Johnny's Oudjaar

 Met Oudjaar waren we jarenlang bij Johnny, Yvonne en Sindbad van Doorn, zoals ik het beschreef in Oorlog en Pap, de biografie van Nico Keuning. Ik nam vuurwerk mee. Eens vloog toen Johnn­y's haar aureools­gewijs in brand. Lees maar. En beluister de CD.

 Johnny kookte, maakte soep of reuzenbitterballen. Maar at nooit: 'De kok eet niet'. Oorzaak: drank. In het blauwe kof­fertje met zijn ijzeren voorraad voor optredens zat het antwoord: Baudelai­res 'Spleen van Parijs' (1869).

 Waar hij ook op het biljart stond en 'Silence!' (Frans), en dan in het Engels 'Silence please' verzocht, het maakte indruk. En dan klonk het in zijn vrije versie: 'Gij zult altijd dron­ken zijn, dronken van wijn, dron­ken van deugd, dronken van poëzie..'

 Of in Baudela­ires woor­den, vertaald door Jacob Groot: 'Wees altijd dronken. Daar gaat het om: dat is het enige. Om niet de afschuwelijke last van de Tijd te voelen die je schouders verbrijzelt en je naar de aarde toe drukt, moet je je onophoudelijk bedrinken. Maar waar aan? Aan wijn, aan poëzie, of aan deugdzaamheid, dat moet je zelf weten. Maar bedrink je.'

 'En als je, een enkele keer. op de traptreden van een paleis, op het groene gras van een greppel, in de sombere eenzaamheid van je kamer, wakker wordt, en de dronkenschap is al verminderd of verdwenen, vraag dan aan de wind, aan de golf, aan de ster, aan de vogel, aan de klok, aan alles wat vliedt, aan alles wat zucht, aan alles wat voortrolt, aan alles wat zingt, aan alles wat spreekt, vraag dan hoe laat het is; en de wind, de golf, de ster, de vogel, de klok, zullen je antwoorden: 'Het is tijd om je te bedrinken!''

 Da capo. In Brussel liep ik Baudelaires stappen na. Hij zou er gestor­ven zijn als zijn moeder hem niet was komen halen. 

Fernand Khnopff (1)

 Deze 'Liefkozing' (1896) van de Oostenrijker Khnopff (1858-1921) die in Brugge opgroeide en altijd weer terugkeerde naar die mistige modderpoel, is wat ik van de Brusselse tentoonstelling mee naar huis nam.

 Heel het Fin de siècle zit er in, dacht ik even. Straks komt de Eerste Wereldoorlog en dan is het voorbij.

 Wat gebeurt er op dit doek? Khnopff was een groot zwijger. Vast staat dat de sfinxachtige luipaard-vrouw het gezicht van zijn zuster Marguerite heeft, ze was van jongsaf zijn model en komt op bijna al zijn schilderijen voor. Haar huwelijk en verhuizing naar Luik in 1890 vielen hem zwaar. Zijn personages hebben vaak androgyne trekken.

 Vroeg je Khnopff wat hij met De liefkozing bedoelde dan zei hij dat het beeld minder mystiek was dan men dacht. Het ging om de keus tussen macht en wellust, hier belichaamd door een sfinx (zij) en een androgyn (hijzelf). Kortom, Oedipus vlijde zich tegen de sfinx.

 Het verhaal van Memories (1889) is dat het gemaakt werd naar zes foto's van Marguerite, die zo graag tenniste. Khnopff schilderde haar op verschillende momenten in de tijd.

 Khnopff was een groot dromer. Hij noemde Hypnos, god van de slaap eens de enige godheid die hij erkende.

Tags: 

Fin de siècle

 En dan een heel museum, tot zes lagen diep in de Brusselse Kunstberg, dat nu vol staat en hangt met kunst van rond 1900. Merendeels Belgische kunst.

