Kussen

 Tot zijn essentie teruggebracht is wonen een kussen. Een hoofdkussen. Home is where my cushion is. Het kussen moet uitgevonden zijn door een vrouw. Een Engelse, Engelse interieurs zijn niet te overtreffen, met hun stoelcomfort en gebloemde overtrekjes en behang. Hyacinth Bucket kan elk moment binnenkomen.

 Frank Halmans is bij mijn weten de enige kunstenaar die huizen en wonen tot onderwerp heeft genomen. Hij maakte zelfs maquettes van alle kamers in het ouderlijk huis waarin hij ooit sliep

 Wonen is het schikken van je dingen om je heen, onder handbereik. Zo ontstaat het bijzettafeltje, de pedestal, de krantenbak. Alles op de grens van nut en verfraaiing.

 Eind 19de eeuw barstten de interieurs ervan uit hun voegen. Engelse vrouwen dus. Waar ze zich ook vestigen, ze verspreiden nesten van kussens om zich heen. Zeg nu zelf, een elleboog wil ergens op rusten. Een hoofd zich neerleggen. In het latijn betekent coxa of coxinum 'heup'.

 De Stijl ging aan de Engelsen voorbij. Geef ze ongelijk. De Riet­veldstoel is het werk van een krankzinnige.

 Frank Halmans heeft eerder een vensterbank en een erker bewoonbaar gemaakt, rijen oude boeken, een vogelkooi. En nu ligt zijn kussen op de bovenste plank van een boekenkast als een flatgebouw, met brievenbussen.

Tags: 

American Honey

 Eerst dacht ik dat de titel ironisch bedoeld was, maar nee. Als een 'coming of age' verhaal werd het aangeprezen. Kreeg vele sterren en werd ook  internationaal gezien als rebels.

 Waartegen? Geen idee. Een groep van een twintig jongelui in een busje, rondreizend door de VS. Wat doen ze? Geloof het of niet, tijdschrift abonnementen aan de man brengen. Een soort reizend zomerkamp zie je, 's avonds rond het kampvuur. Onder leiding van een manager, annex jeugdleidster.

 Is dit het Amerikaanse vieren van jeugdigheid anno nu? Een beetje verliefd, een beetje seks. En gezellig rondtoeren.

 Een eindeloos uitstel. De totale tijdelijkheid.

 Ze zijn blank, behalve het meisje Star, maar dat heeft geen gevolgen. De karakters van hoofdrollen Jake en Star overtuigen geen moment. Alleen het cynisme van zakenvrouw en leidster Kristal spreekt.

 De leeghoofdigste film die ik in tijden zag. Over mensen zonder richting of doel. Coming of age? Een nogal comateuze variant dan.

Vergeten straat

 Aan dat boek van Louis Paul Boon dacht ik meteen toen ik vergeefs mijn straat probeerde binnen te komen. Aan de ene kant blokkeerde het werk aan de Noord-Zuidlijn de toegang, aan de andere kant was een meters diep gat ontstaan. 

 Voetgangers kunnen er zich voorbij wringen over rubber matten op het zand. Fietsen en auto’s niet.

 In Brussel zijn ze van 1901 tot 1952 bezig geweest het Noord- met het Zuidstation ondergronds te verbinden, half de stad werd een bouw­put, wijken een halve eeuw lang gesloopt of ontwricht. Twee schitterende stations verdwenen.

 Boon schreef er in 1944 een roman over die in 1999 verfilmd is door Luc Pien. Prachtig gegeven.

 De straat liep al dood, maar wordt nu ook aan de andere kant afgesloten door een nieuwe spoordijk. De post kan er niet meer bij, adressen vervallen gaandeweg, administratief bestaat de straat niet meer. De pastoor komt ook niet meer. Er ontstaat een anarchistische vrijstaat. Met alleen nog sluipweggetjes naar de stad.

 Een ideale oplossing. Totdat...

Tags: 

Gent-Wevelgem

 Een middag fietsen door de zonnige Flanders Fields. Heuvels en grafstenen. Naar Ieper, de Kemmelberg. Greg van Avermaet won. Tom Lanoye schreef er eens dit gedicht over (1982). Vanaf 1985, na ‘Een slagerszoon met een brilletje’, trad hij bij ons op. Ik leerde dat hij het hakblok van z’n vader – hij komt uit Sint Niklaas - altijd nog in huis heeft.

 Eens deden we een zondags live-discussieprogramma vanuit Cafe Wildschut. En zo kwam het dat ik in mijn Renault 4 met naast me Karel van het Reve en achterin Tom Lanoye door Amsterdam racete op zoek naar een lijnverbinding, want die in Wildschut werkte niet. We landden in Eik en Linde. Net op tijd

 'Doen jullie dit altijd zo?' vroeg Tom.

 'Ongeveer wel.'

 Karel bleef onverstoorbaar als altijd. Tom kreeg me ondersteboven met z'n Gent-Wevelgem. Homoseksualiteit was en is taboe in het peloton.

