Tantes

 Het zal het seizoen zijn. Tantes gedijen in schemering. En het meest in de dagen voor kerst. Waar zijn ze gebleven? Tante Fré die voor haar dwergachtige vriend Lo steeds maar platen van Eartha Kitt opzette, terwijl ze een grote ossentong bereidde.

 In mijn jeugd traden tantes op als het levend bewijs dat de getrouwde staat en het gezin niet de enige manier van leven waren. Wie anders dan de tantes brachten licht in donkere dagen.

 In Zutphen, mijn tantestad bij uitstek, logeerde ik met kerst bij tante Karin, die onder de Drogenapstoren haar leven improviseerde in een groen fluwelen jurk. Ik was twaalf en sliep er op een grote lege zolder met als kruik een verhitte, geglazuurde steen. Tegen etenstijd keken we in de ijs- en provisiekast wat er was en besloten dat bami met cervelaatworst en een blikje soepgroente voldoende waren voor een kerstmaal. We vonden nog een potje zure augurken ook. Tante Karin zong voortdurend.

 De volgende ochtend bleken er nog boterhammen te zijn. Pietsje beschimmeld, maar dat snee je er af. Koffie was er. Nu nog kopjes. Die stonden overal in de kamer.

 'Welk kopje had jij gisteren.'

 Makkelijk, dat met lipstick was het hare. Ze leerde me tekenen. Ze tekende mij. Op kasten stonden overal opengeslagen fotoboeken tegen de muur. 's Middags vervolgden we ons kerstproject: met rollers de deuren knalrood schilderen. Maar tegen mijn druipers bleek niet op te rollen. Daar moest tante Karin vreselijk om lachen.

 ps. Avondlog gaat dagelijks door, maar zal niet meer op de Avonden-site te vinden zijn omdat de Avonden ophoudt. Makkelijk te vinden is is www.Avondlog.nl

Tags: 

Rudi Fuchs en de Avonden

 In 1995, toen het programma de Avonden pas begon was ik bij Rudi Fuchs langs, in zijn werkhok, op de rommelzolder van het oude Stedelijk. Toen we onze opname hadden gemaakt vroeg hij opeens - wijzend op mijn SONY cassetterecorder - 'wat kost zo'n ding?'

 Ik zei dat het zo'n 700 gulden was, maar je moest er wel een goeie Sennheiser microfoon bij hebben. Deze dus. Hoezo?

 'Ik wil voor jullie werken. Ik heb genoeg van die televisie. Waar koop je ze?'.

 Ik wees hem RAF in de Rijnstraat. En al spoedig brachten koeriers cassettes waarop onveranderlijk stond 'in geen geval bekor­ten'. Waarna ik ze beluisterde en terugmonteerde tot een hal­fuurtje. Dat was wel nodig ook, want de atelierbezoeken die hij bij kunstenaars opnam bestonden vaak voor de helft uit betogen van Rudi tegen de soms wat bedremmelde kunstenaars.

 Dat zijn uitzendingen invloed hadden merkte je op vrij­dagavond in het café De Pels, waar je tegen elven schiel­ijk de daar steevast verzamelde schilders zag vertrekken, naar huis om te luiste­ren.

 ps. Avondlog gaat dagelijks door, maar zal op de Avonden-site niet meer te vinden zijn omdat de Avonden ophoudt. Makkelijk te vinden is is www.Avondlog.nl

Tags: 

Willem Jan Otten

 Waarom omhelzen mannen elkaar? Soms, zomaar opeens. Maandagavond zag ik Willem Jan Otten, bij de radio. We omhelsden. Niet omdat hij net de P.C.H­ooftprijs had gekregen. Maar om wat we net uitwisselden over lezen. Hij had het ongrijpbare moment benoemd waarop je als lezer 'in een verhaal' komt. Ik noemde Alice Munro. Hij knikte instemmend. Thuis vond ik wie we ook delen: Gerard Reve. Neem dit gedicht uit Ottens 'Afscheid':

 Zo u bestaat

dan moet nog worden uitgezocht

waar u gebleven bent.

 

Soms menen wij dat u bent blijven kleven

op de bodem van een brievenbus.

