Sirenen

 Vogel, mens of vis? Jorge Luis Borges beschrijft in zijn Boek van de denkbeeldige wezens (1947) de evolutie van de fabelvrouw.

 Haar dierlijkheid verschuift van het vogelachtige - vogels zingen - naar het onderlijf - dat je eerst niet ziet, het zit onder het wateroppervlak - waar de zeeman zijn teleurstelling wacht. Van vrouwvogel met scherpe snavel naar vrouwvis die je altijd ontglipt.

 Borges gaat er verder niet op in. Ook niet op Hans Christian Andersen, die als eerste de tragiek van de hybride vrouw zag. En er een twijfelachtig plezier aan beleefde. 

 Een metamorfose die iets zegt over een veranderend vrouwbeeld? In het twaalfde boek van de Odyssee staat al meteen de hard­nek­kigste mythe: 'Wij weten alles' zeggen de Sirenen. Om Odyseus te verleiden bieden ze hem 'de kennis van alle dingen van de wereld' aan. Het blijft me een raadsel. Stel je voor, een mooie vrouw die prachtig zingt en je juist dat aan­biedt? Odysseus voelt nattigheid, die zang wil hij graag horen, maar dit? Vreemd aanbod. Tijd voor een list.

 Bij de nu voorbije Zeemeerminnen-tentoonstelling in Teylers hoort een sterke catalogus.

Tags: 

Now Japan (2)

 Een arbeider in een witte overall wijst met z'n vinger. Naar de schuldigen. Zo begint Now Japan. Heel on-Japans.

 Waar de keizer god is en oorlogsmisdaden in zijn naam begaan nog steeds in de geschiedenisboekjes ontbreken. Tokio werd steeds weer door aardbevingen verwoest. Die vergankelijkheid zie je in de kunst. Lichte materialen, lichte tinten, hout, papier. 't Is zo weer weg. En bij die kwetsbaarheid een grote bewustheid van het leven met bergen en bomen, water, licht, schaduw, echo's van het oneindige. Kei Takemura gebruikt geen vervuilende olieverf maar zijden draad.

 Tokio, een schone stad. Was het, tot Fukushima, 11 maart 2011 kwart voor drie 's middags. En dat in het land met een Hirosh­ima en Nagas­aki-trauma. Wie gelooft nog in autoriteiten, natuurlijk herstel en de 8 miljoen goden van de natuur?

 Mai Yamashita en Naoto Kobayashi werken in Berlijn, als velen. In een wereld die van rituelen aan elkaar hangt maken zij '1000 waves' de golven van de zee die genummerd aanrollen'. Eerder deden ze 'Candy', een bal snoep zo groot als een voet­bal, waaraan ze dagelijks likten, een half­jaar lang. Of jogden een onein­digheidsteken in gras tot daar een pad was uitgesleten. O rituelen!

 Morgen in de Avonden meer over Now Japan.

Tags: 

Now Japan (1)

 Hoe verder na Fukushima? In de Amersfoortse Kunsthal KAdE lijkt Japan losgeschud, kunstenaars voorop. Eindeloos bleef ik kijken naar de dubbelfilm met passagiers in een rijdende trein, waarvan er eentje eerst in slaap valt en dan in gesprek raakt met een innerlijke stem.

 ‘Waar ben ik,’ vraagt hij. ‘Je droomt dat je in de trein zit, ergens heen.' Geleid­elijk dringt de afschuwelijke werkelijkheid tot hem door: 'Dit. Dag in dag uit, elke dag weer'. Zo is het. En hij stort zich in wanhoop op de treinvloer. Geen van z'n medepassagiers vertrekt een spier. Zo is Japan, zo was Japan. Deze reiziger staat voor een ontwaken.

 Een zelfde verzet tegen braaf burgergedrag vind je in 'Galaxy wash' (een afwasmachine), waarin de roemruchte Japanse hygiëne onderuit gaat. De afwas wordt gedaan en de camera bevindt zich onderin het afwaswater, zodat je afwassende handen ziet van onderaf die eerst vaatwerk afboenen, maar daarna, al gekker en gekker, worden een aardappel, een winterpeen, en een complete geplukte kip zorgvuldig met een schuursponsje behandeld, dan een fotoboek over Amerika en opeens zwemt er een levende vis in het sop. Waarna je het hele zooitje ziet desintegrer­en. Als protest tegen gehoorzaamheid zulke vormen aan­neemt is Japan Japan niet meer.

