Het oog van God

 Fotografie is een religieuze praktijk. De fotograaf, de pries­ter in de ceremonie, slaat een brug naar de onster­felijkheid. Wij, de gefotografeerden bedenken hoe wij voor Gods oog, dat van de camera willen verschijnen. Zijn wij gezien? Zijn wij niet onopgemerkt gebleven?

 In Foam is het werk van de Albanese fotografendynastie Marubi (1856-1959) te zien. Ze fotografeerden klanten vanaf het Ottomaanse rijk tot in de communistische tijd. Christenen, moslims, ongelovigen, militairen, nonnen, actrices, schoolklassen. Die een ding gemeen hadden: ze wilden op de foto.

 Een ernstige zaak, dat lees je aan de gezichten van wie voor het oog van de camera van de Marubi's, van Italiaanse komaf, versc­henen.

 Het deed me denken aan de onvergetelijke film Starmaker van Giuseppe Tornatore over de op Sicilië rondreizende cameraman met een lege camera die iedereen roem in Rome voorspiegelt.

 De fotografie en in z'n voetspoor de film heeft de wereld veranderd. Een zelfbeeld had je voortaan. Dat je zelf kon zien inplaats van het te moeten opmaken uit bijval, of onbetrouwbare spiegels.

 Of de wereld beter is geworden van de camera? Het weten dat je bestaat en hoe?

 De Marubi's regisseerden. Begrepen het belang van hun opdracht. Zorgen voor een plaatsje op de schoorsteenmantel van God.

 Ik kijk mijn ogen uit. Naar de wereld tussen zijn en voorgoed verdwijnen die foto heet. De gefotografeerden kijken mij op hun beurt aan vanuit dat voorgeborchte.

 Ook Zog, die zichzelf tot koning kroonde, en regeerde van 1928 tot de Italianen kwamen, en die naar het schijnt een incestueuze relatie had met zuster Xenia. Ze zijn samen vastgelegd.

Silly walks

 Hoe gaat een heer over straat? Nu omgangsvormen en wellevendheid door de algemene verruwing een onderwerp zijn sloeg ik dit boekje uit 1733 er op na. Uit mijn raam zie ik uit op het tegenoverliggend trottoir waar voetgangers zich op de vreemdste manieren voortspoeden.

 'Silly walks' bij de vleet. Vooroverhellend, de buik naar voren, opzij zwiepende benen. In 1733 was het advies radicaal: een heer loopt niet:

 'Een eerlijk Man moet langs de straten niet loopen: deze haastigheid is niet goed als voor Knechten en geringe Menschen, maar voor geen Heeren van aanzien: 't is ook niet zeer betamelyk, dat men na zynen adem hijgt. Men moet mede zo langzaam niet gaan, noch zo wandelen gelijk een Vrouw of een Bruid. Daar zijn 'er die met zekeren gemaakten zwier gaan, en met al te grote beweging, 't welk gants onaangenaam is. Anderen hebben de armen hangende, slingeren de handen gints en weder, alsof zij zaayen wilden. Sommigen langs de straten gaande, zien de andere Menschen zo sterk aan, als of zy iets wonderlyks en ongemeens omtrent haar bemerkten. Sommigen heffen de voeten om hoog als een Paard dat bevreesd is: men zou zeggen dat zij altyd de benen uit een tobbe willen halen. (...)

 Kortom, een Heer gaat te paard over straat of met een karos.

 Auteur onbekend. Uitgegeven door Jacob Graal, Boekverkooper op de Leytse-straat, tusschen de Heere- en Keyzers-Gragt.

Natalia Ossef

 Als nu het enige dat je over hebt van je jeugd een fotoalbum is en wat ansichtkaarten. Uit Syrie. Natalia Ossef werd er in 1983 geboren en groeide op in Nederland. Waar ze de kunstacad­emie deed. Wat doet het brein met foto's? Het gaat ermee op de loop. Maakt ze tot iconen, mensen staan voor altijd in deze houdingen, als beeldengroepen, de lachjes voorgoed bevroren.

 Daar bleef het in het geval van Natalia Ossef niet bij. Door het eindeloze kijken kregen de foto's van ver weg en lang geleden een andere vorm. Mensen werden schimmen, gezichten blanco, wat bleef en sterker werd waren houdingen en lichtval. De jurkjes werden witter of zwarter. Alsof de foto’s door de tijd verbleekten.

