De heks van Endor

 Jacob Corneliszoon beklijft. Ga kijken in Alkmaar of in het Amsterdam Museum. En mis dit grote paneel niet, waarop koning Saul de heks van Endor bezoekt (1526). Die hem ontvangt temidden van haar duivelse hofhouding.

 Hij vraagt haar contact te maken met de dode profeet Samuel om diens advies te vragen over een veldslag, wat ze doet, maar God wil niet hebben dat doden gestoord worden. Saul verliest z'n slag en pleegt zelfmoord.

 De entourage van de heks! Rechts beneden zitten tovenares­sen worstjes te roosteren als was het een barbecue. Een drinkende vrouw in het groen kijkt ons spottend aan. Waarbij in de catalogus wordt aangetekend dat de worstjes 'bedoeld zijn als fallussymbolen en verwijzen naar de macht van heksen over mannen'. De zittende vrouw in het rood heeft een bezemsteel tussen de benen en op de beker die ze omhoog houdt staan de letters MAL (kwaad). En boven haar zweeft een naakte vrouw - met een taart? - op een schedel, voortgetrokken door twee hanen.

 Overal spookt het kwaad. Een figuur bovenop de ruïne, met blote benen en billen draagt een kardinaalshoed en is als geestelijke door de heksen blijkbaar al half tot monster gemaakt. 

 Daantje Meuwissen en Yvonne Bleyerveld wijzen er in de catalogus op dat dit vermoedelijk de eerste keer is dat deze Bijbelscene uit Samuel werd geschilderd.

Tags: 

Derek Walcott en het trieste

 Het trieste der tropen van de antropoloog Claude Lévi‑Strauss was het boek dat bij me omhoog kwam na de première van het filmportret dat Ida Does maakte van de Caribische dichter Derek Walcott. Op 10 april te zien in Het uur van de Wolf.

 Wordt het wat met de Caribische cultuur? Anton de Kom was erbij en verhaalde van de clash die V.S.Naipaul - zelf van Trinidad ‑ en Walcott erover had­den. Naipaul werd Engelsman en schreef scherp over zijn land van herkomst, Walcott deed het omgekeerde. Hij bleef en probeert in poëzie van zijn eiland St.Luc­ia een warm menselijk paradijs te maken. Hij kreeg er de Nobelprijs voor, Naipaul niet. 

 Als je de film met de - van Walcott zelf afkomstige - titel 'Poetry is an Island' ziet begrijp je Walcotts grimmigheid. Het lukt niet, hij blijft een eenling daar, ondanks zijn roem en moedige pogingen tot theater schri­jven en maken. Zijn romantische opvatting van poëzie van en voor de mensen redt het niet. En dat weet hij. We zien zijn vriend en mede Nobel‑winnaar Seamus Heaney, die overkwam voor zijn 83ste verjaardag zwijgen. Ze zagen mekaar jaarlijks. Zouden ze het hier onder mekaar wel eens over gehad hebben? Heaney stierf vorig jaar. Walcott blijft achter als een wat bittere lokale heilige. 

 

Oranje en kunst

 Koning Willem II (1792-1849) was de laatste Oranje die een kunstverzameling aan­legde. Stadhouder Willem V evenarend. In Dordrecht is te zien wat hij zoal bijeenbracht.

 Interessanter dan zijn verzameling en het gejuich over de 'Kunstkoning' is Willem zelf. Maar daarover weinig in Dordrecht. Nu dan. Hij trouwde de Russische prinses Anna Paulowna en hoewel hij homoseksueel was - wat tot veel chantage leidde - kregen ze vijf kinderen. Hij was bouwgek, zijn favoriete stijl was de gruwelijke neogotiek. Van zijn bouwprojecten is alleen de Gotische Zaal in Den Haag over, bedoeld als museum.

