Wilhelmus in de klas?

 Het geheugen reikt niet ver. Veel wat als traditie geldt bes­taat nog maar kort. Een van de wonderlijkste verschijnselen is de Invented his­tory. Zoals die van Sybrand Buma. Een van de electorale rampen van deze dagen, die tast naar het Gesundes Volkse­mpfin­den. Het Wilhelmus in de schoolklas?

 Hij zat waarschijnlijk op een Christelijke school waar dat gedaan werd. Staande maar liefst! Maar op de vier Openbare Lagere Scholen waar ik in de jaren '50 en '60 op ging, in Zutphen, Eerbeek (Veluwe) en Den Haag werd niet het Wilhelmus gezongen bij de aanvang van de schooldag. Waarbij komt dat mijn Haagse onderwijzer uitlegde dat het een huichelachtig lied is. Propaganda. Willem van Oranje slijmt de Spaa­nse koning. Hij had hem helemaal niet 'Altijd geëerd', integendeel, hij leidde een bloedige opstand tegen zijn wettig gezag.

 En dan.. Voetballers zingen het lied van Marnix van St. Aldegonde niet mee, niet uit gebrek aan vaderlandsliefde, maar eenvoudig omdat het een onzingbaar lied is. Met een onbegrijpelijke frasering. De woorden passen niet op de melodie, je moet ze onnatuurlijk gaan rekken. Dan krijg je:

 Va‑han Na‑ha‑sou‑we

 Van Dui‑huitsen bloed

 Het ergste vind ik: De ko‑ho‑ning van...

 In de Angelsaksische liedjestraditie is kloppende 'frasing' een must, en iets als het Wilhelmus een vloek. Willem Wilmink zocht het eens uit. Het lied werd ooit twee keer zo vlug gezongen. Dat scheelt. Maar lost het nog niet op. En mijn ouders hebben ook nimmer een touwtje uit de brievenbus laten hangen. Stel je voor! Mijn moeder was altijd thuis en deed open. So far Invented history.  

 ps. En ja, het Wilhelmus is pas sinds 1933 ons volkslied. Daarvoor was het ''Wien Neerlands bloed in d'aadren vloeit, van vreemde smetten vrij'' etc. tekst van Hendrik Tollens..

Tags: 

Diamond Island

 Hoe bouw je een droom? In het Cambodja van de alweer vergeten massamoorden van de Rode Khmer ontstaat voor de ogen van de filmkijker het naar Westers model bedachte Diamond Island, een duur resort. Stukjes Italië heten er zelfs Casa.

 Gebouwd door losse arbeiders uit de provincie die in kampen bivakkeren.

 En in hun vrije tijd op z'n Europees rondrijden en bij avondlicht achter te meisjes aanzitten op scoote­rtjes. Een mooie choreografie. De dialogen zijn in telegramstijl.

 De hele film door is het Valentines day. De standaard-vrijpartij wordt je door vriendjes geleerd: eerst vingers over het lijf van het meisje, dan slaat ze die weg, daarna opnieuw tot ze het opgeeft en achterop je scooter gaat zitten.

 De 18-jarige Bora ontmoet moet hier, in Phnom Penh zijn zoekgeraakte oudere broer Solei, die een 'sponsor' heeft en de volgende droom koestert: Amerika. Is hij homo?

 Wat de film van Davy Chou pijnlijk melancholiek maakt is het gebrek aan eigenheid. Als het meisje Aza aan Bora vraagt: 'Waarom zeg je zo weinig' zwijgt hij. Haar vragen blijven onbeantwoord. Er valt hier werkelijk niets te zeggen, is de implicatie.

Ps. Dit in het kader van Cinemasia Festival in Amsterdam. Zondag weer te zien.

Peter Handke’s Duur

 Peter Handke schreef een 'Gedicht an die Dauer'. Een gedicht aan de duur, de tijdsduur. Wat dat is kan hij alleen zeggen in een gedicht.

 Zo dwingt hij niet alleen zichzelf de duur onder woorden te krij­gen maar ook de lezer. Hij zegt - vertaald door Huub Beurskens - op de eerste pagina:

 'Steeds weer heb ik de duur ervaren,/ in het vroege voorjaar bij de Fontaine Sainte-Marie,/ in de nachtelijke wind bij de Porte d'Auteuil,/ in de zomerzon van de Karst,/ op de vroegoch­tendlijke weg naar huis na een één zijn.'

