Schaduw

 Bij het nieuwe China-nummer van Tijdschrift Terras kwam een boekje met het verrassende Japanse verhaal 'De erker' van Bregje Hofstede.

 Ze zit in Japan en schrijft: 'Op een plek als deze begrijp ik waarom Japanners geen harde lijnen trekken tussen dood en levend. Dat ze geloven dat de geesten in de heuvels samenkomen, theedrinken. De enige grens die absoluut lijkt in dit land is tussen mens en mens. Niemand heeft ook maar mijn hand geschud.'

 Wat is hier binnen, wat is buiten? De wanden zijn 'vliezen van papier gevat in houten latjes.' De plek die het meest als 'binnen' voelt is de kamer met de erker 'een lege uitsparing in de muur, subtiel benadrukt door de vaas met lelies die hier op de grond staat'

 Junichero Tanizaki schreef in 1933 in 'Lof der schaduwen' over wat toen al aan het verdwijnen was: de kunst om schoonheid te scheppen uit schaduwen.

 Wat is dan een huis? Een instrument om licht te filteren. Terwijl Westerse huizen erop gebouwd zijn zoveel mogelijk daglicht binnen te laten wordt het hier nogeens gefilterd door papieren deuren.

 Het hart van het huis ligt voor Tanizaki daar waar de schaduwen het diepst zijn - in de erker waar nooit zonlicht komt. 'Voor ons,' zegt hij, 'overtreffen deze bleke gloed en deze zwakke schaduwen elk ornament.' Hij bezingt de zachte stem, de pauzes, het matte oppervlak. En hij beklaagt zich over het oprukken van de Westerse stijl en elektrische lampen: 'Het felle licht onttovert een gebouw, en vooral de mooiste plek daarin, de erker. (...) waar de tijd zo onberekenbaar verstrijkt dat je vreest er als een oude man vandaan te komen.' 

Vergogna

 Keeper Buffon hield z'n tranen lang binnen, maar ze stonden tenslotte in z'n ogen. 'Vergogna,' zei hij. Schande, schaamte. Italië zal in 2018 voor het eerst sinds 1958 niet meedoen aan het Wereldkampioenschap voetbal. 

 Na vele Italiaanse zomers tijdens toernooien weet ik het. Italië is bovenal een voetbalelftal in blauwe hemden, de 'Azzurri' en nog zowat eromheen. Het begon aan de grens waar de douane je doorwoof, want ze stonden rond een radiotoestel met het verslag. Later hele dorpen bij een tv-toestel dat regelmatig uitviel door stroomstoringen. En dan in het donker wach­ten. En waar je kwam moeten zeggen Olanda. 'Ah, Cruyff, Gullit.' Onder een gesigneerde foto van de eigenaar met Ruud Gullit.

 Ach, de lange zondagen rond bij het tv-toestel in het achterzaaltje met volle asbakken met Nazionali-peuken. En de stukgelezen Gazzetta's dello Sport en Tuttosport. En dan op maandag de wedstrijdverslagen met tekeningen van spelsituaties, met kadertjes uitleg. En het nabespreken van 'La partita, la partita'.

 Herlees 'Ik heb altijd gelijk' van Hermans, waarin een voetbalpartij opkomt. Berlusconi, eigenaar van een club, werd leider van de partij die 'Hup Italië' heette en premier.

 Hoe zou je in Italië oud moeten worden zonder voetbal? Je vrouw stuurt je het huis uit, hier in het zaaltje ben je thuis.

Broederenkerk

 Steden worden gemaakt door namen. Het Zutphen waar ik mijn eerste zes jaren doorbracht kende de duistere Walburgkerk, het ontoegankelijke stadspaleis 's Gravenhof, de al lang in een makelaarsk­antoor veranderde uitspanning De laatste stuiver en vooral de Broederenkerk, welks naam ik mijn moeder nog hoor uitspreken als ik in het kinderzitje achterop zat, naar de stad.

 Van het deel van de oude stad bij het station was weinig over sinds het Engelse bombardement van 14 oktober 1944, al lagen de bruggen kapot in de IJssel.

 De kapotte Broederenkerk was het eerste wat je zag voorbij de puinvlakten. 'Kijk daar heb je de Broederenkerk al.'