 De leer was dat alles zich vanzelf steeds weer vernieuwt, dat de traditie redt, maar na Fukushima helpen traditie, orde, regelmaat en gezag niet meer. Ga het zien in KAdE..

 

Kostverlorenkade

 Wie kans ziet moet naar het Schepenhuis in Mechelen, om de Rik Wouters (1882‑1916) tentoonstelling te zien. Zoveel schilderdrift binnen zo'n kort leven.

 Tot zijn dood ‑ aan de Derde Kostverlorenkade 73 ‑ in Amsterdam. Waar hij in het Prinsengracht-ziekenhuis nog één keer vergeefs geopereerd werd aan oogkanker en voor hij wegzakte in chloroform de artsen liet beloven dat hij ze zou mogen schilderen, zoals ze daar om z'n bed stonden. Als een anatomische les?

 In 1914 overleefde hij als dienstplichtige de zware beschieting en inname van Luik. Daarna werden alle Belgische militairen die naar Nederland vluchtten geïnterneerd in grote, miserabele kampen, hij in Zeist, want wij waren strikt neutraal, dat moesten de Duitsers weten.

 Rik kwam als zieke tenslotte met z'n vrouw en model Nel in Amsterdam terecht. Waar hij bleef schilderen tot het eind. Ik lees brieven, als deze, uit het kamp Zeist, van 12 november 1914: 'Allerliefste Nel, Uw brief van gisteravond kwam juist op tijd. Ik was toch zo triest. Dat kwam zeker door het slechte weer en door mijn koppijn waar ik erg van afzie. Kunt gij voor mij ietske kopen bij de apotheker en het mij opsturen. Als we op rapport bij de dokter gaan, moeten we eerst minstens twee uur wachten in weer en wind en ge weet dat ik daar grote zeer van krijg.. (...) Vele kuskes voor u, Rik'  

Tags: 

Kehlmanns hypnose

 Op pagina 264 aangekomen heb ik me steeds verder in de nesten gewerkt. Net als de schrijver. Komt hij ooit nog los uit het kluwen waarin hij zichzelf en zijn personages heeft verstrikt? De naam Houdini is al gevallen.

 Weg met de psychologische roman, is mijn wens. Nooit meer - om met Ischa Meijer te spreken - 'pappie, mammie hoe was het vroeger thuis'. Kehlmann is Freud voorbij, maar waar komt hij uit, in zijn nieuwe roman 'F'? Met een onzichtbare vader en drie zonen, de een al verwarder en onbetrouwbaarder dan de ander? Bij de katholieke kerk, bij een zwendelaar en nu zoon Eric, de kunsthandelaar die uit eten gaat met de meester-hypnotiseur wiens voorstelling het boek aan het rollen bracht. De lezer vermoedt dat ze daar alle vier iets van hebben opgelopen. Hypnose, goochelen, aan de grens van toveren, daarover ging Kehlmanns benauwende debuut Beerholms Vorstellung ook al. Kan een hypnotiseur mensen tot iets brengen dat ze niet willen, vraagt Eric?

 'Hij haalde zijn schouders op. Onder ons gezegd, wat betekende dat eigenlijk, iets willen of niet. Wie weet eigenlijk wat hij wil, wie is met zichzelf in het reine? Men wil zo veel, en elk moment weer wat anders. Natuurlijk zeg je aan het begin tegen de toeschouwers dat niemand tot iets gebracht kan worden wat hij niet wil, maar de waarheid is: iedereen is tot alles in staat. De mens staat open, is een chaos zonder grenzen of vaste vorm. Hij keek om zich heen. Waarom in 's hemelsnaam deed die taart er zo lang over. Die hoefde toch niet eerst gebakken te worden.'

