Tankstelle

 Een pom­p van een Duitse onderneming die in het hele land opereert. Dat moet wel ARAL zijn. Deze is nabij Karlsruhe. Voor een Hollandse jongen een ideale plek om te leren hoe de wereld werkelijk in elkaar zit.

 De Tankstelle, het kloppend hart van de wijde omgeving, en de kern ervan: de toiletten, waar onze held en zijn vrienden werken.

 Auke van Stralen schreef de roman Tankste­lle. Een krimi, dat ook, maar zijn techniek doet aan Anton Valens denk­en. De Nederlandse employé Douwe doorziet het fooiengedrag: hoe later op de dag, hoe meer er op het schotelje valt, in het weekend weer meer dan doordeweek. En een schoteltje is berekenbaar beter dan een blikje waar mensen al snel buitenlands geld, knopen of koffiemuntjes in gooien.

 De wetten van Douwe: "Wie geeft wil gezien worden, wie graait niet. Geld trekt geld. Laat dus altijd wat op je schoteltje liggen, maar niet teveel, dan vlakt de kromme af. Gouden regel: 'Pis fris'. Een ogenschijnlijk schone ruimte levert een kwart meer op."

 Het laat Douwe niet onberoerd: 'Ik ben daardoor anders gaan pissen in openbare toiletten. Tegen­woordig dep ik, waar ik ook pis, de vloeren en zelfs de bespatte porseleinen rand met een prop toiletpapier schoon en laat geen sporen meer na. Dat doe ik trouwens nergens, sporen nalaten.'

 En vanaf die zin ontpopt Tankstelle zich als een krimi. En blijkt de Tankstelle trefplaats van de Audi's van de onderwereld.

Rambo in China

 In de opening van de Chinese film A touch of sin rijdt een vachtwagentje een dorp binnen met op de rotonde een beeld van Mao. Dan zie je opeens wat het vervoert: een groot schilderij van een Madonna met Kind.

 Carolijn Visser heeft het in haar boek Sjanghai Skyline (2008) beschreven: het Christendom groeit in China, omdat het voorziet in traditionele waarden als ouderliefde en medemenselijkheid die in booming China vermalen worden. Alles in dienst van de economie.

 In de film zie je wat er van komt. Gezinnen raken ontwricht, mensen draaien dol en enkelingen ontpoppen zich als eenzame wrekers die op alles gaan schieten wat ze onrecht deed. Je denkt aan het Rambo-syndroom, aan Anders Breivik. De andere mogelijkheden zijn zwijgend je plicht doen of zelfmoord.

 De betonnen landschappen en stadsgezichten zijn effectief. Toch heeft Jia Zhangke er geen aanklacht van gemaakt. De titel stelt wel de schuldvraag. Maar de film heeft geen antwoord. Het uitdijende, ontsporende reuzenland wordt in zijn blik iets als Kafka's Amerika. Even onbegrijpelijk als onafzienbaar. En van een heel eigen gruwelijke schoonheid.

Alfred Schaffers despoot

 De hoofdpersoon in Mens Dier Ding, de nieuwe bundel van Alfred Schaffer - die weer in Zuid-Afrika woont - is Sjaka, de Zoeloe-koning, die in 1828 stierf en na de val van de Zoeloe-natie voortleeft als een unieke despoot. 

 De dichter en de despoot. De dichter als despoot. Lees SJAKA DIE SLAAPT MET ZIJN SPEER:

 Staand.

Vogels, vlinders, alles wat beweegt sterft door zijn blik.

Bij vrije verkiezingen zou hij grandioos verliezen.

Wie hem liefheft stuurt hij op een hopeloze missie.

Om te creperen onderweg

of om terug te keren, uitgemergeld.

En dan die vragen en die opdrachten.

Breng die berg daar naar mijn huis.

Breng mij een edelweiss.

Hoeveel is 33.445.678 maal 17.578.798.906 gedeeld door 21.