 Al schilderend en tekenend herschiep ze haar verleden.

 Of ze zich deze scenes nog herinnert? Het lijkt erop dat ze niet veel meer meedraagt dan deze foto's. Ze was heel jong toen ze vertrok.

 Hoe je ook kijkt, ze bewegen niet meer. Totdat je ze gaat tekenen en schilderen. Ze je eigen maakt, op jouw manier.

 Als titels gebruikt Ossef vaak klassieke foto-onderschriften, meestal door moeders bijgeschreven als 'Wish you were here' of 'On the road' of 'The loveliest hour'.

 Maar ook eigen omschrijvingen als 'After the storm', 'The past' of 'The dream'.

 Gezien op Drawing Amsterdam. 

Roemeens kaartenhuis

 Een nieuwe van Cristian Mungiu, de Roemen die de onvergetelijke '4 maanden, 3 weken en 2 dagen' maakte over twee meisjes in de grote stad op zoek naar een abortus voor de ene. In zijn nieuwe, Bacalaureat, gaat het ook weer over alledaagse leugens en omkoperij.

 Iedereen doet het, zegt iedereen. En dan zijn er eenlingen die weigeren mee te doen. Of?

 De decors zijn een morsig ziekenhuis en Roemeense interieurs die in onze ogen uit de jaren '70 stammen. Daaruit rijst spanning op. Net als uit het berustende gedrag van de mensen. Zodat de filmkijker in de permanente onzekerheid terecht komt die in Roemenië zo te zien gewoon is.

 De dokter kan een levertransplantatie ruilen tegen een geslaagd eindexamen voor zijn dochter. Dan immers krijgt ze een beurs voor Cambridge. Het beloofde land.

 Dan komen de weerstanden. Zal de dokter smeergeld aannemen? Zal de dochter meewerken aan de bedachte examenfraude?

 De dochter haalt haar eerste ronde niet, omdat ze op weg naar het examen is aangerand. Zegt ze. Of wilde ze zakken om bij haar vriendje te kunnen blijven? Maar is dat vriendje te vertrouwen?

 Er worden stenen door de ruiten van de dokter gegooid. Justitie komt in actie.

 Het kaartenhuis van de dokter stort zoetjes ineen. 

Tags: 

Moeder Rutte

 Wat zou de moeder van premier Rutte, bij wie hij elke week gaat eten, gezegd hebben over zijn 'pleur op' tegen de Turkse belhamels? Toch niet 'je hebt groot gelijk, zij begonnen'.

 Mijn moeder zei bij kinderruzies 'jij bent de oudste, dus jij moet de wijste wezen.' Een eerste minis­ter is ook een oudste.

 Ook zei ze vaak, 'jij moet het goede voorbeeld geven'.

 Dat deed Rutte niet. Hij stapte even in Haagse Harry‑taal. Hij komt uit Duttendel, even boven het Benoordenhout. De sjieke buurt waar Harry‑tekenaar Marnix Rueb ook vandaan kwam.

 Maar dat wisten die jongens natuurlijk niet. Die wisten alleen van kijken hoever je kunt gaan met het gezag, in dit geval een cameraploeg. En als ze dan happen, hoera. Een grootste triomf, ook Rutte hapte.

 Ik heb het nooit over deze dingen, nu even wel. Gaat het over beschaving dan komt mijn moeder. Die in het uiterste geval, met haar ernstigste glimlach zei 'dat heb ik liever niet...'.

 Mark Rutte begaf zich op het pad van oog om oog, tand om tand. Zo handhaaf je gezag niet. Gezag berust op overwicht. Rutte werd even Haagse Harry. Nam het niet terug. Net wat mijn jongere broer deed tegen mijn vader. Daar kwam een levenslange strijd uit voort.

 Mevrouw Rutte, doe iets aan die jongen.

Davor Vrankic

 De merkwaardigste werken op Amsterdam Drawing zijn die van de in Parijs werkende Kroaat Davor Vrankic. Afstotend, wonder­lijk.. Hij groeide op in Serajewo.

