L'avenir

 Een keurig Frans filosofenechtpaar, vijfentwintig jaar getrouwd, de man pijproker, bloes over z'n buik. De vrouw lerares filosofie. Zelfs het buitenhuisje in Bretagne ontbreekt niet. En dan komt de medede­ling van de man dat hij bij een jonger vriendinnetje gaat wonen.

 Het enige contact dat overblijft is dat de man ritsen van de gezamenlijke filosofieboeken heeft meegepikt, gaten in de boekenkast. Schopenhauer is ook nog foetsie.

 Zij blijft ijskoud. Ja, ze had gedacht samen oud te worden, maar nee. Ook goed. Ze geeft geen krimp.

 De film gaat over de onoverbrugbare kloof tussen filosofie en leven. En vertelt het verhaal van de scheiding van de ouders van regisseuse Mia Hansen.

 Het lijkt eerst volmaakt, met het huisje op het platteland, de boekenkasten, de verantwoorde muziek. Alles net zoals het moet. Frankrijk, maar de banlieue, de moslims het is alles ver weg.

 Dan dringt het leven binnen. Nathalies moeder dementeert en sterft. Ze laat haar verwende poes Pandora achter. Die plotseling een hoofdrol wordt. Nathalie, gespeeld door Isabelle Huppert, kan haar liefde kwijt aan het dikke monster. Dat mee mag naar het huisje, wegloopt en zelfs een muis vangt!

 Opeens klinkt Woody Guthrie in de auto van de student die haar van het station haalt. De boodschap van Hansen lijkt eenvoudig: leven leer je niet uit boeken.

 Maar ach, die titel. Zou deze filosofe talent hebben voor iets als een toekomst? Nu ja, er komt een kleinkind.

Willem Thies

 Toen dat nog kon worstelde ik me met mijn R4 in gloeiende hitte Rome binnen, totaan de Campo de' Fiori. Een enkele kamer was er nog. Een bloedveeg op het behang, een haastig dichtgespij­kerde deur. En in de la van het nachtkastje een panty en On the road van Kerouac. Hieraan dacht ik toen ik dit van Willem Thies las:

 'Niet het volmaakte, het bijna volmaakte - het levende en ruwe,

de muren met putjes, sleuven krassen, plakband, geplette insecten,


 bloedvegen. Tweedehands bloed, muggen, op heterdaad dood-

geslagen, laten we de kamer bewaren zoals zij is, beschadigd,

 

 gehavend, vervaald. Gekerfd, de verf bleek weggetrokken,

deze kamer is met ons opgegroeid, oud geworden, ontveld.

 

 Geen laag wordt afgedekt. Barsten, bladders, vlekken.

Geen ziekenhuiswit saust egaal. Wij dragen geschiedenis.'

 (uit: Het Liegend Konijn)

Tags: 

Kleine dieren

 Dit is het seizoen van de kleine dieren. Mijn spinnen waaien of regenen weg maar redden zich wonderbaarlijk. En beginnen opnieuw.

 Robert Musil schreef 'Vliegenpapier' een smartelijk verhaal over de voorloper van wat je nauwelijks meer ziet, de van het plafond omlaag hangende zich ontvouwende rol kleefpapier waaraan vliegen zich hechten en sterven.

 Bij Musil was het ongeveer een A4 die je naast je op je schrijfbureau legde, en die in dit seizoen na een tijdje bedekt was met zich vastgekleefd hebbende vliegen en muggen. Musil beschrijft hoe een niets vermoedende vlieg op dat kleverig oppervlak landt en eerst nog denkt, ach, 't is zacht, tot ze weer wil opstijgen en merkt dat dat niet gaat.

 Ze blijft proberen, terwijl de schrijver toekijkt:

 ‘Het vliegenpapier Tangle-foot is ongeveer zesendertig centimeter lang en eenentwintig centimeter breed: het is met een gele, giftige lijm bestreken en komt uit Canada. Als er een vlieg op landt – niet speciaal uit begeerte, meer uit gewoonte, omdat er al zo veel anderen zitten – plakt ze eerst met de uiterste ledematen van al haar pootjes vast. Een heel trage, bevreemdende ervaring, zoals wanneer we in het donker liepen en met blote voeten op iets trapten, dat nog niets anders was dan een weke, warme, onoverzichtelijke weerstand en toch al iets waarin geleidelijk het gruwelijk menselijke binnenvloeide…’.

