Kreek Daey Ouwens

 'Ik wil in mijn huis een raam maar ik wil het raam dichtdoen.' Is de titel van haar nieuwe bundel. Eronder staat 'Een gedicht'. 

 Het begint zo: 'Je kunt je verstoppen. Je kunt jezelf/ verbergen in een doos. Je kunt de doos/ dichtmaken. Al het licht buitensluiten./ Alle geluiden. Van buitenaf ziet de/ wereld niets anders dan een dichte doos./ Maar binnen is het stil. Daar kun je/ zitten als een vleermuis, zonder dat je/ ogen nodig hebt. Je hebt een heel huis/ voor jezelf.'

 Eens schreef ik: 'Een huis is een mens is een huis.' Bij Kreek Daey Ouwens was ik op bezoek, in Eindhoven. Haar inwendige huis lees ik nu. In soms hele korte strofen als:

"Wat gebeurt er als je doodgaat? vraag ik.

'Niets,' zegt grootmoeder,

'Niets voor altijd.'"

 

Er is in dit huis een moeder, een grootmoeder, een grootvader met een stok. Dood of levend. Kinderen zijn er ook. Huiselijk:

'Vouw de was voor je moeder.

Zet een groot bord kersen op haar hart.'

 

Meer dan eens hoorde ik van schrijvers of schilders dat ze bij zichzelf 'het bord moesten schoonvegen' voor er iets kwam. De epiloog van dit gedicht van Daey Ouwens zegt:

'Ik schrijf nu overal. Ik schrijf onderweg naar mijn werk./ Ik schrijf in mijn kamer, alleen, achter mijn/ typemachine/ Maar ik schrijf niet wat ik zou moeten schrijven.

Eigenlijk denk ik dat je pas kunt schrijven als/ je helemaal niets weet.'

Raketpost

 Toen ik hoorde dat vriendin Miek naar een Schots eiland zou vertrekken vroeg ik allereerst naar George Orwell, die in de jaren 1945-1949 op zo'n eiland als boer leefde. Moest ze dan ook elke ochtend in haar dagboek noteren hoeveel eieren de kippen hadden gelegd? Ja, dat zou ze zeker gaan doen.

 Ik dacht aan de postbezorging op verre eilanden waarvoor de Royal Mail bij ruw weer als er niet gevaren kon worden raketjes gebruikte, die neerkwamen aan parachutes, met speciale postzegels. Ook voor voedsel.

 Al in 1934 werd raketpost afgevuurd naar de Schotse eilanden, 1200 brieven tegelijk. Helaas ontploften de eerste raketten. Maar het ging verder.

 Denk dus niet dat Internet alles heeft opgelost. Onze steden barsten van de koeriers die Internet-aankopen moeten bezorgen. En de eilandbewoners dan?

 Buizenpost was mijn eerste ervaring op dat gebied. Wat met perslucht werkt. 

 Voor pakketten lijkt het ideaal. In Parijs werkt het oude systeem nog steeds, zij het totaan de periferique. Daarbuiten komen de brommmertjes.

 Toen in 1969 in de radiovilla van de VPRO een snelle verbinding tussen de studio en de telefoonredactie moest worden aangelegd was daar de buizenpost met briefjes in kokers. En nu zeer gezochte Rohrpostzegels.

 En let op: de toekomst van het Internetkopen en -bezorgen ligt in de buizen­post. En als het om afgelegen plekken gaat worden dat drones. Als Miek in Schotland straks zonder spliterwten zit laat ik ze bezorgen per dronepost.

 Wie ontwerpt het eerste Dronezegel?

Armando in Bergen

 Cherry Duyns vertelde me eens hoe hij als leerjongen bij de Haagse Post binnenkwam. Chef redactie was Armando. Al snel raakten ze bevriend, omdat ze geen van beiden dronken. De rest van de redactie zat tussen de middag bij café Scheltema, zij liepen opgewekt door de Kalverstraat en kochten bij een speciaal adresje kano's en rondo's. Daaruit kwam later Herenleed voort.

 Vanmiddag zag ik In Kranenburgh in Bergen een indrukwekkende tentoonstelling van vooral nieuwe schilderwerken van Armando. Vijftig werken. In een grote kelder waar ze echt de ruimte krijgen die ze nodig hebben. De bosranden. Goed versus kwaad, de oorlog, Duitsla­nd.