 Home variations heten ze vaak. Wat je ziet zijn menselijke figuren die bijna geheel opgaan in huiselijke materie. Alsof de meubelen, kleren, stoffen, dekens, zich van de bewoners hebben meestergemaakt. Ze bestaan niet uit vlees en bloed maar uit knopen, stukjes gestikte deken, siera­den, schoenen, de bloe­men uit vazen. Ook buiten dringt binnen, de tuin, geree­dsc­hap, vogels, ratten.

 Het principe van de lappenpop of -dier tot in het oneindige doorgedacht en - getekend. Hij is goed in texturen.

 Een enkele hand of voet steekt er nog tussendoor, schimmig, of een oog dat je verbijsterd aankijkt.

 Herkenbaar zijn hierin nog net een weerkerende man en een vrouw, die soms een varken in haar armen houdt als was het een kind.

 De finale omkering. Niet wij zijn de baas in huis en tuin, huis en tuin dringen ons binnen, worden ons.

 Wij worden onze leefomgeving. de vrouw wordt haar linnenkast, haar stoelbekleding, de man zijn stapel brandhout met bijl.

 Natuurlijk is dat in het dagelijks leven al zo, maar Vrankic neem het letterlijk en laat het in zijn potloodtekeningen gedet­ailleerd zien. Voorkeuren heeft hij ook. Veel knopen.  

Amsterdam drawing

 Of Stefan Bleekrode zijn steden zo angstig precies tekent als bezwering weet ik niet. Voor mij zijn ze griezelig. Ik denk door hun onbevatbaarheid. In andere stadsgezichten halen schilders er altijd iets uit. Ze kiezen. Details, die moeten ‘staan’ voor het geheel.

 Maar zijn steden overweldigen de toeschouwer. Zoveel appar­tementen, zoveel ramen dat ik me wel moet gaan indenken wie daar allemaal wonen en wat ze doen.

 De esthetiek van een mechaniek. Ik dacht aan Escher ook.

 Het begon een paar jaar terug met schilderijen in Edward Hop­per‑stijl. Met dezelfde benauwenis. Op de academie hield hij het niet lang uit.

 De werkelijkheid drong zich steeds meer aan hem op. Wat voor een werkelijkheid?

 Op de panoramische stadsgezichten van Stefan Bleekrode komen mensen alleen voor als verre tinnen soldaatjes zoals je ze ziet op maquettes.

 Hij loopt veel door z’n steden. Fietste heel de Verenigde Staten door. Hoe? Als ik door een stad als Rome loop probeer ik niet onder te gaan in de veelheid. Ik moet kiezen. Bepaalde straten loop ik, ik keer er weer terug, maak me vertrouwd met kleinigheden. Winkeletalages of mensen, een krantenverkoper. Dat ontbreekt bij hem.

 Er is ook nauwelijks weer, de steden liggen er bloot bij in de zon, in 'Amerikaans licht'.

 Zijn eidetisch talent maakt dat hij na wat rondwandelen heel zo’n stad in z’n kop heeft zitten en hem kan tekenen. In vogelperspectief.

 Ik zag hem aan het werk op Amsterdam Drawing, we maakten een praatje. Een wonderbaarlijk hoofd. Hij kiest steden die hij mooi vindt, dat zijn die welke toeristen ook bezoeken. Maar hij neemt ze vaak niet letterlijk, componeert soms een Italiaanse of Nederlandse stad, zoals schilders vaker door de eeuwen deden.

 Maar wat is er dan zo benauwend aan? Voor mij, voor hem? Hij gebruikt het woord ‘desolaat’. 

Dick Ket

 Een ernstige kwaal neemt je in beslag. Als je niet oppast word je dan je ziekte. Patiënt als fulltime job. Een gevaar.

 Dick Ket (1902-1940), wiens tekeningen - en wat schilderijen - nu in Arnhem te zien zijn keerde het om. Hij schilderde en tekende zichzelf als hartpatiënt, wat hij van jongsaf was. Hij werd 38 jaar oud, stierf aan z'n hartkwaal in 1940.

 Zijn ziekte was afleesbaar aan z'n 'trommelstokvingers' en z'n merkwaardige borstkas. Juist die beeldde hij af.

 Buiten kwam hij na z'n dertigste jaar nauwelijks meer, zodat hij ook gekluisterd was aan het zelfportret. Van mijmerend tot spottend, lachend of viool spelend.

 Of het stilleven.

 Dat werden zijn onderwerpen.

