Boom

 Graag zou ik naar het Toscaanse stadje Massa Marittima gaan, om weer langs de oude stadsbron- annex wasplaats te wandelen, met tegen de achterwand van de overkapping de onduidelijke resten van een 13de eeuws fresco. Uitzicht over de wijde omtrek.

 Maar nu lees ik dat daar na een schoonmaakbeurt in 2000 het fresco van de wasplaats aan het licht is gekomen. Het bleek een penisboom te zijn. Zoals die ook voorkomt in de 14de eeuwse Roman de la rose. Een grote boom met een groep vrouwen eronder, zoals die bij een bron komen om de was te doen. Alleen, aan de takken hangen meer dan twee dozijn penissen.

 Hoe nu? Waarom? Kunsthistorici dachten eerst aan vruchtbaarheidssymboliek - altijd het eerste waar ze mee aan komen - en daarna aan politieke propaganda. In de strijd tussen Welfen - die de macht hadden in Massa - en de Ghibellijnen. De boodschap zou zijn: als die hier de baas worden brengen ze jullie ketterij, perversie en hekserij. Zoals bekend verzamelen heksen mannelijke organen.

 Maar in de Roman de la rose wordt de boom louter gezien als een grapje. En dat zou het in Massa toch ook wel eens geweest kunnen zijn. Voor de wassende vrouwen aan de bron..

 Hoe dit zij, toen de restauratie in 2008 was voltooid bleken de fallussen verdwenen.

Beatrice

 In 2010 sprak ik Beatrice de Graaf in de Avonden over haar boek 'Theater van de Angst', over hoe terrorisme werkt: terroristen brengen in de media een voorstelling. En dan? Ik pak het er weer bij.

 Een voorstelling waarin beide partijen ‑ terroristen en hun bestrijders ‑ dingen naar de gunsten van ons, het publiek, en hun eigen achterban. George W. Bush bleek een ideale tegenpar­tij. En in zijn kiel­zog heel de Westerse wereld.

 De Nederlandse overheid krijgt complimenten voor de niet-hysterische manier waarop ze reageerde op de Molukse acties in de jaren '70. In totaal sterven hier 16 mensen, waarvan 6 terroristen, de meesten door acties van jonge Molukkers. Nu onvoorstelbaar ingrijpend. En heel veel meer dus dan na 2000. Toch ontstond er in '70 geen terrorisme‑paniek. Hoe kon dat? Terughoudend beleid, zegt Beatrice de Graaf.

 Bij de moorden op Fortuyn en Van Gogh kon geen de-escalerend beleid meer gemaakt worden.

 Wat doe je tegen radicalen die een absoluut gelijk koesteren en menen dat hun doel alle middelen heiligt? De 'War on terror' van Bush heeft averechts gewerkt. Nogeens: het effect van terreur staat of valt met onze reacties.

One milion steps

 Of hoe een dansfilm een politieke film werd. De Berlijnse regisseuse Eva Stotz zou een poëtische dansfilm opnemen in Istanboel met in de hoofdrol de fameuze Amsterdamse tapdancer Marije Nie.

 In Marijes woorden: het ritme dicteert de beweging en de beweging bepaalt de klank. One Milion Steps zou gaan over de talloze stappen die we in ons leven zetten (waarheen?). Acht dagen filmden ze, in april. Maar wat over de ritmiek van ons bewegen, de spontane dagelijkse dans in de straten van de stad ging kreeg een nieuwe dimensie toen in Istanboel de protesten tegen de sloop van het Gezi-park en de regering zich almaar uitbreidden.

 De makers - intussen weer in Berlijn - zagen in dat ze terug moesten. Weer werd een crowdfunding gestart. En midden juni draaiden ze nog zes dagen in Istanboel. Waar Marije tapdansend communiceerde met de rebellen, dwars door de ontruiming van het Taksim-plein, de opbraak in het Gezi-park heen. En o wonder, deze nieuwe stappen bleken haarfijn te passen in het concept van One Million Steps.