 Dat Anna Paulowna, wier zilveren galajapon in Dordrecht een vitrine vult, echt van hem hield blijkt uit het tragisch einde. Toen Willem ziek werd trok hij zich terug in Tilburg, waar hij een paleis wilde bouwen. Anna kwam naar hem toe maar werd niet toegelaten. Van achter de deur luisterde ze of ze zijn stem hoorde. Op 17 maart 1849 rond drie uur kreeg hij geen lucht meer en vloog zijn arts in de armen. Deze zette hem terug in zijn stoel, waar hij stierf. Anna kwam binnen en wierp zich gillend op hem. Ze heeft urenlang geknield bij zijn lijk gezeten.

 Willem II wilde niet gebalsemd worden. In zijn testament stond dat de 'houten kist, die zijn gebeente bevatten moest' de vorm zou krijgen van 'zijn lijk' en hij 'gekleed in de gewoone tenue, die hij bij zijn leven droeg' moest worden bijgezet: 'De kist is dus aan het hoofd smal, aan de schouders breed een aan de voeten smal toeloopende.' Het lijkt een schilderij van Magritte. De kunstverzameling ging via via grotendeels naar zijn schoonvader tsaar Nicolaas, van wie hij nog maar kortgeleden en miljoen had geleend om nog meer kunst te kopen. 

 De Oranjes verzamelen sindsdien geen kunst meer.

D.Hooijers laatste

 Berichten van een zakenman is een ideale titel voor een roman over alles behalve dat. Kitty Hooijers laatste lijkt haar beste. Vier homoseksuele mannen en hun onderling getrut en perikelen.

 De schrijfster (1939-2013) kan in hun huizen, tuinen en keukens haar ongehoorde mensenkennis kwijt. Expert als ze was in spreektaal, zinnen en woorden uit alle denkbare levenssferen. 

 Leven moet wel spannend blijven. En daarvoor vindt hoofdfiguur Peter het juiste boek: 'De betere sadist' van Beryl Stone. Ondertitel 'De rol van het sadisme in onze verlammende maatschappij'.

 Een grote kaars op de tuintafel en lezen maar.

 'Ik moet voortmaken want morgenvroeg komt de schoorsteenveger, overmorgen de elektricien, ook weer vroeg. Daarom moet ik deze week op tijd naar bed. Dit boekje lijkt me nuttig. Een sadist is voor de directe aanpak, zoveel is me duidelijk. Ik kan een betere sadist worden. Daarvoor is een uitgekristalliseerde overtuiging nodig. "Waarom sadist en waarom dan zo zelden kwaliteit," staat boven het voorwoord. Ik denk dat mijn karakter heel goed te veranderen is. Ik zal pittig worden en vals, ludiek vals, een zachte valsheid die onmiddellijk stopt als het gezicht van de ander betrekt. Ik zal op tijd een gouden hart hebben, waar haal ik een gouden hart vandaan? Dat ontstaat zeker na valsheid.'

 Ik lees gespannen door, net als Peter. En houd u op de hoogte.

Tags: 

Ravage (1)

 Ravage heet de grootse manifestatie in het M-Museum in Leuven. De stad die in 1914 door de Duitsers in de as werd gelegd, maar zich nu, honderd jaar later aanprijst als 'mekka van gezelligheid'. 

 Eerder hingen op de zwaarst getroffen plekken in de stadskern reuzenfoto's van de puinhopen. Nu bloeit rampkunst in Leuven.

 Vanavond sprak ik de in Antwerpen wonende schilderes Marilou van Lierop in Rotterdam, bij Frank Taal. En daar hing haar ravagewerk bij uitstek 'July Days' - morgen voor het laatst te zien - waarin de Japanse tsunami vorm krijgt. Een doek van 180 bij 140 dat heel best in Leuven had gepast. Je ziet de stapeling van wrakstukken, de 'mannen in witte overalls' die er overheen klauteren en temidden daarvan een reuzenspiegel die kennelijk heel gebleven is (!).

