Dreggen naar Modigliani

 De haven van Livorno ken ik van scheep gaan naar Corsica en Sardinië. Ik was er ook nadat in 1984 in die haven was gedregd naar de verloren beelden van de Livornees Amedeo Modigliani (1884-1920). Pas nog in het nieuws toen een schilderij voor een recordprijs werd verkocht.

 Maar mooier was het legen­darische verhaal hoe hij in 1906, vlak voor zijn vertrek naar Parijs drie beelden 's nachts in de haven had gegooid. Dat kwam zo, hij had zijn vrienden gevraagd wat ze van zijn beeldhouwwerken vonden. En hun advies was geweest 'weggooien en opnieuw beginnen'. Waarop Modigliani in woede en walging tenminste vier beelden in de Fosso Reale bij de haven had gegooid.

 Wel erg toevallig dat dit verhaal juist opdook rond de honderdste verjaardag van Modigliani, toen een grote tentoonstelling aan hem gewijd werd geopend in Livorno.

 Er werd gedregd, onder grote publieke belangstelling, terwijl deskundigen eigenlijk geen idee hadden waar precies ze moesten dreggen.

 Televisie erbij. En waarachtig, na acht dagen dreggen gebeurde het wonder. Voor de ogen van de televisie en de Livornezen kwam een vrouwenkop boven water en daarna nog twee koppen. De legende was waar. Ze werden onmiddellijk tentoo­nges­teld en toegejuicht door vele kunstcritici.

 Tot bleek dat drie scholieren met hun Black & Decker uit wat langwerpige keien van het strand de koppen hadden gemaakt en in de Fosso Reale gegooid. Fellini moet hebben genoten.

Muzenstraat

 Straatnamen, de naam. Marcel Proust heeft de betoverende werking van plaatsnamen beschreven. Namen beloven, spiegelen reizen voor, herbergen verlangen in hun klank. Ik bekijk de kaart. Terzijde van waar nu het Haagse Centraal Station is ligt nog steeds de Oranje Buitensingel, die doorloopt naar de Koninginnegracht. De kade aan de overkant heet de Zwarteweg.

 Aan de Zwarteweg stond eens het statige zuilengebouw voor Kunst­en en Wetenschappen, met concertzaal. Voor de trappen, op de Zwarteweg lagen parkeersporen van de HTM voor de aanhangwagens met schoolkinderen die daar werden aange­voerd om schoolconcerten van het Kunstmaand Orkest van Anton Kersjes bij te wonen.

 Links van het majestueuze gebouw begon een smalle doorgang die de Muzen­s­traat heette, vast vanwege de Kunsten en Wetenschappen om de hoek, en uitkwam op de Fluwelen Burgwal.

 In de Muzenstraat moest ik na mijn zeventiende jaarlijks om half zeven in de ochtend zijn, in het Militair Hospitaal, achter het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, voor de Milita­ire Dienst-keuring. Eerst doorlichten, dan beginnen met de Morsetest, waarvoor ik altijd zakte. Tenslotte, aan het eind van de dag het gesprek met de legerpsycholoog aan de Laan Copes van Cattenburgh om Uitstel van Eerste Oefen­ing. Ik probeerde telkens afgekeurd te worden, maar men twijfelde aan de waanzin die ik voorwendde.

 Tenslotte werd ik Voorgoed Ongeschikt verklaard. Het gebouw van Kunsten en Wetenschappen brandde in 1964 af, het Militair Hospitaal werd - net als het hele buurtje - gesloopt en vervangen door nieuwbouw van ministeries, onder meer de Autoriteit Consument & Markt.

 De naam Muzenstraat, beroofd van elke betekenis, leeft voort.

 ps. Ik schreef een verhaaltje, getiteld Muzenstraat voor mijn bundel Haagse verhalen, die - met tekeningen van Marcel van Eeden - komend voorjaar verschijnt.

Tags: 

Mannen

 Jan Baeke heeft het in zijn bundel Seizoensroddel heel precies onder woorden gebracht. Woorden die weglopen van hun onderwerp, zoals mannen dat doen. Ik lees: 'De monteurs zijn bitter. Ze doen niet aan pijn./ In de garage staan ze alweer/ aan het ongeluk voor de komende nacht te sleutelen.'  

 De bundel zet bij mij tal van gedachtenreeksen in gang. Jenny Arean ging weleens alleen naar het café, soms was er een ook alleenstaande man. Maar kwam ze bij hem thuis dan bleek hij in haar woorden, steevast 'in een bananenkeet' te wonen. Nee, mannen kunnen niet wonen. Het zijn vrouwen die een vaasje bloemen neerzetten, een schemerlampje of gordijn ophangen, een tapijt neerleggen.