 Eva Stotz is in gesprek met vele buitenlandse tv-kanalen. In november zal de film voor het eerst vertoond worden.

Tags: 

Fries?

 Bestaat er een Friese schilderkunst? Een Friese identiteit? Het lijkt me een schijnprobleem. Als genoeg mensen er zo over denken is het zo.

 Thom Mercuur, stichter van Museum Belvedère denkt er zeker zo over. Voor hem is Friesland zo groot als de zeventien provinciën, discussie gesloten. De vraag wat het waard is mag ieder voor zich beantwoorden.

 Vanmiddag zag ik in Belvedère de schilderijen van Willem van Althuis, een ontdekking van Thom. Maar voor mij deed het er werkelijk niets toe of ze in de Po-vlakte gemaakt waren of in Dronrijp. Hardnekkige mist komt in waterijke gebieden veel voor, dat staat vast, en is voor schilders vaak bruikbaar. Het oogt goed en suggereert veel.

 Willem van Althuis (1926‑2005) begon laat. Een stratenmaker uit Dronrijp, die na reizen door Amerika tenslotte in Heerenveen belandde en daar schilderles nam. Wat hij maakt ligt op de grens van iets en niets. Dat sprak ook K. Schippers aan, die in 1975 een documentaire over hem maakte waarin Althuis weinig zei.

 Mistig kan net zo goed spannend en suggestief zijn als vaag en uitdrukkingloos. Dat laatste overheerst bij Willem van Althuis. Hoe hard hij soms ook probeert Mark Rothko-effecten te bereiken, zijn mist verhult dat hij niet veel te zeggen heeft en meer een poetser is dan een schilder.

Tags: 

Stilte op de radio (vervolg)

 En denk nu maar niet dat er in het heden geen Hilversumse voorschriften meer bestaan betreffende stilte op de radio.

 Technica Ans Beentjes, die vaak De Avonden uitzendt, lichtte een tipje van de sluier op over wat tegenwoordig bij NOB Audio - nu weer Ericsson -  zo mooi 'Stiltedetectie' heet. De CPR, wat betekent Centrale Play-out Radio (dat was vroeger de ECK, de Eind Controle Kamer), heeft voor elke zender een aparte 'module' met een stiltedetectie. En dan is er een noodprogramma: Als de stiltedetectie aan staat, activeert die automatisch het noodprogramma van de betreffende CPR.

 Er zijn panelen met groene en rode knoppen die oplichten in allerlei situaties. Waarbij voor de leek poëtische raadseltaal als ‘rood in 2e regel: stilte gesignaleerd’. En ‘rood knipperend = stilte-alarm’,  gevolgd door  ’zoemer en flitslicht actief, noodprogramma wordt gestart.'

 Maar waar liggen de grenzen? Daar ontstonden tenslotte de conflicten tijdens het stilte-experiment van Peter Flik en mij in 1975, toen we alleen nog ‘zacht duivengeluid’ uitzonden. Wat is in 2013 stilte en wat nog net niet?  Tenslotte volgen dus ook in dit voorschrift de ’drempelwaarden‘. Die voor alle radiozenders blijken te verschillen. Bijvoorbeeld stilte op Radio 1 is -60dBF8 gedurende 20 seconden, en ‘geluid weer terug’ als het niveau boven -41dBF8 komt gedurende 5 seconden. Voor de muziekzender radio 4 zijn iets langere pauzes toegestaan, zie ik. Hoe zacht dat is weet ik niet.  

 Er wordt op ons gelet, nog steeds.

Het huis van Edgard Tytgat

 Men zegt dat elke Belg met een baksteen in zijn maag geboren wordt. Wat beduidt dat hij eens in zijn leven een huis moet bouwen.

 Of op z'n minst kopen. Tytgat was geen uitzondering. Op deze hoogst zonderlinge foto zien we hem in de deuropening van het huis dat hij in 1924 kocht in Sint-Lambrechts-Woluwe, een randgeme­ente van Brussel die toen nog in aanbouw was.  

