Vochtige streken (2)

 Verbazingwekkend hoe de film van David Wnendt ontstond uit het boek. Met hulp van Charlotte Roche.

 Een uitweg uit de beknel­ling van jeugd en ouders. Helen zoekt die van jongsaf in haar eigen lichaam. En ontdekt de anus als toegang tot een andere wereld. Toevallig, bij het scheren van haar onderlijf snijdt ze zich daar. Anale seks - in het boek althans - volgt, anaal masochisme, de ontdekking van pijn-genot langs de geheime uitgang. De zelfverwonding eindigt in het ziekenhuis. Een wondere wereld, waar fant­asie en droom zich mengen in de gebeur­tenissen. In een zieken­huis, onder verdoving, geen wonder.

 Het verhaal wordt verteld met steeds de jonge Helen als toeschouwster, een klein meisje dat met wijdopen ogen toekijkt naar wat toen gebeurde en in het nu. De zelfverwonding bij toeval loopt uit in opzet om de verpleger Robin te veroveren. Zelfverwonding om aandacht.

 Wat hier bij hoort: in de Duitse cultuur (en de Amerikaanse) is de anus veel beladener dan bij ons. Mijn eerste Duitse scheldwoord was Arschloch. Wij schelden liever genitaal. Als schelden een vorm van liefkozen is wat zou dat dan kunnen betekenen, dokter?

 Hoe ook, in vochtige streken ontstaat een wereld waarvan het bestaan totnutoe nauwelijks bekend was. Een meesterlijke film.

 Ps. Maar eerlijk is eerlijk Arnon Grunberg ging in zijn Gstaad ’95-’98 - waarin de lijdende hoofdpersoon zijn anus verwondt met een nagelschaartje - Charlotte Roche al voor: ‘Alles was goed aan de mens, maar het beste was zijn anus.’ Volgens de verteller in Gstaad heeft God de mens gemaakt ‘omdat hij een excuus nodig had voor de anus’.

Tags: 

Paulien Oltheten (2)

  Hoe beweegt een fotograaf als Paulien zich onder de mensen? Na haar tentoonstelling in het Stedelijk gaf ze me haar boek uit 2004 ‘It's a small world after all’. En daar lees ik oa.:

 'Ik laat altijd zien wat ik aan het doen ben. Een vrouw fotografeert. Ik ga nooit achter een boom staan bijvoorbeeld. Meestal hoop ik wel dat de persoon mij niet opmerkt, maar ik ga de confrontatie niet uit de weg. Het is vooral belangrijk om aan de omgeving duidelijk te maken wat je aan het doen bent. Dat haalt een hoop spanning weg, dat haalt een deel van de betovering weg die mijn fotopersonage omringt.'

 Ze heeft gelijk. Stiekem fotograferen werkt niet. Je manier van doen moet je apparatuur onschuldig, bijna onzichtbaar maken, net zoals je bij een interview je microfoon de wereld uit moet kletsen. Paulien geeft het voorbeeld van de winkeldiefstal: 'Als je een fles bodylotion wilt stelen kun je dat het beste doen door de fles heel nonchalant, alsof het heel normaal is, in je tas te stoppen.' Ze is tegen besluipen. 'Besluipen is iets onmenselijks en levert vaak onnatuurlijke situaties op. Je moet als fotograaf optreden. Een deel van dit boek gaat niet toevallig over acteurs en regie. Over het klassieke 'method acting'. Acteren vanuit je zintuiglijke geheugen.

 Ik heb Paulien nooit zien werken, maar durf te wedden dat haar aanwezigheid met camera een grote vanzelfsprekendheid heeft, zodat door haar gefotografeerd worden ook vanzelfsprekend wordt.

 De dames op deze foto - van mij - gaan op in het borduurwerk, die achter de tafel ook, maar het ging me om de zwaar gesluierde moslimvrouw naast haar. Het tragisch contrast tussen haar kleding en de opschik om haar heen. Toch, mag ze mee doen. En wieweet wat ze onder haar boerka draagt. Of anders wel in haar gedachten.

 En ik? Ik was een onnozele man. Ook een rol. Ze zagen me wel, maar ach. Alleen van de gesluierde weet ik het niet.

Ida

 In de film Ida van de Pool Pawel Pawlikowski is de rol van de grafiek doorslaggevend. Hoe dat kan? De camerablik zoekt houvast in stille zwartwi­t beel­den, pijnlijk mooi. En vindt vitrage, modern meubil­air uit de vroege jaren '60, een halfleeg danszaaltje, een jaz­zbandje.

 Het verleden draag je met je mee, onoplosbaar. En onoplosbaarheden zijn in Polen ondraaglij­ker dan op veel andere plaatsen.

