Jans Muskee en het gewone

 Vanmiddag Jans Muskee gesproken in Dak, Schoutenstraat 10 in Utrecht, waar zijn Groninger tentoonstelling wordt voortgezet, en nog luttele dagen - tot en met zondag - blijft. Pak je kans en zie zijn schilderijen. Na een eerste rondgang bekende ik hem dat een - ingehouden - giechel me had bevangen en niet wilde wijken.

 We kregen het over ironie als een vorm van ernst. De scenes uit het dagelijks leven die hij opvoert zitten vol details als de drie tongen in het grote doek 'Hallo Jumbo', die m'n ruggengraat raken. Ook de penetrante kleuren die hij gebruikt in zijn oliepastel.

 Het pijnlijke van het gewone, of wat daarvoor moet doorgaan. Hoe zeg je het. Je kunt het beter schilderen. Maar wie kan dat?

 De gruwel van het alledaagse. Zoals je het ziet in 'Stay tuned or live', waar een jongen zijn zwangere vrouw helpt haar stretchbroek uit te trekken.

 Het toekijkend stel, de jongen met een Marquez boek in de hand. De bizarre kleurencombinaties in hun kleren. De twee vazen die manshoog toekijken. En zo door.

 De regie van Jans Muskee laat je griezelen. Om wat? Om wat zo gewoon is. Later meer.

Tags: 

Almovódar

 Het wordt lachwekkend. Toch gaf Almodóvar zijn acteurs de opdracht ingehouden te spelen. Jammer dat het scenario verre van ingehouden is. Zoveel ziekten, doden en gewonden zie je maar zelden. Zoveel Goede tijden, Slechte tijden-clichés. 

 Het oude lied, maar dan op z'n Spaans. Een dochter die zomaar - ze mist thuis een 'spirituele dimensie' - de benen neemt, een moeder die daar levenslang onder lijdt, dat moet heel de film dragen. Een kleine onenigheid die maakt dat een geliefde de zee opgaat om te vissen, juist als er een storm losbreekt. En verzuipt. Schuldgevoelens?Graag!

 Grote krantenstukken, dat wel. Waarom?

 Wat Julieta zo onuitstaanbaar maakt is dat je ondanks alle vertoon van emoties en diepe gevoelens geen van de karakters en hun motieven - en dat zijn er vrij veel - leert kennen. Zodat je nooit weet wat er op het spel staat en niet geïnteresseerd kunt raken in wat ze beweegt. Ondanks lang aangehouden camera-blikken.

 Julieta laat mensen zien die gestuurd worden door opwellin­gen. Hun onbegrijpelijk gedrag heet dan een mysterie. Gaan emigreren, en daar zonder opgaf van redenen weer van afzien. 

 Veel raadselachtige verdwijningen ook. Heel menselijk.

Mui

 Het was op de dag als deze dat ik bijna verdronk. Als je op Kijkduin over de houten trap naar het strand afdaalde, voorbij wat restte van het witte badhotel en de fietsenstalling die mijn grootvader nog gepacht heeft. Kwam je bij een houten hok van de Noord‑ Zuid-Hollandse reddingbrigade. Waar het leitje hing, met in krijt 'temperatuur zeewater'.

 De mannen van de reddingmaatschappij droegen uitgebleekte blauwe shirts en verwassen oranje kuitbroeken. Ze hadden elk een koperen toetertje bij zich. Waarmee ze langs de waterlijn patrouilleerden. Ging iemand te ver in zee, dan klonk de toeter en volgde een waarschuwing.

 De reddingboot op wielen stond paraat in het zand.

 Dan pas omgaf je de akoestiek van strand en zee. De rollers die uitvloeiden. Meeuwen, kinderstemmen. Een man die een emmer met zure bommen droeg en riep 'zoetzuur' terwijl een vliegtuigje de letters ROXY in de lucht schreef.

 Onvergetelijk was de zeer dikke. Die zwetend over het strand sjokte met een grote leren tas vol Elseviers Weekblad. Zijn zakdoek met vier knopen in de hoeken op het zwetende hoofd, roepend 'Elsevjee.'

 Op zo'n dag verdronk ik bijna. Gisteren leerde ik van de televisie dat ik was meegezogen in een mui. En werd uitgelegd wat ik had moeten doen.