Amsterdam Drawing

 Echt tekenen doen er niet zo veel, zei Emo Verkerk, die nieuwe tekeningen heeft hangen in het bouwsel op het NDSM-terrein waar het vanmiddag opende.

 Wat doen ze dan? Er wordt nogal gepoetst. Maar toch niet door Marcel van Eeden, Jantien Jongsma in haar panoramische stads­gezichten of Jakub Ferri met z'n eigentijdse discarding imag­es. 

 Emo is een lezer. Hij tekent veel schrijvers. Nu kwam ik weer een heel raadselachtige Joseph Roth tegen (hij raakt niet uitgetekend op Roth), Nietzsche was er, Edgar Allan Poe.

 We ontmoetten elkaar ooit omdat we allebei Gerard Reve ken­den. Toen ik eens op het Waterlooplein dump-legertentjes voor Gerard had gekocht bracht Emo die naar het Geheime Landgoed in Frankrijk. En nu zijn er portretten te zien van de meester-meubelmaker Paul Beckman met wie Gerard en Joop in Schiedam bevriend waren en die kortgeleden overleed. Zo teken je een meubelmaker.

 Tekenen en schrijven liggen dicht bij elkaar. Een pen of een potlood is al wat je nodig hebt. En dan, een denkwereld en wat in beide dis­ciplines heet 'een handschrift'.

Wereldoog (2)

 'Das ewige Weltauge' is een begrip van de filosoof Schopenhauer, de grote pessimist, vertelt Philip Akkerman terwijl we rondgaan langs zijn tentoonstelling in de Amste­rdamse galerie Torch. Met hem voelt hij zich verwant.

 'Schopenhauer? Je lijkt Gerard Reve wel,' zeg ik. 'Daar heb ik het ook van,’ zegt Philip. ‘Een aardworm ziet een andere wereld dan ik. Allebei sterven we, maar het Wereldoog blijft zien, tot in aller eeuwigheid. Buiten het oog heerst duisternis. Maar wat het ziet, de tastbare, werkel­ijke wereld zullen we nooit weten.’

 In ons gesprek, dat vrijdag te horen is in de Avonden komt zijn beduchtheid voor woorden naar voren. Philip herschrijft de Bij­bel: "Er zou moeten staan 'In den beginne was het oog.' Woor­den kwamen lang na het kijken, en ze zijn zo onzuiver.' Vandaar ook zijn voorliefde voor de pessimist Schopenhauer.

 Probeert hij dan al schil­derend in de buurt van het Weltauge te komen? Natuurlijk is dat z'n streven. Philip Akkerman heeft sinds 1981 eerst zijn onderwerp versmald tot het zelfportret, en nu, duizenden portretten later is hij bij het vitaalste onderdeel aangeland: het oog.

 Vrijdag vertelt hij hoe zo'n schijnbare versma­lling in werkelijkheid een bevrijding kan betekenen. Is het een boos oog? Een argwanend oog? Nee, het is het oog van een schilder die even opkijkt van z'n werk.

 

Tags: 

Diva's

 Onder de 40.000 glasnegatieven in het Archief Merkelbach zijn veel vrouwenportretten. De studio was een vast adres voor danseressen, actrices van film en toneel.

 Er zijn er ook die niet beroemd waren, maar zich toch lieten fotograferen als sterren. In het boek Fotostudio Merkel 1913-1969 is een hoofdstuk aan ze gewijd. Wie waren zij? Je krijgt de indruk dat ze eerst exclusieve kleren lieten maken bij modehuizen als Hirsch & Cie en daarna naar de boudoirs van Jacob Merkelbach togen. Wie hun kleren bekostigde weet je niet. Voor wie hun foto's bestemd waren kun je ook alleen maar raden. De - toen nog onbekende - spionne Mata Hari was één van hen.