 Nog weer later kwam - vooral in Frankrijk - de kleine blauwe tl-buis waar ze op af vlogen en dan geëlektrocuteerd werden. Met een harde tik.

 Blijft mijn muis. Een mens heeft altijd maar een muis. Ze zijn zo slim zich nooit in groten getale te vertonen. De mijne loopt alle dagen gezellig over mijn tenen.

 Maar nu wordt het toch moeilijk. Muis is soms klein, dan weer groot. Er moeten meer muizen zijn. En ik heb geen oplossing. De ouderwetse muizenval is een gruwelij­ke guillotine, en korrels zorgen ervoor dat muis soms ziel­togend wordt aan­getroffen.

 Het vergaat mij als Robert Musil. Hoe nu?

Tags: 

De boekhouding van K.Michel

 'Te voet is het heelal drie dagen ver' heet de nieuwe bundel van K.Michel. Een titel waar ik sinds vanmorgen niet voorbij kom. Zo zit hij het lezen van de gedichten in de weg.

 Mag je verder, de wereld van K.Michel in? Te voet is goed. En dan? Dan worden tijd en ruimte opgeheven.

 Veel dieren zijn er. Olifanten lakken hun nagels. Hazen worden geschoten. Er komt een variant van 'Weet je hoe een koe een haas vangt?' Ik herinner me het antwoord: 'Hij gaat achter een graspolletje zitten en doet het geluid van een boerenkool na.'

 Bij Michel staat: 'Dichter vangt haas door achter een boom/ geluid van wortel na te bootsen.'

 Hoe hou je zo'n wereld op orde? Ik lees 'Boekhouding':

 'mijn boekhouder komt op bezoek/ samen ruimen we een tafel leeg/ voor zijn scheve toren van mappen/ mijn zus komt binnen/ ze doet heel kwaaiig tegen hem/ eerst draagt ze een slobberig trainingspak/ zoeen als danseressen tijdens het opwarmen dragen/ even later een spijkerpak/ waarom doe je zo bozig/ vraag ik zachtjes op de gang/ nou daarstraks was ik bij de huisarts/ en die vertelde me met veel omhaal dat ik sterven ga/ wat een onnozele gast zeg ik/ je bent toch allang dood/ en we barsten in lachen uit/ dan gaat zij naar de stomerij, gordijnen ophalen/ en ik ga dit gedicht opschrijven/ in de voorkamer, geen idee/ waar de accountant is gebleven

 iedere nacht hetzelfde de laatste tijd/ met dan weer een rolkoffer dan weer een bloemetjesjurk/ zo komt de boekhouding nooit op orde’

Tags: 

De stokpaarden van Andrea Freckmann.

 De nieuwe expositie van Andrea Freckmann gezien. In de Haagse Herdersstraat bij Maurits van de Laar. Opnieuw is het een voorstelling. Soms letterlijk, zoals in haar Waldbühnenstuck, waar een poppenkast, een marionettentheater in het bos staat.

 Stokpaarden, daarover gaat het ditmaal. Je ziet en wereld vol mensen die stokpaarden berijden. De paarden spelen op sommige doeken mee, komen tot leven.

 Een 18de-eeuws leger rukt op, in blauwe uniformen. Waren dat de Pruisen niet. Ja Andrea, ze is Duitse.

 Maar ook een vrouw, die als een heks een stokpaard kan berijden als een bezem.

 Ze heeft uit hout en wol ook stokpaarden gemaakt die kunnen meespelen in een marionettentheater, grote en kleine. Ze heeft zelfs, vertelde ze, geposeerd in een gehuurd blauw galauniform. Met stokpaard.

 Zo schildert ze een wereld waarin legers stokpaardberijders tegen elkaar optrekken.

 Kijk om je je heen, en je ziet legers op stokpaarden.

 Het woord stokpaard (Steckenpferd) heeft in het Duits de zelfde dubbele betekenis als bij ons. Van kinderspeelgoed tot obsessie.