 De Kunstberg, de Koudenberg, is een mierennest, uitgehold door parkeergarages - ja ik kon de mijne kwijt, er bleef nog ruimte voor zeker duizend andere museumbezoekers - de spoorlijn, onder de aanleg waarvan de stad vijftig jaar zuchtte en het bodemloos kunstgekrioel.

 Eenmaal weer boven de grond is je kop ook een gatenkaas en pijnig je je hersens met onoplosbare vragen als wat schilders als Ensor, Rops, Spilliaert of Khnopff nu toch met elkaar gemeen hebben.

 Na een lange middag dolen door de 'lichtput' begon iets me te dagen. Dat was het 'katholieke', dat ik daar beneden in zoveel varianten had gezien. In zijn regressieve vorm of juist als rebellie tegen de kerk. De etsen van Ensor waarop nog de later op het grote doek weggeschilderde leuzen voor De intocht van Christus in Brussel staan! Maar verder leer je vooral dat het fin de siècle een warboel was van symboliek en overgevoeligheid, van jugendstil, maar ook van de eerste experimentelen, engagement, decadentie en weltschmerz.

 En ik dacht aan mijn vriend de dokter, die ik vroeg 'Frank, een mens kan toch niet meerdere ernstige ziekten tegelijk hebben?' Waarop hij in een schaterlach losbarstte en antwoordde 'Dat is nu juist een van die misvattingen waar ze in de opleiding ernstig voor waarschuwen.'

Tags: 

Het gaatje in Plato’s grot

 Was de Renaissance de grootste ramp die de schilderkunst in eeuwen overkwam? Je zou het soms denken. Opeens was je vriendinnetje niet langer Maria Magdalena en je buurjongen Christus. 

  In Rome werden de klassieken herontdekt, het lichaam bestudeerd en waren opeens de eeuwig rondneukende Jupiter en Venus de idealen. Het ventje Amor kwam in de plaats van het Christuskind. Als Hollandse of Vlaamse schilder moest je daarheen.

  Ik ben in Leuven en zie de grote tentoonstelling van Michiel Coxcie (1499-1592), brugfiguur tussen de Vlaamse primitieven en de nieuwe tijd, die tien jaar in Rome werkte. Dat valt niet altijd mee. Ogen en handen worden tot vervelens ten hemel geheven. Theatrale, pathetische overdrijving heeft de overtuigende buurjongens en buurmeisjes van weleer verdreven.

 Grappig is wel wat Coxcie – later hofschilder van de Habsburgers – maakte van Plato’s grot. Hij bestudeerde de klassieken en wist dat wij slechts schaduwen van de ware wereld te zien krijgen, Maar hij wist ook dat Plato een klein gaatje in de grot openliet, dat wordt aangezen door de middelste figuur met het duidelijk te kleine hoofd. Een grapje? De schilder is er ook nog.

Tags: 

Lekkende Kunstberg

 Vorige maand berichtte de Belgische krant De Morgen over 'een surrealistisch lek in het Brusselse museum voor Schone Kunsten'. Ik zou naar Brussel, maar kon de Rogier van der Weijden-tentoonstelling vergeten. Die werd onmiddellijk ontruimd.

 Oorzaak: werkzaamheden. Een ingehuurde firma had gaten geboord zonder te weten dat ze dat deed in het dak van zalen met laat‑middeleeuwse schilderijen, met bruiklenen uit het Prado, het Louvre, de National Gallery in Washington en het Metropolitan Museum in New York. De expositie is amper een maand open geweest. De schilderijen hebben geen waterschade, maar er is een verlies aan inkomsten van ongeveer 600.000 euro. Plus verzekering, vroegtijdige terugzending enzomeer.

 Waarom werden die gaten geboord? Dat was voor het nieuwe Fin‑de‑Siècle Museum in de zelfde berg, die ik komende zondag wil bezoeken. Al die musea, ook het Magritte-museum zitten diep in de Kunstberg. En er moest een zeil over de lichtschacht van het museum aangebracht worden omdat directeur Draguet die zalen nu juist wilde verduisteren.