 Nooit de betekenis van dat woord geweten. Wel veel gehoord.

 Mijn redding staat beschreven in het boekje 'Muzenstraat'.

Hanny Michaelis

 Ze wilde wel komen voordragen bij ons in Studio Amstel, ze wist wel waar dat was. Ze woonde niet ver, aan de Reguliersgr­acht. Maar er waren twee voorwaarden. Ik moest haar komen halen, want ze durfde niet alleen door de Halvemaansteeg met al die Arabieren en die Shoarmatentjes. En ze zou geen liefdesgedichten doen want daar was ze nu echt te oud voor.

 De verdieping aan de gracht was duister. Ik wachtte terwijl ze haar jas met de bontkraag aantrok, die haar zo goed stond. Koketterie was haar niet vreemd. En zo liepen we stijf gearmd door de Halvemaansteeg.

 Dit omdat ik lees dat Van Oorschot haar dagboeken gaat uitgeven. Iets me om op te verheugen. Eerst een deel met die van voor de oorlog, toen ze op het Vossiusgymnasium ging, net als Gerard – toen nog Simon – Van het Reve, met wie ze van 1948-1958 getrouwd was. Na het Vossius werkte ze nog als dienstmeisje en moest toen onderduiken.

 Gerard - die later als hij in Amsterdam was nog regelmatig bij haar langsging - vertelde me hoe hij ritueel op de deur bonsde en riep: 'Grüne Polizei! Aufmachen!'. Wat ze eng vond maar ook enig. 

 En hij haalde bijvoorbeeld aan hoe ze van haar werk bij Kunstzaken van de gemeente vertelde. Vergaderingen waarbij gezegd werd: 'We moeten een inhoudelijk gesprek hebben'.

 Dat van die liefdesgedichten kwam toen wel goed. Ze las onder meer dit:

  Waar jij nu bent/ is het warmer dan hier/ en een uur later. Soms/ is het of ik je zie lopen/ aan een strand dat ik niet ken./ Misschien liefkozen je gedachten/ me zoals vroeger je lichaam./ Waarschijnlijk niet: bij jou/ is het een uur later/ dan bij mij 

De albumbladen van Jan Kuijper

 Het weldadige van goede gedichten is dat er te raden overblijft. Raden, een heerlijke bezigheid. Voor de bundel 'Aanmatigingen', sonnetten van Jan Kuijper, geldt dat eens te meer. Het zijn 'albumbladen' voor zesentwintig dichters. Alsof die hun poëziealbum bij Jan hebben ingeleverd. Bij elkaar vormen ze een 'onontkoombaar verhaal van afscheid en ontluistering' zegt de achterkant. En de eerste regels komen uit het werk van de dichters. In het album van Miek Zwamborn schreef hij: 

 'En nu met triomf van schieten (zwarte zonnen)/ bannen wij de dufheid en verveling uit./ Eerst de aardfonteinen, later het geluid-/ je ziet, er is iets ongehoords begonnen,/ iets als de rol van honderdduizend tonnen/ die van de brug af komen, niemand die ze stuit,/ in de oren eerst de donder, dan de fluit/ die aangeeft; het gehoor is overwonnen.

 Ben ik dan dood? Dat is niet te geloven -/ dan zou ik niet beseffen wat ik mis./ Denk jij van mij dat ik de klap te boven/ kan komen, dat het ergste wat er is/ iets moois kan baren - dat een blinde en dove/ triomfen viert in stilte en duisternis?

Wonen met Nacho Carbonell

 Is it a bird? Is it a plane? Ik loop door de donkere zalen van het Stedelijk Museum Den Bosch waar Carbonell (Valencia, 1980) zijn voorwerpen heeft neergezet. En zorgvuldig uitgelicht, als decorstukken voor een voorstelling waarin ik moet optreden.

 Of een huis waarin ik zou kunnen wonen, zij het alleen met m'n ogen, want je stoot je in zijn interieurs, je haalt je open voor je t' weet. 

 Zijn meubelstukken werden opgebouwd met hulp van assistenten in een atelier in Eindhoven. 

 De Spanjaard Carbonell beschouwt stoelen, banken en schemerlampen als levende wezens, zegt hij. Hij ontdoet ze van hun stoel- of lampachtigheid door ze te voorzien van uitsteeksels, door ze aan elkaar te laten groeien, zodat een stoel een wordt met een tv-toestel.