 In zwart en wit vaak. Een bosrand wordt alles ineen. Hier sta je in het licht, ginds verdwijn je in een peilloos donker. Waarin alles kan schuilgaan. Bosrand, hek, vlag, slagveld, melancholie, dat zijn de titels.

 Schuldige landschappen, doopte hij ze ooit. Waarbij hoort het verhaal van de jonge Armando en het Kamp Amersfoort, waar hij in de oorlogsjaren vlakbij woonde en getuige was. De betekenis drong pas nog goed tot me door toen me gevraagd werd waarom ik mijn eigen ongeluk toeschreef aan de gevels van Den Haag. Ongeluk, dreiging veruitwendigd. Dat moet wel, anders red je het niet. 

 Eerder al zijn er bij Armando 'misdadige' schilderijen of landschappen. Ook te zien in Bergen.

 Vanmiddag kwam de rust om het goed tot me door te laten dringen. De Melancolia die je al bij Dürer vindt. Hier in twee, drie doeken zonder uitweg.

 Krasse kleuren, uitersten in de vorm. Altijd nurks. De Armando die aan boksen deed, maar ook viool speelde.

 Het raadsel blijft. 'Wat de bomen hebben gezien, daar krijgt hij de vinger niet achter,’ zegt de toelichting. 

Jan op Cuba

 In het Amsterdamse World Cinema is Cuba zeer aanwezig. Vanavond zag ik 'Het merkwaardige verhaal van Jan zonder iets'. Deel uitmakend van Go Cuba!, het filmproject aldaar met Nederlandse steun. Er kan weer iets. En zie! Een film over de droevige economische erfenis van Castro. Het beeld vult zich met alle artikelen in de supermarkt waar Jan geen geld voor heeft.

 Hoe door het leven te gaan, steeds ritselend, hosselend, oplichtend? Familie in de VS moet je hebben die geld stuurt.

 Gescheiden geldstelsels zijn er zoals vroeger in het Oostblok. Aparte winkels. Je kunt je pesos omwisselen in 'CUC'. Er zijn twee munteenheden, en daarnaast ook dollars. Verbazend hoe Ricardo Figueredo Oliva daar film van maakt. Paspoorten zijn onbetaalbaar. Het zou Jan vijfhonderd keer zijn eigen salaris kosten om het land uit te kunnen.

 Armoe, en een eigen zaakje beginnen als kapster of bloemen verkopen wordt vrijwel onmogelijk gemaakt. Bij Jans minieme salaris komt een maandelijkse uitkering in voedselbonnen, waarbij zeer veel suiker, daar heeft Cuba meer dan genoeg van.

 Het initiatief om oude energie vretende ijskasten in te ruilen voor nieuwe Chinese faalde. Ze gingen steeds stuk. Net als de broodroosters. De film is een razendsnelle, kleurige stapel mislukkingen.

 Nooit was ik op Cuba. Nooit had ik een affiche van Che Gueva­ra aan de muur. Ook niet mee geweest met de roemruchte studentenreis in 1965, een jaar na Harry Mulisch. . 

 Vorig jaar zag ik 'Terug naar Ithaka' van de Fransman Laurent Cantet. Met verhalen over het verloren geloof in de Nieuwe Orde. Over liegen en je beste vrienden bedriegen om in leven te blijven. 

 Morgen is er meer World Cinema en Cuba in Rialto, Amsterdam. 

Tags: 

Pernath

 Hugo Claus zou naar Amsterdam komen. Ter gelegenheid van een herdenking van zijn vriend, de Vlaamse dichter Hugues C.Perna­th (1931-1975), Het moet 1985 geweest zijn. In Paradiso. Ik zou opnamen maken, er stond een radiowagen voor de deur.

 Guido Lauwaert had alle Vlaamse hulptroepen opgeroepen. Freddy de Vree en wie al niet. De stad hing vol affiches. Claus! dat zou volk trekken.

 Een warme avond. Maar de zaal bleef leeg, merkwaardig. Geen kip. We dachten dat het aan Ajax lag, dat die avond Europacup s­peelde.

 Ik besloot toch maar te beginnen. We nemen het op, zei ik tegen Claus, dan kunnen ze het later toch horen. Hij schudde het hoofd en begon met zijn gedicht 'Het graf van Pernath'

 En zo deden we ons best voor een lege zaal. Achteraf dronken we nog een glas in de Paradisokelder. Keken wat Ajax en gingen de straat op.

 Om daar te ontdekken dat heel die avond boven de ingang het verlichte bordje 'VOL' had gebrand.

