De gedichten van W.G.Sebald

 W.G.Sebald (1944-2001 blijft op vele manieren onder ons. Al is er nog steeds geen biografie. Nu met de gedichtenbloemlezing 'Over het land en het water'. Sebald, altijd op zoek, altijd onderweg, door het landschap, door de tijd. Als student schreef hij al (1964):

 'Moeilijk te begrijpen/ is namelijk het landschap/ wanneer je in de sneltrein/ van daar naar ginds voorbijrijdt/ terwijl het zwijgend/ toekijkt hoe jij verdwijnt.'

Reizen en reizigers. Landv­e­rhuizers als hij zelf - geboren in Wertach, Schwaben, geëmigreerd naar Norwich, waar hij Duits doceerde. Een schrijver voor deze eeuw van volksverhuizi­ngen. Die slag levert met de vergankelijkheid. En recht wil doen aan wat en wie was. Zoals Beethoven in 'Mölker Bastei' - al spelt hij het anders - het adres van de componist, nu museum, in Wenen (1974):

 'Beethovens kamer/ is opgeruimd nu

 De schilderijen recht/ de gordijnen gewassen/en elke week de vloer/ opnieuw geboend

 Maar de stoel/ achter de vleugel/ is weggehaald

 Toch komt hij soms/ 's nachts wat componeren/ staande

 Als voorschrift alleen/ met de hoorbuis/ luisteren'

Vertaald, als al zijn andere werk door Ria van Hengel.

Tags: 

Kerst in Marienbad

 Op zoek naar verse sneeuw om in weg te zakken en dan af te stampen op een deurmat beland ik in avondlijk Marienbad, kerst 1976. Witte heuvels, villa's en hotels, glinsterlichtjes in de sneeuw. In eentje zitten Vietnamese vluchtelingen. Het Concertgebouw is open, er wacht een rij voor het Kerstconcert. Geur van turf- of bruinkool.

 Ons hotel is vrijwel leeg. We delen het met een vliegtuigbemanning die dronken wordt, door hun bedrijf hier een week ondergebracht om de groepsgeest te versterken.

 De lege eetzaal flonkert. Onder de kristallen kroonluchters dient een Roemeense ober het weinige op dat er is. Schnitzel, aardappelpuree, een augurkje, zilveruitjes. Geen verse groenten nee. Ja, wacht, er was nog een tomaat. Hij komt met een zilveren dienblad uit de oude tijd waarop twee bokalen waarin elk de helft van een fraai gesneden halve tomaat. Applaus.

 In Praag was nog een wagon sinaasappels aangekomen, hier niet.

 Het hotel met zijn binnenplaats met pantserglazen afdakjes doet mijn vriendin hevig denken aan De huurder, de film van Roman Polanski waarin de hoofpersoon zich tenslotte naar beneden stort en dwars door pantserglas als dit doodvalt. Ze doet geen oog dicht.

 De volgende dag rijden we terug naar Cheb, waar opnieuw de grenspolitie met zaklampen onder alle wagons speurt naar verstekelingen.

 Ik wilde naar Marienbad omdat Franz Kafka er een nacht doorbracht met eeuwige verloofde Felice Bauer. Was het dit hotel? Nee, het was een hotel verderop. Nu gesloten.

De moedertaal van Erwin Mortier

 Het jaarwisselingsgeschenk van de Bezige bij is het overrompelende eerste hoofdstuk van 'Vadertaal' de nieuwe roman van Erwin Mortier. Ouders als geliefden, van heel nabij gezien door een jongetje van elf. Niet eerder las ik zo'n nauwkeurige beschrijving van een mooie moeder en al wat ze oproept.

 'Onder haar vingers gaat het sponsje met poeder over de huid van haar hals, waarbij ze het hoofd schuin houdt en haar nekspieren zich strekken. Ik sta achter haar en wacht tot ze een van haar kettinkjes omdoet en me vraagt het voor haar te sluiten.

 Wanneer ze me de uiteinden van het kettinkje aanreikt raken onze vingertoppen elkaar, en terwijl ik met veel gepriegel het oog van het ene uiteinde door het slot aan het andere uiteinde probeer te halen, merk ik hoe haar spiegelbeeld me lacherig gadeslaat.'

En dan de zomer:

 ''s Zomers droeg ze lichte jurken met een voorkeur voor  turkoois, zonder al te opzichtige motieven, soms voorzien van bijbehorende handschoenen tot boven haar ellebogen, met als enige doel te onthullen (...)'.

