Waterdrinkiana

 Als het mogelijk is tegelijk schrijver, journalist, Rus en Nederlander te zijn kun je ook Pieter Waterdrinker heten, een boek schrijven dat De Correspondent heet en – zoals vanmiddag – in alle rust bij me langskomen met luxe vruchtenkoekjes van de Krim en de laatste proef van je boek.

 Iets vertraagd door 'Oekraïne', dat wel. Het verschijnt begin april.

 Die titel is een understatement. Omdat al Pieters hoedanigheden in ‘De Correspondent’ samenkomen. Zeg gerust het ultieme Waterdrinker-boek. Zeventien jaar woont hij nu in Rusland, en hij neemt je mee. Al in het eerste verhaal, dat begint met een eenvoudig nieuwsbericht:

 'Tussen de advertenties voor tweedehands auto's, kappersdiensten, brigades die ‑ hangend aan koorden als alpinisten ‑ de dakranden van de Moskouse huizen vrij maken van meterslange ijspegels die ieder jaar weer mensenlevens vergen, rattenverdelgers, handenlezers en mediums ('Wij brengen uw weggelopen geliefde terug! Zo niet, dan geld terug!') las ik een kort bericht dat direct mijn aandacht trok. Een man was een paar dagen ervoor in de omgeving van Nizjnij Novgorod, de koopmansstad aan de Wolga, dood aangetroffen. Bungelend in de besneeuwde taiga aan een boom. Er volgde geen naam, zelfs geen initialen. De eenkolommer werd besloten met: 'De man was een Hollandse organist.'

 Waarna de schrijver niet rust voor hij - voor geen autoriteit, dorpsgek, crimineel of gelovige wijkend - de dood van de organist ontraadseld heeft. Ons en passant inwijdend in Russische logica.

Lumineus!

 De gloeilamp staat in strips voor een lumineus idee. Bertus Pieters verbaast er zich op de site Galeries (abonneer!) over dat 'het peertje voor elektrisch licht bij ons is ingeburgerd als icoon voor een idee of een eureka-moment.' Niet zo vreemd toch, luidt de uitdrukking niet 'daar gaat me een licht op?'

 Maar wat gebeurt er nu precies in deze oefening in striptaal uit 1970 van de IJslander Sigur­dur Gudmundsson (1942)?

 Wat je ziet is een denkballon, zoals we ze kennen uit strips, met daarin het eureka-lampje. De denkballon is met het hoofd van de man verbonden door luchtbellen. Het inzicht borrelt als het ware uit de geest van de man op.

 Alsof wij zouden denken als vissen. Maar dat niet alleen. De man spreekt tegelijkertijd ook. Hij zegt een woord, dat in striptaal wordt weergegeven in een tekstballon. Tekstballonnen ontsnappen als het ware aan de mond van een spreker. Zoals een kind een ballon opblaast.

 In dit geval zegt hij ‘BULB’, ofwel ‘PEERTJE’. En als om dat te illustreren houdt hij ook nog zo’n peertje in zijn handen en strijkt erover, als eens Aladdin over zijn wonderlamp. Zodat wij als kijkers wel moeten concluderen dat de lumineuze gedachte boven zijn hoofd daardoor ontstaat.

 Gudmundsson werd als beeldhouwer opgeleid aan de Ateliers en woont en werkt nog steeds in Nederland en China. Er is nu werk van hem te zien in de Rabo Kunstzone in Utrecht.

 ps. Over de herkomst van lampjes, ballonnen en wolkjes later meer.

­Too much happiness

 Alice Munro schreef soms anders dan anders. In het titelverhaal van haar bundel Too much happiness beschrijft ze scènes uit het leven van de Rus­sische wis­kundige Sophia Kovalevski (1850-1891). Een vrouw die last had van haar begaafdheden.

 Ze won een belangrijke wis­kundeprijs, en reisde heel Europa door maar wie wilde haar? Tenslotte werd ze als eerste vrouw ter wereld benoemd tot hoogleraar wis­kunde in Zweden. Ze was mooi en had 'onder haar krullebol een hoogst onconventionele geest', maar welke man had in die tijd zin in zo'n begaafde vrouw die ook nog e­ens over een literair talent beschikte.