 En hij stelt de vragen:

'Deze duur wat was die?/ Was hij een tijdspanne?/ Iets meetbaars? Een zekerheid?/ Nee, de duur was een gevoel,/ het vluchtigste van alle gevoelens,/ vaak sneller voorbij dan een ogenblik / niet te voorzien, niet te sturen,/ niet te grijpen, niet te meten.'

 Zo begint zijn ode, zijn onderzoek. Je moet maar lef hebben denk ik, zoiets vluchtigs. Voor je 't weet maak je het kapot. Mij schiet vooral te binnen wat het niet is. Ik koester die ongrijpbaarheid. Maar Handke zet door. Je kunt zeggen dat iets lang of kort duurt, maar wat betekent dat? Voor hem huist het duurgevoel in kleine dingen:

 'hoe onaanzienlijker des te aangrijpender/ jegens die ene lepel/ die al mijn verhuizingen heeft meegemaakt,/ die ene handdoek/ die in de meest uiteenlopende badkamers hing,/ de theekan en de vlechtwerkstoel,/ jarenlang weggeborgen in een kelder/ of ergens opgeslagen,/ en nu eindelijk weer op zijn plaats,/ weliswaar op een andere dan de oorspronkelijke,/ maar toch op de zijne.' 

Tags: 

Foto’s

 Voor in een boek met verhalen over de doden die ik ken ver­zamel ik foto's. Omdat woor­den veel niet zeggen. Dit naar het voorbeeld van W.G.Sebald, die het zo uitlegt:

 'Ik geloof dat de zwartwitfotografie, bij­voorbeeld de grijze gedeelten in de zwartwitfotografie precies dat territorium aanduiden dat tussen leven en dood ligt. In de archaïsche fantasie was het immers in de regel zo, dat je niet alleen het leven had en dan de dood, zoals we het tegenwoordig vermoeden maar dat je daar tussenin dat reusach­tige niemands­land had, waar de mensen steeds rondwandelden en waar men niet precies wist hoe lang je er moest blijven, of het een chris­telijk Purgatorium was of een woestijn die je moest oversteken tot je aan de andere kant kwam.'

 In veel verhalen neemt het hiernamaals de gestalte aan van een park. Het gaat me om het wandelen, op plaatsen waar onder- en bovenwereld elkaar raken.

 Niet het wanhopige ijle piepen van de schimmen zoals je dat bij Homerus vindt, maar eerder de Elyseese velden.

 Deze foto's uit ca. 1920 kwamen boven. Het Panamakanaal door mijn grootvader, een Haags achtertuintje, door zijn vrouw. 

Bakeliet

 'Hij heeft de wereld op zijn schoot', staat er in De Avonden van Gerard Reve bij de beschrijving van een invalide man die de afstemschaal heeft afgetakt en zo vanuit zijn stoel de radio kan bedienen.

 In de Rotterdame Kunsthal is een verzameling bakelieten toestellen te zien, waaronder radio's. Bakeliet, een voorloper van plastic, meestal bruin van kleur.

 Mijn eerste radio was een afdankertje. Ik nam hem mee onder dekens. De wereld onder de dekens. Buiten het ouderlijk huis en de straat lag de wereld. Dit toestel, met het doek voor de luidspreker, liet je de wereld horen.

 Achter de afstemschaal verscholen zich werelden. Soms kwamen stemmen door, wegzakkend of aanzwellend, in het Frans, of Engels. het Russische pauzesignaal, Arabische muziek of morsesignalen. Maar wat ik draaide, Falun, Kalundborg, Droitwich, Sottens, Rennes of Stavanger ontving ik nooit.

 Eens schreef ik een verhaal dat Beromünster heette, een radiostation dat ik nooit ontvangen heb. Wel ben ik eens met de trein langs de zendmasten gereden.

 Wat ik zag was het hallucinerende gloeien van de radiolampen. Al vlug maakte ik het bakeliet open en zag ze. Het toestel werd warm, ik rook en voelde de wereld.

 This is Radio Luxemburg, your station of the stars. broadcasting on 208 meters in the medium wave and 49.26 meters in the short wave. Daar huisden Little Richard en Jerry Lee Lewis. Vriend Peter nam het letterlijk en legde op zijn ouderlijke zolder tweehonderd en acht meter koperdraad uit. De ontvangst was goed.

