Japan Modern

 Mooie dubbelzinnige titel voor wat nu te zien is in het Rijks­museum. Het oude Japan ken je van de prenten, liefst de seks-varianten en dan de landschappen, bruggen, boten en Mount Fuji. De moderne tijd viel Japan binnen met de aardbeving van 1923, die heel Tokio verwoestte. De nieuwe stad die daarna verrees is nu te zien op de prenten in het Rijks.

 Modern, jaren '20. Waarom is het me zo vertrouwd? Ik weet het, onze striptekenaars, van Hergé tot Joost Swarte hebben daar hun klare lijn vandaan en hun liefde voor 'moderne'  architectuur, treinen, trams, auto's.

 Wanneer je de prachtige menigte bekijkt die zich verdri­ngt voor de eerste metrorit in Tokio (1927), de elegante dames met hun pothoedjes, bontkragen en hakken, de smetteloze heren met hun hoeden, de brave kinderen. De baseballwedstrijden, het midgetgolf of het bioscoop­publiek. Het lijkt of iedereen meespeelt in een Westerse film.

 Stilistisch is het soms in de oude prenten-stijl, maar ook Westerse moderne kunst is in de prenten-industrie doorgedrongen.

 Veel prenten van eigentijdse vrouwen, Geisha's zijn er nog, maar ze roken nu sigaretten.

 Het hoofdstuk make-up is zeer uit­gebreid. Je krijgt tuitmondjes te zien, pruillippen en wufte coctaildrinksters - met kers!. Pothoedjes ook, zeker. Berlijn jaren '20 in Tokio. Kortgeknipte koppies alom.

 En dan de portretten van in zichzelf gekeerde piekeraarsters. Piekeren als een vorm van emancipatie. Alles uit de unieke verzameling van Elise Wessels. Later meer.

Tags: 

Christine de Pizan

 Sinds Eva en de slang zijn vrouwen verdorven. Het duurde lang voor er een antwoord klonk, dat van Christine de Pizan, geboren in Venetië (1364) en opgegroeid aan het Franse hof. Haar 'Vrouwenstad' (1405) leeft voort, oa. in Fellini's Città delle donne. Nu is er een schitterende studie over die vertaling. Een vrouwentijd, rond 1500, eindelijk. Jeanne d'Arc was een tijdgenote voor wie ze een lofzang schreef. Toen ze weduwe was geworden besloot ze voor haar en haar kinderen de kost te gaan verdienen als schrijfster. Hoogst ongewoon. De allereerste vertaling van 'Vrouwenstad' in het Vlaams  dateert van 1475). In Brugge gemaakt, en prachtig geïllustreerd. Gedichten schreef De Pizan ook, die op muziek gezet werden. Als deze Ballade, vertaald door J.H. Leopold:.

 Alleen ben ik en zoek alleen te wezen,/ Alleen ben ik en van mijn lief verlaten,/ Alleen ben ik; wie die mijn heer mag wezen?/ Alleen ben ik, dan bitter, dan gelaten,/ Alleen ben ik en schuw mijn kwijnend leven,/ Alleen ben ik, verdoolde uiter­maten,/ Alleen ben ik en zonder vriend gebleven.

 Alleen ben ik ter venstere, ter deure,/ Alleen ben ik, in eenen hoek gedoken,/ Alleen ben ik, om op te gaan in treuren,/ Alleen ben ik, stil weg of uitgebroken, Alleen ben ik, het is mij wél gegeven,/ Alleen ben ik in mijn vertrek beloken,/ Alleen ben ik en zonder vriend gebleven.

 Alleen ben ik, waar of ik ook mag wezen,/ Alleen ben ik in alles en altoos,/ Alleen ben ik meer dan een ander wezen,/ Alleen ben ik, verdrukt meedoogenloos,/ Alleen ben ik en van een elk begeven,/ Alleen ben ik en soms gansch troosteloos,/

Alleen ben ik en zonder vriend gebleven.