Eeuwigdurend Panorama

 Panorama Mesdag brengt onder het grote ronde doek een bijzondere expositie over ja wat? Over wat altijd doorgaat, aan zee. Zoals de zee ook altijd door­gaat. Filmloops van Zeger Reyers over wat niet ophoudt, met geluid. Begoochelend. Zo zie je een stel lege oliedrums aan lager wal, rammelend, klotsend in de branding, forever.

 Reyers heeft ook de hemel naar beneden laten komen als een uitgezakte bel lucht, waarin meeuwen krijsend aan en af vliegen.

 En dan laat hij zien wat ik vanmiddag nog zag. Het binnenste van de vuurtoren. Want ook overdag geeft die z'n stralen. Twee flitsen kort na elkaar, dat is Scheveningen. De camera draait rond en rond, mee met het binnen­werk vol ronde spiegels die de lichtstraal richten, die ik zo goed ken.

 Op mijn Haagse zolderkamer zwiepten de stralen over de muur tot ik insliep. Er kwam een eind aan toen aan de Laan van Meerdervoort een flat gebouwd werd tussen de stralen en mij. 

 Panorama Continuum heet dit. En ja, die vuurtoren maakt van heel Den Haag West een panorama.

 Je zou zelfs, dacht ik opeens in het Panorama een avondvoorstelling kunnen geven, het licht uit doen en er een vuurtoren in bouwen die stad en zee  af en toe oplicht. 

Tags: 

De tantes van Eric de Kuyper

 Terug bij de tantes van Eric de Kuyper. Vooral tante Jeannot kende ik van de boeken over zijn jeugdjaren in Brussel en Oostende. Vantilt geeft ze opnieuw uit. Nieuw is 'Drie zusters in Londen' met als ondertitel 'uit de familiekroniek, 1914-1918'.

 Het voorafgaande, zoals De Kuyper het als kind hoorde vertellen. De tantes zijn nog meisjes die onder de oorlogsdreiging via Frankrijk belanden in het deftige Cannon Street Hotel in Londen. Een leven in hotels als bij Joseph Roth maar dan een oorlog eerder. Heel het hotel is het speelterrein van de meisjes en Mister Olson de suikeroom.

 Mij doet het denken aan de meisjesboeken van mijn eigen moeder en vooral het meisjesblad 'Zonneschijn' dat ik erfde. Ook daarin wordt per boot naar Londen gereisd. En leren meisjes een beetje Engels. Als ze hun moeder nodig hebben moeten ze 'Modder' roepen. Zouden meisjes van nu nog wel eens de slappe lach krijgen?

 Als de Duitsers bombarderen laat De Kuyper ze belanden in de schuilkelders onder het hotel. Maar ook daar tracteert Mister Olson op champagne: 'Toen het ochtend werd, mochten we weer uit de kelder. Het was nog donker en de straatverlichting was voor de helft blauw afgeschermd. Iets verderop was een bom gevallen, midden in de City. Je kon het in de ochtendschemering zien. Voorbij St.Paul's stegen hoge vlammen op (...). Maar we mochten van ma niet langer buiten op de stoep blijven staan kijken, want we waren nog niet fatsoenlijk aangekleed.'  

Tags: 

Ouderdwang

 Ouders willen kinderen die precies op ze lijken. En het lijkt erop dat verreweg de meeste kinderen dat zelf ook willen. Kijk om je heen. Pijnlijk maar waar. Vooral als er iets tussenkomt zoals in de nieuwe film van de Brazili­aanse Anna Muylaert, met de titel 'Noem mij niet je zoon'.

 Een in de kraamkliniek geroofde baby groeit op tot een leuke gitarist. Alleen, hij lakt z'n nagels en koopt jurken. Geen probleem, tot z'n biologische ouders hem op het spoor zijn en opeisen.

 Wat er dan gebeurt kan menige filmkijker zich aantrekken. Muylaert laat de familiedwang haarscherp zien. Wat gebeurt er in zo'n gezin als de eeuwenoude wet 'wees als je ouders' overtreden wordt?

 Je zit te wachten tot de zoon zich zal verzetten tegen de gruwelijke ouderdwang, en dat gebeurt steeds net niet. 