Ik wacht op 'Vadertaal. 

 

Our little sister

 Bij de vier zusjes van Hirokazu Kore‑eda viel ik een paar keer in slaap en dat was geen bezwaar. De film ging in m'n slaap gewoon door, nam andere, gelijksoortige wendingen. De vier meisjes aten en dronken op de berg boven het havenstadje alsof het altijd zou duren. Dat is ook precies wat de jongste, het halfzusje Suzu zegt.

 Er gebeurt niks en dat is de bedoeling. Een heel uitgekiend niks. Kleine treintjes stoppen bij pittoreske stationnetjes.

 Met halfzusje Suzu adopteren de andere drie zusjes hun vreemde, gestorven vader. En hun bestaan.

 Zou de Japanse geest een speciaal talent hebben voor eeuwigheid? Juist omdat er elk moment een aardbeving kan komen? In Japanse kunst is verandering schaars. Het zijn op de houtsneden steeds de zelfde bergen, parasols en bamboe bruggen.

 Het raadsel, de godheid achter dit alles is de gestorven vader. Een grillige godheid die ze ook met schreeuwen over het dal tarten. Zeker, hij was onbetrouwbaar zoals het godheden betaamt, ging vreemd, was dan weer lief, er zijn verhalen. En koken, kon hij ook. Zijn witvis heeft hem overleefd.

 Kore‑eda ken ik van het meesterwerk After life. Ook nu is het sterven er. De oudste dochter bekwaamt zich in de terminale zorg. Ik droom zijn idylle mee en denk dit zijn de beelden die Kore‑eda zelf wil meenemen naar gene zijde. 

Logeren

 Tante Bé, de jongere zus van mijn moeder studeerde piano aan het conservatorium. Toen haar carriere strandde gaf ze pianoles. Achter de schuifdeuren. Toen de oorlog kwam en delen van Den Haag werden geevaceerd voor de Atlantikwall trok Be in bij een nieuwe vriendin in Leersum, tante Wies, die uit Engeland kwam en het woordje jam op z'n Engels uitsprak.

 Ik logeerde veel in Leersum, vooral Wies was op me gesteld. Je kwam er met de blauwe tram langs de Rijn. Er waren twee honden: Naughty en Roetje.

 Bé en Wies waren onafscheidelijk. Ze brachten de oorlog door in de villa's de Steiger en de Strohoed aan de Lomboklaan. Ook haar ouders en mijn moeder werden er ondergebracht. Er zijn foto's van een stiekeme viering van de geboorte van prinses Margriet met feesthoedjes en margrieten.

 In 1952 besloten Bé en Wies te emigreren naar Nieuw Zeeland. Wies had wat geërfd geld en financierde een bootreis voor Bé, die poolshoogte zou gaan nemen. Eenmaal in Christchurch leerde ze een Engelse buschauffeur kennen, Ken. Op wie ze verliefd werd. Niettemin kwam ook Wies naar Christchurch. Er werd een kleine kleurenfoto opgestuurd van een wit houten huis op een heuvel waar ze gedrieën woonden. Telefoonpalen langs de weg.

 Geld was er nauwelijks. Wies werkte als schoonmaakster in een ziekenhuis, ook Be kwam terecht in de verpleging. Ze heeft nooit meer een piano aangeraakt.

 Er kwam een dochtertje, dat Louise gedoopt werd, naar Wies, die stierf in Christchurch. Op eigen kamers.

 Nog bezit ik de piano van tante Bé. Onherstelbaar ontstemd.

Tags: 

Carol

 Cate Blanchett als lesbienne in de jaren '50 levert ondanks de puntgave aankleding en decors het oerbeeld op van de verklede filmster. Marilyn Monroe met een bril op is nog geen secretaresse.

 Het is ook onbegonnen werk de geheimtaal van de zwarte jaren op te moeten roepen. Het gefluisterde 'van de verkeerde kant' en 'zouden ook vrouwen?' Gevolgd door het tikje tegen de rug van hand. Nee. We zijn te ver verwijderd geraakt van de wereld van het zwij­gen en kijken, het onuitgesproken jeweetwel.

 Een lesbische verliefdheid is onmogelijk, onzegbaar. En zal bestraft worden. Beide vrouwen weten dat. Daardoor bekijken ze elkaar met ogen die wij niet meer kennen. En bekijken de mannen ze met blikken vol onbegrip en walging. Is het echt zo? Ja, onvoorstelbaar, twee vrouwen.