 Bovenop torens van onduidelijk materiaal staan schuilhutjes. Boomhutten hebben kennelijk zijn liefde.

 De natuur is bij hem het interieur binnengedrongen. En omgekeerd. De herkenning zorgt voor gegiechel. Je realiseert je de vreemdheid van meubelen.  

Vorstelijk

 Hoe kwam een Jan van Eijk in Sibiu, Roemenië. En van daaruit voor even in Den Bosch, waar ik de man met blauwe tulband vanmid­dag zag. Hoe kwam de verzameling van de baron Samuel von Brukental (1721-1803) tot stand op zo'n vreemde plaats als Transsylvanië.

 Overal in Europa waren vorsten die verzamelden. Kunst, boeken, natuurlijke historie. Die componisten financierden. Om ermee voor de dag te kunnen komen zoals het een vorst betaamde.

 Zonder pausen geen kunst. Onze Frederik Hendrik wist er ook van. Het Huis ten Bosch werd door Constantijn Huygens in zijn opdracht en die van zijn Amalia door de beste schilders gevuld. Maar het hield op. Stadhouder Willem V had nog een galerij, Queen Victoria haar Victoria & Albert Museum.

 Daarna werd het geleidelijk stil. Waar bleef het vorstelijk mecenaat? Later waren er Amerikaanse miljonairs als Carnegie.

 Maar een Trump Museum?

 Als straks ons koninklijk paar dat voor veel geld – niet het hunne – gerestaureerde Huis ten Bosch betrekt zullen ze hun vermogen niet besteden aan het aanvullen en onderhouden van de kunst daar.

 Publiek zal er niet welkom zijn. Een Willem Alexander Galerij? Vergeet het.

 De verzameling van Brukental werd vermaakt aan de gemeenschap. En is nu te zien in Den Bosch. Ook het portret van het dochtertje van de baron, dat op vierjarige leeftijd stierf.

Tags: 

Staatsieportret

 Kortgeleden zag ik van Arie Schippers kleine schilderijtjes in zwartwit van wat niet anders konden zijn dan schrijvers, filosofen of geleerden. Waar zag ik dat aan?

 Het waren hun ‘iconische’ houdingen - hand onder de kin, pijp in de hand, vorsende blik - die van het staatsieportret zoals ze tot de tweede Wereldoorlog en nog kort daarna gemaakt wer­den. Ik zei hem dat, hij keek er van op, had ze zonder veel bijgedachten gemaakt. Wat hem boeide was de portretvorm. Men kleedde zich ervoor, poseerde eindeloos. Multatuli leed daaronder.

 Ze zijn verdwenen. Vervangen door casual fotootjes, snapshots.

 De oude portretten werden gemaakt voor de eeuwigheid. Misschien was Harry Mulisch de laatste.

 In zijn boekje Koningslichamen beschrijft Pierre Michon het portret waarmee Beckett de eeuwigheid in zal gaan. Als Beckett niet meer gelezen wordt zal dit portret er nog zijn.

 In de woorden van Michon, vertaald door Rokus Hofstede: '...hij heet enkel Samuel Beckett en hij zit, gevangen in de kerker van die naam, in de herfst van 1961 voor de lens van Lutfi Özkök, Turk, fotograaf - esthetiserend fotograaf, die zijn model in donkere kleding heeft neergezet voor een donker laken om het portret dat hij van hem gaat maken de uitstraling van een Titiaan of een Champaigne te geven, een klassiek voorname uitstraling te geven.'

 Er zijn nog wel staatsieportretten, van vorstelijke personen, maar ook die krijgen iets informeels. Omdat de geportretteerden geen formele houdingen en gezichtsuitdrukkingen meer kennen. De staatsie is verdwenen. De poging heeft iets komisch gekregen.

 Maar de oude, zwart-witte, als die van Beckett, hebben hun kracht behouden. De snor van Nietzsche, het schele oog van Sartre zullen de tijd weerstaan.

Woody Allens temps perdus

 Een film van een film van een film. Zo zal het hoofd van Woody Allen er van binnen uitzien. Tenminste terwijl hij aan het werk is. Ik zag zijn Café Society en dacht aan Marcel Proust, die uitlegde dat zijn Temps Perdus geen ges­chiedschrij­ving was maar zijn eigen versie van de verloren tijd.