 Er worden kleren gekocht, maar de nieuwe zoon wil een jurk. De biologische vader wil hem laten bowlen, maar nee.

 Waar moet hij heen? In de gated community waar ze wonen wordt het hek gesloten. De moeder bij wie hij opgroeide zit in het gevang. En zijn zusje dat ook al gestolen bleek zit bij andere biologische ouders.

 Het eind is mooi: hij heeft een biologisch broertje dat - je ziet het aankomen - weldra ook z'n nagels zal lakken.

 Nog komende week in Rialto Amsterdam te zien.

De Russen

 Omdat ik iets moet gaan zeggen over linkse studenten in de Amsterdamse jaren '60 dit. In Den Haag kende ik alleen twee meisjes van de Humanistische Jeugdbeweging, die meededen met de sitdownstaking in 1961 - de eerste in Nederland - op de tramrails kruising Anna Paulownatr­aat en Laan van Meerdervoort.

 Ik wist ervan maar zat die ochtend keurig op school. De Ban-de-Bom beweging ontging me. Mijn tante Karin, die van de 'Derde Weg' was en pacifiste, vertelde dat de Russen aardige en hartelijke mensen waren met niks kwaads in de zin. Als wij nu maar eenzijdig ontwapenden zouden zij dat ook doen. Eenmaal in Amsterdam bracht ik het niet verder dan actiecommissaris van de Afdeling Amsterdam van de Studentenvak­beweging. 'Niet betrouwbaar', hoorde ik zeggen.

 Linkse mensen werkten in die jaren in de vakantie aan de 'Autoput', Tito's snelweg dwars door Joegoslavië. Ik niet.

 Toch was ik die avond in 1967 bij Tineke Nijen­huis aan de Krombomsloot, waar heel links studenten-Amsterdam stond te wachten op 'De Russen' met Che Guevara aan de muur. Het gonsde al weken: 'de Russen komen'. In een andere betekenis dan 'de Russische beer slaapt nooit'. Er werd meer bier gehaald. Zelfs een fles wodka. En eindelijk kwamen ze de trap op.

 Waren dit studenten? Het bleken wat oudere partijfunctionarissen, met bontmutsen op in grote jassen. Een sprak er Engels. Hij hield een toespraak over de vriendschap tussen de volkeren. En dat was het. 

Oorlog en hooi

 In het dagboek van Robert Musil komt ook zijn diensttijd voor aan het Italiaanse front, in de Dolomieten, midden in het boerenland, waar de boerinnen gewoon doorgaan met hooien. Juni 1915 noteert hij:

 'Verwijderde kanonschoten: nauwelijks uit te maken of er niet ergens op grote afstand een poort dichtviel of op het hout van een dorsvloer geslagen werd.'

 De mannen zijn aan het front. De vrouwen halen de oogst binnen en zijn buitengewoon vriendelijk tegen Oostenrijkse militairen als Musil. Die noteert: 'Meisje op ezel, het bergpad omhoog rijdend. Licht schommelende beweging van haar hele bovenlichaam Zit in het houten draagzadel, klaarblijkelijk zonder broek. De benen onbetamelijk hoog opgetrokken.'.

 Zijn paard is ziek geworden en kan niet met de trein mee naar Trento, wordt dan op een boerenwagen vervoerd. 

 Hij kijkt naar het hooien op een bergwei:

 'Het meisje vormt (alleen op de wei) met handen en voeten een enorme bussel hooi. Gaat er op haar knieën in zitten en haalt met beide armen het hooi naar zich toe. Gaat - heel zinnelijk - er op haar buik bovenop liggen en graait van voren erin. Wentelt zich geheel op haar zij en pakt maar met haar ene arm. Kruipt er met een knie bovenop.'

 De gruwelijke slag om de Monte Grappa (1917) komt er aan, met vele duizenden doden.

 ‘Het geluid van een projectiel is een aanzwellend en, als het schot over je heen gaat, weer afnemend fluiten, waarin de ai-klank niet tot articulatie komt. Grote projectielen niet al te hoog boven de eigen positie laten het geluid tot een ruisen aanzwellen, ja tot een dreunen in de lucht, waarin een metalen bijklank zit.’

Tags: 

Pagina's