Not Africa

 Vanmiddag m'n ogen uitgekeken naar een kamergrote muurtekening in krijt van de Zuid-Afrikaan Kemang Wa Lehulere, in de Haagse galerie West. Tegelijk een fantastisch scenario voor een denkbeeldige film. Titel: A native of nowhere.

 Dit hoort bij het derde deel van This is not Africa, this is us, Afrikaanse kunst. Eerder in de Kunsthal en op Art Rot­terdam. Je ziet een waskom en een hoofd dat uit een stapel papier oprijst, een dolkmes gestoken in een boek. Verder een handdoek. Dit is scene 81, INT. STUDIO. NIGHT.

 Dan Scene 61, te draaien INT. SOMEWHERE, NIGHT, waarbij oa. staat 'Don't mention bores in presence of the elderly, this makes them nervous.'

 Scene 1 is een toespraak, gericht tot de toekomst, die wordt gezien als een gat: Te filmen EXT. NYC. DAY (in New York?). Tekst: 'Dear hole, since I do not like forever, I would like to invent the future (onleesbaar). So maybe we can begin by remem­bering your future as a hole? Is that possible? I met a man who said how can there be windows where no walls remain?'

 We zien een vlieger, opgelaten aan prikkeldraad. Een gestalte met een sombrero die het gezichtsveld beneemt. Een menigte kijkt omhoog. Er is een bivakmutsman met een ladder. En nog veel meer geheimtaal en geheimbeeld.

 Tot slot scene 55: A GRAVE MISUNDERSTANDING te filmen INT. HOME. NIGHT.

De straat van Annemieke Gerrist

 Het lijken eenvoudige omkeringen. Zoals het grapje van het jongetje in For Esmé – With love & squalor van Salinger, dat hij blijft herhalen tegen wie maar luisteren wil: 'What did one wall say to the other wall? Meet you at the corner!’ 

 Of de regel uit Living without you’ van Randy Newman waarin de melkauto de zon ophijst:

'The milk truc hauls the sun up, the paper hits the door…'

En dan de kindgrap waar ik zelf zo van schrok: 'Je verliest wat. Je voetstap.'

Maar het is de bestaansvraag. Straat, ik.

In haar nieuwe, tweede bundel 'Het volume van een logé' stelt Annemieke Gerrist hem zo:

 

 'Met je voeten de straat optillen

De straat uitlopen

 

Het begin is hetzelfde als de hoek

Zonder te lopen is er geen straat

 

Op straat zijn geen kleuren

Ik loop niet langer

 

Ik begin waar ik was op de hoek 

Michaël Borremans in Brussel (3)

 Er is één vrouw met ontbloot bovenlijf. Ze draagt een broek. Het haar, toegebonden in een staartje, wordt opgetild door een rood koord, waarvan het uiteinde voor haar voeten ligt.

 Haar rechterteen wijst omhoog, de linkervoet rust op een wit lapje, dat gescheurd lijkt uit de lap stof die ze in haar rechterhand houdt. Links is een deel van een wastafel te zien. Ze heeft de ogen gesloten, alsof ze wacht aan haar haren te worden opgehesen. Onmogelijk. Het is alles begoocheling. Al heeft het de schijn van een executie.

 Borremans zegt in de catalogus met nadruk dat het geen jeans zijn die ze draagt. 'Het is een broek van mij. Ik schilder geen jeans - die zijn altijd lelijk.' Tegen zijn studenten zei hij 'kom nooit naar het atelier in jeans want daarin heeft nog nooit iemand een goed schilderij gemaakt.'

 Wat is hoofd- en wat bijzaak in het Theater-Borremans? Je kunt ook beeldhouwen met boter en het resultaat tekenen en schilderen. Tot slot vertelt hij dat hij soms met zijn penselen spreekt: 'Je hebt me gisteren echt in de steek gelaten. Vandaag ga je beter je best doen, of je wordt ontslagen.'

 Hij koopt veel kleren, rijk en wereldberoemd als hij nu is. Gaat hij naar het atelier in nieuwe en lukt het schilderij niet dan verdwijnen ze naar de kringloop: 'Als kleren niet goed zijn om mee te schilderen deugen ze voor niets.'

Marilou van Lierop en de menigte (2)

 Menigte, laten we het houden op menigte, stelde ik voor. Massa heeft al te veel vorm. En historische betekenis. Daar kon ze zich in vinden. Zo trof ik Marilou van Lierop vanmiddag bij galerie Frank Taal in Rotterdam.

 De onbeschrijflijke troep waarover wanhopige figuurtjes klim­men - de Japanse tsunami in 'July days' - gaat onze blik te boven. En wat gebeurt er allemaal in het 200 bij 120 cm grote 'A torrent of pent-up on the pat­tern'? Is dit een zonnige stran­ddag? Amuseren deze mensen zich? Misschien nu nog. Intussen ontlaadt zich wat opgekropt was dwars over het tafereel. Als een banier?