 Een stukje Pernath, zoals daar voorgedragen. Uit het slot van zijn 'Inleiding tot mijn getijdenboek' (1964).

 'De kamers zijn nu leeg, eens bewaard/ De voorbije liefde voorbij./ Opnieuw dekken vreugde en honger/ De tafel en snijdt het nieuwe mes/ Onhandig/ En rechtvaardig.

 En weer blijft hun eenzaamheid, gedurende/ Het gehele tijdperk der smart/ Dat hij en zij nooit zijn te scheiden/ Dat slechts, alles of niets, het toeval/ Aan hun deuren is voorbijgegaan.

Terremoto

 Aardbeving, gisteren in de buurt van Norcia, zeker zo zwaar als die van 2009 in L’Aquila. Ik ken het ritueel. 'De mensen slapen op straat, er kunnen naschokken komen', zegt de televisie.

 Mijn eerste keer was in Pisa, op de stille zuidoever van de Arno. In de koffiebar kwamen heel de avond studenten aangerend, die toen nog geen telefoontjes hadden. Ze moesten in de rij wachten voor gettones, telefoonmunten om hun moeder te bellen.

 En zo hoorde ik telkens weer 'Mama, mama, come va?' En de dreigende onomatopee 'terremoto'. Mei 1976 moet het geweest zijn. De nieuwsprofessoren legden het met schoolborden op de RAI uit. Ik knipte het kaartje uit de Corriere waar de aardbevingsgevoelige gebieden in grijs of zwart op stonden.

 De regering beloofde snel herstel en bijstand. Maar iedereen weet dat dat er niet van komt. Het geld verdwijnt. Wat Berlusconi ook beloofde na de aardbeving in 2009 het puin ligt er nog.

 De Camorra, de Napolitaanse mafia zit er tussen. Terzijde, in Italië en overal ter wereld spelt men mafia met een enkele f, behalve in Nederland.

 Een onderzoek naar de besteding van het Europese hulpgeld was vernietigend. De aardbeving bleek een lucratieve bron van inkomsten voor de Camorra. L’Aquila, koel en hoog in Abruzzen, was zo'n mooie stad. Norcia ook, als je uit Perugia komt richting Ascoli.  En dan wat verderop, Amatrice..

Turkse angst

 Zoveel berichten over Turkije en geen idee hoe angst er daar uitziet. In World Cinema draait - donderdag opnieuw - 'Abluka' (Frenzy, 2015). Een vervallen achterbuurt van Istanbul in de winter. Beton en modder.

 De buurt moet worden gezuiverd. Van wat? Van wie? Allereerst van zwerfhonden. Van twee broers schiet de ene ze bij bosjes af, maar eentje houdt hij verborgen als huisdier en verzorgt z'n voorpoot. De andere broer mag na twintig jaar uit de gevangenis op voorwaarde dat hij spion wordt in de buurt. Als vuilnisman kan dat makkelijk.

 Emin Alper laat zien hoe angst en wantrouwen een onontwarbaar net spannen over iedereen.

 Wie het regime niet zint is 'terrorist', net als nu.

 De politie zet straten af en vangt mensen, net als nu. Gaande de film leer je dat het er niet toe doet wie wie achterna zit en waarom. Gülen? Erdogan? Mensen of honden? Dit is zoals het daar gaat. Alleen die ene hond wordt gekust totdat zijn baasje Ahmet wordt neergeschoten. 

 Eens leerde ik dat 'hond' een vreselijk scheldwoord is daar. 

Vlucht

 Vluchten zit me in het bloed. Van jongsaf ontwierp ik vluch­troutes, bracht ze in kaart. Wie schreef er over vluchten? Voor sommige onderwerpen moet je bij biol­ogen wezen. Al was Dick Hillenius (1927-1987) tegelijk com­ponist en dich­ter. 

 Het moet een onderwerp zijn dat hem na aan het hart lag. Dieren vluchten voor hun belagers, verstoppen zich. Een zigzag wegrennende haas is prachtig. Diep in je zit die haas.