 

Een brief van u aan u bent u,

wat zeggen wil: u bent uzelve

opgevouwen en geborgen

in een envelop, die dicht gelikt

en dan voorzien van naam,

en van 'in handen' en 'alhier'.

 

Dat u uzelve schrijft

maar mij bezorger heeft gemaakt,

verklaart niet alles maar bedaart mij soms.

 

Het laat mij niet koud,

dat u u zelf hebt toevertrouwd

aan iemand die zijn inhoud

 

zozeer schuwt als ik.

Misia

 Wie is zij? Bij Félix Vallotton zie je vaak afgewende gezichten, schouders, een rug. En de­uren op een kier.

 Dit is een gezicht. Hét gezicht van Parijs in de jaren 1900-1914. Ze veroverde de stad zegt men met een combinatie van intelligentie, artisticiteit, benen en het geld van haar tweede echtgenoot.

 De Poolse pianiste Misia Godebska (1872‑1950) trouwde voor haar zestiende met Tadeusz Natanson, een geëmigreerde politicus en journalist, hoofdredacteur van het tijdschrift La revue blanche. In 1903 dwong een dreigend failliet hem Misia te 'verkopen' aan de oude en nogal lompe krantenmagnaat Alfred Edwards. De man stond haar tegen maar zijn geld niet, dat ze gebruikte om een artistieke salon op te zetten waar schilders als Renoir, Vuillard, Vallotton, Bonnard, Picasso en Toulouse‑Lau­trec kwamen, die haar leuk vonden en schilderden. Renoir zelfs acht keer. Maar nooit naakt, al speet haar dat later.

 Ze stierf als morfiniste, haar mede-verslaafde en langjarige liefde Coco Chanel zei: 'We beminnen mensen alleen om hun gebreken. Misia gaf me reden genoeg.'

 Het raadsel Felix Vallotton komt naderbij. Ook de stugge Zwitser schilderde Misia meer dan eens - ook in 1898 - die hem in brieven 'mon cher Vallo' noemde. Hier peinzend aan haar kaptafel, temidden van haarborstels, vele handdoeken en met om het middel als ornament wat een reuzen vlinderdas lijkt. Wiéns vlinderdas?

Brakmans benen

 'Jij hebt een groot hoofd,' zei mijn broer onder de deken­rand,' en korte dikke benen.' Dit zijn de opmerkingen die een leven tekenen. Je vergeet ze nooit. De ander is je spiegel. Je moet je leven door met een groot hoofd en korte, dikke benen.

 Woorden van de oudere broer van Willem Brakman, lees je in Water als water (1965), opgenomen in het juist verschenen 'De verhalen'. We hadden het er eens over. In je gymnastiekbroekje op een bank zitten en omlaag kijken naar je opeens wanstaltig dikke dijen.

 'Ook Montaigne stelde een goed gevormd hoofd boven een goed gevuld hoofd.'

 Hoe overleef je je uiterlijk? Brakman geeft dit voorbeeld: 'Een vrouwelijk familielid, dat onder een werkelijk bijzonder dik achterwerk twee zeer dunne beentjes heeft meegekregen, waarvan de dijen ver van elkaar staan en met elkaar, dat wil zeggen tot aan de knieën, een o vormen. Zij mist helaas ook het middendeel van haar lichaam, zodat de ribben direct op de heupbeenderen rus­ten, en verder maakt zij zich met bijzonder veel zorg, maar zonder enige smaak op, wat oogtranende resultaten oplevert. Maar als een rots wandelt zij over het middenpad van de schouwburg, als ik mij dit gewaagde beeld mag permitteren, zonder haast en met de licht ironische blik der heel sterken.'

 In Herfstmaneuver (1962) komen de benen terug: 'Misschien bestonden er wel twee soorten mannenbenen, overwoog Carp terwijl hij slaperig naar zijn dikke dijbenen staarde, die treden afgingen en bleek afstaken tegen het donkere trapgat; de bloedwarme, rolronde en gespierde, en de magere pezige.'

Tags: 

Engel

 Bestaan engelen? Het verhaal 'Engel' (1978), nu opgenomen in het juist verschenen 'De verhalen' van Willem Brakman laat daarover geen twijfel bestaan. We zijn in een bejaardenoord. Er is onweer op til.

