Geestenstad

 City of ghosts is een film gemaakt door niet-beroepsjournalisten uit het inmiddels van de IS 'bevrijde' Raqqa. De groep 'Raqqa is Being Slaughtered Silently (RBSS)'.

 Toen de stad in 2014 werd overgenomen door IS en de berichtgeving stopte zorgden zij dat films en foto's van openbare executies en terreur via de sociale media naar buiten kwamen. De Amerikaa­n Matthew Heineman laat de groep en hun werk zien. Ze leven nu in Duitsland en Turkije in ballingschap.

 De film illustreert de pijnlijke naïviteit van de Arabische lente. De roep om vrijheid, de val van een dictator of niet, zonder een idee van hoe dan verder. En dan burgeroorlogen.

 Wat dan? De jongens uit Raqqa geven het verstandige antwoord: informatie. Je ziet niet alleen de verovering van de stad, de rekrutering van kindsoldaten, de executies, maar ook wat het met de filmers doet als ze hun stad naar de verdommenis zien gaan. En - moedig - ze laten hun gezichten zien. 

 En je snapt hoe hun organisatie werkt, met een ploeg in Raqqa en een andere in Duitsland die de berichten op internet zetten. Hulde aan de Duitsers die ze hielpen aan schuiladressen.

 En nu? Na de 'bevrijding' ligt de stad volkomen plat. Wie zal hem herbouwen? Assad niet, de Amerikanen evenmin. 'Syrië blijft kapot,' zoals Carolien Roelants gisteren in NRC schreef. 

Floris Tilanus en het voldongene

 In een Duitse stad die aan Berlijn doet denken stappen we in het leven van een professor. Er is iets met professoren in verhalen. Noem het een wereldvreemdheid, die je kent van bijvoorbeeld profes­sor Unrath uit de Marlene Dietrich-film De Blauwe Engel.

 Zo ook In 'Zoals het is. Het leven van professor Joachim Schwarz,' getekend en geschreven door Floris Tilanus. 

 Zoals het is. Het voldongen feit in drie woorden.

 De zeer gedetailleerde pentekeningen van Tilanus hebben ook dat voldongene. Geen ontkomen aan. De getekende momenten en de weinige tekstregels volstaan om een leven te laten zien dat voorgoed tot stilstand is gekomen.

 In duistere straten doemen schrijversnamen, personages en boektitels op als Döblin en Fontane, Biberkopf en Effi Briest. Wat is voldongener dan een boek?

 De professor droomt zich een bestaan. Dat blijkt pas ten volle in de laatste tekening, die ik niet mag onthullen.

Naar Parijs

 'Ken je die van die twee jongens die naar Parijs gingen?' Antwoord: 'Ze gingen niet.' Waar zou je in een dromerij anders naar toe gaan dan naar Parijs? Zo was het.

 De tentoonstelling in het Van Gogh-museum laat de pioniers zien, Vincent zelf ging met de trein, in 1873 voor het eerst. Als Van Gogh kwam eten wist men dat hij in het vuur van zijn woordenvloed vaak een krijtje uit z'n zak greep en het dure behang voltekende, daarom werd er bij voorbaat papier op­gespeld. Hij hield het niet lang uit in Parijs.

 Maar eerder al kwamen Ary Scheffer en Jongkind en later Van Dongen en Mondriaan. Ook zag ik voor het eerst Kaemmerer, vriend van Jacob Maris, schilder van elegantie.

 Dit verhaal zwijgt over de gelukszoekers die ontmoedigd terugkeerden, na koude huurkamers en syfilis. En over pelgrims als ik. Nog vaak repeteer ik in halfslaap de routes naar Parijs met 2CV's en R4's in de pre-Autoroute tijd, dwars door steden met talloze stoplichten.

 Naar Brussel via Boom? En dan Mons, Bavay, St. Quentin, Ham, Compiègne? Of via Gent naar Lille, en dan Arras, Bapaume, Péronne? Of Maubeuge, Vervins, Laon, Soissons? Ik zie de bruggen over spoorwegemplacementen en de driebaanswegen waarvan de middelste baan bestemd was voor inhalers uit beide richtingen. En lees de ongelukken in de regionale krant met wellust­ige omschrijvingen. Wrakken in de berm. Trois morts, complétement carbonisé. Ou sont les accidents d'antan.

Nederlandse schilders in Parijs (1789-1914)

 De tentoonstelling in het Van Gogh. Het kwam van twee kanten, dat leert me het stuk van Mariette Haveman in Kunstschrift. Nederlandse schilders gingen naar Parijs om de nieuwste ontwikkelingen op te pikken, maar andersom brachten ze iets eigens mee dat indruk maakte.

 Vergelijkbaar met de wisselwerking tussen Italië en de schilders uit de Lage Landen in de vroege renaissance. Het onopgesmukte, directe in de figuren en voorstellingen.