 'Er is niets bestendiger dan vlucht/ de wens tot vluchten/ de herinnering aan vluchten/ uit de heksenkring van omstanders/ palissaden om een ongeluk/ gesprekken, de eisen, de zachte dwang/ de gele lichten der bewaarhuizen/ samen naar de Mattheus/ het bloedende hoofd wordt bonkend ingezet/ meeleven, samenleven, de oude handen/ niet weg te slaan als kakkerlakken

 Niets bestendiger dan de vlucht/ momenten van gelukkige eenzaam­heid/ sterremos, de geur van verschroeide duinen/ de kleur en het gevoel daarvan'

 Waar was je? We zagen je nergens meer. Ik koos het moment zorgvuldig. Even naar de WC, en dan bij terugkeer het moment dat iedereen alweer druk in gesprek is.

 Afscheid nemen is zonder eind. Vrouwen zijn er het slechtst in. Raken weer in gesprek. Soms komt nog iemand je ach­terop in de steeg en moet je haast aanroepen, desnoods ziekte. 

Uit: Ademgaten, Denken over dieren, D. Hillenius gelezen door Tijs Goldschmidt. 

Jans Muskee laatste dag

 Vandaag de laatste dag in de Utrechtse Schoutenstraat, om de hoek van het Neude. Wat ik vergat te vermelden is dat z'n site onlangs van Facebook is verwijderd. Dat gebeurt - leerde ik - als er een klacht binnenkomt bij, ja wie? En die instantie besluit de steen des aanstoots te verwijderen.

 Mij lijkt me dat een eervolle onderscheiding, zei ik Jans. Hij had het ook zo ervaren.

 Hoe kwam ik bij zijn werk? Bladerend op Internet stuitte ik er jaren geleden op. Niet toevallig natuurlijk, Onder vriendjes was vroeger de vraag al: 'En? Staat er nog wat in?'

 Op de achterste rij van m'n vaders boekenkast vond ik Playboys uit 1953, Casanova en Samuel Pepys.

 Die geheimenis zit in het werk van Jans. Het mengsel van opwinding en benauwenis die uitgaat van naaktstranden.

 Je kijkt er beleefd omheen. Maar ziet het toch. 

 Jans heeft die zelfde esthetiek. Halverwege opwinding en doe maar gewoon. In een quasi-realisme dat soms doet denken aan de Wachttoren van de Jehova's of de vroegere krantjes van katholieken voor Jong Verloofden. Noem het surrealisme.

 Hij gebruikt voor de grotere scenes modellen die hij fotografeert, vroeger aangekleed uit z'n verkleedkist, nu mogen ze hun eigen kleren meenemen.

 Ik staar me blind op gympen, op tassen en bizarre kleurcombinaties in kleren, die toch gewoon van de straat komen.

Tags: 

Papier in Rijswijk

 Als papieraddict was ik vanmorgen toch nog even in het dorp Rijswijk, dat zo mooi ingeklemd ligt in Den Haag, maar zijn op een heuvel, een duinwal, gelegen kerkje uit 1200 bewaarde. Voor de Papierbiënnale.

 Sinds mijn jeugdjaren in Eerbeek weet ik dat papier door een bepaald soort artistieke dames met een zekere heiligheid wordt bekleed. Net als de fiets. Je moet er veel bomen voor kappen, maar dan heb je ook iets dat niet 'chemisch' is.

 Voor mij blijft het materiaal: licht, zacht, aanraakbaar.

 Jammer dat de uitgeknipte spiralen, draaiend op een breinaald op een kurk en bewogen door de stijgende lucht van een kaarsvlam, in Rijswijk ontbreken.

 De Papierbiënnale 2016 brengt weinig nieuws, maar voor mij genoeg.

 Eerbeek kwam op me af. Weer reden de vracht­wagens van de zeven papierfabrieken door het land: 'De Hoop voor golfcarto­n', De Zeeuw, Huiskamp en Sanders en natuurlijk Schut. Getrok­ken door de chauffeurs van Schotpoort.

 Terug naar de Biënnale: Tracy Luff maakte golfcartonnen bomen voor haar 'Return to the forest'.  De afbladderende stukken papier van Yoko Karaoka die wel oud behang lijken, waar je graag je plamuurmes achter zou zetten, de boomblaadjes van Paul Andrew Hayes (2016) ritselend als populieren­blaadjes. En ook de grafiek van Dorthe Goeden gaat terug op de boom.

 Terwijl ik denk aan de dag dat achter het stationnetje van Eerbeek een goederenwagon was opengebarsten en de rails bezaaid lagen met etiketten van Flipje Tiel, die bij Schut gemaakt werden. Alle dorpsk­inderen zwermden uit om ze te verzamelen, want er zaten 'punten' op, waarvoor je albums kreeg. Alsof er goud gestrooid was..

Pagina's