Vergeten hippies

 Wie waren ze, hoe deden ze, hoe praatten ze. Hoe dachten ze? Bijna vergeten. Alice Munro (1931), de Nobelprijswinnares leefde temidden van ze. Al was ze een graadje ouder.

 De gruwelen van die tijd zijn slecht gedocumenteerd. Zoals het geloof in alternatieve geneeskunst om te ontsnappen aan 'het systeem'. Had je wat kanker leek dan deed je aan iriscopie, er heilig van overtuigd dat je jezelf 'ziek gedacht had' en dat de remedie in peulvruchten en Tibetaanse riten lag.

 Munro schrijft 'Amerikaans', op z'n best is dat het vastleggen van de zeden en gewoonten van een vreemde volksstam, zoals bij haar de Canadezen. In Europese literatuur zijn hoofdpersonen toch meestal alter ego's van de schrijver, en is de rest aankleding.

 Gisteren kwam ik in haar bundel Something I've been meaning to tell you (1974) terecht in verhalen als Walking over water en Forgivenes in families. En daar zijn ze - compleet met hun voor mij zo herkenbare redeneringen: de jongeman die over water zal gaan lopen, en erger, de geniale jongere broer die een in jute zakken geklede sekte meevoert naar zijn moeder die ster­vende in het ziekenhuis ligt en op de gang een luidruchtig demonen uitdrijvingsritueel ('vijfduizend jaar oud') in gang zet.

 Maar dan neemt Alice Munro de lezer weer te grazen: eerst druipt de sekte af, en dan, de volgende ochtend voelt de dodelijk zieke moeder zich al een stuk beter. Ze overleeft en getuigt trots van haar geniale zoontje. Die op zijn beurt de sekte vaarwel zegt omdat hem dat verveelt. Munro is je altijd weer te slim af.

Tags: 

Giorgio Morandi

 Op de Piazza Maiore in Bologna trad een symfonieorkest op uit Wenen. Je kunt daar ver kijken, Ziet uit op de portici di San Luca, die de arcadenstad bergop verbinden met het heiligdom op de Apennijnen­rug.

 Van de andere kant komt het weer. Zo ook de avond dat een Weens orkest op het historische plein walsen van Johann Strauss kwam uitvoeren. Tot in de puntjes gekleed, in de avondzon.

 Maar ongeruste blikken keken naar het noordoosten, waar wolken randjes kregen. En wat er toen gebeurde was onvergetelijk. Bliksem, Een paar plotselinge donderslagen, gierende windvlagen die doeken boven het orkest vervaarlijk deden klapperen. Inktzwarte lucht. En regen. Op z'n Italiaans.

 Het orkest stopte midden in een wals en probeerde weg te komen. Het waren vooral de dames violisten met operagloves die opvielen omdat de wind ze onder de lange fluw­elen rokken vatte. Vluchtende vrouwen met viool. Dat schilderij bestaat niet. Binnen minuten was het plein verlaten en bleven alleen puinruimers over.

 De volgende ochtend was het stralend weer en zag ik de schilderijen van de Bolognees Morandi. En drong tot me door dat heel zijn werk bedoeld was om de wereld en hem zelf tot rust te brengen. Indachtig de woorden 'zolang er niets verandert ben je onster­felijk'. Giorgio Morandi (1890-1963) werd geboren en stierf in Bologna. Verliet zijn stad en zijn atelier nauwelijks, woonde bij zijn drie zusters. Een meter negentig lang was hij en verlegen. De vaasjes, flesjes en kannen die hij schikte en herschikte kocht hij op de rommelmarkt.

 Wereldreiziger Jan Brokken schreef een uitgewogen deeltje - nieuw, nummer 145 - in de Zeeuwse slibr­eeks over hem en zijn stad.     

Moeder doen

 Rond dat boek van Frank Starik werd gister in de molen in Utrecht een sessie van de Vorlesebühne belegd door Bernhard Christiansen.

 De zon ging schitterend onder en de moederverhalen kwamen. Ik zocht tevoren de Nederlandse literatuur nog af en vond weinig. De moeder van Gerard Reve zit op haar keukenstoel, in hoger sferen, 'eindelijk eens goed gekleed.' Maar de afstand blijft in zijn generatie groot. Vooral tussen zonen en moeders. Remco Campert: 'Dag moeder.'