 Zondag was ik voor het eerst van mijn leven in deze kerk, nu bibliotheek, om een stukje voor te lezen uit de door Hans Heesen, die in de Laarstraat woont, samengestelde website, zeg gerust Encyclopaedie van schrijvend Zutphen door de eeuwen heen, van Staring tot J.C.Bloem. Ik ben er een voetnoot in, net als Wim Brands.

 Vlak voor ik met anderen in aanwezigheid van de burgemeester een stukje zou voorlezen trof het noodlot me, en lag ik in het voorportaal van de Broederenkerk, en even later in het Gelre Ziekenhuis, waar men zich ontfermde over de man uit het Westen des Lands. 

Sappelgedichten uit China

 Literair tijdschrift Terras richt de blik op schrijvend China. In de tijd van de grootste volksverhuizing in de geschiedenis van de men­sheid, schrijft Ma­ghiel van Crevel. In de afgelopen dertig jaar zijn driehonderd miljoen mensen van het platteland naar de steden getrokken om te gaan werken in de razendsnel groeie­nde mega-steden.

 Waar leven ze van? Het heet 'dagong' ofwel sappelen. Je kunt ook zeggen moderne vormen van slavernij. En zo verschijnen er 'sappelverzen', op internet. Neem dit van Yu Xiang, vertaald door Jan de Meyer, getiteld '2002, ik heb':

'ik heb een deur, en daarop staat geschreven:/ opgelet! misschien verdwaal je/ Ik heb een paar vellen papier, van het soort zonder ruitjes/ gevuld met mijn onbedeesde zinnen/ maar waar zijn de leuke momenten die ik heb gehad naartoe/ ik heb een versch­rompelde geldbeugel en een heel klein beetje talent/ als ik een gehoorzaam meisje ben/ word ik wellicht een goede dochter, een goede burger, en goede minnares/ dan verlies ik mijn vrijheid en schrijf ik geen gedichten/

 maar ik ben een vies mens, met een paar vuile voeten en een goedkope sjaal/ daardoor wordt mijn man een echte man/ en dat maakt hem gelukkig, dapper, plotseling verliefd op het leven/ ik heb een echte man/ ik heb armen om mee te omarmen/ ik heb een rechterhand, om mee vast te houden weg te gooien vreemden aan te raken/ ik heb een linkerhand, om mee te strelen en om mee te beminnen/ maar waar zijn al die pijnlijke kwesties naartoe/ die complicaties, overbodige sleutelbossen en formules/

 ik heb sigaretten die mijn longen zwart kleuren en mijn vingers geel/ ik heb zelfkennis, ik heb fanatisme en ik heb ook wonden (...)'    

Breitners stegen

 In zijn Amsterdamse jaren waren er nog veel meer stegen of 'gangen', met namen als Keizerrijk - waar Bordewijk als jon­getje met een dienstmaagd bij haar familie kwam. Nu zijn de meeste met hekken vergrendeld of verdwenen.

 Willem van Zoetendaal maakte het boekje 'Spleten in de stad' met foto's en tekeningen van George Hendrik Breitner (1857-1923). Een duistere steeg wordt zo een koker met aan het eind soms in de verte een meid die voorbijkomt of schoonmaakt. De momenten waarop Breitner wachtte.

 De grafiek ervan beschrijft Van Zoetendaal zo: 'Als je op een "staand" vel papier een smalle straat in perspectief tekent, ontstaan vier ­driehoeken: links en rechts met huizen, kleiner wordend naar de einder aan de onderkant van de straat en bovenaan het papier een ruimte in de vorm van een rafelige V. Wanneer je er nog eentje tekent en nog een wordt die V (de hemel, de lucht) door geaccentueerde goten en daken een steeds andere restruimte (...).'

 Breitner tekende honderden schetsboekjes vol op zijn stadswandelingen. Hij hield van doorkijkjes.

 Hij maakte 3000 foto's, op de afdrukken waarvan vaak de punaise-afdrukken te zien zijn. Zo ontdekte hij, zegt Van Zoetendaal, hoe spannend het is als iemand zijn hoofd uit een raam steekt. 