 Maar Tom beschreef de kleurige, glimmende koersbroeken strakgespannen om die rennersbillen. Mijn vriendin kreeg genoeg van 'al die malende konten'. Tom niet:

 ‘Mocht ik herbeginnen, ik zou het net zo doen:

niet om de poen, maar om die nieuwe pakken.

Die zo glimmend spannen om je billen,

en om die van elke ploegmaat in het peloton.

 

 Ik zou mijn hele leven willen trainen, 

net iets slechter dan de ander,

dan zit ik altijd achteraan,

genietend van de erotiek.

Iets anders wil ik niet. (…)’

Tags: 

Witte jas

 Terug in de wereld. Waar - anders dan in het ziekenhuis - iedereen overal verstand van heeft. Een ziekenhuis is strikt hiërarchisch ingericht, de witjas met de meeste pennen in z'n borstzak is de hoogste, hij gaat over leven en dood. Hij (meestal hij) loopt door de gangen met openhan­gende jas en gevolg.

 Terug hier beneden weet ook ik hoe de opstelling van het Nederlands elftal vanavond moet. Of hoe het kabinet geformeerd.

 Ik mis mijn neurologe, haar jas, haar heldere stem en blik, haar lachje. Zij weet het, ik niet. Graag zou ik bij de stafvergadering van elf uur geweest zijn waar ze heeft bepleit dat ik vanmiddag nog een EMG zou krijgen. Maar nee, dat wordt poliklinisch, volgende week. Zodat ik dan eindelijk na alle tests weet wat me mankeert. En wat een therapie kan zijn.

 Aan Danny Blind zou ik daarentegen meteen uitleggen dat hij Arjen Robben vanavond niet op rechts moet zetten omdat alle verdedigers ter wereld inmiddels weten dat ie linksbenig is en op zeker moment vanaf de zijlijn naar binnen zal draaien. Danny, zet hem niet op rechts.

 En Mark Rutte, sla die Groenlinkser maar over. God zal je uitkomst bieden.

Afwezig

 Het ziekenzaaltje achthoog hoog boven Amsterdam, met een panorama waarin vlnr. de Westertoren, de met groen ingepakte Zuiderkerktoren en de Montalbaenstoren. Klein Suriname hier.. een bejaarde buurvrouw die zich elke ochtend langdurig mooi maakt, met vier rastavlechtjes en jurken in duizelingwekkende patroontjes. 

 Ik herlees Bob den Uyls meesterlijke vroege novelle Het graf van Bach, dat Nico Keuning in 2007 uitgaf bij Reservaat. Over de wereld na deze wereld. Het soort surrealisme dat uit angst geboren wordt. Geschreven in 1963. Onderwerp: de wereld na de atoomoorlog.

 Over zo’n onderwerp licht schrijven, een wonder. Vol Uyliaanse gedachtenvluchten.  Geschreven door het jongetje dat eindeloos door het gebombardeerde Rotterdam dwaalde. Hoe schrijf je angst? Den Uyl kon het toen al.

 Ik kijk uit over de wereld nu en hier, met vlak naast me de hoge schoorsteen waaruit onregelmatig witte rookpluimen komen en lees over de eindigheid. Met een krant op tafel waarin kernwapens speelgoed zijn geworden van Trump en Poetin.

 Ik kijk en kijk naar buiten, over de nietsvermoedende zonnige stad vol buurtbewoners.

 Ik mag naar huis, maar moet wel terugkomen.

 Ja, ik ontbrak even. Boven Avondlog had ik het klassieke Lambiek-briefje willen hangen met de tekst ‘niet thuis uit reden van afwezigheid’. 

Uilentoren

 Koorts zoals ik die nu heb, helpt bij sommige onderwerpen. Zoals de Uilentoren. Waarom zou in 1904 een rijke ambtenaar een krankzinnig monum­ent hebben laten neerzetten, door architect J.Pothoven, bovenop de Donderberg in Leersum?

 Op de top van wat eens het landgoed Lombok was. Vernoemd naar de vier cementen uilen op de hoeken boven. Ik ken het omdat mijn tantes Bé en Wies even verder bergaf aan de Lomboklaan woonden in villa's die De Steiger en De Stroohoed heetten de laatste vanwege het strooien dak.

 De vaste wandeling met het kind ging naar de Uilentoren. 

 Gecementeerde trappen, kiezelcement rondom. En boven de boomtoppen waar eens een wijds uitzicht was..

 Een griezelig gebouw.

 De deurwaarder Cornelis van Dam liet hem bouwen. De eerste steen werd gelegd door de 12-jarige Cornelis.

 Ook bestaat er nog een andere folly in de buurt: een vreemde tuinkoepel uit de zelfde tijd. Niemand keek op van deze merkwaardige bouwsels. En dan het mausoleum (1818). Naar het westen ligt op ongeveer een halve kilometer op de Donde­rberg de graftombe van van Nellesteyn.

