Oude kleren

 Binnenkort verschijnt het boek 'Tot op de draad, de vele levens van oude kleren' van Ileen Montijn, met plaatjes uitgezocht door Annemiek Overbeek. Over het leven van kleren: gelapt, vermaakt, doorgegeven, gekoesterd.

 Wie arm was moest na de oorlog toch een beetje toonbaar voor de dag kon komen. Oplappen dus. Ik weet ervan. Als kind werd er voortdurend aan me gepast en gemeten.

 Ik liep in een vermaakte broek van mijn grootvader. Het eruit groeien dreigde altijd. Moeders en tantes legden kleren uit tot het niet meer kon. Al waren ze op de groei gekocht. Een hele vermaak- en verstel taalschat die ik in Ileens boek hoop terug te vinden.

Mijn schoenmaat groeide al­maar. In de winkel keek ik door een nieuwe schoen heen naar het groene röntgenbeeld van het gebee­nte in mijn voet.

 Arme kinderen droegen broeken met 'jaarringen'. Ieder jaar een stukje broek erbij. De zomen verdwenen eerst, daarna werden ze echt te kort en te krap. Door heel het land werden pakket­ten kleren verstuurd naar jongere neefjes.

 Elke begroeting opende met: 'Wat ben jij groot geworden!' Eerder een verwijt dan wat anders. Ik deed niks, ik groeide alleen maar. 

Tags: 

Wat Lara de Moor ziet

 Lara de Moor, wier werk me op Art Rotterdam trof schildert meest interieurs. In haar boekje met schilderijen uit 2011-2015 legt ze uit: wat in een bepaalde kamer gebeurd zou kunnen zijn mengt zich met de waarneming in het nu. Wat we zien is maar een klein onderdeel van wat er aan beeld is.

 In haar boek zie je niet alleen haar schilderijen maar ook hoe ze eraan werkt. Ze verschikt het meubilair, voegt er elementen aan toe. Het resultaat fotografeert ze als steun, later bij het schilderen.

 Ze schrijft: 

 'Het is dit vluchtige, ontwijkende in het bijzonder dat ik in mijn werk te pakken wil krijgen. Schilderen is heel geschikt om het te benaderen, omdat het zelf tegelijk aanwezig en afwezig is. Het hangt stil en zwijgend aan de muur en suggereert tegelijk een opening en een ontsnapping naar een andere ruimte zoals in Through the looking glass van Lewis Caroll.' 

Tags: 

Van Eedens Short Stories

 In de Van Nellefabriek kon ik het boekje Short Stories van Marcel van Eeden kopen. Met de hand stond er in geschreven dat ik nummer 239 had uit een oplage van 250 exemplaren. Het is nummer 1 van een serie in wording uitgegeven door de Duitse Salon Verlag. Verhalen om in te verdwalen. Zes in getal. Met titels als 'Eternal Soup and Sudden Clarity

 Wat ze gemeen hebben is manier waarop Van Eeden tekst en tekeningen gebruikt om spanning te maken. Dat doet hij onder meer met door de tijd dwalen.

 Het slotverhaal 'I am G.S.3, the killer of The Hague' opent zo: 'It was 1820, 1935 and 1952 all at the same time. The city's history floated by in a cloud of maps, drawings and narratives, and settled in 1949. Oswald Sollmann was still in Iraq.' Waarbij ik de Van Eeden-typografie noodgedwongen loslaat.

 Niets staat in deze verhalen vast. Behalve dat Marcel nooit de tijd na zijn geboor­tejaar 1965 betreedt. Daarvoor is hij vrij, in tekst en beeld. Er zijn weerkerende personages, er worden verhaallijnen gesuggereerd. Met als voornaamste leidraad de beeldenstroom die de tekenaar stuurt.

 Zo is er taart, vrij veel taart, in griezelig oneetbare kleuren. Van Eeden woont in Zürich, Konditorei en Kuchen zijn hem vertrouwd, net als Matthias Grünewald en stoomlocomotieven die aankomen en vertrekken. Treinenstad Bazel komt uitvoerig in beeld. Veel film noir. 