 'Speurend naar de te verwachten lichtflits dwaalden hun ogen heen en weer langs het rollend zwerk en zagen zo bijna gelijktijdig (ook de pekinees gromde) de zwaaiende en fladderende reuzenvogel uit de hemel tuimelen; hij scheerde onhandig langs de centrale antenne, miste op een haar na de dakrand en kwakte daarna klapwiekend op het gras naast de vijver.'

 De bewoners weten niet goed raad met de Engel, die een oud mannetje is met vleugels. Ze brengen hem op een brancard naar de ziekenboeg, en daarna naar het dierenparkje, hij is tenslotte half vogel. Maar tenslotte:

 'Bij de vijver liep de engel. Hij hupte klapwiekend wat omhoog en rolde weer over de grond met in de lucht malende houten beentjes. Door al het gebuitel was de wollen pij goudgeel van het stuifmeel, de lissen en de boterbloemblaadjes. Alsof hij wist dat hij werd bekeken spreidde hij langzaam en plechtig zijn vleugels uit, daarna begon hij zijn aanloop met grote, gravende passen, als van een hoogspringer. De bruine pij hield hij opgetrokken voor de buik, maar opeens lag hij plat op de vleugels, geel glinsterend en moeiteloos op weg naar de ruimte boven de bomen.'

 Toen Nol Gregoor in een radiogesprek voor de AVRO Brakman verweet hier een uitstap te maken naar het 'fantastische genre' en daarmee zijn literaire zelf ontrouw te zijn antwoordde Willem unverfroren dat het verhaal helemaal niet fantastisch was, want engelen bestaan. Gregoor had er niet van terug.

Tags: 

Lunchbox

 Liggend begraven worden inplaats van in een vakje. Dat is pas luxe. Wat maakt het zien van de Indiase film Lunchbox tot een 'reinigende' er­varing? Alles is door regisseur Ritesh Batra tot z'n eenvoudigste kern teruggebracht.

 Kantoren zijn bureaus in rijen waaraan mensen stapels mappen en documenten behandelen. Geen computers. De enige afwisseling is de lunchpauze. Het is ook daar dat zich een illusie ontvouwt.

 Het distributiesysteem van de Bombayse lunches is uniek. Elke kantoorman krijgt wat z'n vrouw thuis bereidde, rondgebracht door een leger bezorgers. De lunchbox wordt op kantoor gegeten. Of hij lekker was ziet de vrouw als er restanten zijn. De set pannetjes in een beugel is net zoals ik ze ken uit het Den Haag van de jaren '50, van het Verre Oosten in het smalle stuk van de Laan van Meerdervoort. Alleen, daar kwam in het onderste pannetje een gloeiende kool mee.

 Wanneer er twee boxen verwisseld worden ontstaat een anonieme liefdesgeschiedenis middels onder het eten verborgen briefjes, tussen een getrouwde vrouw met een dochtertje en een harteloze man en een weduwnaar. Van wederzijdse hoop die wel onder het oog van de werkelijkheid moet bezwijken. De weduwnaar aanschouwt stiekem zijn papieren liefde en begrijpt dat hij te oud voor haar is. Het meisje gaat naar hem op zoek, maar het is te laat. Gepensioneerd is hij onvindbaar.

 Waarna het lot besluit de droom de droom te laten. Zoals ook in mijn lievelingsclassic In the mood for love van Wong Kar-wai. Er gebeurt tenslotte niets. Het geladen niets dat levens vult.

Tags: 

Félix Vallotton (2)

 Van Félix Vallotton weet ik sinds mijn bezoeken aan het oude Parijse Art Moderne. En nog kan ik niet benoemen wat er spookt in zijn werk. Misschien dat de expositie In februari in het Van Gogh me verder van de wal in de sloot helpt. Zijn roman die vertaald werd als Het moor­dende leven doet dat zeker.

 Als jongetje richt de hoofdpersoon al onbedoeld rampen aan, juist in de levens van mensen van wie hij houdt, of denkt te houden.

