'Winters schoot hij hazen achter de kool vandaan, en zo kwam tegen de kerst in Zutphen altijd een bloederig postpakket, waar een poot uit stak.
Kees was rechtlijnig. Toen het electra Tholen bereikte weigerde hij als enige. De Kettinghoeve (1649) was de laatste aan de dijk, aan een hoek in de Oosterschelde. Gebouwd toen de stad Reimerswaal er nog stond. Daar bleven hij en tante Mien zelfvoorzienend. Alles ging er op accu's, stofzuiger en al, je sliep in bij een petroleumlampje. Het plan was dat hij op z'n tachtigste het bedrijf zou overdragen aan meesterknecht Maris.
Dat mislukte Kees kwam zich elke dag bemoeien. Maris gaf het op. Pas op z'n 84-ste slipte hij met z'n brommer in de rails van de RTM. Hij heeft nog veertien dagen liggen vloeken in het ziekenhuis. En stierf als multimiljonair. Eens wees hij me over de polder en zei 'Da's allemaol van mie-e.'
Een zomerdag. Boter kwam in een emmertje, aardbeien en frambozen net zo. Als een ei ouder was dan een dag kon Kees dat proeven. Hij wilde mij en mijn vader spreken. Mijn vader had groot ontzag voor hem. De vrouwen werden naar de opkamer gedirigeerd. En daar zaten we gedrie, ik net veertien. 'Moet je 'n sigaar?'
Ik bedankte. Het kelkje jenever werd zonder vragen voor me ingeschonken.
'En wat wil je worden? Toch geen schoolmeester zoals je vader? Daar zit geen verdienste in.' Nee, dat nooit, dacht ik toen al.
'Architect,' zei ik. Het viel niet slecht.
ps. de RTM reed niet op Tholen, wel op 'Flipsland'. Onduidelijk is over welke de rails Kees nu slipte. Bietenspoor?