Wie zou oorspronkelijk de mannelijke hoofdrol spelen

in Gone with the Wind.

Waar denk ik aan op dit moment.

 

 Niemand die een antwoord heeft

of aan de opdracht kan voldoen, behalve twee of drie -

ook die vinden de dood.

 

 De perszaal blijft leeg.

Het hoofdkwartier verlaten.

Geen mens die Sjaka's daden nog bezingt

het vuur is bezig snel te doven.

Blazen beste onderdanen, blazen!

Tags: 

Floris Kaayk

 Als het om nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap gaat kun je de mensen alles wijsmaken. De juiste toon van de commentaarstem op tv is voldoende. Toen Floris Kaayk ‑ onder pseudoniem ‑ bekendmaakte dat hij de vliegdroom van Leonardo da Vinci had gerealiseerd werd hij wereldwijd geloofd. Kunst en wetenschap kunnen elkaar alleen treffen in satire.

 Dat zou de Academie van Wetenschappen in z'n oren moeten knopen. En kunstenaars als Floris Kaayk en Christiaan Zwanikken uitnodigen, uitvinders van sophisticated satire. Kaayk, kandidaat voor de Volkskrantprijs, filmde in een ziekenhuis hoe een dikke man muteert door een mechanisch brein en dito ‑ ook al meccanoachtig ‑ ledematen. 

 En dan: een industrieel verlaten oudroest landschap ‑ waar uit resten metaal een nieuw soort insecten evolueert. Een soort kevers die als ze paren elektrische vonkjes doen overspatten. Ze bouwen gezamenlijk een ijzeren nest, en soort bijenkorf, dat ze moeten beschermen tegen vocht, omdat ze anders zouden wegroesten. Dus als het regent elke druppel die hun nest binnenglijdt opzuigen en buiten weer uitspugen. Natuurlijk vermenigvuldigen ze zich snel, zijn overal resistent tegen en zullen spoedig de wereld overheersen. Vijanden hebben ze ook, iets grotere insecten van staal en kunststof die hen grijpen en al demonterend opeten.

 Met commentaar van David Attenborough geloof je alles.

Emmeline de Mooij

 Vanmiddag in Schiedam, om de vijf kandidaten voor de Kunstprijs van de Volkskrant te zien. Stemmen kon je ook, ik stemde voor Emmeline de Mooij (Delft 1978).

 Van haar hangen er collage-achtige binnenhuiscomposities, zoals de wandinstallatie Oxyticin (2013), vitrage, doorkijkjes in een echte huiskamer, handwerk aan de muur. Oxyticine blijkt een hormoon en neurotransmittter, belangrijk in de hersenen bij het koppelen van sociale contacten aan plezier. Essentieel voor moederbinding, zorg, vriendschappen, romantiek en seks.

 Erg geestig is de film van een performance, waarin Emmeline optreedt als psycholoog, bloknoot in de hand met een patient die er uitziet als een reusachtig hoofd, zittend in een rolstoel. De Gummbah-associatie dringt zich op. Ook de dialoog - ze komt uit een psychologen-familie - is een mooie mengeling van ernst en moderne flauwekul. Satire, je teweerstellen tegen de wereld. Ik noteerde:

 THERAPEUTE: Waarover wil je dit keer praten?

 HOOFD: Ik ben te vol met gedachten. Het gaat maar door, de de hele dag. Soms denk ik dat ik barst. Ik zit veel te veel in mijn hoofd. Soms word ik er misselijk van; dan zou ik willen overgeven. Als ik ergens naar toe moet wil ik altijd weten hoe de luchtk­waliteit is. Meteen ga ik bij iemand thuis of in openbare gelegenheden de ramen open doen. Als er ergens airconditioning is ga ik er niet naartoe. Dan denk ik dat ik zal stikken. En dat allemaal omdat mijn hoofd te vol zit.  (...) Volgens mij hebben we dat allemaal van onze generatie, in onze tijd, dat we allemaal willen opvallen en bijzonder zijn. En beroemd worden. Maar als je dan op een podium staat, dan blijkt dat ook maar eenzaam enzo te zijn.