Tags: 

Kreek Daey Ouwens en de stilte

 'Oefeningen in het alleenlopen' heet de nieuwe bundel van Kreek Daey Ouwens. Het alleen, het lopen. Het lijken de eerste stappen van een kind dat leert luisteren. En al een heel leven met zich draagt.

Hoe zwaar kan een huis wegen, met personages erin als twee grootvaders, een grootmoeder, een moeder, een zusje, een dood broertje en dingen, o zo veel dingen. En een buiten met vliegen, vogels, wolken. Maar waar is vader gebleven? Luister, het is stil:

 'De paddestoelen waar ik zo van houd./ ze komen in de nacht.

 De stille grootvader vraagt om hete koffie en/ laat die dan koud worden.

 De grootmoeder zet foto's uit elkaar zonder er/ naar te kijken.

 Onze moeder veegt het stof van de schoorsteenmantel./ Ze veegt het houten hert, de ivoren krokodil, de/ pauwenveren in de hoge vaas. In de avond veegt ze/ opnieuw.'

Soms staan er maar twee of drie regels, zoals:

 'De schoenen van vader staan met hun/ neus naar voren. Alsof ze zo naar buiten/ lopen. Wij denken onszelf weg.'

Kreek Daey Ouwens orkestreert de stilte:

 'Soms is het huis bang voor de mensen./ Soms is het huis stil.

 Met elke stap kun je in een val lopen./ Er is geen wind in de bomen. Er vliegt/ alleen een vogel naar het dak. Vlak voor-/dat hij landt komt hij terug en/ blijft op de grond zitten of hij daar/ is neergezet.

 Overal waar je loopt ligt glas.'

En dan:

 'Wat we niet weten slaan we op in ons hart.'

Met Ondine de baan op

 't Is niet voor niks dat ik steeds weer terugkom op Ondine en de Kapellekensbaan. Net is de 39ste druk verschenen van Louis Paul Boons meesterwerk. En ik verzink er weer in. Zoals Boon zelf er tijdens het schrijven in de jaren '40 in verzonk.

 Allereerst is het zijn muziekje dat je meeneemt. En dat al begint met de ondertitel 'of de 1ste illegale roman van Boontje.' Ja, illegaal van alle kanten. Indruisend tegen de goede zeden als Ondine zich onder de heren begeeft, die de fabrieken aan de baan bezitten, maar zich vervelen en drinken als ieder­een. Maar ook als hij de machtsverhoudingen tart. En dan op de koop toe de literaire conventies op hun kop zet door de rollen van schrij­ver en lezer te verhaspelen.

 De fabrieken, de filature, de dekenfabriek, gaan hun onder­gang tegemoet, waarvan de ruïnes die ik fotografeerde getuigen, maar ook de arbeidersklasse zakt weg, in drank. Er staan nu geen cafés meer aan de Kapellekensbaan.

 Wat blijft zijn de blikken tussen de cafédochter Ondine en de fabrikant meneer achilles: 

 'Nochtans ze zat er op de knieën van meneer ludovic, maar zij kon zich niet wachten... neen zij kon het niet... van de ogen naar meneer achilles te richten: alleen maar om hem eens toe te lach­en, om eens een oogje te pinken en te weten dat hij er nog was. Zij had graag dat hij er getuige van was als de anderen haar overlikten, alsof hij een kameraad was die begrijpen kon dat zij moest gekoesterd worden door elkendeen... een broer die niet jaloers was en kon verdragen dat haar driften gekoeld werden, maar die in haar iets anders waardeerde, iets dat dieper verborgen zat en waar die anderen geen jota van begrepen een geheim, een zielsverwantschap misschien.'  

Tags: 

Een stralend licht van binnen

 Een mooi meisje van vijftig, de schilderes Isabelle, gespeeld door Juliette Binoche. Al zie je haar niet meer dan een enkele streek op een groot doek zetten. Met kunst houdt ze zich niet bezig, eerder met het aflopen van vernissages.

 Ze houdt van seks, en omgekeerd zijn er steeds weer mannen, die iets in haar zien, onder haar lijden zelfs. Ook seks met een aperte klootzak kan haar opwinden.