 Hoe bezweer je ze? Ida en haar tante Wanda - de non en de hoer - zoeken houvast in het klooster en het rode bewind, waarna drank. Maar Joods zijn ze allebei, al komt Ida daar pas achter als ze de tante ontmoet die haar nooit wilde zien. Houvast. Ze gaan op zoek naar het gebeente van hun verdwenen familie.

 Ze vinden het. Ze vinden zelfs het Joodse familiegraf terug. Maar dan? Wat kun je meer? Oplossingen zijn hier niet. Zodat je overblijft met heel precies in beeld gebrachte brokkelige wegen, een gedeukte auto, idem muren en hekken. En vitrage. Om naar te staren. Het soort zwartwit dat onthult wat je in kleur niet meer ziet.

 

 

 

Vochtige streken (1)

 Smetvrees alom. Xenofobie is er een vorm van. Ik weet nog dat negers 'een luchtje' hadden. Zou het erger worden? Ik maakte nog mee dat je in hotels per gang Wc’s deelde. Waar 00 op de deur stond. Soms stond je op de gang te wachten, midden in de nacht. Geluiden, en tenslotte een mompelende heer in pyjama.

 Daarom was Vochtige streken van Charlotte Roche zo'n opluchting. Heel haar lichaam, vooral haar door aambeien overwoekerde anus gaat over de pagina's. En juist die anus moet geneukt en gelikt worden. Mooi dat het gebeurt ook. Dwars tegen de privacy- en hygiënedwang van deze tijd in.

 Roche: 'Hygiëne vind ik totaal onbelangrijk.'

 Vies zijn van de medemens. Wie in de zorg en verpleging terechtkomt, leert wel omgaan met andermans stront. Maar de rest werpt huizenhoge dammen op. Hoor de moeders: 'vies', 'niet aankomen'. Soms zit daar wat in, misschien. Maar het idee dat de medemens vies is, vooral als ie er anders uitziet, heeft als excuus gediend voor veel gruwelen.

 Hoe herinner ik me de komst van het Odol-mondwater, de golf van parfum die het land in de jaren '60 - ook de haarlaktijd -overspoelde. Waarom? Mensen leerden vies van elkaar te zijn. Eens had iedereen z'n eigen luchtje. Charlotte Roche is een pionier op de weg terug.

 Nu de film er is wil ik weten hoe die ruikt.

Tags: 

Dora's kleren

 Omdat de naam Kafka door niet-lezers alom gebruikt wordt als een label voor dolgedraaide bureaucratie hier de werkelijke Franz Kafka. Kafka was geen maatschappijcriticus, hij beschreef zijn demonen, het schrikbewind in zijn brein.

 Dora Diamant was de enige met wie hij ooit - in Berlijn - samen­woonde. In haar armen stierf hij aan tbc. Hun verhaal is door Michael Kumpfmüller geschreven in 'De heerlijkheid van het leven'. Ze ontmoetten elkaar in Müritz aan de Oostzee in 1923 waar zij in een Joods vakantiehuis werkt.

 Kafka had vele vriendinnen, vooral nadat bij hem tbc was geconstateerd mocht hij zijn ernstige trouwplannen opgeven. Aan het strand kijkt hij naar de meisjes en Dora naar hem: '..hoe hij zwom, hoe hij zich bewoog, hoe hij zat te lezen in zijn strandstoel. Aanvankelijk had ze hem vanwege zijn donkere huid voor een halfbloed indiaan gehouden.' Kafka was een getraind zwemmer, in Praag zelfs korte tijd badmeester.

 Dan wordt ze door haar vriendin aan hem voorgesteld. Meteen spreken ze af voor de volgende dag, na het ontbijt op het strand. 'Voor de wandeling heeft Dora haar donkergroene strandjurk aangetrokken.' Gearmd, blootsvoets lopen ze door het zand. Het gaat nu vlug. Ze wonen samen in Berlijn tot het niet meer gaat. Ze volgt hem naar het sanatorium in Oostenrijk. Hij vraagt haar nog ten huwelijk, maar te laat.

 Als haar kleren nakomen verkleedt ze zich meteen: 'de gekleurde jurk voor Franz, zelfs als hij het niet meer zou zien, maar hij ziet het meteen, weet ook wanneer ze de jurk heeft gedragen, tijdens de eerste dagen in Berlijn, hij zegt Botanischer Garten. Ze houdt van de geplisseerde kraag, de bloemen, die misschien een beetje te meisjesachtig zijn, maar daar houdt hij juist van. Ze moet een paar keer voor zijn bed op en neer lopen, ze moet langzaam rondjes draaien of ze danst.'

 Kort daarna sterft hij. Ze wast hem.

