.

 Een verhaal dat herinnert aan de Wagons-Lits wagen in het bos van Compiègne waarin de voor de Duitsers smadelijke wapenstilstand van 1918 werd gesloten. In 1940 nam Hitler hem mee naar Berlijn, later stak de SS hem in brand.

 Wat ik zag was een kopie, die er nog steeds staat.

 De titel van het boek over de Parijse jongetjes ben ik kwijt. Wie?

 En wat er onder het Brusselse Zuidstation nu eigenlijk gebeurde moet nog aan het licht komen.

Pagina's