 Hier duikt het mannenprobleem op, kortweg de overtolligheid. Wat wil een man? Een man wil belangrijk zijn. Dat houdt een keer op. En dan? Zijn ze getrouwd dan rest het knutselhok. Geen conversatie. Je hebt automannen en gitaarmannen, vertelde een vriendin.

 Maar voor ik totaal afdwaal van Jan Baeke, een man leeft voor vrouwen, eerst voor z'n moeder, later voor een echtgenote. Maar wat als niks meer te knutselen valt? Ik denk aan zijn gedicht 'Thuis in de troostvertrekken', dat zo begint: 'Het is goed zoeken naar symbolen/ in de duisternis van deze aftandse garage.' Later meer.

Kleur ontketend in Den Haag

 Kleur was zeldzaam en duur in de middeleeuwen. Alleen vorsten en bisschoppen konden het zich permitteren. Van heinde en ver kwam het niet voor niets zo genoemde grauw om – om twaalf uur – het wonder van de ramen van Chartres te zien. In het Haags Gemeentemuseum valt kleur voluit de schilderkunst binnen, rond 1900. Kleur is er, voor iedereen.

 Iets schilderen in kleur deed ik voor het eerst toen ik twaalf was. In Zwitserland zat ik, met mijn eerste doosje van acht tubetjes olieverf en een kwast. Vanuit een hoog chalet keek ik uit op alpen­weiden, de berg die Niesen heette en het Berner Oberland. Alles schitterde in de zon. Maar nu. De wei was groen en de bergen bruin en geel, de bergtoppen wit, leek me. Die kleuren had ik in mijn doosje. En zo schilderde ik ze, op papier. Maar wat tevoorschijn kwam leek wanhopig weinig op het alpenpanorama. Toch had ik me aan de kleuren op de etiketjes gehouden. 

 In 'Moeder en zoon' (1980) wil de scholier Gerard Reve uit alle macht een door hem getekende haas inkleuren:

 'Ik bezat kleurpotloden, en vulde de voorstelling met kleuren, die echter iedere natuurgetrouwheid misten. Over en door de ene kleur heen bracht ik wederom een andere aan, die mij al evenmin beviel, totdat de gehele diergestalte met een onuitwisbare dikke, naar vuil zwart tenderende laag was bedekt, waaromheen een ongewild aura van smettend kleurpotloodpoeder was ontstaan. Het was een haas geworden die aan iets onzegbaar verschrikkelijks was ontsnapt...'.

 Het omgekeerde zie je bij Jan Sluijters in Den Haag. Het is alsof de tubes, de kwast, het palet zijn kwast in beweging zetten, sturen, dirigeren.

Sporen

 Paulien Oltheten deed sporenonderzoek voor haar aandeel in de tentoonstelling Somet­hing thrown in to the way of the obser­ver, deze zomer in Museum van Loon. Het museum bleek vol zichtbare en onzichtbare sporen. Ze vroeg naar sporen die ik bij me droeg. 

 Wat blijft achter als je voorbij bent. Mijn eerste gedachte was voetstappen.

 Ik ben een jaar of zes. Een jongetje dat achter me loopt zegt 'Hee, je verliest wat.' Ik schrik. Maar als ik omkijk, zie ik achter me niets liggen.

'Je voetstap.'

Luid gelach volgde, om mijn verwarring. De gedachte verliet me nooit.

  Een wachtzaal op een Frans station heette, bleek later, een 'Salle des pas perdus'. Een omschrijving die doet duizelen

  De gedachte dat onze verplaatsingen denkbeeldig zijn keert altijd weer. Ik kan geen onbewaakte overweg oversteken omdat de trein er eigenlijk, in een andere tijd, nog is. En ik zelf ook. De trein is zoveel groter en sterker dan ik. Hoe zou hij ooit helemaal weg kunnen zijn?

Wacht tot het rode licht gedoofd is, er kan nog een trein komen. Maar wanneer? Tijd is onbegrijpelijk. Ik word overreden. Steeds weer.

 Aanwijsbare sporen. Een invalide vrouw kan moeilijk meer overeind komen. Daarom blijft ze in haar stoel zitten. Aan de voorkant van de stoel, die op vast tapijt staat, is een slijtagegebied ontstaan. De slijtplek zal haar overleven.