Tags: 

Straathoeken

 In de Rotterdamse Kunst­hal zijn de Amerikaanse hyperrealisten er. Ik zag er vanmiddag het griezelige van New England. Anthony Perkins - toch een reuze aardige jongen die iedereen kent - kan daar een winkel binnengaan in Hitchcocks Psycho.

 Amerika naakt. Nauwelijks mensen op straat, de wandeling bestaat daar niet. Mensen zijn auto's geworden. Overal het helle Amerikaanse licht waar Rudi Fuchs van vertelde. Veel Edward Hopper. Het regent op deze schilderijen nergens.

 Wat is anders dan in stadjes hier? Daar heb je bovengrondse kabels voor telefoon en elektra, in trottoirs de water-aansluit­punten voor de brandweer.

 Kleine steden en 1900-gebouwen in Engelse stijl hebben de voorkeur van deze schilders. Weinig close-ups, vooral on-sensationele stadsbeelden met een enkele verdwaalde voet­gang­er. Je kijkt in een leegte.

 Er zijn uitzonderingen, een gebakken ei, het interieur van een eetgelegenheid. Geen close-ups.

 Het mooist vind ik de straathoeken waar echt helemaal niets gebeurt. Een ‘diner’ trekt de aandacht in zo'n leeg straatbeeld. Er is hier niets te doen behalve een hamburger eten en boodschappen.

 Wat maakt deze schilderijen anders dan foto's? De onderwerpkeus van de schild­ers versterkt het onwerkelijke, Ze maken het erger. En dat is knap.

 De dodelijke on-charme van geparkeerde auto's op een doodsaaie straathoek.

 Een straathoek is daar al heel wat.

Annie

 De invloedrijkste schrijver in het naoorlogse Nederland was Annie Schmidt. Dat ze niet erkend werd hoort erbij.  Juist omdat ze verboden werd op mijn deftige gymnasium, waar de lessen Nederlands in 1961 niet verder kwamen dan Arthur van Schendel en Werum­eus Buning ('En de boer hij ploegde voort'). Remco Cam­per­t, nooit van gehoord. Taboe was Annie Schmidt.

 'Malle Annie' was geen literatuur. En nog. Nu de Annie Schmidt‑liedjesprijs weer wordt uitgereikt en er vijf genomineerden zijn, die allemaal iets bedoelen - wat is het toch moeilijk om niets te bedoelen - loopt m'n kop vol met Annie. 'Amandeltjesrijst met bessensap'. En dan zei de koning - die slaapwandelde in de dakgoot - 'Waar dan?' Of de onsterfelijke Meester van Zoeten:

 Meester van Zoeten waste zijn voeten

Zaterdags in het aquarium

Onder het poedelen

Zat hij te joedelen

't liedje van hum tiedelum tiedelum

 En zo door. De regels rollen door:

'Hèhè zei de koning en toch lucht het op.'

'Ubbeltje van de bakker blijft wakker.'

 En dan komt onvermijdelijk:

 'Wie heeft dat grote ei gelegd

zei Hannekedoe de haan

wie heeft dat grote ei gelegd

wie heeft dat toch gedaan

Heb jij dat ei gelegd Marie of jij Cato of Kee?

Maar de kippen zeiden allemaal nee..'

 Meester van Zoeten wast nog steeds zijn voeten..

Zaterdags in het aquarium.

Afstand

 Eigenlijk kan ik niet lezen. Later werd dat concentraties­toornissen genoemd. Zo begon ik niet bij het begin in de bundel van Ester Naomi Perquin, maar als gewoonlijk halverwege. Ik bladerde, vouwde ezelsoren en schreef met potlood bovenaan een pagina 'afwezigheid' en 'afstan­d'. Toen ik het even sloot zag ik dat de titel was 'Meervoudig afwezig'. Ze brengt de afwezigheid zorgvuldig in kaart. Er is een man, een kind, een leven. En tegelijk is dat er niet. Wel wordt van alles geprobeerd. Maar het blijft bij vermoedens. De veelheid van niet, nog niet of voorbij, van afwezigheid en afstand. Zoals in 'Nabeeld':

 'In de wagen kraakt de reis, in het lopen blijft het paard,

in de haren nog het aaien, iedere schooltas vol

opgegeten bananen, in zout stuift

het strand, in oren de zee.