 En wat een merkwaardige, onbestaanbare wrakstukken zijn hier aangespoeld! Ravage gaat bij Van Lierop gepaard met zinsbegoocheling. Wat de toeschouwer duidelijk maakt dat een tsunami bestaat bij de gratie van dat we er naar kijken. Het zien van ravage vanuit een veilige leunstoel blijft een anomalie.

Cricket (3)

 Hoe een voornemen na jaren standvastig bleek: vanmiddag deden Arjen Duinker en ik 'research' op drie Haagse cricketvelden. Eerst dat van Quick, de pitch een doorweekt stuk tapijt en we ein­digden bij HCC in het Benoorden­hout. De waardige Engelse enclave in een duinpan.

 Een cricketveld buiten het seizoen. Meestal in gebruik voor voetbal. Maar de geur was bedwelmend. Alles rook hier naar Engeland. We zagen de keet van de t­erreinknecht, de man die alles van het sacrosancte gras weet. De reflecties van de pitch, er komt zoveel op aan. In Neder­land ligt een mat, waarop een cricketbal vreemde reflecties maakt. Natuurlijk zijn de wickets nog opgeborgen - de drie paaltjes die omver moeten. Nederlanders die over cricket schreven zijn schaars: Tijs Goldschmidt en Ian Buruma in Voltaires Coconuts. Ian woonde hier en speelde bij dit HCC.

 Arjen Duinker volgt al jaren de testmatches op de BBC. Het Gemenebest tegen Engeland, de eeuwigdurende revanche van Pakistan, India, Sri Lanka op het kolonialisme.

 Cricket is 'erbij horen' – of niet. En wie er bij hoort is anglofiel. Dicht bij onze bevrijders, nog steeds. Woorden als leggards, toc, stumps. De umpires in hun slagersjassen, de witte truien met gekleurde boord in de clubkleur. En het appel 'Howzat'. Ritueel en spel vervlochten. Sommige dingen zijn nu eenmaal 'not cricket'.

 Hartje Benoordenhout is dit, en dan zo'n scharrig veld op de duurste grond van Den Haag. Overal elders zouden die houten banken vernieuwd zijn, hier niet. Denk aan E.M. Forsters 'Mistrust all enterprises that require new clothes'.

Amerikaanse sneeuw

 Uit vuilnis vlooien wat nog wat opbrengt of met een witte jas aan en een plastic helm op vleesafval verzamelen onder de snijtafels van de echte uitbeners. Dat is de wer­eld van verschil waar het om draait in La Jaula de oro, De gouden kooi.

 Migratie om 'een beter leven'. In deze film gesymboliseerd door sneeuw. Droomvlokken in het donker. Een gedroomd miniatuurtreintje dat door besneeuwde bergen naar het paradijs rijdt.

 Het zijn ook verleidelijk mooie treinen die je erheen moeten brengen, uit Guatamala, Honduras, via Mexico naar de Verenigde Staten. Zittend op de treindaken. Tot rovers je kaalplukken of de Mexicaanse grenspolitie ingrijpt.

 De film van Diego Quemada-Diez volgt het oerverhaal van de tien kleine negertjes. Dat begint met vier. Eentje durft niet, toen waren er nog drie, de derde is een vermomd meisje dat er genadeloos door boeven uitgepikt wordt en verdwijnt naar haar meisjeslot. De Indiaan van de laatste twee wordt geraakt door een Amerikaanse scherpschu­tter. Blijft over de blankste van de vier. Die het slachthuis bereikt en onder een lantaarnpaal Amerikaanse sneeuw mag zien vallen.

 Als kijker blijf je achter met één vraag. Zou het echt waar zijn dat mensen van even zestien, zo, zonder enige voorbereiding, vrijwel zonder geld, puur op goed geluk naar het Noorden proberen te komen? Eén op de vier overlevers lijkt dan nog veel.

Wol en leven

 In Tilburg zag ik hoe uit vlokken wol dekens gemaakt werden en worden. Zelfs de stoommachine draait er nog. Vingertoppen en neus in vol bedrijf want wol riekt en voelt. Wasvoorschrift: zo weinig mogelijk.