Matthias Weischers pulp

 Pulp fiction kenden we van de film van Tarantino, vernoemd naar het soort verhalen dat je op het goedkoopste houthoudende papier drukt.

 Als een schilder als Matthias Weischer - een Wessie opgeleid in Leipzig, hij kreeg net de Vincent Award en exposeert in het Haags gemeentemuseum - op en in pulp gaat schilderen, wat gebeurt er? Weer wordt het medium de boodschap, maar nu begin­nen de lagen te spreken.

 Zijn onderwerp is en blijft het interieur. Maar steeds meer ontleedt hij het. Er zijn nog iconen als schemer­lampen, gordijnen, vazen, maar ze verheffen zich, raken los.

 Op een filmpje van het museum zie je hoe hij werkt. Uit houtpulp ontstaat dik papier dat hij vervolgens bewerkt. In het museum zie je de korstvorming. Er ontstaan reliëfs. Snel werken, dat zie je. De materie spreekt.

 Sinds ik hem vorig jaar sprak is hij verder gegaan op die weg. Neem een doek als Riss (Scheur, 2014). Daar zit een trompe l'oeil in, maar ook een woeste scheur in het dikke verfoppervlak, dwars door het soort zakdoekje waarmee je iemand vaarwel wuift. Er staan rode letters op waarvan alleen SINN leesbaar is.

 Het drama wordt bijna al te duidelijk als de snee eindigt in het verkeersbord voor 'doodlopende weg' terwijl beneden nog een nietsver­moedende bloem bloeit. Erg unlike Matthias Weischer, de man van de broeierige interieurs. 

Denkers

 'Denkers gaan maatschappelijke problemen te lijf.' Onder die kop zal een 'G8 van de Filosofie' zich op 18 april in Amsterdam buigen over 'de belangrijkste problemen van deze tijd'.

 Als filosofie gaat over fantaseren, literatuur of zindelijk denken volg ik het zover ik kan. Zodra het ontaardt in beweren zonder bewijzen krijg ik het - net als Willem Frederik Hermans - te kwaad. En wat te denken van het oplossen van concrete problemen? Nu dan: 'een internationale denktank van 9 filosofen', ruim vijfentwintig lezingen, gesprekken, interviews en colleges, waarbij bezoekers 'de denkers van dichtbij aan het werk zien en ze zelf vragen kunnen stellen'.

 Wat zou toch een denker zijn? Volgt de vraag van Filosofie Magazine: 'Wie gaat deze denkkracht gebruiken en de vertaalslag maken naar daadkracht? Wie pakt dit op voor het verbeteren van zijn eigen leven, dat van anderen, van een wijk, een stad of misschien wel heel Nederland?' Ja wie? De hoofdredacteur 'hoort graag concrete plannen'.

 Aanwezig zijn oa. Peter Sloterdijk, Aziz Al‑Azmeh, Damon Young, Markus Gabriel, Benjamin Barber en John Gray. Samen met Nederlanders als Marli Huijer, Jos de Mul en Joke Hermsen zoeken ze op 18 april antwoorden op vragen over werkdruk en keuzestress, de functie van religie, de rol van de islam in Europa, vreemdelingenhaat en populisme en de nadelen van wetenschappelijke en technische vooruitgang, zoals minder privacy, milieuschade of ruimtegebrek. Is geloven in vooruitgang een mythe of een must? En nog veel meer. 't Is al uitverkocht. Al weet je dat dit soort discussies moet eindigen met de conclusie 'dat het laatste woord hierover nog niet gesproken is.'

 Filosofen zijn nu eenmaal amateurs op praktische terreinen als economie, bestuur of neurologie. Vele natte vingers in de lucht worden dat. Geen denker heeft ooit zelfs maar een voetbalclub geleid.

De hel van cricket

 Voor ons stuk over cricketstad Den Haag zijn Arjen Duinker en ik op zoek naar een cartoon uit de jaren '60 waarin het helse lot van de falende batsman wordt samengevat. We zien hem voor ons. Maar hij is onvindbaar. Wie helpt?

 Er bestaat dus een prachtige cartoon van die batsman die als een reus het veld opkomt, bat onder de arm. En als een dwerg moet terugkeren. Het is ook een enorm eind lopen, van de rand, de boundary naar de pitch. En terug.

 'Dus daar kom je in je prachtige witte pak, krakende schoenen, je zwaait nonchalant met je bat alsof je je geweldig goed voelt, ontspannen. En dan komt die tweede bal en opeens ligt het wicket in mekaar. En moet je de weg terug, de lange weg terug. Het lijkt me iets adembenemend moois. Natuurlijk zal het voor de fanatieke cricketer een hel zijn, maar Jezus wat mooi is dat, die weg terug. In Australië, als je voor 0 uit gaat, krijg je op tv het geluid van een 'duck' mee zoals dat heet, zo'n kwakend geluid op die terugweg. En de tegenstander wel beleefd voor je klappen, maar ondertussen gooien ze allemaal gore teksten naar je kop. Doen ze ook in het veld..

