Wereldhoofdstad (1)

 Begin 1905, toen er nog werd gezocht naar een bouwplaats voor het Vredespaleis, richtten de natuurarts, antropoloog en pacifist Pieter Eijkman en zijn secretaris, de vrij­denker en spiritist Paul Horrix een 'Voorbereidend Bureau der Stich­ting voor Internationalisme' op. Haagser kan het niet.

 Het vredespaleis was maar het begin. Gedreven door theosofie en geloof in de wetenschap wilden ze academies en vredesbewegingen huisvesten rondom zo'n vredespaleis.

 In de duinen, op de toen 31 meter hoge Mussenberg, achter de Alexanderkazerne moest hun 'Wereld‑hoof­dstad van het Inter­nationalisme' komen. Het Nieuwe Athene, bakermat van het Internationalisme, de godsdienst van de toekomst.

 De fameuze architect Karel de Bazel maakte een ontwerp voor een achthoekige 'Vredesstad' rond het paleis en er kwam een begroting om aan Lord Carnegie, de financier, voor te leggen. Die zei nee.

 Eijkman gaf niet op maar stierf tenslotte diep teleurgesteld in 1914, 51 jaar oud.

 De ontwerpen zijn nu te zien in het Haagse Stroom in een tentoonstelling van kenner Arnold Mosselman. Met hem ga ik voor de Avonden ook op pad naar de gedroomde plek voor de Wereldhoofdstad in de duinen (nog steeds Militair terrein).

 Later meer.

Kerry James Marshall (1)

 Hoe schilder je een neger? Marshall besloot tot zwart. Niet een beetje zwart, maar helemaal zwart. Grote schilderijen in acryl. Wie in de schilderkunst maakte eerder zo'n punt van zwarte gezichten? Bij hem is het de kern.

 Heel gewone Amerikanen, af­gebeeld in huizen en tuinen, zonder uitzondering met pikzwarte gezichten. Zaterdag hoop ik het werk te zien van deze zwarte Amerikaan, oorspronke­lijk uit Alabama, nu heel klassiek, als zijn voorvaderen uit de blues, werkend in Chicago. Het is te zien in het Antwerpse MHKA.

 Zijn stijl doet soms denken aan Grandma Moses of Rousseau le Douanier, of Afrikaanse vrachtautokunst. De zwarte gezich­ten zijn een onontkoombaar politiek state­ment. Het ongewone van het zwarte gezicht. Hoe zwarter, hoe ongewoner. En hoe groter de verleiding daaruit onbewust de conclusie te trekken: anders en dus minder.

 Ik herinner me als gisteren de eerste neger - van een ambassade? - die in mijn Haagse straat voorbij kwam en de krantenfoto van Patrice Lumumba, eerste neger met een bril. Later stortte ik me in de blues en zette de wereld op z'n kop.

 Discrimineren ligt voor de hand en is volstrekt logisch. Dat is wat Marshall - die betrokken was bij Black Power en de Civil Rights beweging - laat zien. Zijn werk gaat over het zichtbaar anderszijn. En hoe huidskleur tot vandaag politiek is.

I.M.Thomas Blondeau (1978-2013)

 Pasgeleden kwamen we mekaar nog tegen in de Nes, bij het Vlaams Cultureel Centrum. Hij woonde in Amsterdam. Nu net lees ik dat hij dood is. Gestorven in Poperinge waar hij vandaan kwam.

 In 2006 nam ik hem op voor de Avonden, over zijn debuut 'eX' waarin hij zich graag en veel misdraagt, net als zijn vrienden de schilder Xander die voornamelijk naakten schildert voor de verkoop en de dwaas Franky.

 Niets helpt, de wereld is van rubber. Wat onze helden ook ondernemen, alles geeft mee.

 Wat bezielt de drie, behalve drank? Ze geloven in publiciteit. Vandaar hun kunstenaarsactie 'Estetisch Affront'. Estetisch Affront molesteert tuinkabouters overal in Vlaande­ren en Noord‑Frankr­ijk. En dan wordt het opeens menens. Ver­bazend wat de werkelijkheid in korte tijd in de levens van de drie jonge helden aanricht. Zoals nu in dat van Thomas. Ik zoek naar mijn exemplaar van 'eX' om een citaat, beklim het bed, zet er een stoel op, want de letter B staat op de boven­ste plank. Maar nee. Thomas is weg.

 Zijn laatste roman, Het West-Vlaams versierhandboek, verscheen in augustus.

Slakkenraadsel

 Waarom bevechten ridders in harnas slakken? Je ziet ze, lans in de aanslag, op talrijke plaatjes in de marge van mid­deleeuwse handschriften. Onbegrijpelijk geworden grapjes?

 De site Discarding Images diept ze op. En nu begon op het blog van het Smithsonian een geleerde discussie. Steeds die slakken! Soms zit de ridder te paard, soms komt hij te voet. Soms is de slak monsterlijk groot, over de volle pagina, soms wordt hij vertrapt. Wat voor vijand is dit? Ook de slak draagt een harnas.

 Maar dan volgen commentaren van onder meer de Nederlander Egbert Have­rkamp-Begemann op een tekening van Hans Bro­samer uit 1538 met Venus en Cupido op de rug van een reuzen­slak. De slak staat niet voor traagheid maar voor seks. In de oudheid werden hoeren al slakken genoemd. Het laat zich raden, hard van buiten, zacht van binnen. De Duitse schilder Niklas Manuel Deutsch maakte een Fries-achtig 'onderverhaal' waarin de twee Cupido's gezeten op slakken elkaar bevechten. En er is veel meer.

