Wenende paarden

 Eerder was ik bij de fantastische illustraties in de marge van Middeleeuwse handschriften, verzameld op de site waarin meestal dieren zich als mensen gedragen, slakken elkaar bevechten met lansen, konijnen doen wat konijnen doen en draken onuitroeibaar zijn.

 C.S.Lewis is de grote deskundige, in zijn standaardwerk vond ik wat ik zocht over paarden. Paard en mens zijn samen groot geworden, van Alexanders Bucephalos tot Don Quichotes Rossinant. Liefst zie ik schilderijen van Middeleeuwse veldslagen, waarin paarden een commentaarfunctie hebben. Een extra terzijderol. Hun bazen vechten, zij kijken hoofdschuddend toe. Het is niet verdwenen. Lucky Lukes Jolly Jumper ziet de stommiteiten van z'n baas aankomen.

Isidorus van Cartagena (560-636), de eerste encyclopedist en patroonheilige van het Internet schreef: 'Paarden ruiken de veldslag, ze trekken ten strijde als ze de trompet horen.'. En: 'ze storten tranen als hun meester sterft.' Het komt al in de Ilias voor. Waar de paarden van Achilles wenen als zijn vriend Patroklos gesneuveld is. Ze blijven stokstijf staan:

'nee, zoals een grafzuil star staat,

opgericht op het graf 

van een man die gestorven is of een

vrouw,

zo bleven zij onbeweeglijk met hun

mooi versierde wagen

en bogen het hoofd naar de grond

en hete tranen stroomden

vanaf hun oogleden op de aarde

terwijl zij weenden om

het gemis van hun wagenstrijder en

hun weelderige 

manen werden stoffig, aan

weerskanten neerhangend vanaf

het juk.'

 

(vert. Ben Bijnsdorp)

Tags: 

Die Leiden des alten Senators

 Die Leiden des alten Senators is een gefilmd feuilleton, gemaakt door Willehad Eilers, alias Wayne Horse. Een Duitse kunstenaar uit Bremen die op de Rietveld ging. In 2006 interviewde ik hem toen hij het Olympiaplein onveilig maakte met filmopnamen waarin hij met wonderlijke maskers optrad.

 En nu dan de serie, die draait om de stem van Wayne, die in het Duits een buitenissig verhaal vertelt dat zich afspeelt in Bremen. We zijn aan aflevering 10, van de 52. Elke donderdag een nieuwe. De verteller is terug in Bremen, met de senator, het oude team. Het gaat om die vertelstem die ons meeneemt naar zijn oude café, het oude Uilennest. Een af­gebrand en dichtge­timmerd café. Waar het verleden nog leeft. Het verhaal wordt verteld in het Duits, Engels ondertiteld.

 Muis is daar de dienster, met paardenstaart. Ze is ook een sexy varke­n. Een varkensmuis met ponyhaar.

 Die de geesten netjes bijschenkt, volle glazen. Momenten om in te verdrinken. Alleen soms gooit ze de klanten hun drank in het gezicht. Je snapt, dit wordt een liefdesgeschiedenis: 'Hallo muis, kom mee, ik zal je de wereld laten zien.'

 Bremen-Oost. Dronken. De vertrouwde geur van de inmiddels gesloten worstfabriek.

 Net zag ik afleve­ring 10: Rummelplatz der Gefuehle. De Duitse tekst met Engelse ondertitels heeft een mooie, trage toon. In beeld komen de locaties, waar de oude senator zijn overpeinzingen uitspreekt. Die kunnen gaan over Marilyn Monroe of het bezoek aan een supermarkt met een draaideur.

 De afleveringen totnutoe, twee drie minuten elk, staan op de site.

Tags: 

Jente Posthuma

 De roman Mensen zonder uitstraling, het debuut van Jente Posthuma heet niet voor niets zo. De f­iguren, het meisje, haar stervende moeder, haar vader die psychiater is, ontkomen niet aan de loop der dingen. En zijzelf? Wordt ze nog iemand?