 Het lijkt erop dat door zijn toedoen een vriendje verdrinkt, dat de schrijnwerkende buurman door wat hij als een grapje bedoelde jammerlijk sterft. Later brandt een schildersmodel zich door zijn toedoen fataal aan een kachel. Wat is dit voor een Koning Midas-doem?

 In bijna alle schilderijen van Vallotton ligt dreiging besloten. Er zal iets gebeuren, er is iets gebeurd. Het toneel is vaak een huiskamer, bij hem de gevaar­lijkste plek. Onheilspellender kunnen meubels en gordijnen niet zijn.­ Vooral tussen 1889 en 1899, als Hélène Chatenay zijn model en geliefde is. Zij is het die je ziet, of niet‑ziet op de doeken uit deze grote 'rode' periode: de tijd van de rode stoel en de kolen­haard.

 Tot hij haar onverklaarbaar in de steek laat voor een rijke dame uit de kunsthandel van wie hij niet hield. Later meer.

Het theater van Aukje Koks (2)

 Hard? Zacht? Eetbaar? Tastbaar? Aukje Koks heeft eerder trompe l'oeils gedaan, die ze minstens zo ver doordreef als plafondschilderingen van oude meesters, waaruit engeltjes met een hoofdje of arm in beschilderd gips naar voren komen.

 Zodat je ook bij Aukje nooit weet waar het één begint en het ander ophoudt. Is dit een stapeltje carbonades? Zijn dit broodjes? Is dit kaas? Of steenkool? En dan: vogelveren. Echte?

 Op drift geraakte voorwerpen. En af en toe een paar vingers en een spiedend smoel, dat je lijkt aan te kijken. Of uit te lachen. Gefopt! En vanwaar de weglopende tinten? Gisteren vroeg ik uitleg bij 'Somewhere between a rock and a pudding.' En dit kreeg ik terug uit Brussel:

 'Voor deze tentoonstelling ben ik bezig geweest met de identiteit van het object. Ik heb nagedacht over hoe ik sommige objecten lijk te 'iconiseren' door isolatie en herhaling. Ik dacht, wat als ik nu niet voortdurend toevoeg (aan verf), maar weghaal. Dus heb ik geschilderd met in mijn ene hand een kwast, en in mijn andere hand een doek. En elke keer als ik wat toevoegde, haalde ik het ook weer weg. En zo verloor het object (in veel gevallen een steen in draag­baar formaat) zijn identiteit een beetje.'

 Zie, Aukje Koks vang je niet in één oogopslag.

Tags: 

Het theater van Aukje Koks (1)

 Waar was Aukje Koks gebleven? Ze begon tien jaar geleden met geschilderde verhaalelementen: een bed, een touw. Maar richtte zich steeds meer op het materiaal, de rekwisieten. De voorstelling?

 Waar kwamen de decorstukken vandaan? Wie zich dat afvraagt keert de voorstelling om. Maakt van de werkplaats het podium. Dat lijkt me wat Aukje Koks deed. In het Schiedamse Stedelijk zag ik bij haar eerste grote solo in 2012 al decors en rekwisieten. En nu, in galerie Stigter van Doesburg haar volgende stap.

 Ik denk dat ze achter de coulissen verdween en in de kleedkamers terecht kwam. Waar ze kostuums en attributen oppakt en bestudeert. Wat daar al niet ligt..

 Terwijl we in de verte gelach, applaus en muziek horen zijn we aan de stille achterkant van de voorstelling beland. Aan een haakje hangt een echte stropdas, die in geschilderde vorm terugkeert op de doeken. Behalve schilderijen is er ook een galerij van portemonnees en portefeuilles van zeepsteen. Een mannelijke hoofdfiguur? Maskers? Opeens zie ik James Ensor schemeren. Brussel.

 Maar er zweeft daar zo veel, halverwege hard en zacht, eetbaar en oneetbaar, begrijpelijk en onbegrijpelijk, ‘Somewhere between a rock and a pudding’, zoals de tentoonstelling heet. Aukje maakte zelfs een video-animatie waarin de voorwerpen een eigen leven leiden.

 Ik mailde haar in Brussel, waar ze woont. Morgen haar antwoord.

 

Tags: 

Pagina's