 Nog steeds zijn er genoeg kennelijk vermogende vrouwen die geld uitgeven aan couture. Maar ze gaan bij mijn weten niet meer naar fotografen als Jacob Merkelbach, die je in deze tijd eerder stylist zou noemen. Als je zijn werk met de niet naamloze (de rekening bleef bewaard) maar wel onbekende mevrouw Brandes uit 1919 ziet hoor je zijn stem, die dingen zegt als 'dat 'n pietsje schele kunt u juist benadrukken..' of 'er mag gerust wat doorheen schemeren mevrouw, zo wilde u het toch?'

 ps. Het achterdoek schilderde hij bij op de glasplaat.. Toch bleef de opname onaf.

Tags: 

Arnon leest Heine

 Toen ik vrijdag Studio Desmet binnenkwam zat daar Arnon Grunberg met veel plezier een vertaalde tekst van Heinrich Heine voor te lezen, geregisseerd door Annette den Heijer. Ze bleken bezig met hoofdstuk 9 uit de Memoiren (1854). Het wordt een luisterboek. Dit is wat ik hoorde: 

 'Ook in de liefde is er, net zoals in de rooms‑katholieke religie, een voorlopig vagevuur, waarin je eerst moet wennen aan het gebraden worden voordat je in de echte eeuwige hel terechtkomt. Hel? Mag je de liefde zo'n lelijke naam geven? Nou, als u wilt, wil ik haar ook wel met de hemel vergelijken. Helaas kun je bij de liefde nooit precies uitmaken waar ze het meest op de hel of op de hemel begint te lijken, zoals je ook niet weet of de engelen die we daar tegenkomen misschien geen verkapte duivels zijn, en de duivels daar verkapte engelen. Oprecht gezegd: wat een verschrikkelijke ziekte is de liefde voor vrouwen! Daartegen helpt geen inenting, zoals we helaas hebben gezien. Zeer verstandige en ervaren artsen adviseren een verandering van plaats en zeggen dat de afstand tot de tovenares ook de betovering verbreekt. Het principe van de homeopathie, waarbij de vrouw ons geneest van de vrouw, is misschien wel het meest probate middel.

(...)

Want het effectiefste tegengif tegen vrouwen zijn vrouwen; al betekent dat dat je de duivel met Beëlzebub uitbant, en in dat geval is het middel vaak nog erger dan de kwaal. Maar het is altijd een kans, en in troosteloze liefdestoestanden is een wisseling van inamorata beslist het raadzaamste, en ook hier zou mijn vader terecht kunnen zeggen: `Nu moet er een nieuw vaatje worden aangestoken.'

(...)

 Vandaag schrijft Arnon op zijn weblog over wat dan volgt. Zie de link. de titel luidt Harry, zoals Heine thuis genoemd werd. Er komt een cd bij met liederen van Nederlandse componisten op teksten van Heine:Heine in Holland , het luisterboek heeft als ondertitel De autobiografie van Heinrich Heine voorgelezen door Arnon Grunberg.

Le passé

 Mensen die je niet kent komen je blikveld binnen, onhoorbaar pratend achter glas, onbegrijpelijke alledaagsheden uitwisselend in auto's. Het regent in Parijs ongewoon veel, al is het zomer.

 In de hele film Le Passé van de Iraanse regisseur Asghar Farhadi schijnt niet één keer de zon. Geleidelijk merk je hoe snel je afgaat op uiterlijkheden, gebaren, bezigheden - bezigheid maakt aardig - waarin mensen even een indruk achterlaten, tot opeens het tegendeel blijkt. Dat gaat het hele verhaal door.

 Le Passé, het verleden, houdt elk van de personages in z'n greep, als in een Griekse tragedie. De aantrekkelijke vrouw van drie mannen en moeder van twee kinderen is het personage om wie het draait. Haar verliefdheden zijn natuurrampen waarvoor alles wijkt. Mnemosyne, de moeder der muzen, en die van het geheugen, heeft alle karakters in haar greep. Er zijn 'dingen gebeurd', onherstelbare. 

 Denk niet dat van de volwassenen in Le Passé wie dan ook aardig of onaardig is, gelijk heeft of ongelijk. Kinderen zijn de dupe. Totdat ook zij aan de beurt komen om iemand iets aan te doen, zoals de dochter die de liefdesmails van haar moeder aan de vrouw van een nieuwe minnaar stuurt.

Pagina's