 Munro beschrijft hoe ze tenslotte valt voor 'Dikke Maksim', een verre neef: 'Hij neemt teveel plaats in op de divan en in je geest. In zijn aanwezigheid is het me onmogelijk aan iets anders te denken dan aan hem.' En dat terwijl ze moest werken aan haar inzending voor de Bordin prijs. 'Ik verwaarloos niet alleen mijn Functies, maar ook mijn Elliptische Integralen' schreef ze een collega.

 Maar hield Maksim ook van haar? Hij eindigde een brief met de fatale zin 'Als ik van je hield zou ik anders geschreven hebben'.

 'Onthoud altijd dat als een man de kamer uitgaat, hij alles achterlaat wat in die kamer is' schreef een vriendin aan haar. ' Als een vrouw uit gaat neemt ze alles wat in die kamer gebeurd is met zich mee.'

 Het loopt slecht af, Sophia - al ziek - reist met boten en treinen van Berlijn naar Stockholm. Geeft nog wel haar eerste college, maar sterft dan, 41 jaar oud.'

Tags: 

Surrealisme

 Bevreemd liep ik vanmiddag rond op de grote Surrealisme-tentoonstelling in Utrecht. De Eerste Wereldoorlog was voorbij, de straten vol mutilés de guerre met ontbrekende armen of benen, en een geschonden geest.

 De wereld had z'n verstand verloren. Alleen Sigmund Freud kon nog iets verklaren. Hij gaf dromen betekenis: de eerste seksuele revolutie. En in de kunst moest alles anders. Nog in 1930 schreef kunstpaus André Breton 'dat het surrealisme nergens anders naar streefde dan om vanuit een intellectueel en moreel oogpunt een bewustzijns­c­ri­sis te veroorzaken.'

 Hoe? Knippen en plakken, spelen met woorden en beelden, de geest laten waaien. Als het maar 'spontaan' was. De kunst bevrijden uit de kunde. Dat is gebeurd.

 En het Centraal Museum maakt duidelijk dat het tot weinig geleid heeft. Fantasie, creativiteit, wat het oplevert komt zo vaak op hetzelfde neer. Wat eens choqueren moest als Bunuels doorgesneden oog uit Chien Andalou is een ach ja geworden. Ontwrichtend of taboedoorbrekend? Het zijn flapteksten. Wat het werk van eigentijdse kunstenaars tussen de historische avant-gardisten doet begrijp ik niet goed. Surrealisme is een gebruikswoord geworden zonder veel betekenis, zoals 'Kafka'.

 Veel drong door tot de reclame. Magrittes mannen met bolhoeden stijgen nu aan hun paraplus ten hemel voor een verzekering. Alleen bij het werk van uitzonderlijke geesten als Moesman blijf je staan. 

We are the best

 Wat er van klopt weet je niet, het zou veel kunnen zijn. In mijn herin­nering is puberteit woordloos. Tenminste over waar het echt om ging.

 Zweden. Het is 1982. Drie meisjes waarvan er twee dertien zijn, de derde iets ouder. De leeftijd waarop wordt uitgemaakt wat je waard bent in de wereld. In de ogen van anderen, en dus van jezelf. Gena­deloos beoordeeld door klasgenoten en ouderen. De film van Lukas Moodysson laat het messcherp zien.

 En dan de moedige greep. Jezelf ontdekken aan muziek, instrumenten waar je niks van kunt, maar toch. Op een podium sterf je. Maar wat heb je te verliezen?

 Blijft het hebben van een uiterlijk ('wat een lelijke meiden'). Een meisje van dertien met een brilletje achter een reusachtig drumstel. Ik dacht aan Randy Newman die me vertelde hoe hij in het klasseorkest op school niet de pianist mocht zijn omdat er al genoeg meisjes waren met pianoles. Alleen het drumstel bleef over. Kwam de uitvoering. Na afloop zei de schoolopzienster dat ze nog nooit een drummer had gezien die met beide handen precies het zelfde deed. Deze 13-jarige Bobo komt in de buurt. Wat is jong zijn anders dan voor de spiegel staan, in wanhoop nogeens iets met je haar proberen en dan besluiten 'dit wordt niks'.

 Haar, het enige waar je iets aan kunt doen. Vandaar dat de klassiek gitariste Hedwig - onder de schaar van haar nieuwe vriendinnen - haar keurig Chris­telijke haar moet verliezen voor een punkkap­sel. Zo komt 'Wij haten sport' uit de verf.

