JJ Pollet

 De Gentbrugse dich­ter, blogger en tekenaar Jan Pollet heeft een labyrinth in aan­bouw. Hij noemt het Toofisme, bouwt er elke dag aan. Volg hem.

 Het Toofisme woekert sinds oktober 2012. Wat het is merk je wel. Verontplechtiging en meer. Het uit zich in tekeningen met balloons, waarin de hoofdfiguur een zonnebril draagt. Laatstelijk in het gezelschap van een liederlijk mooie Afrikaanse vriendin.

 Soms duikt er een pagina uit zijn strip Grumbach & Groove op. Logeert hij bij zijn moeder dan is wat zij te eten maakt - lamsvlees - het onderwerp. Of het bed op zijn jongenskamer dat ze niet kan opmaken omdat ze de trap niet meer op komt.

 Gaat hij naar Avignon dan is het meisje dat over de brugl­euning hangt al wat we te zien krijgen. Wat is Avignon meer dan een brug en een meisje? Was hij eigenlijk wel in de Provence? En wat was het doel van zijn reis? Teke­nen voor zijn Toofistisch labyrinth. Een verhaal dat enkel door z'n vorm steeds maar herhaalt 'ik ben een stripverhaal' en uit louter dwaalsporen bestaat. De Belgitude vloeit Pollet vanzelf uit de pen.

 Wie tegelijk zijn weblog volgt heeft twee parallelle werelden te pakken, want hij leest ook literatuur. Van Rimbaud tot Maartje Smits. Begeef je in Pollet, en kijk op.

Tags: 

David Claerbouts Highway wreck (2)

 Naarmate de tijd verstrijkt breidt de wereld van een foto zich uit. David Claerbout nam zich al jaren terug voor ons fotografisch erfgoed recht te doen. Maar hoe?

 De nu 70 jaar oude foto van een verongelukte Ford Anglia wordt in zijn ogen een flashback. Een flashback in snippers. Waarvan sommige zich herhalen of uitvergroten. Ook worden ze uit verschillende hoeken bezien. Met ogen van nu. Omdat alle geschiedenis vanuit het heden geschreven wordt. Zoals Judith Herzberg het eens zei: 'Leven is wat ze vroeger deden.' 

 In de bijgaande Making of verklapt Claerbout hoe hij de hulpverleners en toekijkers van 2013 bedacht en tot leven bracht. Eerst formeerde hij met poppen groepen omstanders. Later vulde hij die met figuranten levensecht in. Eén detail is daarbij de ernst: niemand lacht.  

 Het stuk snelweg, afgezet wegens een ongeluk van 70 jaar geleden blijkt een ideale plek. Als wachten lang genoeg duurt maakt een uur of 70 jaar geen verschil meer. Een 'comateuze situatie', zei hij eens.

 In zijn storyboard lees je zinnen als 'de hele scene is in halfduister. dat werkt goed.' Of: 'zorgvuldig het "vintage gevoel" vermeden. het mocht niet pittoresk worden.' Een toekijkende jongen draagt zijn vest over zijn schouder: 'ik heb deze doelloze pose nodig. de figuren in Highway wreck moeten eruit zien alsof ze te laat kwamen, hebben geen haast. dat is de voor­naamste indruk die ik moet vastleggen: 70 JAAR TE LAAT OM NOG TE KUNNEN HELPEN.' En dan breekt hij zich het hoofd over twee verschillende mod­es (1943 en 2013) in één situatie.

 Tijdens het Rotterdam Filmfestival gaat straks Claerbouts film Travel (2013) in première. Van museum naar bioscoopzaal. Benieuwd of die de kijker op een zelfde manier biologeert als Highway wreck.

 

Tags: 

David Claerbouts Highway wreck (1)

 Alles staat onbeweeglijk stil als op een foto. Stiller dan stil, juist omdat op het plaveisel zichtbaar motregen valt en het gras in de berm iets beweegt.

 Waarom? Er is iets gebeurd, verderop. Een ongeluk, een Ford Anglia uit 1943 zoals mijn tante Nel er een had staat aan één kant uitgebrand in de berm van de snelweg en wordt bekeken door een militair in een oudmodisch luchtmachtuniform, en drie jongetjes. Onbeweeglijk, onbewogen.