 THERAPEUTE: Slaap je wel goed?

 HOOFD: Ik heb geen moeite om in te slapen, maar ik heb wel vaak nachtmerries over dat ik op een hele hoge ladder klim die naar boven toe steeds smaller wordt en...

Dreigend behang

 De raadselachtige Vallotton (1865-1925) opende in het Van Gogh. Onder de wat pathetische titel, overgenomen van de Franse tentoonstelling 'Het vuur onder het ijs'.

 Maar toch. Onmiskenbare dreiging gaat uit van bijna al wat hij maakte. Van de tegendraadse mythologische scenes uit z'n late periode - Orpheus door de Maenaden aan stukken gescheurd, Perseus die een draak doodt onder de verveelde blik van een naakte toeschouwster - tot de interieurs uit de vroege periode, met de rode kamers, de rode fauteuils en de diepe schaduwen.

 Halfopen deuren van kamers of kasten bieden een blik op al even half open taferelen. Van vrouwen zie je vaak niet meer dan de rug. Kleedjes, gordijnen, behang, de rokjes van schemerlampen, die bij vrienden als Bonnard en Vuillard zo vaak genoeglijkheid oproepen zijn bij Vallotton attributen van griezelinterieurs. Al lijkt er niks bijzonders aan baadsters, kaartspelende heren, onschuldige vrijages of een moeder met verstelwerk en een kind aan haar voeten, het maakt een geladen indruk.

 Wat is er waar van het verhaal dat hij zijn eerste geliefde en model Hélène Chatenay in de steek liet om de rijke kunsthandel-erfgename Gabrielle te trouwen (1899)? Om haar geld. Hij schildert haar vaak uitgesproken lelijk. Maar dat lot treft meer modellen. Er spookt iets bij Vallotton, je blijft kijken tot je wat vindt. Vaak niet.

Helse muziek

 Na vijfhonderd jaar kwam een Amerikaanse studente genaamd Amelia op het idee om de partituur - die geschilderd staat op de kont van een ongelukkige in de hel - hoorbaar te maken.

 Te vinden op het rechter paneel van de Tuin der Lusten van Jeroen Bosch, te zien in het Prado in Madrid. Niet makkelijk, die transcriptie, omdat het notenschrift - op vier balken - rond 1500 verschilde van het onze.

 Echte gelovigen weten het, het blijft oppassen met muziek. Voor je het weet kruipt er iets duivels in. Hoe godlovend ook bedoeld, het kan zomaar opeens de onderbuik beroeren. Zelfs de Mattheus is verdacht.

 In de oude VPRO-studio van oprichter dominee Spelberg prijkte het pijporgel dat na de verhuizing werd meegenomen naar het Mediapark, waar het nog steeds staat. Maar toen de improvisator bij de morgenwijdingen, Anton van der Horst, een vleugel wilde ontbrandde daarover in Vrijzinnig Protestantse kring felle discussie. Ik denk dat gereformeerden nog steeds piano's weren. The devils music!

 Met dank aan Ron Kretsch en Heleen de Vries.

Hélène Gelèns en het licht

 Applaus vanuit het donker heet haar nieuwe bundel. Wat moet beduiden dat er iemand in het licht staat.

 Meteen in het openingsgedicht zegt de hoofdpersoon 'alles is ijdelheid'. En dan wordt er geschrapt. Misschien wordt wel alles geschrapt. Maar ai, zou dat schrappen juist niet het toppunt van ijdelheid zijn?

 Het is sluitingstijd, want zo heet het gedicht. En het applaus vanuit het donker wordt gevolgd door 'pluis of niet pluis.'