Erepoort

 De dood neemt onverwachte vormen aan. Hij verbergt zich, wie komt hem graag onder ogen. De kapstok is er een. Mijn vriend Johnny bemerkte dat zijn vader steeds in tranen raakte als hij de kapstok passeerde waar jassen van zijn juist overleden vrouw hingen. Hij hing ze weg. De vader klaarde op.

 Op het Waterlooplein tref ik soms verregende stapels, boeken die wel van één gestorven eigenaar moeten komen. Niet te lang blijven staan kijken.

 Zelf had ik moeite met de verweesde kapstok waar de strohoed van mijn overleden oom was blijven hangen. In zijn nalatenschap trof ik de helft van een uiteengevallen boekje, uitgegeven bij de inhuldiging van Wilhelmina in 1898. Volksfeesten, erepoorten, de voorzitters en penningmeesters van vele burgercomités. Reclame van lang gestorven middenstanders. Sommige namen leven nog: Lewenstein, Hunkemöller Lexis, Levert & Co, Goldschmeding, Senefelder, Lips en P.van den Brul.

 Paul C.Kaiser bakte een 'kroningsbrood'.

 Van de inhuldiging van Wilhelmina in de Nieuwe Kerk bestaat geen film, wel van haar entree. Filmen in de kerk verbood ze. Het was daar privé. Een onderonsje tussen haar en Onze Lieve Heer. 

Het water van Renie Spoelstra

 Soms laat ze er een paar los, in het klein op Facebook. En daar zit steeds meer water bij. Komt er een watertentoonstelling?

 Voor wie haar hallucinerende recreatiegebieden kent, mottige grasveldjes in schemering, diepe schaduwen, opent het nieuwe werelden. Water? Nederlandse landschapsschilders - waar zij toch toe behoort - deelden de wereld in twee. Boven de lucht, beneden het land. Onze 17de eeuwers deden weinig aan stille wateren en diepe gronden. Hun god woonde boven. Het aandeel van de lucht groeide sinds de gouden eeuw. De lucht, de hemel waarin alles kan. Waar de Hollandse abstractie ontstond.

 Maar Renie, met haar groot formaat houtskoolwerken, ontstaan uit indrukwekkende zwoegerij, is geen horizontenmens. Wordt haar andere wereld het water?

 Ik leerde dat het water alles verdubbelt, de wereld twee keer zo groot maakt. Amsterdam heeft dubbel zo veel huizen als Bern. Sta je te pissen in de gracht dan doe je dat twee keer. Maar Renie laat haar wateroppervlakken nauwelijks spiegelen. Bij haar bewe­egt, rimpelt het, altijd. Haar oneindigheid zit hem in de eindeloos wisselende patronen die ze tot stilstand brengt. Minimal music. Watermusic.

 Ik denk dat ze luchten te druk vindt.

Tags: 

Spike Jonze's Her

 Griezelig herkenbaar. En na een uurtje kijken heel gewoon. Zo onderga je de relaties tussen mensen en computers in de film Her. Ik denk omdat wat aan de Operating Systems wordt toegeschreven zo invoelbaar is. Menselijker en empatischer dan wij zelf ooit kunnen zijn.

 Ze hebben het van geen vreemden, tenslotte. Hoofdrol Theodore (Joaquin Phoenix) lijkt al een extraterrestial met een verdacht em­patisch vermogen. Zijn baan is het in opdracht van wildvreemden liefdesbrieven aan familie en gelief­den schrijven. Maar wie is hij zelf nog?

 Van hem naar het Operating System dat voor hem Samantha heet is dan een kleine stap. De computervrouw - die je alleen maar hoort - is een perfecte karika­tuur van hem. Gevoed door wat hij haar over zichzelf vertelt, ontwikkelt het Operating System zich tot een volmaakte digitale spiegel en zo wordt Theodore - als een moderne Narcissus - verliefd op zichzelf. Later blijkt Samantha hon­der­den geliefden te hebben met wie ze (of hij?) tegelijk omgaat.