 Uit deze 70 jaar oude foto blijkt heel de film ontstaan te zijn. Claerbout heeft het ongeluk naar nu gehaald, er een verhaal omheen gefilmd, zorgvuldig gecast en geënsceneerd. Er is nog iets vreemds: iedereen in deze fotoreeks - die zich geleidelijk ontpopt als film - kijkt ernaar of althans naar iets ervan, zoals wij naar hen, de mannen van brandweer en dépannage, automobilisten van de eindeloze file die uit hun wagens gekomen staan te reikhalzen.

 Waar zijn we? De politiewagens zijn Vlaams, de dépannage Waals, het landschap neigt naar Frans. Meer blijft onzeker. Niet alleen de tijd en plaats van het ongeluk. Want de wassen beeld-achtige hulpverleners, de toeschouwers en hun auto's zijn van 2013.

 In het zaaltje van het Fotomuseum Rotterdam gaan toeschouwers ademloos op in David Claerbouts begoochelende acrobatiek met wat was en wat is. Er draait een verhelderende 'Making of' waarin hij grapt dat de brandweer 70 jaar te laat kwam. Maar zijn bedoeling is ernstig als wat. Alle tijd en plaatsbepaling zijn zorgvuldig onzeker gemaakt.

 Hij doet me denken aan de schilderes die zei 'een foto is één standpunt en één moment, een schilderij is talloze momenten en standpunten inéén'. David Claerbout verenigt foto en film tot schilderij. Vandaag was de première, morgen meer.

Tags: 

De bus van Jan Baeke

 Ze verstoppen zich tegenwoordig of ze zich schamen voor hun dieselgeur, pneumatische deuropeners en schokbrekers boven achterwielen. ’t Is waar, ze rijden naar het hiernamaals. Ik hou van autobussen. Net als de dichter Jan Baeke, van wie vorig jaar 'Het tankstation op de route' verscheen. Een bundel waarin de filmkenner Baeke zich voluit laat gaan. Dromend in zijn stoel regisseert hij 'Een engel of god': 

 'De deur ging open en de bus reed naar binnen./ Een hevig gebrom, iedereen sprakeloos.

 Het was wachten op andere voertuigen/ maar ons beving de vrees dat elders/ in de kamer een parkeerplaats/ aan het oog onttrokken werd./ Dan is het een vreemde gewaarwording/ in een fauteuil wakker te worden/ met het boek nog/ op je schoot, een studie

 naar de waarde van zeldzaamheid/ in een taal die je niet beheerst/ maar je bent halverwege/ en je hebt begrepen wat de auteur bedoelt.

 Hij heeft hier gezeten, dat weet je en naast hem/ een engel of god, boven alle tijd verheven/ maar nu door en door nat/ met een lelijke hoest en vlekken van de koorts.

 niet te weten wat te doen met deze bus/ en diezelfde ontreddering/ daarna in de woorden waarmee hij alle buspassagiers/ om een paar stuivers vraagt.

 Het ruikt niet fris meer, de benzinedampen/ zijn het sterkst waar de bus/ een bocht moest maken/ om bij het raam te kunnen parkeren.

 Iemand aarzelt om hier uit te stappen/ naast de bezette fauteuil/ in de wetenschap van die engel of god/ en wat hij verder van plan is.

 Iemand wil niet in hetzelfde stappen/ om elke dag te voelen dat de bus bestaat.

 Dan rennen om de bus te halen/ en de bus te missen.

 

Tags: 

Agnieszka Kurant (1)

 Je verliest wat, zei de buurjongen. Wat? Je voetstap. Onpeilbaar de schrik. Als kind al werd ik aangetrokken door de wereld van het niet. Een gat in een muur was ook iets, je kon het alleen niet mee naar huis nemen.

 Het vluchtige, onwaarneembare, ongrijpbare is het materiaal waarmee Agnieszka Kurant werkt.

 Hoe gaan we om met fantomen. Wat is de schoonheid en betekenis van wat nooit meer werd dan een idee, zoals de spookeilanden op oude zeekaarten. Wie bedacht ze, gaf ze namen? Planken vol boeken waarvan alleen titels bekend zijn - zoals in mijn ervaring Willem Brakmans 'De afhangende hand'. Of schilderijen die alleen bestaan omdat ze ergens genoemd worden door kunstenaars als Alighiero Boetti of Marcel Broodthaers die een heel museum louter in de geest schiep.

 Temidden van dit alles is er straks de korte film Cutaways (2013) die louter bestaat uit personages - filmspoken - die ooit tijdens de montage werden weggesneden uit speelfilms als Francis Ford Coppola's The Conversation (1974), Richard Sarafian's Vanishing Point (1971) and Quentin Tarantino's Pulp Fiction (1994). En die Kurant nu, gespeeld door de oorspronkelijke acteurs - oa. Charlotte Rampling - met elkaar laat praten.