 Wol brengt me onverbiddelijk naar kinderkoorts. Je verhitte gezicht tegen een kriebelende, oude schotsgeruite plaid. Daarbij de geur van de twinset van de tante die op het randje van de divan komt zitten om te vragen hoe het gaat en haar handrug tegen je voorhoofd legt. 

 Wol is warmte, doortrokken van de geur van generaties. Dekens gaan lang mee.

 De wolstraat, waar een deken zonder eind uit rolt deed me denken aan de papierstraat die ik ken van de Eerbeekse papierfabriek, waar uit natte, vezelrijke pulp droog, knetterend papier ontstond.

 In het Tilburgse textielmuseum zag ik niet alleen dekens ontstaan. Historische en moderne weefgetouwen maken er ook uit natuurlijke en synthetische garens alle soorten stoffen met de patronen en ontwerpen die je maar verzinnen kunt. Voorlopers van de 3D printer..

De spiegels van Dan Graham

 Gisteren in De Pont, in Tilburg in het spiegelland van de Amerikaan Dan Graham (Illinois 1942) rondgedoold. Je bent niet ver van de Efteling in het nabije Kaatsheuvel.

 Laat kunsthistorische duidingen terzijde en je bent op de kermis, temidden van de lachspiegels. Deze zijn bijzonder, want meerzijdig, spiegelend en doorschijnend tegelijk. En natuurlijk kun je jezelf tot gedrocht maken of helemaal laten verdwijnen. Net als de rest van het volk om je heen.

 Mooi is ook de omkeerspiegel, gemonteerd in de handspiegel die bij de meisjeskamer hoort, waar lipsticks van de Hema klaarstaan.

 Dan Graham is een nazaat van de follies die vorsten vroeger in hun tuinen bouwden. Van Bomarzo tot de doolhoven en Disneyland. Later ging hij malle 'paviljoens' bouwen. Jammer dat die hier niet in het Wilhelminaparkje kunnen staan. Buiten werken spiegels beter.

 Al in de jaren '60 en '70 gebruikte Graham popcultuur in z'n werk. Screaming Jay Hawkins en Lady Gaga zouden hier mooi passen.

 Kinderen vinden het leuk. Vrouwen ook, die mekaar steeds maar spiegelfotograferen. Iedereen fotografeert iedereen. Dan Graham heeft de collectieve selfie voorzien. Noem hem de uitvinder van de 'ussie'.

Vrijheid van..

 
K.Michel schreef voor het juist verschenen grondwet-nummer van De Gids een gedicht dat - mailt hij - nu ineens heel actueel is:
'Over Vrijheid van meningsuiting ofwel Wat de papegaai van de ontvoerde politica zei terwijl de politie het sporenonderzoek uitvoerde'.

 Ik vind een stok
Ik vind een willig oor
Jij vindt er geen fluit aan
Jij vindt het zonde van het geld

Zij vindt hem een – met alle respect –
popcornpan zonder deksel
Hij vindt zich een zondebok
Zij vindt dat hij aanzet tot haat
Hij vindt dat hij mag vinden wat hij vindt

Koen vindt voetbal stom
De kok vindt de hond in de pot
De oproep vindt geen gehoor
De bliksem vindt de klokkentoren
De wetgever vindt eenieder gelijk

‘En meneer’ vraagt de ober
‘Hoe vond U de biefstuk?’
‘Nou gewoon’ antwoordt de klant
‘Door het toastje op te tillen’

Wij vinden dat wij gelijk hebben
Jullie vinden dat wat wij vinden een lachertje is
Zij vinden dit een herhaling van zetten 
en ‘geen stijl’ en ‘zwaar klote’
De meerderheid vindt meeste stemmen gelden
De minderheid vindt dat niemand nooit luistert, toch
Koentje vindt dat voetbal niet eerlijk is ‘want
ze pakken elkaar de bal de hele tijd af’

 

Tags: 

Pagina's