 Niet ver toch van een werkelijkheid waarin mensen meerdere geliefden tegelijk kunnen hebben. De psycholoog William James onderzocht rond 1900 al ons fenomenale aanpassingsvermogen. Mensen veranderen elk moment van de dag met hun omstan­digheden mee. Al wil de fatsoenscode nog zo hard dat we een rotsvaste identiteit laten zien. Niet vreemd dus dat Theodore werkelijk verliefd wordt op zijn niet bestaande maar o zo levend reagerende evenbeeld. Computers zijn in films doorgaans griezelig, Samantha is het volmaakt omgekeerde.

 Jammer wel dat Spike Jonze de afloop een onnodige moralistische draai meegeeft. De mens!

Miriam van hee

 '...en met zijn ene hand houdt hij de pols van de andere vast op zijn rug' is een regel in het gedicht van Miriam van hee met de titel 'halte oud gemeentehuis'. Graag zou ik meer weten over hoe en waarom, waar en wanneer mensen zichzelf vasthouden. Zeker op straat, waar haar bundel 'ook daar valt het licht' (2013) eindigt. 

 De één kauwt gedurig op zijn binnenwang, een volgende omvat steeds zijn pols, en jeuk lijken er velen te hebben. Vooral op straat. Alsof ze bang zijn zich daar te verliezen. En zich steeds moeten vergewissen dat ze er nog zijn.

 Er zijn er ook die zich strelen. Niet altijd uit zelfliefde. Het gedicht van Miriam Van hee, die niet van hoofdletters houdt zo lang ik haar lees (sinds 1984), gaat zo:

 

 hier is altijd iets te zien, een man aan de bushalte

kijkt naar de dienstregeling, hij bukt zich om iets

van de grond op te rapen, hij steekt het bij zich

en kijkt om zich heen, een andere man ziet mij

komen over het zebrapad, hij wacht om de hoek

uit de wind en met zijn ene hand houdt hij de pols

van de andere vast op de rug

 

hij vertelt me dat hij in een schrift heeft geschreven

hoe hij mijn moeder ontmoette, op de boot had

hij altijd beweerd, maar dat blijkt niet waar

daar overwoog hij alleen of het met haar

iets kon worden, maar waar dan, vraag ik hem

waar was het dan, maar hij stapt op de bus

die hem meeneemt en mij aan de halte

 

in het ontbrekende achterlaat 

Tags: 

I.M. Alain Resnais

 Resnais (1922-2014) stierf gisteren, de man die tijd tot stilstand bracht. Met twee films die me heugen: Hiroshima mon amour (1959) en L'Année dernière á Marienbad (1961).

 Bij Nevers vond ik eens de boerderij terug waar Em­manuelle Riva in de schemering heen fietst. Naar haar Duitse sol­datenvriendje, even buiten de stad waar de spoorlijn de Loire overst­eekt. De geschiedenis herhaalt zich in Hiroshima met een voormalige Japanse militair. 

 Ook in Marienbad gaat het over tijd. Hij (de naamloze man) dacht toch dat ze afspraken mekaar over een jaar weer hier te ontmoeten. Zij (de even naamloze vrouw) is het vergeten. Men doolt. De tijd staat stil.  

 Jong zijn ze eigenlijk nog, deze rijke mensen, maar vroegoud. De meisjes met opgebolde, gehaar­lakte kapsels. De jongens onberispelijk gekos­tumeerd. Nooit meer zijn haren door kappers zo netjes op hun plaats gelegd. Een geruisloze vor­melijkheid waarachter je tomeloze angst vermoedt. Er is niets gebeurd, er zal nooit iets gebeuren.

 Of heel misschien toch. Over dat misschien kan je dan heel lang en ingewikkeld praten. Denk ik aan mijn eigen 1961 dan breekt het zweet me uit. Ik kon ‑ 17 jaar oud ‑ vooruit noch achteruit, bekneld tussen wat geweest was en wat komen moest. Deze stijve jongelui zijn veroor­deeld tot dit hiervoormaals. Terwijl in verre keldertjes al Engelse jongens op elektrische gitaren oefenen is Rock & roll hier nog onbestaanbaar. Het jaar 1961 markeert de verstarring. Keer het cijfer om en het staat er nog. Daarna moest er wel iets anders komen.

 Resnais en zijn scenarist Robbe‑Grillet waren trots op de onbegrijpelijkheid van hun film. Mooie intuïtie. 'Marienbad' is een monument. Nu pas wordt duidelijk waar­van.

Tags: 

Pagina's