 Stel je voor, zit je uren te wachten op je beurt. Een minuut het veld in, ben je een minuut later weer terug. Dat is een van de dingen van cricket, alles duurt enorm lang. En soms ook helemaal niet. En dan maak je nog steeds deel uit van die enorme tijd. 't Is een soort uitrekken van de tijd hè. Het is bijna zo dat het er niet meer toe doet, tijd.'

Tags: 

D.Hooijers familie

 Tante Karin was mijn liefste tante, misschien juist omdat ze geen 'echte' tante' was. Ze leerde me tekenen, maar vooral praten 'over alles', hoewel ik pas veertien was.

 Familiebanden kunnen knellen, daarom kennen verhalen tussenvormen van aan elkaar verknocht zijn, veel, zoniet alles met elkaar delen, maar toch niet bloedverwant zijn. Hoe de neefjes, oom Donald, oma Duck en oom Dagobert samenhangen blijft eeuwig onduidelijk.  

 Familie zonder verplichtingen, dat lucht op. D. (Kitty) Hooijer (1939-2013) blinkt er in uit. In al haar boeken komen talrijke personages voor wier levens innig 'familiaal' vervlochten zijn.

 Als je met haar praatte was je voor je het wist 'familie' en vertelde honderduit over je intiemste zaken. We hadden het ook over onze ziekenhuiservaringen. Zo was ik een tante Kitty rijk, die geen echte tante was. Haar laatste roman Berichten van een zakenman lees ik zodoende als een familiekroniek. Willem is ziek en drinkt. Hij zal sterven, denkt hij. Peter begeleidt hem naar het ziekenhuis. Daar zit een neuroloog die hem een vragenlijst geeft.

 'De vragen kosten hem moeite, hij zweet, hij stuurt me uit op alcohol maar in de ziekenhuiswinkel is veel te koop maar dat niet.    

 'Hoe bent u gevaren met onze vragen?' vraagt de dokter na drie kwartier. 'Bent u het eens met mijn voorstel voor de medicatie?'

 'Mijn verstand is weg en ik mis het opeens.'

Tags: 

Horrorshow!

 Voor een die-hard cricketfan als Arjen Duinker was gisteren een dag van verbijstering. Het Nederlands elftal, Calimero versloeg het stamland Engeland op het WK in Bangladesh.

 Onmogelijk! Ze waren allebei al uitgeschakeld tijdens het WK korte wedstri­jden, maar toch. De Engelse kranten kwamen woorden tekort. 'Een horrorshow', en Ian Botham, de grand old man vond het 'dom, schaamteloos en volstrekt onacceptabel.' Nederlandse helden zijn oa. batsman Tom de Grooth van HCC die twee keer de bal het veld uit sloeg voor zes, bowler Mudassar Bukhari en Wesley Barresi van Quick Den Haag.

 Cricketfanaat Arjen zal zijn verhaal vertellen in het blad Extaze. Sinds de BBC de cricket-rechten verloor kan hij terecht bij een Pakistaanse winkelier in Delft die wel pay-tv heeft en waar hij hele dagen rondhangt.

 En uitgerekend op de pitch van Quick stonden Arjen en ik vorige week te peinzen. Het langwer­pig stuk vast tapijt met gaten erin waar straks de wickets komen. Terwijl zo'n plek in beschaafde landen zorgvuldig ver­zorgd is met het fijnste gras.  Immers, daar komt de bal neer, die de bowler effect meegeeft om de batsman te misleiden: topspin, leg spin, you name it. Voor de toss komt er zelfs een 'pitch-report'.

 Wat dacht je van die witleren cricketsc­hoenen? '...knisper­end en goed in de smeer gezet. Er zit een krak in die schoenen.. een raar geluid.. god wat een raar geluid was dat.. geen enkele andere schoen had zo'n soort geluid, magisch.'

 Wat het ons doet is de stijl, het ritueel. Arjen: 'Cricket is de Engelse film. Dat we 't leuk vinden om eens naar India te gaan. En dat je daar dan bediend wordt. En het komische is dat al die landen, de West Indies, Sri Lanka, India, Pakistan, al die voormalige wingewesten dat die dat spel spelen. En vaak beter dan de Engelsen.'

 Zoals tijdens dit WK opnieuw. Arjen stuurde me gisteren meteen het wedstrijdverslag.

Tags: 

Pagina's