 Prins, nu is wel mijn droefheid aangeheven,/ Alleen ben ik, met elke rouw te duchten,/ Alleen ben ik, zwarter dan moer­beivruchten,/ Alleen ben ik en zonder vriend gebleven. 

Evenaar

 Mijn andere grootvader, de kapitein bij de Holland Amerika Lijn die in 1932 in Havanna een attaque kreeg en eenzijdig verlamd terugkeerde naar Den Haag, vertelde hoe aan boord - als ze passagiers hadden - het passeren van evenaar werd gevierd. Hij spande voor beide glazen van zijn zeekijker - die ik erfde - een dun zwart draadje. Keek je erdoor dan zag je een streep over zee lopen: 'Wilt u de evenaar zien?' Waarachtig, ze zagen hem. En nu lees ik in Lichtmeters, de bekroonde bundel van Ruth Lasters haar gedicht 'Even':

De evenaar na eeuwen tastbaar maken, als reuze-ersatz voor

al het niet langer aanraakbare. Een wasdraad spannen

 

glijdend, aangedreven, precies tussen de twee halfronden. In

Ecuador mal staan graaien naar een laken, opbollend door wat lijkt

 

lichaamloos geadem. In Gabon alle halen, aaien die je nog

op iemands huid had willen - maken in een enkele drogende

 

zakdoek, waarmee een werkelijkheidsgerant

hier en nu misnoegd moet wapperen tegen zulke draad-

 

verspilling. Aangezien één iel wit pluisje al verzekert dat

veel weer vorm kan vatten, zelfs - in de gedaante van

 

kastanjes, wilde én haast identiek ogende tamme -

de verwarring. 

Tags: 

Brasil, Beleza?!

 Brazilië, heel dat reusachtige land waar straks de Olympische Spelen paraderen samenvatten in een handvol beeldhouwwerken, hoe doe je dat. Het begint als je over de A4 Wassenaar binnenrijdt en in de tuin van het stadhuis de Hollywood-achtige letters SE VENDE (te koop) ziet.

 Waarmee Brazilië wordt samengevat door Carmela Gross (1946): alles is er te koop. Liever Spelen dan armenzorg en onderwijs. Even later, op het Voorhout kom je terecht in het omgekeerde: bescheidenheid. Kunst, gemaakt van eenvoudige materialen, tamelijk toevallig neergezet. Gemaakt van bouwmateriaal, onderdelen van een simpele sportzaal, basketbal-attributen of ligstoe­len in een parkhoekje.

 Het reusach­tige land teruggebracht tot wat vaag allerlei.

 Het dringt tot je door: het gaat hier om de onoverbrugbare tegenstellingen tussen Olympische Spelen en diepe crisis, arm en rijk. En daartussenin staat wat machteloze kunst, in de verte ontleend aan de Europ­ese.

 Het leukste is dan de 'Torre reto redondo'(2013) van Hector Zamora. Drie bakfietsen, overbeladen met bouwmateriaal. Zamora werkt veel met bakfietsen. Met als misplaatst commentaar dat de bakfiets in Brazilië iets van vroeger is, voor de armen, dat verdwijnt. Daar misschien, maar kijk om je heen in Nederland, zie de moderne riksja', de kindertjesbakfiets.

Kerkezakje

 Een vondst! Vanmiddag halverwege de Braziliaanse beeldenroute op het Voorhout de Kloosterkerk binnengelopen. En daar op twee plaatsen aan het eind van een kerkbank dit aangetroffen. Kerkezakjes. In een tros opgehangen, klaar voor gebruik bij de collecte tijdens de dienst, aanstaande zondag.

 Het laatste kerkezakje dat ik in gebruik zag werd me voorgehouden door mijn grootvader, die ouderling was bij de Nederlands Hervormde kerk die kort na de oorlog de diensten hield in de aula van het Haags Gemeentemuseum. De oorspronkelijke kerk was tijdens de oorlog afgebroken voor de Atlantikwall.