 Starik las gisteren onder meer: 'Ik vind het maar moeilijk dat mijn moeder een lichaam heeft, het boezemt me afschuw in. Ik zal haar morgen in een rolstoel door het ziekenhuis moeten duwen. Moet ik haar ook uit bed sjorren? Dat verfrommelde restje mens? De vorige keer droeg ze een soort ziekenhuisschort, dat half van een schouder was afgegleden. Wit vlees, blauw dooraderd. Ik durf dat niet aan te raken.

 "We hebben haar op de pot gezet," meldt Laura, die immers ervaren is met de zaken des vleses, de uitgang des levens, Laura, die dat helemaal niet gek vindt.'

 Starik beschrijft machteloosheid, de pijnlijke grenzen van nabijheid. Ooit zette je moeder je op de pot, nu is het godweet jouw beurt. 

Deuren

 Marcel Wesdorp ken ik van het meesterlijke virtuele a­nimatielandschap Out of nothing - compleet met stafkaart - waarin ik in 2011 met hem ronddwaalde.

 Een schiereiland dat in zee steekt. Onbestaan­baar, geluidloos, maar niet zonder eind, je zweeft er er boven als een engel totdat je terugkomt aan de kust. Mensen, dieren of bomen zijn er niet, je verliest alle houvast. Je ontsnapt. Licht als een veertje.

 Nu is er in Den Haag bij Galerie Helder ander dwaalwerk van hem, waarmee hij je uittilt boven het bestaanbare. Weer lands­chap­pen die laten zien wat landschap met je kan doen. Landschap is geen realisme. Landschap zuigt en trekt aan je,

 En dan. Een grote doos, waarop in bijna onzichtbaar wit reliëf geschreven staat 'I'm whispering noises to the background of my mouth'. Het lijkt het gemompel van een spelend jongetje. Uit de doos komen elf in wit karton gemaakte deuren, die preciese afbeeldingen zijn van de deuren uit zijn leven. Tegen een hagelwitte achtergrond.

 Is dit het andere uiterste? Van onbestaanbaar landschap naar huiselijke realiteit? Nee, je denkt meteen aan wat daar buiten is, en wilt daarheen lopen, het witte licht in. Als je je omdraait zal de deur verd­wenen zijn.

Tags: 

Etalageruit

 Het onmisbare autobiografische gedicht in 91 kwatrijnen 'Heet van de naald' (1946) van Max de Jong is samen met een keus uit zijn gedichten heruitgebracht. 

 De Jong stierf in 1951, 33 jaar oud aan een tuberculeuze herseninfectie. Ik greep weer naar zijn biografie. En daarin naar zijn relatie met Louis Lehmann, die hij bewonderde. Ze woonden een tijdje onder een dak in Utrecht - Max stichtte er brand - en delen een gave voor het onverbloemd onder woorden brengen van wat ze bewoog in eigen, directe vormen. Was Louis eerder wereldvreemd, Max de Jong was een onmogelijk mens.

 Biograaf Nico Keuning (2000): 'Max leert Lehmann hoe hij meisjes van de straat kan oppikken. Als het uitverkoren meisje voor een etalageruit staat, moet je er naast gaan staan. Via de weerspiegelig van de winkelruit is het eenvoudig contact te leggen. Lehmann heeft deze theorie - in tegenstelling tot Max - naar zijn zeggen dankbaar en met veel succes in praktijk gebracht.' Weinig lukte bij Max de Jong, hij is een kampioen van zinnen als:

 De maan vertoont zich als een naakte non

 die duizend angsten uitstaat in het bad.

 Het wachten is nog steeds op publicatie van zijn dagboeken, een berg 'hyper-persoonlijke indrukken' waarvan al eens iets in Tirade heeft gestaan. Maar familie houdt het tegen.    

de strijd tegen de palmkever

Raccordo anulare

 Staat er op de borden. Al van ver. Ze wijzen naar de Sacro GRA, de Heilige Grote Ring. Zo heet de ringweg om Rome. Dat klinkt meteen anders dan onze A10 of A20.

 De film die Gianfranco Rosi over de ring van Rome maakte gaat ook niet over verkeer, maar over het menselijk aanslibsel eromheen. Eerst zijn er in de geschiedenis wegen en rivieren, dan pas nederzettingen. Zoals de aanleg van spoorwegen in het Wilde Westen dorpen liet ontstaan waar treinen moesten stoppen om water in te nemen.