 Hoe ver zijn we van de beeldhouwers die de Laokoön groep of de burgers van Calais tot groepen hakten en boetseerden waarin ieder individu zijn plaats had.

 Marilou werkt zo anders. Ze verzamelt menigten die nadrukkelijk geen groep zijn en maakt daaruit collages die ze vervolgens afwerkt als een ware fijnschilder. Waarbij het toeval altijd intact blijft. Samenscholingen worden het, kluitjes mensen. Op afvalbergen, in zee. Luk­raak neergesmeten kwakken mens. Voorlopig niet meer dan aanslib­sel. Maar het gedrang is niet ver. En pas op, voor je het weet valt dat ene woord: het volk.

 

Film in film in film

 Had het geluk Living in Oblivion van Tom DiCillo (1995) te zien. De ultieme 'making of'. Maar van wat? Van de droomfilm van een talentloze regisseur, gespeeld door Steve Buscemi.

 Met om zich heen de karikatuur van een low budgetploeg. De faaldromen van de regisseur, die steeds weer wakker schrikt om 4:15 in de nachten voor de draaidagen. Niet voor niks, wat mis kan gaan gaat ook mis, van een rookmachine die het begeeft tot geluid op straat of malheur met de camera. Nieuwe take: ‘action’.

 Iets daarvan maakte ik ooit mee bij 'Feest' van Paul Verhoeven (1963). En herkende het in Fellini's Otto e mezzo en Roma. Zo gaat het dus. Maar het kan erger. De titel Living in oblivion duidt op de vergetelheid waar heel deze ploeg eendrachtig naartoe werkt. De vrouwelijke hoofdrol zal dienster in een hamburgertent worden. Weigerende apparatuur, een cameraman met een ooglapje en dan een dwerg in glimkostuum met hoge hoed die het opeens verdomt om de dwerg te spelen in een droomscene. Hij heeft gelijk. Hoezo een dwerg? Wie droomt er in godsnaam van een dwerg. Zelfs ik droom niet van een dwerg, zegt de dwerg.

 Ik vrees dat de dwerg bij Fellini vandaan komt. En dan is daar tot slot de lieve, maar demente moeder van de regisseur. Op de set, en in de film.

Juul

 Een jonge leraar genaamd De Haas is op sollicitatiebezoek bij een rector. Het gaat onder meer over zijn voorbije huwelijk. Hoe heette ze ook weer?

 “'Juul,' zei de leraar bedeesd en droef,' zij is een meisje Frankenmolen.'

 'En was deze Juul jaloers, was ze een kat, of vals als de spinnen, spilzuchtig, ontuchtig, dom of alles tegelijk?'

 'Misschien was ze niets van dit alles,' zei de jonge leraar De Haas, terwijl hij even beleefd voorover boog, 'ze was heel mooi en dat betekende dat iedereen haar gelijk gaf, wat ze ook zei. Zelden zag ik fletser geest meer bewonderd, vrienden grepen al naar hart en hoofd nog voor ze de lippen geopend had, dat heeft haar voorgoed verwoest. Ze had korte, wat blauwige vingers, maar ik was de enige die dat zag, zelf wist ze er ook niets van. Ze had ook een korte, wat blauwige geest.'” 

 

 Wanneer je niet weet hoe verder is een alinea Willem Brakman soms genoeg. Deze staat in het verhaal Rendez-vous in de dierentuin, te vinden in De verhalen (2013).

Tags: 

Marilou van Lierop en de menigte (1)

 Schilder of film eens een menigte. Zoals je ze ziet in Kiev, in Caïro of Istanbul. Voor één keer geen eenzaat, geen lief­despaar of groepje waarin de individuen nog te onderscheiden zijn.

 Een menigte, waarin je zou kunnen opgaan, een menigte die, zoals Elias Canetti het in zijn Masse und Macht zegt, altijd wil blijven groeien omdat meer eendracht meer macht maakt. En de een niks meer is dan de ander. Een menigte die je aantrekt als een jas van saamhorigheid.

 Als het ontbreekt aan richting betekent dat nog niet dat de menigte geen wil heeft. In de Oekraine kan een nieuwe regering alleen doen wat 'de straat' goedkeurt. De straat heeft telefoon. Wie durft nog regeren? Klitschko heeft onderhandeld. En de menigte houdt niet van compromissen, van vuile handen.

 De menigte is een dier waaraan weinigen in de kunst zich wagen. Was James Ensor de laatste?

 Marilou van Lierop, die nu solo exposeert bij Frank Taal in Rotterdam is een hoge uitzondering. 'The rain does not fall but goes to its place' is de omineuze titel. Woensdag vraag ik haar om uitleg.

Michaël Borremans in Brussel (2)

 'As sweet as it gets' vertaal ik maar als 'zoeter dan dat wordt het niet'. In die titel legt Borremans alle ironie en ernst van zijn werk.