 De vader probeert te ontkomen door bijvoorbeeld bij z'n afscheid met Frank Sinatra 'My way' te zingen. De moeder was een mislukte actri­ce. Het meisje ziet dat ontsnappen vrijwel onmogelijk is. Het leven waarvoor ze bestemd is staat haar tegen, al neigt ze niet tot zelfmoord of drugsgebruik.

 Haar uitweg lijkt schrijven. Dat is wat je leest.

 En daarin houdt ze heel precies bij wat ze in haar omgeving en bij zichzelf waarneemt. Het beschrijven van mensen 'zonder uitstraling', die niet ontkomen. Die blijven hangen in een soort voorgeborchte tot ze sterven. En waarin alle wegen doodlopen. Zal ze nog een vriendje krijgen? Zeker, en een kind zelfs. Maar hoe gaat dat verder? Er blijft haar en de lezer niets bespaard.

 Het boek zit ook vol lawaai. Dat begint met het smakkend eten van de vader. De onverdraaglijkheid van het leven, de omgeving uit zich in een geluidsneurose, hinder van de medemens, van heel de omgeving.

 Het meisje vraagt zich steeds af of ze leuk genoeg is. Een hoofdstuk heet 'De beste jaren van mijn kont.' 

 Intelligentie - altijd eerst denken dat het aan jou ligt -  is in zo'n leven een ernstige handicap.

Teder geweld in Caracas

 De Venezolaanse film Desde alla is de mooiste liefdesgeschiedenis die ik in lang zag. Een middelbare restaurateur van kunstgebitten en een jeugdige crimineel vinden elkaar. Geweld drijft ze in elkaars armen.

 Twee homoseksuelen in een machowereld. Ver van de Amsterdamse gay sprookjes. 

 Elder werkt in een sloperij en lapt voor zichzelf een oude Corsa op. Als ze daarmee naar een familiale doopplechtigheid rijden en hij Armando voorstelt is het snel afgelopen. Geen flikkers in de familie. 

 Wanneer de jonge Elder weer eens in elkaar geslagen is en Armando hem verpleegt vloeien seks en geweld ineen. Even dacht ik aan de nachtelijke dronken vechtpartijen van Gerard en Joop, waar de een door een winkelruit heen ging en ze samen in het ziekenhuis belandden. Kijk, dat was nou liefde.

 Armando bespiedt en lokt in deze film jongetjes mee naar huis, Geeft ze geld om bekeken te worden. Meer niet. Mooi is de beginscene waarin hij heel precies aanwijst hoe de jongen moet gaan staan, met tot hoever zijn broek over zijn naakte kont.

 Het mag niet te dicht bij komen. Als de jonge Elder later echt verliefd wordt is het 'niet te dichtbij komen'. Daar heb je de titel denk ik: Desde alla ('Van ver'') 

 Regisseur Lorenzo Vigas lukt het, hoe zeg je het, de tederheid van het geweld in deze afgetrapte wijk van Caracas te laten zien. Even maar.

Meer Claerbout en Elvis

 De 3D loop 'King' die David Claerbout maakte uit een foto (1956) van Elvis Presley door Alfred Wertheimer - nu te zien in De Pont in Tilburg - ontlokte bev­riende fotog­raaf Fran van der Hoeven het vol­gende.

 Het oorspr­onkelijk onderschrift was: 'Elvis poses for a cousin. The relatives had gathered at the Presley home for the Fourth of July and to attend his benefit concert at Russwood Stadium that night. Left to right: Elvis; Billy Smith, Elvis' cousin; Travis Smith, Gladys' brother and Billy's father; Vernon (shaving in background); on the couch, Gladys and Minnie, Vernon's mother".