 Als een privédetective de meisjes op hun hotelkamer afluist­ert is het voorbij. Juristen zullen Carol haar kind afnemen. 

 Het best gelukt is het vertraagde universum waarin je verplaatst wordt. In een wereld zonder schermen en mobieltjes vallen de nu verdwenen tussen­ruimtes op. Alles langzaam, van stoelen aanschuiven tot de telefoon aannemen.

 Maar de karakters missen de angst en geremdheid die er was. Had een van de twee maar een Anna Blaman-bril gedragen. Nu blijf je zitten met een stijloefening. En de over de rand gestifte lippen van Blanchett. Grote monden waren nog lelijk toen.. 

 Zo perfect vielen rokken in die tijd nog niet. Andere stoffen. Ik zie de vrouwen van toen nog gaan. Met hun hoedjes, andere.

 De wereld van 1952 is onvoorstelbaar geworden. Het lichaam van Carol is een sportief vrouwenlijf van nu. Dat van Therese ook. 

Brexit en bloemen

 Stappen de Engelsen uit Europa? Of toch maar niet? Wat ze bezielt moet denkel­ijk komend najaar blijken. Politiek is emotie, meer dan ooit. Ik pak George Orwell erbij, die alles verklaart uit de Britse voorkeur voor bloemetjesjurken en bloemetjesbehang.

 In het net herdrukte  'Why I write'(1946) schrijft hij dat zijn landgenoten niet artistiek begaafd zijn. Niet muzikaal als Duitsers of Italianen. Schilder- en beeldhouwkunst bloeiden in Engeland nooit. Dat ze niet van efficiency houden is bekend, hun denken wordt bepaald door 'een obstinaat vasthouden van alles dat hinderlijk en verouderd is’, zoals een onbegrijpelijke spelling en een onmogelijk systeem van munten, maten en gewichten.

 Beroemd is hun hypocrisie. Ook nu heeft Engeland twee gezichten. Maar, zegt Orwell, er is een trekje dat vaak over het hoofd wordt gezien, dat is hun liefde voor bloemen en extreme kleuren. Een van de eerste dingen die je opvalt als je aankomt van overzee.

 Is dat niet in tegenspraak met hun onverschilligheid voor kunst? 'Niet echt, want ik trof het ook aan bij mensen zonder enig esthetisch gevoel.'

 De vrijheid van het individu wordt beleefd in de pub waar je zo veel bier drinkt als je kan, bij het voetballen, in de achtertuin en aan de haard met een nice cup of tea. In de vrijheid van het individu wordt op een 19de-eeuwse manier geloofd. Dat gaat niet over economie of het recht anderen uit te buiten. Het is het recht op een eigen levensstijl. En daar moet niks tussenkomen, zeker niet van overzee.

 Wat de Engelsen het meest vrezen is een Europees verbod op bloemetjesbehang.

Tags: 

Pauline Pisa op het werk

 Ze schrijft gedichten, pas nog de bundel Halfrust, en treedt op, ook met korte teksten. Ze woont kennelijk op het Kanaleneiland en werkt in de zorg. Teksten uit haar zorgpraktijk zet ze soms op Facebook. Kort en zeer veelzeggend. Er moet een bundeltje van bestaan: 'Contactmomen­ten', maar dat is onvindbaar.

17/12 Onderwerp: tanden

Beste collega's,  mw C heeft nog een paar eigen tanden, de rest zit aan een plaatje. Dit plaatje wordt verzorgd door de familie. De tanden moeten wij doen.

 

13/12 Onderwerp: protocol zwachtelen

Beste collega's, attentie!! Bij het stomp zwachtelen is het natuurlijk niet de bedoeling dat het geslachtsdeel mee gezwachteld wordt, zoals vanmorgen bij Dhr van S!

 

11/12 Beste collega's, de wandelvrijwilliger is gisteravond niet goed geworden in het theehuisje. Vermoedelijk is de afstand met twee rolstoelen over het mulle bospad dan ook teveel gevraagd. Het is onduidelijk of hij nog terugkomt. Ik heb een kaart voor hem gekocht.

 

2/12 Onderwerp: storm

Beste collega's, bij storm gelieve alle ramen op de afdeling tijdig te sluiten. Het witte stipje in de top van de boom op de parkeerplaats blijkt een incontinentiebroek te zijn.

 

26/11 Onderwerp: brandalarm

Beste collega's, ivm mijn slechte knieën heb ik besloten om vanaf heden niet meer in actie te komen tijdens een brandalarm. Laten we afspreken dat ik dan op kantoor ga zit­ten, dan weten jullie waar ik ben. Ik werk op ma‑wo en vrijdag van 09.00 uur tot 16.00 uur.

