Robert Musil schreef 'Vliegenpapier' een smartelijk verhaal over de voorloper van wat je nauwelijks meer ziet, de van het plafond omlaag hangende zich ontvouwende rol kleefpapier waaraan vliegen zich hechten en sterven.
Bij Musil was het ongeveer een A4 die je naast je op je schrijfbureau legde, en die in dit seizoen na een tijdje bedekt was met zich vastgekleefd hebbende vliegen en muggen. Musil beschrijft hoe een niets vermoedende vlieg op dat kleverig oppervlak landt en eerst nog denkt, ach, 't is zacht, tot ze weer wil opstijgen en merkt dat dat niet gaat.
Ze blijft proberen, terwijl de schrijver toekijkt:
‘Het vliegenpapier Tangle-foot is ongeveer zesendertig centimeter lang en eenentwintig centimeter breed: het is met een gele, giftige lijm bestreken en komt uit Canada. Als er een vlieg op landt – niet speciaal uit begeerte, meer uit gewoonte, omdat er al zo veel anderen zitten – plakt ze eerst met de uiterste ledematen van al haar pootjes vast. Een heel trage, bevreemdende ervaring, zoals wanneer we in het donker liepen en met blote voeten op iets trapten, dat nog niets anders was dan een weke, warme, onoverzichtelijke weerstand en toch al iets waarin geleidelijk het gruwelijk menselijke binnenvloeide…’.
Nog weer later kwam - vooral in Frankrijk - de kleine blauwe tl-buis waar ze op af vlogen en dan geëlektrocuteerd werden. Met een harde tik.
Blijft mijn muis. Een mens heeft altijd maar een muis. Ze zijn zo slim zich nooit in groten getale te vertonen. De mijne loopt alle dagen gezellig over mijn tenen.
Maar nu wordt het toch moeilijk. Muis is soms klein, dan weer groot. Er moeten meer muizen zijn. En ik heb geen oplossing. De ouderwetse muizenval is een gruwelijke guillotine, en korrels zorgen ervoor dat muis soms zieltogend wordt aangetroffen.
Het vergaat mij als Robert Musil. Hoe nu?