 

In de fiets rammelt de afstand naar huis, in elke afstand

rammelt een fiets. In handen legosteentjes, brood

en auto's. In God een handvol plastic kralen,

in elke dag een naald en draad.

 

In leven glanst de soap gevolgd door de herhaling,

hoog opgestapeld, even bovenaan. In de armen

het dragen, in het dragen de naam.

 

Zelfs in de koppen van gevangen apen, las ik,

treft men bij de sectie vaak nog

hele stukken oerwoud aan.’ 

Ding

Het gaat om het contrast. Ieder voorwerp heeft een omgeving, een context. En die twee spelen op elkaar in. Maar misschien is die omgeving wel de Kunstkapel of het Beatrixpark buiten, of Amsterdam.. Of Nederland. In elk geval is er een contrast. Wat doet dat ding hier?

 Zoals de Atlas van Leo Vroegindeweij, die niet de aardbol torst, maar met berustende armen in een rode, glanzend geëmailleerde betonmolen staat te kijken. Alsof ie denkt ’ik geef het op’.

 Of van Ina van Zyl het glas water. Ik ken haar werk onderhand. Zij is zo uitzonderlijk in de keus van materie. Haar magistrale vervormde teennagels met afgesleten nagellak ontbreken hier. Maar de zelfde vurige glans zie je hier op een slakkenschelp of een ontluikende bloem.

 Ina van Zyl kijkt met Zuid-Afrikaanse ogen. Je krijgt het altijd meteen warm. 

 De kortgeleden gestorven Jan Roeland brengt en heel ander contrast. Hij mengt abstract en concreet. Zo worden een pen, een passer en een inktpot een soort verkeersbord.

 Woody van Amen haalt het Amerika van de jaren ’60 in huis met zijn vermageringstoestellen van chroom en springveren met geëmailleerde bedieningspanelen.  Ooit bedoeld om zwaarlijvige dames te masseren, zoals je ze lang geleden op films zag. Waar zou hij die prachtige dingen op de kop getikt hebben? Zoveel mooier dan de roei- en fietsmachines van nu. Deze moeten nog werken

 Het doet denken aan Something thrown in the eye of the observer, de tentoonstelling in Museum Van Loon waar voorwerpen van nu deze zomer rondzwierven in een goudeneeuws herenhuis. Dat was een aanloop.

 De dingen rukken op.

Ectoplasma

 Wat ectoplasma is leerde ik uit de griezelroman in brieven Heden ik morgen gij, die H.Marsman en Simon Vestdijk samen maakten. Beurtelings een hoofdstuk. De Golem van Gustav Meyrink speelt er doorheen.

 Daarin gaat 's nachts een schijngestalte op pad. Bestaande uit een vreemde, half doorschijnende, glibberige materie, in het leven geroepen door de griezelige', half-joodse, half-Indische' Wevers. In deze tekst uit Tijdschrift Terras #11 laat Sandra Moussempès ook een schijngestalte ontstaan uit kleine nagelaten voorwerpen. Uit 'De verschillen tussen gelijktijdige werelden' is dit de eerste strofe van 'Voorbedachten rade'. Verschenen in nummer elf ('Onze') van het Terras, vertaald door Vicky Francken. :

 'We zaten in die bar, net bezig een zin af te maken

Een nostalgische gestalte impliceerde zijn terugkeer in de ruimte, ectoplasma

Ik stelde me een urn voor met daarin:

 - stukjes stof

 - een oude half opgerookte sigaar

 - een van zijn haren

 - zijn geur

 - een balpen die het nog doet, onlangs door hem gebruikt

 - de hoorn van de telefoon die hij opnam, met zijn stem vastgekoekt in het oor'

 Ps 1. Het lijken wel de eigendomen van een zoekgeraakte persoon, te ruiken gegeven aan een speurhond. Mij deed het denken aan het sigarettenpijpje van mijn grootvader dat zo sterk naar oude teer en nicotine rook, net als hij zelf, dat hij lang na zijn dood weer in de kamer stond.

Ps 2. Heden ik morgen gij staat gescand op de site van dbnl. In 1983 herdrukte Van Oorschot het nog.

Tags: 

Pagina's