 De bundel eindigt met de cyclus 'Vanuit het donker'. Waarin het woordje ganglicht naar me opspringt als een hondje, dat voortaan wat mij betreft bij Hélène zal horen. Iedere schrijver zijn woord.

 Iedere schrijver zijn licht. Reve het aanfloepen van de straatlantaarns. Letters onder een schemerlamp, dat is Willem Brakman. En in de schemering voetballen op straat tot je de bal niet meer kunt zien. Wie?

 En dan het ganglicht bij Hélène Gelèns: 

'hela verleden licht! hela tegenwoordig licht! hela verloren licht! vergeten licht verleden bureaulamplicht koelkastlicht ganglicht tegenwoordig neonlicht hemelgloed strooilicht heel wat vergeten licht maar geen lichtvergetelheid

(...)'

Menselijke piramide

 In deze dagen van triomfen en huldigingen komt mijn enige eigen ware triomf boven. Gejuich, applaus!

 Het onderdeel waarop ik uitkwam was de Menselijke Piramide. Nog steeds geen Olympische sport. Ook niet in de sneeuw. Ik was acht, een volwassen padvindersgroep zou hem bouwen en ze zochten nog een welpje, klein en licht uiteraard, voor bovenop.

 De liefdadigheidsvoorstelling in het Scheveningse Circus was groots opgezet, luchtverkenners waren erbij, zeeverk­en­ners ook, met machtige acts. Ik heb er Gerard Reve van verteld.

 Wij van de piramide droegen zwembroekjes en hadden lakens omgeslagen, want we waren Arabieren. Het wachten in de catacomben duurde lang. Het was een koude winter. Het Circus, dat toen nog geen theater was, had een piste met geurend zaagsel waardoor we eerst schreeuwend rondjes liepen voordat het bouwen in de schijnwerpers onder schettermuziek begon. Toen hij stond moest ik hem als jongste en kleinste beklimmen, terwijl trommels roffelden, en, eenmaal bovenop gekomen met mijn vlaggetje zwaaien.

 Donderend applaus! Roezig van koorts stond ik in de tram terug. Een Oerlikon uit de serie 200.

 Gehuldigd ben ik later nog drie keer. Dat kon alleen maar tegenvallen. Wat doe je met zo'n bos bloemen? Eenmaal buiten flikker je ze in de eerste de beste heg.

Weerzin

 Die sportmensen die zo trots verkondigen dat ze zich verre van politiek houden, die hadden daar nooit op dat podium moeten staan.

 En die koning van ons en zijn echtgenote hadden ze nooit moeten komen toejui­chen. Pijnlijk was het. Weerzinwekkend. Bas van der Schot vatte het vanmorgen in de Volkskrant in één plaatje samen. Politici misbruiken sport voor hun propaganda. Hitler deed het in 1936 al bij de Spelen van Berlijn. En die koning van ons maakte al jong deel uit van het corrupte Olympisch gezelschap.

 Er was een uitzondering. Ik weet nog goed dat tot mijn kin­der­lijke verbazing Nederland niet meedeed met de Spelen van 1956 in Melbourne, waar de Russen doodleuk wel stonden. Ook Spanje en Zwitserland deden niet mee. Alle anderen wel.

 Niet meedoen kan dus. Om politieke redenen. De Russen waren bezig hun sate­llietstaat Hongarije tot de orde te roepen. Was Poetin niet bezig de Kaukasus tot de orde te roepen? Jelle Brandt Corstius deed er gisteren mooi verslag van: opnieuw Russisch prik­keldraad. Om niet te spreken van homoseksualiteit en vrijheid van meningsuiting.

 Sport en politiek hebben alles met elkaar te maken. Koningen en sportlui die dat niet onder ogen willen zien vervullen me met diepe weerzin. Om niet te spreken van de politici die zo onze zaken behartigen. Toch maar even zeggen, dit.

Pagina's