 De heel complete catalogus laat hem uitvoerig aan het woord. Zo leer je dat hij zijn figuren nooit naar de natuur schildert, het zijn bedachte personages in voorstellingen van een poppenspeler. Vaak voor de helft, spiegelend in een tafelblad, half gekleed, op de rug gezien. Ze hebben immers geen ziel. Of kregen - aan de lijmnaad in The false head (2013) duidelijk zichtbaar - een ander hoofd opgezet. Dat idee kwam van de Barbiepop van zijn dochter, waarvan het hoofd ook los kon. Het enige echte naakt in Brussel draagt een stuk kaas in haar hand. Pas als hij heel oud en goed genoeg is zal hij naakten durven schilderen, zegt hij.

 Theater brengt verkleden mee, maskerades zoals de raadselachtige androgyne figuur in jurk met het zwartgeschminkte hoofd op het affiche. Of de beschilderde rode en groene harlekijn-hand. Geen sekse, geen gezicht.

 As sweet as it gets verraadt de pogingen tot zelfbegoocheling van een klein jongetje. Hoever kom je in een voorstelling voor jou alleen? Wie zou je begrijpen? Zou hij daarom zo lang gewacht hebben - tot na zijn dertigste - met schilderen?

 Ik moet weer terug naar Brussel. Er valt nog zoveel te doorgronden.

 'The journey (true colours)' uit 2002 toont een reis naar een merkwaardig huis in een vreemd land. Een man op de rug gezien zit op een stoel, het huis in maquette recht voor zijn neus, denk je. Maar wie zijn die minuscule figuurtjes rond het huis? Zou het misschien omgekeerd zijn en werden man en stoel door de schilder naar die verre streek gebracht?

Michaël Borremans in Brussel (1)

 Vanmiddag zag ik hem bij zijn grote overzicht 'As sweet as it gets' in Bozar op de Kunstberg. Hoe ging het verder? Zeven jaren na onze eerste ontmoeting in Amsterdam bij De Appel?

 Hij heeft de film 'The weight' (2012) van het almaar ronddraaiende 'halve' meisje in het plooirokje tot een kernstuk van zijn ten­toonstelling gemaakt. Ze is er, levend op film, in gouache, in olieverf - dan als 'Automat', met duidelijk zichtbaar elektrisch snoer - en in zwartwitte film die laat zien hoe het levend schilderij bij haar onderrand wordt op­getild en verplaatst. Hij is een 'meester van de halffiguren', onderlijven verdwijnen bij hem nogal eens.

 Een begoochelende voorstelling. Borremans is een theaterman die zijn eigen melancholieke voorstellingen steeds weer beentje licht. Wat moet ik met kledingstukken als het houten meisjesrokje in Wooden skirt of het in vele vormen terugkerende 'House of opportunity', dat steeds omringd wordt door minuscule verbaasde toeschouwers.

 Ook dat keert weer, de heel kleine figuurtjes. Borremans moet in z'n jeugd wel met schaalmodellen hebben gespeeld die hem nooit hebben verlaten en dramatische eigen levens zijn gaan leiden. Het merk Faller - miniatuur boompjes, huisjes etc. - duikt op. De tentoonstelling kent twee delen, een opening met vrij recent schilderwerk -grote doeken - en een afsluiting met zijn ideeën op papier, film en linnen. Soms met aantekeningen in potlood.

 Zelf hecht hij erg aan de doeken, zijn nieuwste werk. Hij zei vanmiddag zelfs 'wie het tweede deel mooier vindt ga ik fysiek te lijf'.

 Morgen meer, over nekhaartjes, beschadigingen van verf en angst. Borremans stouwt je kop vol..

Andrea Freckmann

 Freckmann (1970, Dortmund) woont en werkt in Den Haag. Ze schildert vrouwen. Meest in interieurs. En het zijn hun benen die in het oog springen, in hun veelkleurige leggings of panty’s.

 Vrouw is been. Geen man te zien. Waar draait het om in deze vrouwenlevens? De vrouwen zijn in gesprek, ze poseren, ze hangen, doen huishoudelijke plichten of maken muziek. 

 De geschiedenis van het vrouwenbeen dringt zich op. Het been - niet langer louter de enkel - was sinds de jaren '20, na de Eerste Wereldoorlog en de Bubikopf al een blikvanger, maar bij Freckmann draagt het ook nog eens alle denkbare kleuren en motieven en concurreert het met de tapijten en behang als die in de interieurs van Vallotton of Vuillard. Het steelt de show.

 De motiefjes sprongen als het ware over van vloer of wand naar de vrouwenbenen in huis. Benen die zich bij Andrea Freckmann ook nog driftig roeren, voortdurend in beweging zijn. Been is vrouw. Momenteel is werk van Andrea Freckmann te zien in Den Haag, bij Galerie Van Kranendonk waar muziek en beeld elkaar ontmoeten.

Pagina's