 Rosi vertelt de levens van de mensen die de doffe dreun van het verkeer al lang niet meer horen. Die wonen onder de viaducten, in de flats aan de weg, in de buurt van waar gegeten en gedronken wordt. De een vist paling in de Tiber, de ander is bioloog en beluistert met geavanceerde apparatuur de palmen langs de weg, in zijn eenzame strijd tegen de palmkever, die hij hoort vreten binnenin. Klantenzoekende hoeren genoeg, aan de snackbars of in een camper.

 Maar ook onverwachte zeurpieten in nooit ophoudende huiskamergesprekken. Een acteur in een fotoroman. Een ingebeelde edelman, die zich verkleedt als tempelier. Wat je langs de Sacro GRA tegenkomt doet nog het meest denken aan de lintbebouwing in België. Van de verkeersstroom zie je weinig meer dan de ambulanciers, waarvan er eentje ook nog de zorg voor een demente moeder heeft.

Hoe mijn moeder mij deed

 Zaterdag is de Vorlesebühne in Utrecht met 'Moeder doen'. Hoe mijn moeder mij deed is bewaard op een kartonnen grammofoonpl­aatje met groeten van familie voor onze militairen in Indië in de Politionele Actie. Waaronder mijn vader. Het is zomer 1947. Ik ben vier.

 Mijn vader was een foto geworden. Maar door het grammofoonplaatje weet ik wat we tegen de foto zeiden. En tegen de technische mannen met hun ap­paratuur. Mijn moeder begint:

 'Papa, we komen je even goeiendag zeggen en vragen hoe het met je gaat. We denken heel veel aan je. En nu zal Wim eens even roepen "Dag papa". Kom maar, dat moet jij zeggen, zeg maar "Dag papa".'

Ik: 'Dag papa'.

'En Wim weet heel goed waar papa is. Waar is papa dan?'

Ik: 'Semarang.'

'Semarang. En waar woont papa dan?'

Ik: 'Kazerne.'

'Kazerne. Bij al de ....'

Ik: 'Soldaatjes'

'Soldaatjes. En vertel nou eens aan papa dat je in de trein gezeten hebt. Waar ging je dan naar toe? Vertel het dan eens. Waar ging je dan naar toe? Zeg het dan eens aan papa ? Papa die kan het horen in Indië...'

Ik: 'Dag papa.'

Hier raak ik kennelijk van mijn ingestudeerde lesje afgeleid door de technici. Zij gaat moedig door.

'En als Wim groot is, wat word jij dan ?'

Ik: 'Soldaat.'

'En wat doe je dan?'

Ik: 'In de kazerne.'

'Gaat ie ook naar de kazerne. En met welke boot is papa gega­an. Dat weet Wim ook al.'

Ik: 'Kota Baroe.'

'En waar ging papa toen eerst naartoe? Eerst naar? Waar ging de boot toch eerst naar toe?'

Het blijft stil. Tenslotte komen, na veel voorzeggen, de namen Batavia, Makassar, Semarang.

Een jaar later kwam hij terug. Ik had een vader. Een man in uniform met een buitengewoon slecht humeur. Je kon beter uit zijn buurt blijven.

Stok

 Door omstandigheden loop ik met een stok. Hoezeer daardoor de wereld verandert vond ik terug in 'It's a small world after all' (2004) van Paulien Oltheten, specialist in mensen-op-straat. Deze Indische mevrouw trof ze op de Oude Graafseweg in Wijchen. Langzaam, heel langzaam lopend naar de winkels. Elke dag. Paulien is geïnteresseerd in langzaam.

 'Als ze de arm waarmee ze haar tas vasthoudt helemaal uitstrekt raakt de tas net niet de grond. Haar andere arm houdt stevig een stok vast. Ze leunt erop, dat zie je. Zonder stok komt ze niet ver. Soms staat ze stil. Dan zet ze haar tas op de grond en steunt met beide armen op de stok.'

 Paulien kon makkelijk naar huis fietsen om haar camera te halen, de vrouw was nog maar dertig meter verder. Dan wil ze ook weten hoe dat voelt. Beladen met tassen - maar zonder stok - legt ze het zelfde traject af. Gewoonlijk is ze de snelste op straat, nu de langzaamste. En ze registreert de verschillen. In hoe ze geluiden hoort, die nu stuk voor stuk langskomen, en hoe ze de vlugge medemensen - iederen haalt haar in - waarneemt op hun heen- en terugweg.

