Uit het raam vliegen

Kreeg weer de kans de kijkdozen, de open doekjes - hoe noem je ze? - van Marit Dik van nabij te zien. Ze doen denken aan wat ik weet van de 'tableaux vivants' uit de 18de en 19de eeuw, de voorgangers van de bloemencorso's en jawel, de 'living statues' van nu.

 In de oude tijden werden zo bijbelpassages - Franciscus van Assisi deed het al - of his­torische gebeurtenissen uitgebeeld.

 Alleen bij Marit Dik leven de figuren niet, ze heeft ze bij elkaar geknipt en in decors gezet. Wat je ziet zijn bevroren scenes uit vreemde toneelstukken. Maar dan vele malen verkleind. Met zorgvuldig uitgewerkte mini-decors.

 Als kijker steek je je reuzenhoofd met camera in zo'n scene. En merkt dat die er van alle kanten, van boven van onder, van opzij, steeds weer anders uitziet. De voorstellingen beginnen te leven. Je gaat je er dialogen bij voorstellen, hoewel ze allemaal 'ohne Worte' zijn. Alleen een enkele titel verklapt wat, zoals 'Make my day (the kitchen)' of 'Uit het raam vliegen'. Er ontstaat een multidimensionale film.

Tags: 

Rolina Nell in Charlois

 Het oude dorp Charlois ligt verscholen, ingebouwd in Rotter­dam-Zuid. Daar vond ik op de laatste dag van haar expositie - samen met Marit Dik - Rolina Nell, die van knoopjes weet. En van plooien.

 Sommige van haar getekende hemdjes en jurken kocht ze in­ Leip­zig, waar ze een tijdje werkte en dat is te zien. Aan de DDR-knoopjes van kunststof denk ik. En aan lang vergeten fantasie dessins, misschien in synthetische stoffen. Details zijn het, verrassend afgesneden en met potlood getekend. Geen gezichten hier. Kleren, lijf. Alles op het doorschijnende af.  De vrouw zelf is er ook. Ze treedt op in schilderijen in ei tempera. Een meisje met verward haar, gespreide armen en een geheven been. Wat doet ze? Danst ze? Slaapwandelt ze? De witte s­choenen en het motief op de jurk zetten haar buiten de wereld.  

 Ook heel mooi is ze - is zij het weer? - als ze zich met druip­ende haren buigt over een plastic emmer waarin ze zo te zien die haren net gewassen heeft.

 Het was de laatste dag in Charlois. Op de site van Rolina Nell staat meer.

Stilte in Marseille

 In zijn beschrijving van de oude haven van Marseille, te vinden in de bundel stukjes 'Denkbeelden', zegt Walter Benjamin iets over geluid en stilte.

 Wandelend door een uithoek van het havenkwartier vergelijkt hij de geluiden met vlinders boven bloembedden. Hij krijgt zin ze met een vlindernetje na te zitten 'tot ze heen en weer dartelend wegfladderen de stilte in.'

 En dan komt dit: 'Want nog hebben in deze verlaten uithoeken alle klanken en dingen hun eigen zwijgen, zoals er rond twaalf uur 's middags op heuvels een zwijgen van de hanen, een zwijgen van de hakbijl, een zwijgen van de krekels bestaat. Maar de jacht is gevaarlijk en op het laatst zijgt de achtervolger ineen, wanneer van achteren als een reusachtige horzel een slijpsteen hem met zijn sissende angel doorboort.'

 Stilte, tastbaar, voelbaar. Aanweziger dan geluid.

 Wat doet denken aan Franz Kafka, die naast schrijven, wat zijn bestemming was, ook het 'nietschrijven' onderscheidde. Een geladen dreiging die heel zijn bestaan ondermijnde.

Moderne kunst

 Wat is en blijft er zo grappig aan moderne kunst? In cartoons komt het onderwerp altijd weer terug. Het begon in Amerika bij Steinberg en anderen, en werd een standaard onderwerp. Marcel van Eeden weet er weg mee en laatstelijk vooral Gummbah.