 Dat de Kunstberg deels op instorten staat is een publiek geheim. Vandaag werden er in België kamervragen over gesteld. In 2009 waren er al grote vochtproblemen in een depot waar 842 schilderijen van oude meesters zijn opgeslagen. Begin 2012 werd een tentoonstelling over Dalí en het surrealisme op het laatste moment afgezegd. En op 1 februari 2011 besloot Draguet het Museum voor Moderne Kunst gewoonweg te sluiten omdat hij op die plaats zijn nieuwe Fin‑de‑Siècle Museum wilde inrichten, het tweede 'filiaal', na het Magritte Museum. Personeel wist vanmorgen op de radio te vertellen dat overal in de Kunstberg emmertjes staan.

Lof der mislukking

 Als je de heuvel afdaalt naar Beauvais zie je hem liggen. Wat de hoogste kathedraal ter wereld had moeten worden, mijn favoriet, de St. Pierre. Nooit voltooid. Mooier dan welke voltooide kathedraal ook.

 Ga je binnen dan loop je tegen monumentale, steeds vernieuwde stutten aan. Oorzaak: ongeremde 'hoogtedrang'. Hoe hoog je kon komen ontdekten de bouwmeesters van de dertiende eeuw door schade en schande.

 De bouw van een kathedraal duurde zeker een eeuw. Generaties werkten eraan. Op papier stond er nauwelijks iets. Luchtbogen moesten de muren steunen, maar hoe en waar? Het ging om de suggestie van een muurloos, zwevend bouwwerk. De overwinning van de geest op de materie. Opstijgen naar de hemel.

 De bouw van de St.Pierre begon in 1225. Het koor dat we nu zien werd ingewijd in 1272. Er zijn aanwijzingen dat de bouwmeesters de oorspronkelijke hoogte nog wat opvijzelden.

 Eind 1284 stortten de gewelven van het koor in. Pas in de zestiende eeuw bouwde werd er verder gebouwd. Toen kwam de klap. Men besloot een enorme toren op de viering te zetten - hoger! hoger! -  die in 1573, vier jaar na zijn voltooiing met een oorverdovende klap instortte. Wat overbleef is het lapwerk dat je nu ziet. Er zijn nog steeds voortdurend metingen nodig.

 ps. In de Tweede Wereldoorlog werd Beauvais voor tweederde door de Luftwaffe platgegooid.  De St.Pierre bleef vreemd genoeg overeind. Nu staat hij temidden van spookachtige nieuwbouw.

Milena

 De brieven (1920-1922) van Franz Kafka aan zijn grote liefde, de journaliste Milena Jesenska zijn bewaard, je kunt je er deze kerst in begraven. Van haar - ze vertaalde hem ook in het Tsjechisch - zijn er maar acht. Wie was Milena? Aan Kafka's vriend Max Brod schreef ze in 1920 onder meer:

 'Ach nee, deze hele wereld is en blijft voor hem een raadsel. Een geheimzinnig mysterie. Iets wat hij niet volbrengen kan, en wat hij met ontroerend pure naïveteit in anderen bewondert, omdat het 'vlijtig' is. Toen ik hem van mijn man vertelde, die mij honderd keer op een jaar ontrouw is, die mij en tal van andere vrouwen in een soort ban houdt, begon zijn gezicht van een zelfde ontzag te stralen als die keer, toen hij van zijn directeur sprak, die zo snel kon typen en om die reden zo'n voortreffelijk man is, en als die keer toen hij van zijn verloofde [Felice Bauer] sprak die zo 'vlijtig' was. (...)

 'Hij is absoluut niet in staat te liegen, zoals hij niet in staat is zich te bedrinken. Hij heeft nergens toevlucht of onder­dak. Daarom is hij blootgesteld aan alles waartegen wij beschermd zijn. (...) 

 Van Milena is nu een boekje met vertaalde 'columns' verschenen uit die zelfde jaren, bij uitgeverij Voetnoot, 'De weg naar eenvoud'. Max Brod vond al dat ze gebundeld moesten wor­den.