 Hij droeg z'n ouderlingenpak, een jacquet. En ik gooide de stuiver, die ik met instructie van m'n moeder had gekregen, in het roodfluwelen zakje dat hij me tijdens de preek opeens voorhield.

 De kerkezakjes in de Kloosterkerk moeten al erg lang in gebruik zijn. Ik zag dat ze hier en daar versteld zijn. En ook van verschillende stoffen gemaakt, wat erop wijst dat sommige wegens slijtage vervangen zijn.

 De vorm is uniek, nooit zag ik een andere. Praktisch ook. Je kunt het aan een handvat aannemen terwijl de ouderling de andere vasthoudt. En dan doogeven aan wie naast je zit. Er rolt geen geld over de vloer. In geen enkele ander land zag ik ooit zo'n kerkezakje. 

 ps. Doordeweeks was de zelfde aula een bioscoop, tijdelijk onderkomen van Kriterion.. 

Tags: 

Foreign

 Dagenlang naar BBC-news en Newsnight gekeken om niets te missen van de Brexit-voorstelling. Het komt nooit meer goed. Omdat het altijd al verkeerd was. In zijn Voltaires Coconuts legt Ian Buruma uit waarom. Waarom Olym­pische gezagsdragers als Anton Geesink, altijd een blazer dragen met strependas. Dat kwam door de stichter van de Olympische Spelen baron de Coubert­in, die zeer anglofiel was.

 En nu zien we de blazerdragende corpsstudent Boris Johnson (Eton) als minister binnenkomen. De kroegjool in het Lagerhuis.

 Ian Buruma woonde in Engeland en speelde later cricket bij HCC, hij weet ervan.

 Mijn kennis van Engeland begon ook uit Den Haag, bij tante Fre die Biggles vertaalde en mij een elpee van Flanders & Swann cadeau gaf, het comedy duo waarvan frontman Michael Flanders in een rolstoel zat.

 Nu draai ik weer hun zeer actuele 'Song of patriotic prejudice' – geproduceerd door George Martin - over het verschil tussen Schotten, Ieren, Welshmen, Engelsen en... foreigners. Heel Europa wordt immers bewoond door die beklagenswaardige soort. Het ergste wat je kunt zijn is 'foreign'. En die zou je zeggenschap over je maten en gewichten geven? Flanders & Swann zingen:

 'The English, the English, the English are best I wouldn't give tuppence for all of the rest.

 And all the world over, each nation's the same/ They've simply no notion of playing the game/ It's not that they're wicked or naturally bad/ It's knowing they're foreign that's driving them mad!

 The English, the English, the English are best/ So up with the English and down with the rest. 

Nico Keuning ontmoet

 De schrijver Nico Keuning - en biograaf, van Jan Arends, Bob den Uyl, Max de Jong, Johnny van Doorn - heeft twintig van zijn 'literaire ontmoetingen' verzameld in 'Een vreemde bestemming', uitgegeven bij Reservaat. Beklemmend is het gesprek met Menno Wigman, die opgroeide nabij de psychiatrische inrichting Santpoort, waar Vasalis als psychiater werkte en waar veel Amsterdamse schrijvers werden opgenomen. Een plek die levenslang doorwerkt. Keuning schrijft:

 'Er dreigt onweer als ik per trein over het "dodenlijntje" van Heiloo naar Santpoort-Zuid reis, de spoorlijn in het bosrijk gebied van psychiatrische inrichtingen, waar jaarlijks vele patiënten zich voor de trein werpen.'

Op het station ontmoet hij Menno Wigman. Ze wandelen hoe hij naar school liep, langs de inrichting. Keuning citeert het slot aan het gedicht 'Tot de bodem', waarin een dronken toerist in Amsterdam 's nachts pissend in de gracht valt en verdrinkt:

 Ik las dat de politie bij elk waterlijk/ (het gaat om meer dan vijftig doden in drie jaar)/ sinds kort meteen naar open gulpen kijkt./ Hoe drank een vloek over de grachten verft./ Hoe water 's nachts naar mensen grijpt.