 

Ollie North en het noodlot

 Waar is democratie eigenlijk goed voor? Ik herinner me nog de kop '3 million Ollie North-fans can't be wrong'. North loog, maar wie met velen is heeft gelijk. Waarom? Omdat ie met velen is.

 Domheid is een linkse leugen. Wat goed voor ons is maken we zelf nog wel uit. Laat kinderen zelf besluiten wat ze op school moeten leren.

 De leider van onze grootste politieke beweging heeft bij zijn club de democratie afgeschaft. Hij is de baas en het enige lid. Maar hij wil wel per referendum gaan regeren. Is dat met elkaar in tegenspraak? Ach, hij weet ook wel dat het volk tegen stemt. Waartegen? Tegen de politiek. Tegen de intelligentsia.

 Ik lees hem in de Volkskrant van vanmorgen: 'De elite heeft een mars der dwaasheid ingezet.' En: 'Den Haag is wereldvreemd en spreekt niet langer namens het volk.'

 En daarom is onze vorm van democratie verkeerd. 'Als de Tweede kamer eenmaal is verkozen, weten volksvertegenwoordigers dat ze vier jaar lang ongecorrigeerd kunnen doen wat ze willen...'. Democratie wil zeggen macht van de meerderheid. Daarom is een permanente populariteitspoll de oplossing. Het referendum. 

 Minderheden, asielzoekers, dichters zijn linkse hobby’s. 

 Ik denk, we bereiken het noodlottige maar logische einde van het geloof in de wijsheid van de meerderheid van het volk, van democratie als tovermiddel.

Toqueville was er in 1830 al achter toen hij De la democratie en Amerique schreef. En nu zijn we aan het eind. De meerderheid heeft zichzelf ontdekt.

 De trias politica, de machtenscheiding, ooit bedacht om de verstandigsten onder ons beleid te laten bedenken en uitvoeren - met instemming van het volk - wordt de tirannie van een permanent volksgericht. Of in het woord van nu: het gevoel. George Orwell kijkt geboeid toe.

Tags: 

De mannen van Jan Baeke

 Nog maar net begonnnen me in te graven, maar als je het mij vraagt gaat de nieuwe bundel van Jan Baeke over mannen. Het raadsel man. Hun manier van doen, hun omgang met elkaar. Ik stootte al snel op een schuurtje en een vriend. Gedronken wordt er ook. En gepraat just like that: 'Er is veel gezegd vandaag/ maar ik herinner me geen woord.' Oorlog, en kijken naar meisjes. In ploegen. Zodat ik vaak in de lach schiet, uit herkenning. 

 Seizoensroddel heet de bundel. Veel film in de vorm, Jan Baeke is een filmman. Eerste gedicht uit de cyclus Een Amerikaanse ochtend: 

 

 Het eerste gesprek dat ik met John voerde

ging over benzine. Geen onderwerp

geen actualiteit, er kwam geen auto in voor

economie en metaalmoeheid ontbraken.

 

Het had natuurlijk over zijn vriendin moeten gaan

of over de teleurstelling die meekwam

met de zoveelste brief van A. aan mij of aan John.

 

Maar John kende A. nog niet en ik had geen beeld

van zijn vriendin net zo goed als ik zeker wist

dat zijn vriendin zich mij

noch het gesprek voor de geest kon halen.

 

Het was ergens in een oorlog die we nog niet zo

hadden benoemd. De lucht was onbewolkt; het was

een Amerikaanse ochtend en iedereen heette John.

 

Het was druk in de trein, veel vriendinnen, lucht

die om benzine vroeg, maar geen John te bekennen.

Het fatale bericht lag klaar

om nietsvermoedend op te halen.

 

Dan komt die benzine op een uitgelezen moment.

De violen willen net invallen.

Niet onze muziek, niet die voor John en mij

maar het bracht de rust elkaar te verstellen.

Tags: 

Youth - Giovinezza

 Waarom de film van Paolo Sorrentino jeugd heet en niet ouderdom, ik hou het op een grapje. De clichés van de ouderdom sjezen voorbij. Alle kitsch van vervlogen roem.

 Na de Italiaanse beau monde van La Bellezza zijn we nu in een kuuroord hoog in de Zwitserse bergen, waar men zich ver­veelt. De Zauber­berg schemert er doorheen.