 Er zijn foto's uit 1943 van de geheime viering in de kelder van De Steiger, van de geboorte van prinses Margriet, waarop iedereen bij wijze van verzetsdaad margrieten draagt.

Tags: 

Teun van der Keuken

 In de jongenswereld, van schoolpleinen, straathoeken en landjes wordt beslist of je iemand bent of niet. Een mietje, zoals het tegenwoor­dig heet of een jongen die meetelt. Ouders of o­pvoeders hebben daar niets mee te maken.

 Teun van der Keuken is in zijn 'Goed volk' niet mis te verstaan. Hij begint op zijn volksschool als een lachertje - als voetballer een nul - en moet noodgedwongen vriendjes worden met de pispaal van de klas Hans, die nog in z'n broek pist en zelfs poept. Teun ontkomt door te collaboreren met de meerderheid die deze Hans veracht en pest. Denk nooit dat daar door goedwillende juffen iets aan te doen is. Je bent een paria of niet.

 Ik dacht aan Jaapje, het zoontje van de afgescheiden dominee die bij ons in de straat een eigen huiskamerkerkje had, met een harmonium en zingende dames, waar wij straatjongens op zondag brutaal naar binnen keken.

 Een keer wilde Jaapje met mij vechten. Ik nam hem in een houdgreep en merkte toen dat hij - net als de Hans in Teuns verhaal - van paniek in zijn broek scheet, er kwam groene stront uit z'n korte broekspijp.  

 Het beste verhaal over de jongensstrijd om het bestaan is echter geschreven door Thomas Rosenboom. Het staat in zijn debuut 'De mensen thuis'.        

Spiegels

 Kijken en bekeken worden. Door jezelf, door anderen. Over de bedrieglijke spiegel dicht Jabik Veenbaas in 'Stad van liefde'. Spiegels. Wat ik er ook in zie, niet hoe anderen me zien. Wel mijn spiegelblik en de naar onder krimpende benen. Een vragende blik die - in welke stand ook - geen ander antwoord krijgt dan het vanouds gevreesde. Veenbaas schrijft:

 'je weet het nooit met spiegels/ glimlachen minzaam schudden het hoofd/ huiveringwekkende willekeur

 ooit stond ik in een koude opkamer/ met een vriendelijke spiegel boven de haard/ ineens verdween mijn gezicht/ maar kennelijk mijn ogen niet

 ik heb een vrouw gekend/ de spiegel had haar ziel meegevoerd/ op hol geslagen paarden/ voortdurend moeten kijken

 of ze openen zich als een poort/ daar ligt je oude dorp/ er waait een lauwe voorjaarswind/ tot er een buurman tegen het raam tikt

 trouwens, waar blijven je benen?/ ze gaan er wijselijk vandoor/ met schoonheid heeft dat alles niets te maken

 gisteren nog/ ik was net veertien geworden/ en wie hielden er toezicht?/ twee giechelende meisjes

Tags: 

De woordvondsten van Chuck Berry

 Chuck Berry (1926-2017) was behalve muziekvernieuwer ook een taalver­zinner. Bij de nieuwe wereld van de teenagers beda­cht hij taal. Zo wordt een refrigerator bij hem een 'coolerator'. En heeft de kleine Marie, die in Memphis Tennessee van hem, haar vader, wordt gescheiden 'hurry home drops on her cheek': 

 'Long distance information, give me Memphis Tennessee

Help me find the party trying to get in touch with me

She could not leave her number, but I know who placed the call 

'Cause my uncle took the message and he wrote it on the wall

(...)

Last time I saw Marie she's waving me good‑bye

With hurry home drops on her cheek that trickled from her eye 

Marie is only six years old, information please

Try to put me through to her in Memphis Tennessee'

 Als Chuck zijn oude Ford inruilt voor een super­sonisch wonder op wielen zegt de dealer in 'No money down': 'I'll put you in a car that eat up the road'. En in in de openingsregel deze vondst: je rijdt in een Amerikaanse slee en laat je gedachten gaan, daar komt dan dit woord voor: 'Motivatin''

 Chuck Berry is een autodichter. In 'You can't catch me', koopt hij er een die wegvliegt als de State Patrol eraan komt. Er ontstaan woorden, als het onbes­taande 'botheration' in 'Too much monkey business'. Hier het slotcouplet over het vakantiebaantje als pompbediende: 

 'Workin' in the fillin' station, too many tasks

Wipe the windo', check the tires, check the oil, dollar gas

Uh‑uh, too much monkey business, too much monkey business

Too much monkey business for me to be involved in'

 Al die klussen en dan voor een dollar tanken. Chuck Berry droomde zich een jeugd als blanke teenager. Hij was al in de dertig toen ie dit schreef. Nooit liep ie mee in demonstraties tegen rassenscheiding. Zijn antwoord was eenvoudig: de beste zijn.

 

Pagina's