 Die van geen ophouden weet. In zijn meta-cartoons. vol gezwijmel van kunstenaars en adepten. 

 Ooit was het 'dat kan m'n zoontje ook', wat veranderde in 'je mag er in zien wat je wilt'. Rorschach-vlekken doemden op. Wat je erin zag zei iets over jou. Daarna kwam de openlijke agressie, die zich bij VVD en PVV-politici uitte in het schrappen van subsidies.

 Een verhaal apart is Hergé. Ik was bij hem in Brussel op de Avenue Louise 162 en daar, in zijn werkkamer aan de achterkant hingen de moderne schil­derijen en beeldhouwwerken die hij verzamelde. Ooit wilde hij zelf kunstenaar worden. Toen het strips werden veranderde de schilder Georges Remi zijn naam in Hergé (Remi, Georges).

 In zijn laatste, unvollendete 'Kuifje en de alfa-kunst' (1987) is een kunsthandelaar van plan Kuifje te doden,  in polyester te gieten en als kunstwerk te verkopen. Strip en kunst ineen, heel letterlijk. De schetsen en wat dialoogregels werden later uitgegeven. De trekst bij het plaatje, waarop Jansen en Jansens binnenkomen terwijl Haddock de letter H (van Hergé, lijkt me) in handen heeft: 

JANSEN: Nee maar! Waar komt dat vandaan? Waar dient het voor?

HADDOCK: Het is een H. Het dient nergens voor!!! Het is Alfa-kunst, dat is het! En het dient nergens voor!

JANS(S)ENS: Aha! Ah ja! Ah! Ha, ha, ha, Ja, ja.

Ouderliefde

 Wat ouderliefde of het ontbreken ervan met een kind doet blijkt pas als het mis gaat. Aleksej van twaalf geeft het op en keert niet terug van school naar huis.

 Gaandeweg begrijp je in de film Loveless van Andrey Zvyagintsev - van wie ik eerder het mooie The Return zag en Leviathan - hoe het gemankeerde huwelijk van de ouders ontstond. Moeder ontsnapte aan een liefdeloze moeder, vader is een ijskonijn. Hun huwelijk bleek een misverstand het jongetje ook. Wat een kind is en hoe ermee om te gaan, ze zullen het nooit leren.

 Het massale zoeken - in Rusland net als hier - komt op gang. Meestal keren kinderen na hooguit een weekje wel terug zegt de politieman. Maar dan komt de vrijwilligersbrigade toch in het geweer.

 De zoekers vinden een vriendje en vragen naar hun geheime 'honk' - wat in mijn jeugd hun hut heette. Als je wilt weten waar een jongen zich verstopt is dat meestal niet moeilijk. Al had niemand de mijne ooit gevonden. Misschien geldt dat ook voor de geheime plek van Aleksej. Met zulke ouders moet je wel zo'n plek hebben. Lastig te vinden in zo'n luxe Moskouse buitenwijk. 

 Toen mijn moeder gestorven was wist ik dat zij degeen was die me altijd weer had gezegd 'dat het wel goed zou komen', wat 'het' ook was. En hoewel mijn vader de tegenovergestelde boodschap uitzond bleek de hare sterker. Aleksej had pech, die vond dat vertrouwen bij geen van beide ouders. 

Bij de dood van Jean Rochefort

 De echtgenoot van de kapster is gestorven: Jean Rochefort (1930-2017). In zijn mooiste film 'Le mari de la coiffeuse' (1990) van Patrice Leconte is hij het jongetje dat in de kapperszaak wegdroomt, steeds terugkeert en zich veel te vaak laat knippen.

 Door de winkelruit blijft hij naar haar staren tot de zaak sluit. Het jongetje dat haar echtgenoot wordt. Waarbij ik niet kan laten te denken aan Emmanuel Macron die zijn lerares trouwde.