 Is ze dan zoekende? Nee, ze laat het eerder over zich komen in de Parijse wereld van kunst en theater. Ook zij heeft een vermogen om in mannen iets te zien, voor zo lang als het duurt. Maar al haar relaties lopen stuk. Er ontbreekt iets.

 De film eindigt met een bezoek - vol vertrouwen - aan een oplichter van een toekomstvoorspellende therapeut, gespeeld door Gerard Depardieu. Zonder twijfel haar volgende minnaar. Binnen in haar schijnt een stralend licht, predikt hij. Ze gelooft het, maar vast niet voor lang. 

 De onontkoombare clou van de film 'Un beau soleil interieur': achter dat mooie koppie zit eigen­lijk niet veel, al haalt ze zich van alles in haar hoofd en staan de tranen haar menigmaal in de ogen.

Tags: 

Breitners katten

 In het woonhuis en atelier van George Hendrik Breitner liepen altijd katten rond, of ze lagen op plekjes waar het ze beviel. Het moet hun eigenzinnigheid geweest zijn die hem aanstond.

 Na eeuwen muizenvangers en prooi van kattenjagers te zijn geweest, om hun vel en vlees, waren katten tegen 1900 favoriete huisdieren geworden, om hun aaibaarheid, bij burgers en eerder bohemiens. Tessel Dekker beschrijft in 'Katten' hun emancipatie aan de hand van de schetsen en foto's die Breitner van ze maakte. En passant, als bijkomstigheid, bladvulling in schetsboeken, toevalligheid op foto's zoals die van z'n model Geesje Kwak in kimono, waar zijn cyperse kat voor de sofa ligt te slapen (1893). Op de schilderijen is ie weggelaten.

 De schrijvende Tachtigers. Kloos, Van Deyssel, Van Eeden, Verwey en Hélène Swarth hadden katten. Baudelaire had in zijn Fleurs du mal (1857) de kat al opgevoerd als de poezelige maar onberekenbare vrouw. In de vertaling van Peter Verstegen:

 'Kom aan mijn minziek hart, mijn mooie kat,/ Hou thuis die klauwen aan je poten,/ 'k Verzink in jouw mooi oog als in een bad,/ oog van agaat, metaal-doorschoten. (...)

 Katten zijn ook goeie schildersmodellen. Ze blijven lang in een houding liggen en hebben vele, expressieve houdingen.

 ps. Het woord 'poes' komt in het boekje niet ene ker voor.

Tags: 

De vrouwen van Delvaux

 Het onderwerp van Paul Delvaux (1897-1994) is vrouwen, meervoud. Hij laat ze zien met de blik van een dromerig klein jongetje.  Bij elkaar op visite, maar ook in bordelen of als priesteressen.

 Dat ze zo op elkaar lijken komt omdat Delvaux jarenlang met hetzelfde model werkte, Danielle Canneel, die het lijf had dat paste in zijn doodstille wereld. Weinig mannen, en altijd gekleed. Waarom? ‘Dat is eenvoudig,’ zei de schilder, ‘dat ben ik zelf, op de een of andere manier.’

 Wat bezielt deze vrouwen? Zijn vriend Paul Eluard schreef: 'Hun lot is dat zij niets kennen behalve zichzelf.' 

 Waarmee de vrouwengeschiedenis van Delvaux is aangeroerd. Hij mocht zijn jeugdliefde Tam niet trouwen van zijn heerszuch­tige moeder en schikte zich in een opgelegd huwelijk, tot hij Tam pas na jaren terugzag. 

 Onbereikbaarheid is wat Delvaux' vrouwen kenmerkt. Droombeelden zijn ze, van een doorschijnend naakt, soms deels in kant. De decors waarin ze zich bewegen komen voort uit jeugdfantasieën. Spelen zich af in deftige Belgische burgerhuizen van rond 1900, of overblijfselen uit de oudheid, maar vaak toch ook spoorstations. Welke elementen, als in een droom, zich kunnen vermengen tot surrealistische decors.

 De vrouwen waren rond in deze decors. Naar het lijkt worden ze aangetrokken door iets. Iets dat ons en de schilder verborgen blijft. En de vrouwen zelf misschien ook.

 

 

Tags: 

Pagina's