 Zo kwam het dat Tytgat eigenaar werd van een huis in een straat die er nog niet was en waarvan de voordeur zich tot 1927 drie meter boven de grond bevond, zodat je in die jaren alleen via de kelder aan de tuinzijde kon binnenkomen. Later werd de grond opgehoogd en nu ligt het huis aan de Terka­merenstraat en kun je door de voordeur naar binnen.

 Het is wel veranderd, Tytgat heeft er na 1927 een verdieping bovenop laten bouwen, op de plaats waar hier het puntdak is. Zo ontstond aan de achterkant, onder het platte dak, het atel­ier met de grote ramen dat op talloze van zijn schilderijen te zien is. Rechts op de foto leunt zijn vrouw Maria uit het raam.

 In de gevel is nu na de oorlog een gedenkplaat van Oscar Jesp­ers bevestigd met Edgard als schilder in kamerjas en Maria als naaktmodel erop, voor hun huis.

 ps. Ook hier het gebruik huizen met blinde zijgevels te bouwen. Die soms lang moeten wachten op buren.

Een angstige stilte

 Er is zelden zo veel over stilte gepraat. Stiltecoupé's, geluidswallen en stiltecentra moeten ons redden. Waarvan? In 1999 beschreef ik voor een Zwijgen-nummer van het tijdschrift Raster wat me als radioman overkwam met stilte, die in het vakjargon 'wit' genoemd werd - een pauze heette 'een witje'. 

 'Laatst zweeg de radio opeens. Zomaar, midden in een zin. Hoe gaat dat, in de huiskamer, in het hoofd? De stilte vult zich razendsnel in. Wat ervóór te horen was begint vreemd na te werken, neemt in het brein van de luisteraar groteske vormen aan. In de huiskamer wordt het toestel opeens tweemaal zo groot.

 Zo kunnen de woorden 'op de A2, 6 kilometer', als ze de laatste zijn voor een lange stilte, het beeld oproepen van een file die voor altijd is blijven stilstaan. IJskristallen tintelen in de oneindigheid. Er wordt een gat geschoten in je hersens. Het niets vult zich met het onzegbare. Horror vacui. Stilte is het ontbreken van geluid. Maar zo goed als je een gat in een muur kunt opmeten, zo goed is ook stilte meetbaar.

 Er staat in het omroepmuseum een machine zoals ze vroeger in alle Hilversumse Eind Controle Kamers stonden. Een automatisch schrijvend potloodje krast een langswentelende strook ruitjespapier vol, met een curve. Die curve geeft niet weer wat er op de radio is, noteert alleen dat er geluid is en hoe luid. Dat werd precies bij gehouden. Om vast te stellen of er misschien, tegen alle bedoelingen in, op bepaalde momenten stilte op de radio was geweest. En hoe lang die stilte geduurd had.

 Er was een functionaris van de Nederlandse Radio Unie die dagelijks de eindeloze stroken ruitjespapier bestudeerde. Passages waar het potloodje langer dan een halve minuut onderin de strook een streep maakte werden met een loupe bestudeerd. Vervolgens zocht de stiltecontroleur uit wie die stilte op z'n geweten had en er volgden maatregelen. Zo konden technici altijd op het te laat starten van een band of plaat betrapt worden.

 Stilte op de radio. Een gewoon mens denkt dat z’n toestel stuk is en draait ongeduldig de volumeknop open. Zodat het eerste geluid erna als een bom zijn huiskamer binnen valt. Terug in de werkelijkheid. Vreemde sensatie: gered, ik leef.'

(lees verder in Raster-online)

Frauenlob

 Noemde zich de minnezanger - er is ook muziek bewaard - Heinrich von Meissen (1260-1318). Nu ik naar Mainz ga waar hij leefde en optrad als een ware popster, en tenslotte door de vrouwen van de stad begraven werd in de Dom, wil ik meer weten. Hier passages - excuus voor de vertaling - uit zijn erotische loflied aan de maagd Maria, die zelf het woord neemt in het negende couplet:

 Ik ben de grote en uitverkoren Vrouwe

mijn wil is rijp, mijn verlangen machtig.