 Wat deed Claerbout met de foto? Van alles. Fran schrijft: Claerbout tovert witte fee om tot salontafel, verzint rookstandaard, geeft Oma Presley een nieuw kapsel en maakt haar jonger, geeft de bank een wat moderner armleuning, maakt Gladys wat minder mollig en trekt Elvis en Gladys wat naar de zijkanten, een soort groothoekgevoel, zodat we onze ogen wat makkelijker door de ruimte kunnen laten gaan.

 Elvis 'poseert' daardoor wat minder, het is meer alsof hij ruim baan wil maken voor onze blikken; alsof hij er niet zo toe doet.

 Het benauwde van Wertheimers foto, dat recht deed aan het eerste huis dat Elvis had gekocht, trailer/woonwagengevoel verdwijnt daardoor wel een beetje.

 Wertheimer vertelde later over zijn opnamen in de hotelkamer als Elvis in New York is voor CBS tv.

 Hij kamde z'n haar in een dameszakspiegeltje. Met ontbloot bovenlijf ziet Wertheimer dat hij puistjes op z'n rug heeft en een puist op z'n linkerschouder. En noteert 'hij was zich totaal niet van zichzelf bewust'. Hij vond het ook geen punt als iemand vlak bij hem kwam. Ook Claerbout komt heel dicht op de huid, maar die werkte met een lookalike. Maakt in de marge van z'n draaiboek wel de aan­tekening 'Baby speck of king'. 

De biograaf

 Was al de titel van een roman van Willem Brakman (1922-2008). En nu komt er dan een echte biografie, van Nico Keuning. Dat na de lange jaren dat de beoogde biograaf Gerrit Jan Kleinrensink met de schrijver optrok tot hij in 2014 stierf.

 Wonderlijk duo. Brakmans biografie schrijven terwijl hij nog leefde was ook eigenlijk onmogelijk. Immers wat Willem deed was zijn eigen geschiedenis (her)schrijven. In telkens nieuwe gedaanten. Zoals zijn voorbeeld Proust het had gedaan. Dan zou je dus als biograaf moeten nagaan wat er in werkelijkheid in Den Haag en Duindorp gebeurde en hoe Brakman daar zijn verhalen uit maakte. Er de wereldliteratuur en zijn gedachtenvluchten in verwerkte. En dat terwijl hij op je vingers keek?

 Wilde hij bijvoorbeeld  als Don Quichote over de Ieplaan rijden - zoals in Een voortreffelijke ridder - en zijn paard aan een lantaarnpaal vastmaken om naar het café te gaan, waarop de politie optrad, dan deed hij dat.

 'Wat moet dat met dat paard, heeft u een vergunning?'

 Kortom Nico Keuning krijgt het ook niet makkelijk.

 Ik deed al wat vooronderzoek naar de duintop in de Bosjes van Poot, tegenover de ouderlijke woning aan de Bevelandsestraat. Die top noemt Willem in vele boeken 'De Koepel'. Vandaar kijk je over Duindorp heen en ziet de zee.

 Ik vroeg hem tijdens een fietstocht hoezo? Hij wist het niet. Bij hem thuis heette dat zo. Nu was ik laatst in Panorama Mesdag en zie, op vele verre duintoppen zie je daar met een koepel overdekte zitjes. Zoeën moet er achter Duindorp ook geweest zijn.

 Sterker nog, het paviljoentje in Mesdag vanwaar je het panorama rondkijkt heeft precies de vorm van zo’n koepel. 

Selma

 Gelovigen maken soms een keuze die verkeerd uitpakt. En dan - stukje bij beetje - gaat de werkelijkheid zich anders gedragen dan ze hooggestemd ooit wilden geloven. Zo gebeurt het in het geval van het Nederlands-Chinese echtpaar dat Carolijn Visser beschrijft in Selma.