 Op donderdag 6 februari opent de Poolse haar eerste Nederlandse solotentoonstelling in het Haagse Stroom. Later meer.

Pieter Waterdrinkers wereld (1)

 Nooit raak ik meer verstrikt in de schemer tussen fictie en non-fictie, tussen verhaal en journalistiek dan in het werk van Pieter Waterdrinker.

 Waar eindigt de verslaggever, waar begint de schrijver? De man die ik jaren terug aan de lijn kreeg als Russische correspondent voor de Avonden was bovenal verteller. En ontpopte zich als radioman toen wij er een gewoonte van maakten de kwaliteit van de sneeuw in Moskou akoestisch te testen. Verse sneeuw bij min vijftien klinkt anders dan oude sneeuw bij nul graden.

 En nu stuurde hij me zijn jongste manuscript voor nog wat puntjes op de i's en weer lees ik over Pieters Leben und Treiben in het land waar niets ondenkbaar of onbestaanbaar is.

 En onder zijn vingers ook steeds schrijfbaarder. Verzin het maar, leer de codes, beweeg je als een vis in het water van alledaagse afpersing, hoererij, religie en geweld, waar carnaval en dood buren zijn. Waterdrinker beheerst zijn onderwerp almaar beter.  Dit boek gaat 'De correspondent' heten, het understatement van de eeuw. Als je het zo bekijkt is ook Dante verslaggever, in hemel en hel.

Il Grido

 Alida Valli loopt op hakken door de modder aan het bittere eind van de Podelta. Voorbij Ferrara.

 Antonioni in 1957 zwartwit. Mist achter wonderlijk heldere beelden van winterse rivierarmen. Vrouwen in net die ene jas, die ene flatteuze rok die overbleef uit een betere tijd, nu gescheurd, bemodderd.

 Het pompstation langs de dijkweg waar Virginia met haar alcoholische vader woont, ver in de leegte, is wat je overblijft. Er zal nooit iets veranderen, evenmin als op pompstations in Amerikaanse leegten van latere films. Alleen heel soms stopt er een auto voor een paar liter. De stad is ver. De nieuwbouw in de verte loopt vooruit op Antonioni's industriekleuren in Deserto Rosso.

 Mannelijke hoofdrol Aldo (Steve Cochran) doolt al met de 'existentiële' doelloosheid die Monica Vitti later meekrijgt. Onweerstaanbaar voor vrouwen, maar zijn hoofd is elders. Zo raakt hij zijn Irma kwijt. De rest van de film zoekt hij werk, maar eigenlijk haar.

 Alles op het laatste randje van neorealisme. Er is protest tegen de sloop van het dorp voor een vliegveld. Maar tegen de schoonheid van een autobus die op het eindpunt door zijn chauffeur wordt bijgepoetst, tegen mist waar de zon doorheen breekt is bij Antonioni niets opgewassen. Je ziet l'Avventura (1960) aankomen.

Tags: 

Jantien Jongsma knipt ons

 Jantien Jongsma heeft weer een vorm erbij waarin ze de kroniek van haar leven en het onze kan gieten. Samen met al wat haar omringt in stad en land. Ze knipt.

 Je weet niet wat je ziet voor de ramen van het Stedelijk Museum Kampen. In negen panoramische knipsels van 140 bij 340 cm geeft ze haar en onze wereld een vorm die ligt tussen de Goudse Glazen, Breughel en Panorama Mesdag. En in het uitgespaarde wit zie je dan de stad Kampen, badend in zon.

 Daarnaast zijn er ook nieuwe grote nieuwe teken/schilderijen, die - zoals eerder bij haar - zweven tussen oude plattegronden waaruit huizen oprijzen waarvan de opengewerkte daken laten zien wat daarbinnen gebeurt van zolderkamerseks tot huiswerk, van bruiloftsfeest tot dronken caféscènes.

 Haar levensverhaal, van Friesland tot Amsterdam, tot Lelystad en Suriname. Waarbij ze tijd en plaats van de gebeurtenissen schikt zoals het haar bevalt. Zo is alles even groot, huizen, mensen, of zo klein als nodig. Een Middeleeuwse benadering met folkloristische toetsen die voor het vertellen van een overkoepelend verhaal als het hare veel geschikter is dan de modern-perspectivische. Toch is ze bij mijn weten de enige die zo werkt.