 Zijn verleden herschreven, herfilmd.

 Zo geeft Woody Allen zijn nieuwste versie van het voorafgaande, de joodse familie waar hij uit stamt, Hollywood, New York. Van mannen zoals mannen bij Allen zijn en vrouwen eens te meer. In welk van Allens gedroomde verledens zijn we hier?

 Was ik hier niet eerder. Maar nee. Iets is anders. Amusant is ook om te volgen hoe in het spel van elke acteur de regie-aanwijzingen van Allen terug te zien zijn. Je ziet op die manier heel veel Woody Allens.

 Café Society zit in elkaar zoals ook het geheugen werkt. De herinnering van de herinnering van de herinnering. Met in elke versie veranderingen, aanvullingen, weglatingen.

 Bekende brokjes geheugen, opnieuw geordend en gebouwd tot een verhaal waarin de dingen gaan zoals hij het wil. Een altijd voorlopige ordening, in afwachting van de volgende.

 Het mooie van het spel is dat je dit weet, terwijl je zit te kijken. En de regisseur op de voet volgt. Woody Allen heeft zichzelf nog niet af. 

Tags: 

Kafka's verdwenen manuscripten

 Een kort AP-berichtje in de Volkskrant van vanmorgen. De handschriften die in Tel Aviv waren bij Eva Hoffe, dochter van de laatste vriendin en secretaresse van Kafka's vriend Max Brod moeten - na jarenlange strijd - naar de Israëlische nationale biblioth­eek. Komen nog onbekende Kafka-verhalen naar boven uit in Tel Aviv weggestopte koffers?

 Kenner Niels Bokhove gemaild. Die het verhaal in 2009 al vertelde in het blad van de Nederlandse Kafkakring. De dames Hoffe, moeder en haar twee dochters deden alles wat erfgenamen zo'n slechte naam bezorgt. Niels helpt twee sprookjes de wereld uit. In 1921 al zei Kafka die in 1924 aan tbc zou sterven tegen Max dat zijn testament 'ganz einfach' zal zijn: 'die Bitte an dich  alles zu verbrennen'. Brod zei hem toen meteen: 'Falls du mir im Ernste so etwas zumuten solltest so sage ich dir schon jetzt, dass ich deine Bitte nicht erfüllen werde.' Brod publiceerde dit kort na Kafka's dood en de familie benoemde hem tot executeur testamentair.

 Toen de Duitsers in 1939 Praag binnenvielen verdween Max Brod net op tijd naar Palestina met een grote koffer manuscripten. Max bracht het werk grotendeels uit, de romans, verhalen en brieven die we nu kennen.

 Na zijn dood in 1968 erfde Ilse Esther Hoffe wat nog over was, met de opdracht van Max het in een openbare bibliotheek onder te brengen, zodat het openbaar toegankelijk zou zijn. Dat deed ze niet. Handschriften, tekeningen, kaarten, brieven bleven achter haar slot in Tel Aviv. Zij en haar dochters verkochten ze soms stukje bij beetje aan de meestbiedende,

 Het is echter niet waar dat niemand ze mocht inzien. Verscheidene geleer­den zagen ze. Niels verwacht geen nog onbekende teksten.

 En nu Israël. Waar nooit veel belangstelling, ook geen wetenschappelijke, voor Kafka was. Hijzelf hield niet erg van het Zionisme, voelde zich meer aangetrokken tot de Oostjoodse cultuur. Lees zijn dagboeken.

 Waarheen nu met de resterende erfenis? Niels meent dat ze het beste naar het Duitse Literaire Archief in Marbach zouden kunnen, waar de know-how is. Kafka's werk is bijna geheel uitgegeven, maar dat van Max Brod - waarin veel over Kafka - nauwelijks.

 De geruchten blijven intussen. Er zouden volgens de dames Hoffe nog duizenden pagina's dagboeken, lezingen en brieven in banksafes liggen, in Zurich en Tel Aviv... Maar de Israelische bibliotheek belooft dat alles tenslotte online zal komen. Hopelijk ook de ca. 50 tekeningen die er nog moeten zijn (zie ''Einmal ein grosser Zeichner'', Vitalis Verlag in Praag, van Niels Bokhove en Marijke van Dorst). 

Pagina's