 Jongkind was er vlug bij, al vanaf 1846, en werd door impressionisten als Sisley bewonderd. En toen hij door geldgebrek terug moest naar Rotterdam deden zijn Parijse kunstbroeders in 1860 een fundraising waarbij ze hun werk verkochten om hem terug te halen. Een kameraad werd mee naar Rotterdam gestuurd. Ook om op te passen dat het geld niet opging aan drank.

 Dat Breitner er ook zat is een verrassing. Vooral als je ziet hoe hij in navolging van Degas baadsters en danseressen neerzet, maar dan ver van etherisch. Keukenmeiden als ballerina. Een onvergetelijk model dat huiselijk haar kleren bijeenraapt. En een - helaas niet opgehangen rij dames die hun hoeden vasthouden in de wind aan boord van een schip. Ver van elegant.

 

Een libelle in de Peel

 Ernst Jansz ken ik sinds 1967. Op Koninginnedag zag ik een bandje en nodigde ze uit voor een radio-opname. Ernst was de Indische jongen die wasbord speelde, met de vingerhoedjes van zijn moeder

 Ze heetten CCC Inc. en verhuisden al vlug naar een boerderij in Neerkant in de Peel. Wat ik me herinner is boterhammen met pindakaas zonder eind en de lichtb­lauwe bus die bleef stilsta­an op de afsluitdijk.

 Zo begon het, als veel verhalen uit die tijd, die allemaal weer vlug zijn opgehouden. Zoniet dat van CCC. Ze treden nog steeds op. En zijn bevriend. Een bandlid stierf, de bioloog en mierenkenner Jan Kloos.

 Ernst vertelde me eens hoe hij als kind ontdekte wat zijn naam betekende, en dat als een opdracht zag. Hij moest een ernstige jongen zijn. Zo begon hij in Neerkant al vlug te schrijven en heeft alles geboekst­aafd. Hij woont ook als enige nog in de boerderij. Als je ze ziet optreden lijkt het de normaalste zaak van de wereld: niet ophouden, gewoon doorspelen.

 Voor wie wil weten hoe dat kan is er nu het boek 'De Neerkant' van Ernst, waarin ik een voetnoot ben. Zijn verhaal, wat hij schreef, de vrienden, de meisjes, de muziek.

 Een zin: 'Sommige dingen kun je niet verzinnen. Die lijken te onwaarschijnlijk om waar te zijn. Of te mooi. Uit het niets komen zij aanvliegen als een libelle die in een drukke winkelstraat ineens op je schouder gaat zitten.' 

Terug naar Van Oudshoorn

 Meesterdrukker Jaap Schipper stuurde me het tweede deel van de dagboeken van J.van Oudshoorn (1934-1943). Weer een sterk staaltje, waarin zelfs een facsimile van een brief van Boutens met bijschrift van Van Deyssel en meer.

 Met drukwerk verzinken in de tijd. In dit deel weer de mengeling van dromen, overwegingen, herinneringen en dingen van de dag. Alles met de intensiteit die zijn boeken laat voortleven. Zo dat het pijnlijk wordt: 'De pijn, die er ligt in de sensatie van het weder intens beleven van "grauw" verleden (open ramen huiskamer Leiden Zaterdags avon­ds), de smart van het mysterie "voorbij" (...).

 In zijn inleiding citeert Jan Paul Hinrichs: 'Een mensch bevindt zich in den overgang, in een betrekkelijk nergens. Niet meer hier, nog niet daar enz. In wording enz.'

 Maar ook een droom als deze, op 20 september 1942: 'Met Van Deyssel domino gespeeld. Hij speelt valsch en rookt bovendien mijne cigaretten weg - (realiteit: Vrijdagmiddag 18 na distributie bij Gouden Hoofd Boutens ontmoet (...)'

 Veel denken over zelfmoord in deze jaren: 'Hij wilde van kerkhof veranderen, omdat langs de strook, waar hij kwam te liggen, teveel treinen voorbij begonnen te komen. Dit zou hem op den duur te onrustig worden. Maar is een dergelijk als posthume bedoelde voorzorg belachelijker, dan de beschikking een zoo en zoo gebeeldhouwde grafsteen te willen hebben. (...)' 

Liefde en aardappelen

 Van de vijf zusters van haar moeder leeft tante Liza nog als de camera van Aliona van der Horst het verhaal binnenkomt. Ze heeft een zesde deel van het familiehuis geërfd. Maar er zijn verbouwplannen. Tante Ljoeb­a, die net gestorven is, was communiste, en werd gelovig.

 Waar komt Aliona voor? Over het verleden praten? Waarom? Alles was toch heel gewoon. Je moest de oogst binnenhalen, niet voor jezelf maar voor de soldaten die het land verdedigden. En dan viel er wel eens iemand uitgeput, dood neer. Kinderen stierven en die begroef je. Stalin en Lenin waren er, en dat was dat.

 Niemand huilde. Tante Liza zegt: 'Een mug die ik nog niet eens zie vliegen daar maakt jij een olifant van.'