Adèle

 Op aanraden van Arnon Grunberg op kerstavond naar La vie d'Adèle. Wat er omgaat tussen twee mensen is - zolang het goed gaat - van buitenaf grotendeels on­zichtbaar. Of je moet een heel scherp oog hebben.

 Dat oog voor het kleine gebaar mist regisseur Abdellatif Kechiche. Bij hem – zoals meestal - wordt liefde pas zicht­baar als ze wankelt. Wanneer één van beiden zich niet houdt aan de stilzwijgende afspraak dat het wederzijdse elke dag, elk moment, opnieuw beves­tigd moet worden.

 Zodra een van beide partijen maar de geringste aanleiding geeft tot jaloezie is er een crisis. In de film van Kechiche komt die pas laat. Te laat. Voor die tijd ontbreekt langdurig de spanning van het 'houdt ze nog wel van me' die de film zou moeten dragen.

 Adèle en Emma krijgen vlie­gensvlug hun intense relatie - waarom juist zij, en waarom zij - die vooral wordt uitgebeeld in veel seks. Pas heel langzaam kom je er achter dat er iets wringt tussen de twee karakters, de schilderes van nogal kitscherige doeken en de kleuterjuf in spe. Wat? Meer dan dat Adèle niet overweg kan met het kunstenaarsmilieu - vreselijke mensen, zeker - kom je niet te weten.

Wiertz

 Sommige dingen kunnen niet maar gebeuren toch. Vooral in België. Als je het zo bekijkt is Antoine Wiertz (1806-1865) de meest Belgische aller schilders.

 Je kunt lachen om zijn werk, beter is het je te verdiepen in het raadsel-Wiertz. Midden in het peperdure Leopoldspark, tussen de Europese torens ligt nog altijd het atelier waar hij stierf. Sinds zijn dood museum. Dat is mogelijk omdat hij een afspraak had met de Belgische staat, die hij al zijn werken schonk op de voorwaarde dat ze daar na zijn dood, en altijd, zouden blijven. Zulks geschiedde, de koning stond er voor in.

 Wiertz, de ongrijpbare. Bij zo'n mateloosheid vergaat je het lachen. Heel het museum is een 150 jaar oud, half vergaan kerkhof, en De zelfmoord (1854) of De premature begrafenis (1854) zijn meer dan bittere grappen. Op buitensporige grote doeken regent het vallende engelen. 

 Wat bedoelde de veel bespotte Wiertz? Een doek als de Lezeres van romans (1853) vertelt dat het lezen van romans in die jaren nog als een gevaarlijke bezigheid werd gezien. Maar geeft ook een indicatie van zijn ironie. De duivel schuift de lezeres romans toe. Een ervan is ‘Antony’ van Alexandre Dumas, een melodrama vol overspel. Wiertz, een Belgische surrealist avant la lettre.

Tags: 

Nog één keer: radio

 Je begint met het huis in te richten, wat altijd een zolderkamer blijft. Een microfoon, een kop­telefoon, een schemerlampje.

 Op de koptelefoon hoor je wat je doet, wat je uitzendt. Of je microfoon-afstand goed is, of je zachter kunt. Hoe zachter hoe beter een stem. Op de radio kun je zuchten. Zodra ik een microfoon zie en de druk van een koptelefoon voel komt er een ongekende rust over me. Die zal ik missen. De klok staat voor mijn neus, maar ik kijk er niet op.

 Bij de televisie richten anderen je huis in. Men leest er tekst van autocues, ontstaan tij­dens 'voorgesprekken' door producers. Iets onver­wachts gebeurt er zelden, behalve bij enkelingen als Wim Brands, die radio maakt op de televisie. Onder vier oren. Hij vindt zelfs wat voorzichtige navolging.

 Er is één woord dat alle anderen voortdurend gebruiken, mijn woord van 2013: 'aanschuiven'. Wij leven in een aanschuifcultuur

Pagina's