 Extra: op alle exemplaren schreef hij met de hand 'Misprint', naar zijn galeriehoudster me zei omdat hij het papier te glimmend vond. Moet ik dat geloven?

Niet

 'Er was eens en er was eens niet' is de titel van het boek met korte stukjes van Judith Herzberg dat uitgeverij De Har­monie als nieuwjaarsgeschenk uitbracht. Het titelverhaal is kort:

 'Ze doet een van de postvakjes die aan de straatkant van het postkantoor in de muur bevestigd zijn, op slot en kijkt even smekend om zich heen. Alsof voorbijgangers er iets aan kunnen doen dat ze die brief niet kreeg. Of geen brief kreeg.'

 Een verhaal moet een slot hebben. Een open einde bevredigt niet, zegt men. Ik dacht aan Franz Kafka, meester van het niet. Aan zijn 'Gibs auf!'.

 Over niet-schrijven wijdt hij in z'n dagboeken uit. En veel van zijn verhalen eindigen in het ongewisse. Zoals het nooit gepubliceerde 'Herinneringen aan de Kaldabahn', waarin meteen de gelijkenis Kafka-Kalda opvalt. Over een spoorweg in het verre Oosten die zomaar in het niets eindigt.

 In de nooit voltooide roman Amerika is het omgekeerde aan de hand. Met elke stap die Karl Rossmann zet in het on­bekende continent wordt het groter. Zodat 'Der Verschollene' (spoorloos verdwenen) zoals de werktitel was, tenslotte in zijn eigen verhaal verdwaalt. Het mooiste niet-boek dat ik ken. 

Alles kan

 Zo'n kunstlawine als Art Rotterdam brengt bovenal een bood­schap: alles kan. Anders dan in tijden dat Cobra overheerste, de laatste avant-garde of Nul.

 Kunst als speeltuin. Je kunt de wip nemen - die tegenwoordig wipwap heet, waarom? - de glijbaan of je verplaatsen naar de echoput.

 Er wordt dus weer geschilderd, van abstract tot conceptueel tot surreëel, van kliederstijl tot fijnschilderen.

 En wat me daarbij in Rotterdam opviel waren mengvormen, architectuur en beeld, waarbij de architectendroom - het nooit uitgevoerde ontwerp - terugkeert als zelfstandig werk, zoals bij het filmpje van Anouk de Clercq waarin heden en verleden van een bebouwde stadsplek door elkaar schuiven. Of in de driedimensionale kijkdoosachtige gebouwstapelingen van Claudia Larcher.

 En dan Erik Seps krankjoreme 'Neurotopia', een van zijn bouwwerken van veelsoortige stadsrommel en -afval, waar zelfs een riviertje doorheen stroomt.

 Er waren trompe l'oeils, als die van Jochen Mühlenbrink die vooral schilderij-achterkanten schildert. En elegante machines met bewegende verf of plooiende metalen mailles van Zoro Feigl.

 En dan weer de achterdoekjes die Andrea Freckmann schilderde voor de oude poppenkast die ze in Leipzig vond. Kortom, alles kan. 

 

Lara de Moor

 Vanmiddag op Art Rotterdam in de Van Nelle werd ik overspoeld. Er hing en stond meer waarom dan ik in een middag aankan. Er wordt geschilderd, dat is de hoofdzaak. En alles kan. Maar wat doe je als alles kan?

 Wie heel precies naar de waarneming kan schilderen zoals Lara de Moor, heeft het voor het kiezen. Zij kiest voor huiselijke contrasten. Ze ensceneert. 

 Op sommige schilderijen zijn gebruiksvoorwerpen met touwtjes vastgestrikt aan lijnen die buiten het beeld lopen. Is er een marionettenspeelster aan het werk die het interieur aan touwtjes heeft en bedient? Natuurlijk.