 Hij Chinese wetenschapper, psycholoog, gelovig communist, zij joodse lerares, ontsnapt aan het concentratie kamp. Beginnen na de Tweede Wereldoorlog een nieuw leven in het nieuwe China, van Mao. Die zich heel geleidelijk ontpopt als een gevaarlijke krankzinnige, een massamoordenaar in naam van het Grote Gelijk. Selma is door haar huwelijk haar paspoort kwijt, ze kan niet meer terug naar Nederland.

 Wat tomeloos boeit in Selma is de ommekeer. Het geloof dat maar heel geleidelijk afbrokkelt. Het echtpaar maakt immers zelf deel uit van de bevoorrechte klasse. De 'Grote sprong voorwaarts' waarbij zonder reden alle metaal wordt ingezameld, gaat aan ze voorbij. Niet aan de boeren, die hun wok-pannen verliezen, en zoveel meer. Ten koste van 45 miljoen doden.

 Wat Carolijn Visser zo mooi doet is het proces laten zien in det­ails. Selma blijft met alle schaarse middelen een keurige Hollandse huisvrouw die voor man en twee kinderen een piekfijn huishouden drijft, kleren maakt, voedsel bereidt. En zich niet wil laten kennen tegenover de familie in Nederland.

 Terugkomen op zo'n keuze zou gezichtsverlies zijn.

 En dan komt het hartverscheurend hoogtepunt: de Culturele Revolutie. In 1966 laat Mao een golf van redeloze waanzin op de Chinezen los. Bij de familie Tsao wordt alles wat riekt naar kapitalisme of 'feodalisme', kortom intelligentsia door de Rode Gardisten kort en klein geslagen of meegenomen. Zo ook de man van Selma, die van professor in de psychologie, gespecialiseerd in het geheugen, tot schoon­maker van Wc’s wordt en dan op het land moet werken. Openbare processen, aftuigingen van docenten. Moorden, zelfmoorden onder wetenschappers bij de vleet.

 Merkwaardig hoe deze stemming aan de Donald Trump- en Geert Wilders-revol­uties doet denken. Mao was een groot populist. Hij begreep kennelijk 'wat er onder het volk leefde'.

 Ook in Nederland kende de Culturele revolutie aanhangers. Een mooi terzijde-hoofdstukje herinnert aan de bijval van Jan Marijnissen en de SP, Derk Sauer, de Groene Amsterdammer.

Tags: 

David Claerbout is terug

 Zeven jaar geleden exposeerde David Claerbout in De Pont, in Tilburg. Ik deed een radiorondgang met hem, tussen films waarin de tijd zoek was. Een dag later kwam hij vanuit Antwerpen aangereden in een oude brik, met heel zijn familie, voor de opening.

 Vanmiddag stond ik daar weer en zag z'n nieuwste werk. En raakte opnieuw gevangen in het net van vertraging dat hij over zijn toeschouwers uitwerpt.

 De tijd, zoals ons die wordt opgelegd ervaart hij denk ik als een vorm van dwingelandij, van tirannie, waartegen hij zich met alles wat hem te binnen wil schieten teweerstelt.

 Hij neemt geen genoegen met de tijd.

 Zijn nieuwe werk Olympia bijvoorbeeld laat het Olympisch stadion zien dat Albert speer voor Hitlers Spelen van 1936 in Berlijn bouwde. In 3D laat Claerbout het bijna onzichtbaar langzame verval van het stadion zien. Verval als de slowest motion. Licht, schaduw en wind zijn er, als altijd bij Claerbout. Maar verder? Je blijft zoeken naar kleine bewegingen.

 'Ik beeldhouw met duur,' zegt Claerbout. Maar wat zou dat bij hem zijn, duur?

 Ikzelf denk duur is de gewaarwording, tijd het meetbare. En denk aan de trein die voorbij reed, lang geleden. Waarna ik de rails niet durfde oversteken.

 Waarom niet? Omdat de aanwezigheid van de trein zo groot en sterk was dat hij onmogelijk verdwenen kon zijn. Een trein is nooit voorbij.