 En nu dan, de grafisch ongelooflijk vernuftig vormgegeven knip­versie van haar verhaal. Een mirakel. Ga naar Kampen!

 ps. zie ook mijn Facebook en dan van Jantien voor meer knipsels..

Tags: 

Het geluid van de aarde (2)

 Laagfrequent geluid voel je eerder dan je het hoort. Zoals  bij naderend onweer. Geluid bestaat uit trillingen. Alles trilt. En natuurlijk maakt de aarde geluid, net als bomen of de bladzijden die je omslaat. Lotte Geeven ging van jongsaf op zoek naar de kern. Zo werd haar aarde van overzichtelijk en plat tot reusachtig en raadselachtig.

 Zou je door een gat te boren aan de andere kant kunnen uit­komen? Wat zou er binnenin zitten? En welk geluid kwam daar vandaan? Na twee bezoeken aan de geleerden in Windischeschenbach wist ze dat een antwoord ergens tussen poëzie, kunst en muziek moest liggen.

 Haar project trok aandacht. De hoorbaar gemaakte laagfrequente opnamen werden opeens overal ter wereld door dj's in hun mixages gebruikt, er werd over geschreven in China, Japan, Frankrijk, waar niet. De Duitsers werden gebeld door de wer­eld­pers over de merkwaar­dige vrouw en haar geluid: 'Zijn dit de spoken van de aarde?'

 Er moet wel een raadsel zijn in het midden van de aardb­ol, zegt Lotte. Als dat er niet was zou die aarde toch weer plat wor­den? Als kind al bouwde ze tunnels en probeerde onze tegenvoeters in China te bereiken tot ze op grondwater stuit­te. Ze begon diepe boorgaten op te sporen. Toen legde ze contact met de Duitse Aar­donderzoekers en hun diepste gat.

 Wat hoor je nu eigenlijk op haar laagfr­e­quente speakers? Liefst houdt ze het raadsel intact. Ze bouwde een insta­llatie van audioschuim dat het geluid visueel uitbeeldt, ze kocht een oude Russische seis­mograaf die het grafisch weer­geeft. Waarbij een foto van het Duitse wetensc­happelijke team dat haar hielp.

 Maar ze wil meer. Liefst een superdiep gat in een grote metropool, dat als een reuzenluidspreker de geluiden van diep onder ons de lucht in blaast. Kosten 5 mil­joen euro. Het diepste gat, de hoogste hemel, ze keren altijd weer in poëzie, in dromen. Lotte wil het gat naar de mensen bren­gen, zegt ze. Het contact met wat je niet weet.

 

Tags: 

Het geluid van de aarde (1)

 Lotte Geeven had er haar zinnen op gezet het geluid van de planeet vast te leggen. Waarom? Hoe? Waar?

 Haar werk is doortrokken van extremen. Op haar site zag ik al de antieke seismografische apparatuur waarmee ze werkt. En vanmiddag vertelde ze van de myste­rieuze lokatie in de buurt van een breuklijn aan de Tsjec­hisch-Duitse grens, waar onderzoek wordt gedaan naar wat er diep onder ons om­gaat. Geofysici, seis­mologen en technici boren daar een gat dat inmiddels meer dan negen kilometer diep is en het diepste ter wereld. Temper­atuur 500 graden Fahrenheit.

 Zij hielpen haar met het verwezenlijken van een jeugdbezetenheid, mede ingegeven door levenslange hoogtevrees. Misschien kon die zo bestreden worden. Een verkenning van het bin­nenste van de aarde dus. Hoe ver kon je komen? Wat was er onder je voeten? Lotte was vooral nieuwsgierig naar het geluid.

 In de heuvels van Windischeschenbach, in Duitsland, bij het Duitse Onder­zoekscentrum voor Aardwetenschappen vonden kunst en wetenschap elkaar tenslotte. Eerst ontmoette ze scepsis: 'Het is daar volkomen stil mevrouw, en zo warm dat alle apparatuur smelt.'

 De gedachte een microfoon in het gat te laten zakken bleek onzin. Toen kwam de geofoon, die ze daar gebruiken om aardbewegingen vast te leggen en een ultrasone sensor die geluid vastlegt dat olifanten kunnen waarnemen, maar wij alleen na bewerking.

 Toen Lotte dat geluid hoorde stonden de haartjes op haar armen recht overeind. Inmiddels gaat het geluid van de aarde de wereld rond. Morgen meer..

Tags: 

Pagina's