 Een flits van speelgoed, stranden tuinen en tv./ Naar kades klauwen, in je kreten stikken, rond/ die luchtbel, rond je hoofd, een engel die niet komt,/ o de gestorven zomers in je mond.   

Ellen Deckwitz en God

 Met een hoofdletter. Je moet Hem niet aan Andries Knevel overlaten. Maar hoe dan. Mij is het nooit gelukt. Ondanks zondagsscholen en de jeugdkerk. Wat ik overhield was zon die door glas-in-lood ramen kleurpatronen tekende op een kerkvloer. Meer niet. Ellen Deckwitz kom ik tegen in het nieuwste Liegend Konijn van Josef Deleu. Zij gaat het nieuwe jaar te lijf in een knetterend epos dat 'De straten van januari' heet. Maar, een pagina eerder is er 'Lieve God':

 'Op Uw muur ben ik slechts/ een langpootmug, tastend/ naar houvast

 Een paar keer per jaar zie ik U nog,/ wanneer het hoopje zand rond de ingang/ van een mierenhoop me doet denken/ aan een aureool rond een zwart gat.

 Ik ben moe, Heer en hardhorend/ als een witte kat. Van gebeden/ die ik opliet uit bedden/ die me even troostten, lieve God,

 ik wil U alleen maar dienen/ en zo mezelf uitdoven. Blijf bij mij

 zodat ik in een overvolle trein/ kan wijzen op de lege stoel naast/ mij. Dat daar al iemand zit.’ 

 

Verschroeid

 Parched, ofwel verschroeid. Verschroeide aarde. In de woestijn van het Indiase Rajasthan wil niks groeien. Kijkend naar de film van Leena Yadav begrijp je iets van hoe daar geleefd wordt. Waar al dat glitter, rood en goud toe dient. Leven als alledaagse kermis, inclusief vechtpartijen, verkrachtingen en hoererij.

 Als je de feministische droom van Yadav - die vier vrouwen laat ontsnappen - uit de film wegdenkt hou je een niets ontziend dorpsleven over. Gruwelglitter.

 De figuren waar het om draait: een 32‑jarige weduwe met een onmogelijke zoon, de 15‑jarige bruid die ze voor hem regelt en twee vriendinnen: de een getrouwd met een onvruchtbare man, wat tot gewelddadigheid leidt, de andere, de heldin van het verhaal is Bijli, danseres en pros­tituee. Als het om seks en snedigheid gaat overtroeft zij iedereen.

 Beroepen waarin afgetuigd worden dagelijkse kost is.

 Toch biedt een leven als kermisattractie hier de beste kansen. Zolang als het duurt. De mannen in dit verhaal zijn - als je je de krantenberichten over groepsverkrachtingen herinnert - naar waarheid getekende klootzakken.

 Toch overheerst een merkwaardig soort vrolijkheid dit nu-eenmaal verhaal.

Banksy revisited

Banksy, wiens werk nog steeds te zien is in de Beurs van Berlage, is groot in zelfspot. Een verrassend gelijk. Wat is er grappig aan punk, aan graffiti? Het worden op den duur gekoesterde museumstukken. Graffiti als beschermde kunst.

 Het tegendeel van wat er ooit mee bedoeld werd.

 Zie het verbodsbord bij het 'Beschermd Grafitti Gebied'. 

 Wat is het verschil tussen met een spuitbus een perfect gelij­kend portret van Theo van Gogh op een blinde muur spuiten - zoals mijn vriend Donovan, alias Faith, het zo feilloos kan - en de Nachtwacht in kruissteekjes borduren?

 Ik kende een mevrouw die na de dood van haar geliefde man zo'n Nachtwacht borduurde. Om haar verdriet te stillen. Niet op ware grootte, maar toch al vlug twee bij drie meter.

 'De Nachtwacht was doordrenkt van mijn tranen.'

 Banksy had niet geschroomd dit tranentapijt op te hangen. Als een monument van liefde en vergankelijkheid. Daarmee kitsch als bij toverslag veranderend in kunst. 

Tags: 

Pagina's