 Wat zou voor Claerbout het verschil zijn tussen tijd en duur?

 Hij zegt: 'Duur is geen onafhankelijk verschijnsel zoals tijd, maar bevindt zich altijd ergens tussenin.'

 Dan kijk ik naar het meesterlijke 'KING', waarin een foto uit 1956 van Elvis Presley tot leven komt. Tot leven? Deze 3D projecties zijn door een ploeg van 9 man gemaakt, geen huidplooi of ronding blijft onopgemerkt, je loopt werkelijk om Elvis heen, in zijn zwembroek in een huiskamer temidden van familie, vrienden? De werktekeningen hangen aan de muur. 

 

Tags: 

David Claerbouts achterkanten

 Een foto binnengaan. Je doet het eigenlijk vanzelf, je stapt het gras op waar de figuren staan, loopt om ze heen, bekijkt hun nekharen van nabij, hun kraagjes en schoenen. De driedimensie techniek die Claerbout hanteert maakt het makkelijker.

 Je stapt de tijd binnen, of beter de duur. In het Olympia Stadion in Berlijn stap je het voorstelbare, nee aanwezige 1936 van Hitlers Olympische spelen binnen, en tegelijk het heden, want er worden nog Duitse interlands gespeeld. Dit jaar vriendschappelijk tegen Engeland. De estafettelopers van hofbeeldhouwer Arno Breker staan er nog steeds.

 In 'KING' stap je een uit een foto gereconstrueerd verleden binnen, en draait rond een Elvis lookali­ke, van heel nabij, van alle kanten. En het duurt een tijdje voor je bedenkt, dit kan eigenlijk niet. Ook al omdat deze Elvis volstrekt haarloos is, op z'n hoofdhaar na.

 Behalve dat je als fotokijker stiekem de achterkant van de maan bekijkt. Of zoals nu de achterkant van Elvis.

 Dat is wat David Claerbout oproept, zichtbaar maakt. En waar hij mee bezig was al in de tijd van zijn eerste fotoboom, door de kroon waarvan hij een bries liet strijken.

 Wat doet een foto met je? Een foto overbrugt de tijd. Brengt je in het tussengebied - zoals Claerbout het noemt - tussen de gefotografeerde gebeurtenis en het nu waarin je hem bekijkt.

 Zoals je het verleden met je meedraagt, waar je ook gaat. 

Tags: 

Verviers 1925

 'The past is a foreign country, they do things differently there' (L.P.Hartley, The go-between), vat het beter samen dan welke regel ook. Al komt Judith Herzbergs 'Leven is wat ze vroeger deden' in de buurt.

 Deze foto wachtte al een tijdje. Foto's hebben geduld. Mijn moeder en haar jongere zusje tante Bé, gefotografeerd in Verviers, door mijn grootmoeder, rond 1925, tijdens een logeerpartij bij tante Martha, die getrouwd was met een vermog­ende industri­eel. Met uitstapjes naar Spa en de Cascade de Coo. Men sprak daar Frans.

 Tante Bé was en bleef mijn moeders beste vriendin. Ze deed conservatorium piano, en toen ze geen pianiste kon worden emigreerde ze - omstreeks 1953 - naar Nieuw Zeeland. Mijn moeder stuurde haar wekelijks de Libelle en de Margriet. Groot nieuws daar. Nieuw Zeeland lag achter in mode en van alles. Nieuw Zeeland viel tegen.

 Maar Bé bleef, al moest ze in ziekenhuizen werken, raakte nooit meer een piano aan en trouwde met een Engelse buschauffeur.

 Het voorafgaande: de meisjes bezochten het Haags Christelijk Gymnasium, waar ze mijn vader ontmoetten, die Bé het hof maakte. Maar die lustte hem niet. Toen moest het mijn moeder maar worden. Na een verloving van zeven jaren vol aarzeling trouwde ze hem in 1942.

Pagina's