Want vurige liefde moet ik ontketenen

mijn liefde, een en al hartstocht, kwam nader

tot de tralies van mijn kloosterdeur.

Zijn hand streelde me, vochtig van dauw -   

o smaak van honing, door en door!

Ik at de honingraat

en dronk het schuim

kwam toen terug naar huis.

Mijn God welk een zaligheid!

Wat steekt daar voor kwaad in?

 

Ik, de wezel droeg de hermelijn

die de slang beet. Met morgendauw

spleet ik de harde steen van de vloek.

Mijn goddelijke staf, ontvorkt

verpletterde de koppen van het helse ongedierte.

Toen de palmboom van het Kruis

me zag, werd hij rood, zonder verf.

Spreek, wijze Adam, nobele vriend,

en vertel me hoe ik

een eind kon maken aan je oude vloek

ik, de Maagd, door het recht van een moeder.

 

De smid van het hoge land

joeg zijn hamer in mijn schoot

en smeedde zeven sacramenten.

Ik droeg hem die aarde en hemel draagt

en toch ben ik nog maagd.

(...)

Prinsessen

 Uit de middeleeuwse hoofse liefde zijn ons de prinsessen gebleven. In sprookjes, vaak met nu vergeten gruwelvarianten. De schilder Edgard Tytgat ‑ ik zit achter hem heen ‑ overbrugt in z'n werk de genres en de eeuwen. In het land van Breughel, Delvaux, Ensor, Tijl Uilenspiegel springt Tytgat van kermis naar sprookje en terug. Tussenbeide treden beulen, monniken en nonnen op.

 Zulke verhalen schildert hij, middeleeuws, met meerdere episoden op één doek, zoals dat van de zes prinsessen die door nonnen kaalgeschoren en gestraft worden voor hun losbandigheid.

 Bijschrift: 'omdat ze bij het herdersspel hun maagdelijkheid hebben verloren... ontneemt de koning aan de zes prinsessen het leven... god, meer genadig, maakt engelen van ze.. En kijk, bovenin zie je de zes ten hemel vliegen..'

 Bij Tytgat schemert de kermis er altijd doorheen. In zijn huis in St. Lambrechts‑Woluwe onder Brussel had hij een zorgvuldig nagebouwde en beschilderde draaimolen. En wie wil weten wat prinsessen met kermis te maken hebben hoeft maar te gaan kijken naar de reuzen‑kermisorgels van Mortier, in het Brusselse Jubelpark‑museum.

 Edgard Tytgat was erom bekend dat hij zelden zijn goede humeur verloor.

Oogstkunst

 Deze stro-kunstwerken aangetroffen, zomaar langs de weg onderaan de Elbedijk bij Wittenberge in de voormalige DDR. De boer en z'n vrouw vieren het binnenhalen van de oogst. En dat doen ze zo.

 Bij warm weer als dit is het zaak je kans te pakken en het koren zo snel  mogelijk - voor de bui - binnen te halen - ik hoorde zonet al onweer in de verte.

 Hard en snel werken dus. Hoe ik dit weet? Ik logeerde met dit soort weer eens bij m'n oom Kees, herenboer op Tholen. Die huurde in de oude tijd Belgische seizoensarbeiders voor het oogsten. En die liet hij de klok rond werken, 's avonds stonden ze nog bij olielampen op het veld. Hij liet tante Mien oliebollen voor ze bakken (vet, koolhydraten, wielren­nersdieet) en schonk er met ruime hand brandewijn (doping) bij.

 En ik? Ik was nergens voor te gebruiken. Pootjebaaide aan de Oosterscheldedijk op de plaats waar eens het veer naar de eind 16de eeuw verdronken stad Reimerswaal vertrok. Nog is er daar een 'Veerweg'. Vissers vinden nog wel eens een bot in hun netten, vertelde Kees, van het kerkhof. 

Pagina's