Alleen ben ik en zoek alleen te wezen,/ Alleen ben ik en van mijn lief verlaten,/ Alleen ben ik; wie die mijn heer mag wezen?/ Alleen ben ik, dan bitter, dan gelaten,/ Alleen ben ik en schuw mijn kwijnend leven,/ Alleen ben ik, verdoolde uitermaten,/ Alleen ben ik en zonder vriend gebleven.
Alleen ben ik ter venstere, ter deure,/ Alleen ben ik, in eenen hoek gedoken,/ Alleen ben ik, om op te gaan in treuren,/ Alleen ben ik, stil weg of uitgebroken, Alleen ben ik, het is mij wél gegeven,/ Alleen ben ik in mijn vertrek beloken,/ Alleen ben ik en zonder vriend gebleven.
Alleen ben ik, waar of ik ook mag wezen,/ Alleen ben ik in alles en altoos,/ Alleen ben ik meer dan een ander wezen,/ Alleen ben ik, verdrukt meedoogenloos,/ Alleen ben ik en van een elk begeven,/ Alleen ben ik en soms gansch troosteloos,/
Alleen ben ik en zonder vriend gebleven.
Prins, nu is wel mijn droefheid aangeheven,/ Alleen ben ik, met elke rouw te duchten,/ Alleen ben ik, zwarter dan moerbeivruchten,/ Alleen ben ik en zonder vriend gebleven.