 Zo ontstaan voorstellingen met een dramatische kracht die je niet kunt verklaren. Als iets 'net echt' is maar je verstand te boven gaat, grijpt het je dan meer aan?

 Hergé heeft eens een heel Kuifje album - de Zwarte Rotsen ‑ opnieuw getekend, omdat brieven van Engelse lezertjes hem wezen op detailfouten: klinknagels in een locomotief zaten verkee­rd, de schotse ruit die Kuifje droeg was verkeerd.

 Hij hertekende heel het album. Zelfde draaiboek, zelfde plaat­jes, maar nu goed. Mij legde hij de noodzaak van precieze detaillering uit: op de voorgrond kan Haddock de onwaarschijnlijkste buitelingen maken als de auto's op de achtergrond maar kloppen.

 Bij Lara de Moor net zo. Je ziet een plastic zak water op een tafeltje die langzaam leegloopt in een roze teiltje. In een interieur waar licht en schaduw, glimmertjes op de vloer zo natuurgetrouw zijn als maar kan. Ik zie dat de zak water op barsten staat.

Dat maakt spanning. En geeft mij nog meer reden me af te vragen wat hier in godsnaam aan de hand is. Waarom ligt die zak daar? Wie heeft dat teiltje tegen het lekken er onder gezet? Alsof dat zou helpen als de waterbom barst. 

Tags: 

Rooms for reading

 Leeskamers, kamers om in te lezen. Drie- en tweedimensionale collages of bouwsels gemaakt van de schutbladen van boeken, waarvan Jan van der Waals - de koning van de schutbladen - zo'n unieke verzameling had. Ontwerpen zijn het, nog niet ingericht.

 Frank Halmans is een lezer en een boekengek. Het voorwerp dat een boek tegelijk ook is blijft hem trekken. Soms snijdt hij een heel woonhuis uit in een toegebonden stapel oude boeken en maakt de stapel zo bewoonbaar. Soms laat hij de boekenstapel in brand vliegen.

 Het mirakel van de wereld tussen twee kaften laat hem niet los.

 Hoe een verhaal zich verbergt achter het gebonden of ingenaaide voorwerp en zo de verzinsels van schrijvers bij je in huis brengt.

 En dan het lezen. De leesomstandigheden. Niet alleen de typografie, ook hoe een boek ruikt, k­nispert bij het omslaan van pagina's en aanvoelt, maar ook de kamers waarin dat het beste kan gebeuren. Kamers zonder afleiding. Met kalmerende wanden en een enkel raam in de goede proporties op de juiste plaats. Alsof je bij Hammershoi thuis bent.

 Ik geloof dat ik hem kan volgen. Ik heb sinds kort ook een lees­kamer. De lichtval is er wisselend, zodat de pagina's nu eens wijken, dan weer oplichten. Heel de minimale inrich­ting stemt tot verzinken.

 Het enige dat dreigt zijn groeiende stapels om me heen. Maar ook daar heeft Frank Halmans oplossingen voor. Zie boven. 

Monika Rinck en het lichaam

 Er werd door mijn moeder met grote omzichtigheid over gesprok­en. Alsof ik eigenlijk geen lichaam had. En zij ook niet. Zo leefden wij lichaamloos voort.

 Waar dat niet te vermijden was, als het ging om sanitaire handelingen, leerde ze me wonderlijke eufemismen, die ik nooit ergens anders heb gehoord. Over seks werd helemaal niet gesproken. Op een dag kwam mijn vader de trap naar mijn zolderkamer op geslopen  - waar hij anders nooit kwam - en legde een boekje neer: 'Stippellijnen voor jongens'. Dat moest ik maar eens lezen. En maakte dat hij de trap weer af kwam.

 Wat ik moest weten leerde ik wel op straat. Pas later ontdekte ik dat ik het zelf was, dat verzwegen lichaam. En hoe het mijn geluk en ongeluk bepaalde.