 Er is eigenlijk niets te vertellen. 'Liefde is aardappelen', daar komt het op neer. Een perfect tegengif tegen onze emotie-industrie waarin iedereen om strijd zijn slachtoffer­verhaal opdist.

 Het schitterend gefilmde oude houten huis, met alles dat zich in de loop van levens heeft opgehoopt vertelt het verhaal. Aan het eind wordt het grotendeels gesloopt. Ook de appelboom uit de verhalen is verdwenen. En mensen moeten sterven, er zijn niet genoeg planeten voor ze, zegt tante.

 Haar begrafenis is het hoogtepunt. Zo doe je dat. En, zo maak je zo’n film.

Waakvlam

 Op 11 oktober, na het zien van de film 'Loveless' van Zvyagintsev schreef ik over ouderliefde en het ontbreken ervan.

 Jan van der Haar, vertaler van grote Italianen als Bassani, Malaparte, Pasolini, vroeg zich af of ik zijn dichtbundel 'Ouderliefde' (uitg. BK18sous, 2014) kende? Nee, geen wonder, Ouderliefde verscheen 'in alle stilte, zonder recensie-exemplaren'. De taal van een rouwbericht. Jan stuurde de bundel. Zijn ouders en de strenge wereld waarin hij opgroeide, St. Maartensdijk op Tholen, zijn het onderwerp. Als je hem leest begrijp je zijn 'in alle stilte'. Dit is 'Onverzekerd', over de dood van zijn moeder:

 Met blauwe nagels, lippen,/ zwaailichten reed zij weg.

 Bij het opendraaien van het/ blik doperwtjes en worteltjes

 snikte hij vreemd onvaderlijk./ Ik nam de pan van hem over.

 Brancard en ziekenhuis waren/ zo lang mogelijk uitgesteld.

 De waakvlam op het fornuis/ wist feilloos van de situatie:

 onverzekerd zijn van zuurstof,/ warmte, ademloze ouderliefde. 

Diana Mitford

 Diana (1910-2003), de mooiste van de zes zusjes Mitford, trouwde In oktober 1936 in het geheim met Oswald Mosley, leider van de Britse Unie van Fascisten. Het gebeurde bij Joseph Goebbels thuis in Berlijn. Hitler was erbij­.

 Zij en zus Unity - 'een perfect voorbeeld van Arische vrouwelijkheid' - stonden op goede voet met Hitler, Himmler, Goering en andere nazi-kopst­ukken. Laura Thompson schreef er het boek 'Take six girls' over, zie eerder. Diana komt ook veelvuldig voor in de autobiografische romans van zus Nancy.

 Bij Thompson vond ik ook haar grootse plan om een radioze­n­der te installeren die Engeland kon bestrij­ken met nazi-propaganda. Hitler zag er wel wat in.

 In 1938 kreeg Diana te horen dat er plannen waren voor een zender op een eiland in Noordzee. Wellicht een van de bezette Channel Islands. Maar bij het uitbreken van de oorlog werd het project opgegeven.

 In 1940 werden Diana en Mosley gearresteerd en de British Union of Fascists ontbonden. Maar Churchill was goed op ze. Op het gevangenisterrein kregen ze een eigen huisje met groentetuintje. Ze mochten zelfs medegevangenen als personeel aannemen. In 1943 werden ze vrijgelaten. En na de oorlog bleven ze politiek actief met de nadruk op protest tegen immigratie van niet-blanken in het Verenigd Koninkrijk, lang voor Brexit.

Tags: 

Winter in 1410

 Steeds bekijk ik de prenten van de gebroeders Van Limburg, zoals afgebeeld en toegelicht in het boek van Verhoeven en Stufkens. De toelichtingen zijn bewonderenswaardig praktisch, zoals ook de tekeningen zelf dat zijn.

 Bij de Februari-prent uit het getijdenboek 'Tres riches heures' (vanaf 1410) van de Duc de Berry - de waarschijnlijk eerste winterprent in West-Europa - zie je omheiningen van gevlochten wilgentenen zoals ze nog steeds bestaan en een rijtje bijenkorven, van gevlochten stro. Iedereen hield bijen, er was geen andere zoetstof en van de was maakte men kaarsen - voornaamste lichtbron - die gewijd werden bij Maria-Lichtmis op 2 februari. Er wordt brandhout gehakt.

 In de boerderij zitten een meid en een knecht zich te warmen bij het vuur, met ontbloot onderlijf, want ondergoed bestond nog niet. De boerin zit naast ze.

 Toen het Amerikaanse blad Life begin jaren '50 voor het eerst in kleur verscheen stond de Van Limburg-kalender er integraal in. Maar de redactie had de geslachtsdelen van meid en knecht laten wegretoucheren.

 Wat de vrouw rechts, met de witte omslagdoek en de rode rok doet of zojuist nog deed wordt helaas niet uitgelegd. Dit schitterende boek werd uitgebracht door Vantilt, tgv.de Maelwael-tentoonstelling in het Rijks.

Tags: 

Pagina's