 Een zwak scenario ontrolt zich, over twee oude vrienden wier vriendschap nergens uit blijkt: Michael Caine als gepensioneerde componist en dirigent en Harvey Keitel als filmregisseur op z'n retour in een cocktail van stijlcitaten, levenswij­sheden en grappigheden. Wat heb je aan het eind van je leven in han­den?

't Is heus wel leuk als Caine - wiens performance de film redt - op de berghelling koeien en hun koebellen dir­ige­ert en de twee mekaar steeds vragen hoeveel druppels ze die dag gepist hebben. Maar de aardigheid verzuipt in pretentie. Er is geen verhaal.

Tot op het eind opeens blijkt dat de componist nog een demente vrouw heeft, eens zangeres, die hij heel soms opzoekt. Hij weigert stijf en strak op de verjaardag van de En­gelse koningin op te treden met zijn beroemdste lied, want dat kon alleen die vrouw zingen. Voor haar schreef hij het immers.

Tot hij toch zwicht. En de zucht naar roem wint. Het blijkt trouwens een nogal lelijke, pompeuze compo­sitie. 

Vrouw op de trap

 Een roman waarin alles draait om een schilderij. Dat is de laatste van Bernhard Schlink, De vrouw op de trap (2014). Wat er gebeurt is niet anders dan magie. De afbeelding wordt dat waar twee mannen om vechten. Ik begreep weer waarom Papoea’s niet op de foto willen: zieleroof. 

 De mooie Irene trouwde met een Frankfurter zaken­man die haar laat schilderen, waarna de schilder haar verovert. Maar dan blijkt dat het schilderij, waarop ze naakt een trap afdaalt steeds beschadigd wordt, zodat de schilder het moet komen restaureren. Het lijkt of er een vloek op rust: een been, een borst, de schaamstreek, de ene beschadiging na de andere. De schilder beschuldigt de zakenman en omgekeerd. Het wordt een rechtszaak. Wie is hier gek?

 Het lijkt of de vrouw nooit beneden aan de trap mag aankomen.

 'Ziet u hoe ze de trap afdaalt?, 'vraagt de zakenman. 'Beheerst, gelaten, rustig? Toen ze beneden aankwam was het gedaan met haar rust. Omdat ze daar waar ze aankwam niet hoorde.'

 Het lijkt te gaan om het bezit van het schilderij eerder dan van de vrouw. Eigenlijk hoort ze voor altijd op de trap te blijven, tussen hemel en aarde.

 Tenslotte moet de advocaat - die ook verliefd op haar wordt - een contract op papier zetten: de ene man krijgt het schilderij, de andere de vrouw. En dan neemt Irene het zelf over. Ze verlaat de drie mannen en verdwijnt, met het schilderij. Haar ziel neemt ze mee.

 De vrouw op de trap, vertaald bij Cossee. Beter nog dan Schlincks fameuze Die Vorleserin.

De onontgonnen schaamte

 Schaamte ontstaat door de blik van de ander, zeggen de definities, te beginnen met ouders en zo verder. Ze kan ziekelijk worden, maar is soms ook ergens goed voor. ‘Misschien om het beest in ons te stillen,’ zegt Bernard Dewulf in de catalogus bij de expositie in Dr. Guislain. Wat gaat er om in de buurman die je dagelijks zo vriendelijk groet?

 'Maar de diepste schaamte kijkt je aan uit de spiegel,' zegt Dewulf, essayist en schrijver in zijn bijdrage. 'Schaamte is van nature stil, schaamteloosheid pronkt met zichzelf. De diepste schaamte is zelfs doodstil. En is er altijd. Ze peutert niet in de neus of doet mij niet verlegen op een feestje aankomen. Ze zit lager onder het vel. Ze is een stille kracht en gaat tussen mij en ik. (...) Misschien zit ze wel in elk gebaar dat ik maak.'

 Schaamte vergezelt ons als een schaduw.

 De catalogus verricht pionierswerk. Schaamte is in kunst en wetenschap nog lang niet goed in kaart gebracht. Een onontgonnen gebied. Dat vaak ter sprake komt als bijverschijnsel, maar een hoogleraar in de schaamte zul je nergens vinden.

 Wat bijvoorbeeld te denken van plaatsvervangende schaamte? Ik dacht er vaak aan in Dr. Guislain, zeker bij de foto's van de Antwerpenaar Gert Jochems.

 En vanzelfsprekend ook aan het werk van Franz Kafka, die levenslang meende dat hij tekortschoot. En als verteller in Het proces (1915) over Josef K. zegt '(...) het was, alsof de schaamte hem zou overleven.' 

Tags: 

Pagina's