 Miek Zwamborn - die ook haar bundel 'Honingprotokolle' vertaalde, bracht in Tijdschrift Terras een gedicht van Monika Rinck over de verstrengeling van lichaam en geest. Die ook haar blijft verwonderen. Getuige 'Bries':

  'Vreemd toch hoe lichamelijk de treurnis is.

Als een verbinding die zich niet laat ontbinden

omdat het er geen is, omdat het veel meer een sfeer is,

de grootste aller sferen is waarin alles nabijheid is.

De treurnis, vreemd hoe diep die in het lichaam ligt,

als je niet weet waar de diepste diepte van het lichaam is,

moet je maar bekijken waar de treurnis ligt.

Bries. Hoe lichamelijk toch de treurnis is.'

The happiest day?

 Incasseren, verliezen. Daarover gaat de Finse film The happiest day in the life of Olli Mäki. In films ben je gewend dat alles dreigt mis te gaan tot het last minute toch nog miraculeus goed komt.

 Als je maar volhoudt. Je moet wel een winnersmentaliteit hebben, kijk naar Donald Trump. Daarom wacht ik met spanning op z'n eerste nederlaag. Kan hij incasseren? Het lijkt z'n zwakste punt.

 De Finse bokser Olli Mäki naar wiens leven de film gemaakt werd, is een verliezer. In zijn aanloop naar het wereldkampioenschap lichtgewicht doet hij alles verkeerd.

 Hij is verlegen, wordt verliefd, komt steeds niet onder het voorgeschreven gewicht van 57 kilo en schuwt de pers. Waar bij komt dat hij een aardige, bescheiden jongen is.

 Het is 1962, het afgetrapte Finland ziet er in de voortdurende regen uit als een uitgekiende plek voor losers.

 Een lieve film, Olli wordt geen wereldkampioen maar krijgt wel het meisje. Verlegen als hij is. Eigenlijk zou zij hem ook moeten ontgaan. Maar nee, na alle regenval moest het maar sprookjesachtig eindigen, vond regisseur Juho Kuosmane. De aankleding, de auto's alles is perfect. Aki Kaurismäki zal goedkeurend knikken. Maar dat slot?

Tags: 

Geloof in mij

 Is de titel van het boek van Jacob Groot waarin ik nu al vele maanden lees. Een boek dat tot dwalen noodt, omdat de hoofdpersoon, Eddie Combo dat doet. Wat is een combo? Een oude benaming voor een verzameling muzikanten. Eddie is meerstemmig.

 Nu begint de titel tot me door te dringen: als hij zegt 'Geloof in mij', tegen wie heeft Eddie het dan?.

 Zoals Jacob het me eens uitlegde over Elvis Presley. De vraag was tegen wie heeft Elvis het eigenlijk als hij zingt 'Are you lonesome tonight?'. Jacob zei 'tegen zichzelf'.

 Eddie Combo probeert op alle denkbare - en dat zijn er bij Jacob Groot heel veel - manieren zichzelf te benaderen. Zo leert hij wat geloven is, via het liedje 'I'm a believer' van de Monkees. Een glorieuze epifanie in twee minuten en vijfendertig seconden. Maar dan kraait tot driemaal toe in de diepe nacht de haan. Verraad?

 Slaapt hij? Is hij wakker? Er staat: 'I am not yet born. Nu moet ik slapen, al slaap ik, want ik ben nog niet wakker geweest.

 Daarna zoekt hij z'n heil in een Nieuwe School Van Hoger Bereik. Waar hij Lucy ontmoet. Die tegen hem zegt dat hij praat 'alsof hij eigenlijk een ander wil zijn'.

 'Maar waarom ben je die ander dan niet? Omdat je het eigenlijk niet wilt? Iemand zijn? Desnoods een ander? Waarom neem je deze omweg naar jezelf?'

 Eddie weet genoeg. En wordt ook van deze school verwijderd. Hij is dan negentien jaar oud. Hoe verder? Ik lees en lees. 

Tags: 

Pagina's