 Hij bracht zijn eigen diagnose in beeld. Je kunt het koketteren noemen, er werd wel gezegd dat hij zijn kwaal etaleerde, maar dat is niet aardig.

 De ziekte was voor hem een bezit. Waarbij zijn neurotische, aard meespeelde. Hij had oa. claustrofobie, zelfs in de tr­ein - dat kon toen nog - moest een deur open blijven. 

 Helaas zijn z'n brieven - in Arnhem in vitrines te lezen - niet uitgegeven, wat jammer is, die aan z'n verloofde Nel Schilt zijn sprankelend en geestig. Trouwen durfde hij niet  

 ps. Intussen krijg ik het uitverkochte Dick Ket-boek van Alied Ottevanger (1995) in handen. Waar veel brieven in staan. 

Tags: 

Marcel Beyer

 Marcel Beyer (1965), de Duitse dichter en prozaïst die pas de Buchnerprijs kreeg, de belangrijkste daar, vertelde op de radio hoe belangrijk klank voor hem is. Al schrijvend stelt hij zich altijd voor 'dat de lezer een stem hoort'. Hij zegt heel mooi: 'De stem en de letter hebben een bijna magische relatie tot elkaar'.

 Het lijkt of je Paul van Ostaijen hoort. De ritmiek, melodie en herhalingen in zijn gedichten wijzen ook die kant op. Dat maakt vertalen extra lastig. Het komt, zegt hij, natuurlijk omdat hij in de popcultuur is opgegroeid, met muziek en radio. Nu weet ik zelf altijd of ik een schrijver of dichter al lezende 'hoor' of niet. Heb ook schrijvers vaak gevraagd of ze 'hoorden' wat ze schre­ven. Onverwachte antwoorden krijg je dan. Beyer doet aan muziek, schrijft nu weer een libretto.

 Zijn roman Kaltenburg (2008) is vertaald als 'De nacht dat het dode kraaien regende' (Cossee). Zijn laatste dichtbundel 'Graphit' heb ik alleen in het de Duits. Twee gedichten werden vertaald door Ton Naaijkens in Terras, en in 2003 al eentje door Erik de Smedt uit 'Erdkunde'. Gecondenseerde melk (I), dat verscheen in Yang:

 'Gecondenseerde melk/ stremt als ik 's/ ochtends mijn plastic jas/ uittrek, mijn vingers/ klam, aardappelkleur, ik/ hoor/ niets, ik ben ook niet/ geschoren, mijn/ schoenen blinken nog,/ veters/ nat, in deze toestand kom ik/ nergens aan.

 Ik eet perzik uit blik, er/ drijft iets, haring in/ tomatensaus,/ pakjessoep, er drijft iets, ik/ merk dat ik dit hemd niet/ langer/ aan kan houden, ik wil eruit,/ toch weet/ ik niet of ik zo de straat op/ kom.'

Tags: 

Explosies

 Nog gisteren was te zien hoe in New York rustig wandelende passanten veranderden in rennende mensen die riepen 'maak dat je wegkomt, er is daar iets aan de hand.'

 Zij waren wat in politietaal een 'knalgetuige' heet. Mensen die een ontploffing horen en er meteen een verhaal en een dader bij verzinnen. Ook de pres­identska­ndidaat wist onmiddellijk wie de daders waren.

 Het tijdschrift Terras bracht een pamflet uit met de titel '...Een explosie kan zo fraai zijn', vol vertaalde, internatio­nale literaire fragmenten. Een ode aan onze vertalers.

 Anne Lopes Michielsen vertaalde een roman van Ondjaki (Luanda 1977) uit het Portugees: 'OmaNegentien en het geheim van de Sov­jet' (2008). Waaruit de explosie van 'het beroemde Mausoleum' en wat de toes­chouwers dan zien.

 'Door het zo lang kijken naar de kleuren in de verlichte hemel met vliegende geluiden merkten maar weinigen dat het enorme bouwwerk, dat de ouderen omschreven als verticaal, hoog en raketachtig, dat bouwwerk van zo veel stoffig stucwerk en duizend vermoeide werkers, was begonnen niet langer te bestaan en slechts een grijze stof overbleef die er erg lang over deed om neer te dalen.'

 Het mausoleum van Agostinho Neto, leider van communistisch Angola, staat er overigens nog. Dit was een literaire explosie.

 

 

Pagina's