 Ze haalt Jean-Jacques Rousseau aan, voor wie het paard te vlug ging, dan raakte zijn kijken en denken in de war, zei hij. Hij liep liever.

 Als stok-ervaringsdeskundige zie ik dat de oude dame een pijnlijk linkerbeen heeft - andersom dan je zou verwachten. Wie met een stok loopt steunt elke eerste stap voluit op het stabiele rechterbeen, De stok ernaast en het pijnlijke linkerbeen - de pijn straalt door - overbruggen dan samen de tweede stap. 

 Als de vrouw soms stilstaat is dat om het pijnlijke been tot rust te laten komen. Voor de echte stok-experience is het wachten op een blessure.

 ps. Behalve in het Amsterdamse Stedelijk exposeert Paulien Oltheten nu ook - samen met Aukje Koks - in Gent. 

 

 

Hito Steyerl (2)

 'Is dit echt?' Is de kreet die je hoort - in de cabine -  bij de angstaanjagend werke­lijke vliegtuigcrash in 'In free fall'(2009) van Hito Steyerl. Ja, je schrikt je rot. Ook in de zaal.

 Er zijn in beeld zoveel soorten echt. Hier bijvoorbeeld een gevaarlijke nadering op een radarscherm, een plotselinge vlammenzee, de instructie voor passagiers inclusief zuurstof­maskertje en tenslotte de twee reuzenwielen van een vliegtuig, heel alleen  op een verlaten startbaan. Je reageert erop in angstreflexen.

 Echt? Hoe echt? De dertien werken van Hito Steyerl in het van Abbe hebben dat - de vraag van het beeldtijdperk - als onderwerp.

 En ja, nog steeds, als ze op tv laten zien dat het sneeuwt loop ik naar buiten om te kijken of het sneeuwt. Om hem te ruiken en voelen.

 Toch laat Steyerl je je grenzen voelen. Adembenemend zijn haar opnamen van de twee piekfijn in uniform gestoken sup­poosten in het lege museum van Indianapolis, in Guards (2012). Twee kerels met een militaire training achter zich die je heel secuur voordoen hoe je omgaat met wapens en vijanden. Je wapen is je ziel. Griezelig omdat er geen vijand is, en ook geen wapen, maar wel de lichaamstaal van het gevecht. Eerst hangen er abstracte schilderijen, maar allengs verschijnen binnen de lijsten films met oorlogsscènes. 

 Zo wordt het Museum slagveld en kunst oorlog.

Tags: 

Too Much World

 Water is lang geleden op onze planeet terecht gekomen door ijsvormige meteorieten. Wij bestaan grotendeels uit water. Goedbeschouwd zijn we niet van hier, zijn we extraterrestrials. 

 Dat vertelt Liquidity Inc.. Een van de films van Hito Steyerl die ik vanmiddag in het Van Abbe zag. Beeldcollages vol vernuftig gemonteerde citaten uit populaire media, strips en al wat beweegt. Water is overal, sijpelt, dringt en lekt. De kringloop van het water is onontkoombaar.

 Het weerbericht vertelt hoe het zich verspreidt. Van buitje tot tsunami. Water is als geld. Geld is als water. 'Weer is geld. Weer is tijd. Weer is water,’ zegt de weerman in de film.

 Een mens bestaat er voor 60% uit. En slechts een fractie van al dat water bestaat uit mensen. Gedurende je leven keert je lichaam dus langzaam terug naar de ruimte waar het vandaan komt.  

 Al snel ontdek je dat de vloeibaarheid van Steyerls wereld - 'teveel wereld' - bestaat uit plaatjes. UIt pixels. Beeld is bij haar als water. Wij en onze wereld zijn er sinds Internet van doordrongen. We zijn het geworden.

 Hito Steyerl gaat de tirannie van onze plaatjeswereld te lijf. Harder wordt ze in 'How not to be seen'. Een erg geestige cursus onzichtbaar worden in zeven lessen. Gegeven door Hito zelf - ze speelt in veel van haar films. Waaronder: doen of je er niet bent, maskers dragen, je verhullen, een plaatje worden. Daar heb je het. Ondergaan in de plaatjeswereld. Een plaatje worden is een vorm van verdwijnen. Er zijn 54 manieren om dat te doen. Het plaatje gaat rond op internet en jij bent foetsie. Prachtig dit te zien na het Songfestival, de grootste verdwijntruc!

 Later meer.

Tags: 

Pagina's