 Jean Rochefort, een gezicht dat nauwelijks hoeft te bewegen om heel veel uit te drukken. Het naar niemand kijken maar ook niet. Het en passant langs zijn snor strijken.

 Minstens zo mooi vind ik 'Ridicule' (1997), waarin hij een jongeling uit de provincie aan het hof van Lodewijk XIV leert hoe je tot de vorst doordringt. Het antichambreren tot de dood er letterlijk op volgt. Het doet aan Kafka's 'Het slot' denken. Wie zal toegelaten worden tot de koning? Dat bepaalt z'n bedrevenheid in spitsvondige conversatie. Waarbij voor elke edelman 'le ridicule' - belachelijkheid - op de loer lag. Hovelingen leefden in voortdurende angst of ze wel genoeg esprit toonden.

 Een jongeman uit de provincie heeft een plan voor het droogleggen van de moerassen bij Lyon. Zijn enige kans is zich met esprit op te werken ‑ geholpen door een oude rot aan het hof, gespeeld door Jean Rochefort. Die hem leert wachten. In zaaltjes waar sommige gunstdingers al jaren zitten. En in slaap vallen. Tot de ambte­naar van dienst iemand oproept.

 Men maakt zich aan het hof ernstig zorgen over iets nieuws in Engeland. Iets wat op esprit lijkt, maar het toch niet is: 'humor'. Onbegrijpelijk.

Johan Maelwael

 'Maelwael' zou een naam kunnen zijn van iemand die goed schildert: 'Maal wel'. De Nijmegenaar Johan Maelwael bereidde aan het Bourgondische hof in Dijon de komst voor van zijn neven, de gebroeders Van Limburg, bekend van het adembenemende getijdenboek van de Duc de Berry.

 Bij deze familie, niet bij Jan van Eyk begint de schil­derkunst van de Lage Landen. Nu te zien in het Rijks. Waar je ook kunt leren dat het woord 'schilder' denkelijk komt van het maken van wapenschilden van adellijke families, waar hij goed in was.

 Nijmegen dus, waar ook de voorzaten van Jeroen Bosch vandaan kwamen. Het verhaal staat in 'Grondleggers van de Nederlandse schilderku­nst' van Verhoeven en Stufkens, met net de goeie reproducties.

 Johan maakte ook het eerste olieverfschilderij op doek. Hij is een voorloper van de Hollandse school waarin details spreken. Zoals de oogopslag van de paarden, de altoos meelevende dragers van jonkvrouwen en krijgers - aangekleed, gekamd en geborsteld - en vooral de gezichtsuitdrukkingen van mannen en vrouwen, die voor het eerst sinds de Middeleeuwen tot leven komen. 

 Er hangen twee zekere Maelwael schilderijen - hij signeerde niet, zomin als zijn neven - waarop je dit van nabij kunt volgen. De 'Grote ronde piëta', met meisjes die hun handen voor het gezicht slaan als om de dode niet te hoeven zien, en vooral een grijsharige, bebaarde God de vader met berustende, neergeslagen ogen die zijn zoon van achter onder de oksels vasthoudt. En dan de zogeheten 'Vlindermadonna', een moeder met kind wier hoofd omfladderd wordt door vlinders. Terwijl het kind van een engel een kers krijgt, waarnaar het zijn vingers uitstrekt. Uitleg hoeft dan niet.

Tags: 

Matthijs Maris

 Op de grens van zien en niet zien, daar vind je Matthijs Maris (1839-1917). Hij kwam daar pas aan op het laatst van zijn leven, maar de aanloopjes zijn talrijk. Nu te zien in het Rijksmus­eum.

 Er niet zijn zonder werkelijk te verdwijnen. Het is de wens van menigeen die de wereld slecht verdraagt. Matthijs bereikt het toenemend in verf. De streek van de kwast is hem al te uitgesproken. Uit ooghoeken zien, door oogharen, dat is net te verdragen.