 

24/11 Onderwerp: zadel

Beste collega's, het zadel van de hometrainer is weg. Fitness kan helaas niet doorgaan.

 

11/11 Onderwerp: liftwerkzaamheden

Beste collega's, ivm intensieve liftwerkzaamheden zullen we vandaag de trap moeten gebruiken. Dat betekent dat we Henk om 11.00 uur naar beneden moeten dragen. Alle hulp is welkom.

Tags: 

Kleren van Louis Lehmann

 Uit de jasjes, die Louis Lehmann (1920-2012) tekende in zijn kleerkast, steken schimmige handen. Alsof hij zou voortleven in zijn kleren. De tekeningen staan afgedrukt in het boekje 'Kleren' dat Alida Beekhuis in 1998 maakte, samen met gedichten over kleren.

 'Als 'k dood ben zijn mijn kleren rare dingen.

De overhemden, nieuw of dragensbroos,

de pakken hangend waar ze altijd hingen,

steeds wijzend naar omlaag, besluiteloos.'

 Louis ging buitengewoon goed - dat wil zeggen met een aris­tocratische kwasi-achteloosheid - gekleed. Hij zal de eerste geweest zijn die ik zag met een spijkerbroek waar de rafels bij hin­gen. Echte rafels, ontstaan door echte slijtage. De nam­aakrafels van nu zou hij verfoeid hebben. Zoals hij zelfs uit afschuw van de eens modische 'pinstriped blue jeans' (de gestreepte spijkerbroek) een lied componeerde, waarvan deze herhaalde regel de enige tekst is. Stijlzuiverheid was hem lief.

 Hij bezat oude, piekfijne pakken en dassen. Maar zijn meest gedragen kledingstuk was wel het lichtbruine tweedjasje met leren mouwstukken. Kleren gingen hem aan het hart, getuige 'Het laatste woord in blues':

 'Het is troosteloos

te kijken naar een waslijn

met een oneven aantal sokken

 

En soms, als het vochtig weer is

hangen ze er

dagenlang, dagenlang.'

 

‘Kleren’ werd uitgeven door De Gouden Reaal.

Tags: 

De stilte van de Sirenen

 Franz Kafka is thuis in het niet. Niet‑schrijven was hem een vertrouwde verschrikking. In het nieuwe nummer van Extaze - een filmnummer - gaat Mark Baltser in op zijn verhaal Het zwijgen der Sirenen (1917) en de rol daarin van een ander schijnbaar 'niet', de stilte.

 Ook in Kafka's versie heeft Odysseus zich niet alleen aan de mast van zijn schip laten vastketenen en was in zijn oren laten stoppen. Hij zal de betoverende Sirenenzang, anders dan in de Odyssee, niet horen.

 Als dus niemand de Sirenen heeft horen zingen rijst de vraag of de Sirenen wel gezongen hebben, of dat ze deden alsof. Volgens Kafka hebben ze gezwegen. Waarom? Luister: ‘Nu bezitten de Sirenen evenwel een nog afschuwelijker wapen dan hun gezang, namelijk hun zwijgen.’

 Baltser zegt: ‘De Sirenen vallen stil, ze zwijgen. De wil om te verleiden is verdwenen. Alleen de glans in de ogen van Odysseus doet er nog toe.’ En dan, zegt hij, schrijft Kafka het zinnetje waardoor het verhaal kantelt:

 "Maar Odysseus om het zo uit te drukken, hoorde hun zwijgen niet, hij geloofde dat zij zongen, en alleen hij was ertegen bes­chermd het te horen. Vluchtig zag hij eerst het draaien van hun halzen, het diepe ademen, de betraande ogen, de half open mond, maar hij geloofde dat dit bij de gezangen hoorde, die ongehoord langs hem wegstierven."

 Odysseus heeft de Sirenen verleid.

 En dan komt de vraag. Als Odysseus ze niet hoorde zingen, maar ook niet hoorde zwijgen, wat heeft hij dan wel gehoord? Wat zou er kunnen bestaan tussen zang en zwijgen?

 Baltser citeert een Kafka-aforisme: 'Het is niet nodig dat je het huis verlaat. Blijf aan tafel zitten en luister. Je hoeft niet eens te luisteren, wacht alleen maar. Wacht niet eens, wees volledig stil en alleen.' 

Tags: 

Pagina's