 Dan opent zich een andere wereld, die van de dromerij.

 Een ternauwernood zichtbaar meisje dat hij schildert heet 'De droomster'. Ze is er, maar ook niet. Je moet lang kijken voor ze uit de nevel opdoemt.

 Liefst wilde hij alle sporen van het maakproces uitwissen. Zijn technieken om het grensgebied van de zichtbaarheid te bereiken zijn onderzocht en worden in het Rijks uitgelegd: hij bracht verflagen aan, poetste die deels weer weg, begon met donkere­ tinten, de lichtere kwamen bovenop, waardoor een goudgeel zweem ontstond dat het dromerige karak­ter versterk­te. Jongeren als Toorop en Jan Veth bezochten hem in zijn Londense atelier. Ook Van Gogh was een bewonderaar.

 Hoewel hij uit een Haagse school-familie kwam heeft hij nooit een koe ges­childerd.

Tags: 

Dier

 Dieren gaan we steeds meer zien als mens, sinds L­orentz, Jane Goodall en Frans de Waal kennen we diercultuur. Rudy Kousbroek had een karper die Augustus heette en het prettig vond geaaid te worden. Bucephalus, het paard van Alexander de Grote kreeg een grafmonument.

 Eva Meijer die de roman Het vogelhuis schreef over een vrouw die van vogels houdt, maakte nu de bundel stukjes 'De soldaat was een dolfijn, over politieke dieren'.

 Diercultuur bestaat. Orang-oetans werken samen om uit dierentuinen te ontsnappen, politiehonden hebben in Engeland recht op pensioen. Groepen ganzen vechten grensconflicten uit met mensen.

 Dieren hebben aantoonbaar gevoelens en gedachten, maar volgens de wet is een dier nog steeds een rechteloos ding. Ik dacht ook aan de katholieke dieren van Gerard Reve. Er zijn mensen die zoiets begrijpen, de meeste niet.

 Er is geen harde grens meer die mensen scheidt van andere dieren.

 De Brusselse Schilder Thierry Poncelet (1946) is een van de makers van de hondportretten die mensportretten ridiculiseren. Je lacht om mensen, niet om honden.

 En Donald Trump is beter te begrijpen als hond, maar dan een pitbull die nog getemd moet worden. Hij blaft almaar, heeft geen baas, dus niemand zegt koest. De honden in de buurt blaffen terug, het houdt ons uit de slaap.

ik hier, jij daar

 Andermans pijn kun je niet voelen. Was dat zo dan zouden de kijkers in paniek wegrennen van hun schermen.

 Ghayath Almadoun, dichter, geboren in een vluchtelingenkamp in Damascus en Anne Vegter zetten in hun bundel 'ik hier, jij daar' hun twee werelden tegenover elkaar. Onverenigbaar door het lot samengebracht. 

 Almadoun begint met superieur ironisch zijn excuses aan te bieden voor de narigheid die hij en de zijnen op onze schermen brengen: 'Wij zijn excuses verschuldigd aan iedereen die zijn avondmaal niet meer door zijn keel kon krijgen nadat hij onverwacht was geconfronteerd met onze verse beelden op de televisie. We zijn excuses verschuldigd voor het leed dat we hebben toegebracht aan iedereen die ons in deze toestand heeft gezien: zonder opsmuk en zonder dat er een poging was gedaan om onze resten bijeen te vegen en weer aan elkaar te naaien voordat we op hun schermen verschenen.'

 Excuses voor het ongemak, kortom.

In de serie 'ondertussen in nederland' laat Anne Vegter het plompverloren hier gebeuren: (...) 'in utrecht brak een grote brand uit/ in het hart van de stad is een gat met een doorsn­ee van duizend meter geslagen/ de wind steekt woedend op van de aarde recht naar boven/ 'gevels breken'/ de daken reiken scheef over de straten/ 'absoluut geen woorden voor' (…)

Tags: 

Pagina's