 Ook verzamelaar Louis Chaduc (1564-1638) wist zeker dat de slak in de oudheid een symbool van het vrouwelijke geslachtsorgaan was. Op een sieraad dat Rubens bezat kom je het in 1623 nog tegen.

 't Lijkt duidelijk. Geen ridder die daar tegenop kan.

Coco

 Komt van cocotte. Er hing ook een zekere zwoelheid om mijn lerares Frans. Haar zwarthoornen brilmontuur werd één met haar zware make-up. Mijn onvergetelijke Chanel-ervaring werd die met haar pakje.

 In het Haags Gemeentemuseum zijn nu rijen Chanel-pakjes te zien, zoals Jacky Kennedy er ook een droeg in 1963.

 Het was vier mei, Dodenherdenking. De leer­lingen werden in een driedubbele kring opgesteld in de marmeren zuile­nhal van het gymnasium met gipsafgietsels van beelden uit de oudheid. Als eersteklasser, als kleinste stond je vooraan. De plech­tigheid bestond uit beurtelings toespraken en zang met pianobegeleiding. Het duurde eindeloos.

 Ik viel flauw. Raakte weg, zomaar, tijdens de toespraak van de rector. Languit, zonder zelfs een arm uit te steken moet ik op mijn voorhoofd gevallen zijn. Wat ik me daarna herinner is de gruwelgeur van vlugzout onder m'n neus.

 Het vervolg weet ik nog in detail. De lerares Frans bracht me naar huis in haar Fiat 600. Zo dicht was ik nooit bij haar geweest. Wat rook ze! Zou het Chanel no. 5 geweest zijn? In elk geval droeg ze haar chique pakje voor deze gelegenheid. Wollige pluizige stof, licht van tint. Haar rok schoof omhoog onder het chaufferen.

 Vanmiddag leerde ik dat Coco Chanel de knie het le­lijkste lichaamsdeel van de vrouw vond. Daarom vallen haar rokken er altijd net over. Zitten in zo'n pakje is wat anders. Dat zie je in het Gemeentemuseum niet, zoals wel meer niet. Op mijn voorhoofd verrees intussen een warmbonzende buil.

Tags: 

Japi en Bavink (4)

 De passage staat in 'Mene Tekel' (1913 en 1914). Bavink, de schilder en een journalist begrijpen elkaar niet. 'Gaat u dan maar naar meneer Hoyer', heb ik gezegd, 'in de Van Woustraat, die kan u alles vertellen wat u weten wil en die spreekt als een tijdschrift. Van Woustraat 28.'

 Op dus naar Van Woustraat 28. Vanmorgen kwam ik in de dierenwinkel op de boek van de Van Woustraat en de Govert Flinckstraat, op nummer 22. Ik vroeg naar nummer 28. 'Dat bestaat niet' zei een man met uitzonderlijk heldere lichtbruine ogen. 'Waar is het voor?'

 'Het staat in een boek,' zei ik. 

 'Heel vroeger heeft het wel bestaan,' zei hij.

 Dit was nieuw voor mij. Ook van oud-bewoner van de fameuze Jan Steenzolder Willem den Ouden - schildersatelier en tref­punt in de Titaantj­estijd en nadien - kreeg ik te horen 'dan kun je lang zoeken, Van Woustraat 28 bestaat niet'. Alles in gang gezet door 'Japi en Bavink' van Ype Koopmans. Was nummer 28 een grapje van Nescio? En nu dit. 'Hoe weet u dat?'

 'Van een collega die hier vroeger werkte.' Hij wees op de toegang tot de Govert Flinckstraat. 'Die straat was er nog niet. Er was hier toen een hofje. Daar zaten die nummers.'

 En ja, op de andere hoek is het opeens nummer 32. En daar zit een Turks restaurantje. De nummers 24, 26, 28 en 30 ontbreken dus. Daarnaast de snackbar Barbarella, nu gesloten - waarboven de nummers 34 en 36 staan aangeduid.

 Op zoek naar het hofje raadpleeg ik oude kaarten. En daar, heel vaag, zie je dat er hier inderdaad een bouwsel geweest moet zijn, al voor De Pijp er kwam, achter de Zaagmolensloot, die later de Albert Cuyp werd. Zover de geschiedenis van een raadselachtig grapje.

Tags: 

Mustafa Stitou

 'Tweehoog, dat is de goede hoogte.' We keken de zijstraat in, halverwege hemel en aarde. Beneden ons liep een mevrouw met haar zoontje en een boodschappentas. Boven ons woeien de wolken. Mustafa vertelde dat hij eigenlijk alleen die eis had gehad toen hij hier kwam wonen. Tweehoog moest het zijn.

 Het was 2003, we spraken over zijn vader, die in Lelystad woonde en die hij bijna dagelijks opzocht. Naar het station liep hij altijd, toch wel een half uur. Misschien als boetedoening, toch ook om iets aan z'n conditie te doen. Z'n traditionele vader en hij dachten over alles anders. Maar nooit zou hij hem tegenspreken. Die vader is gestorven. Z'n vierde bundel, Tempel, lijkt voor hem opgericht. Maar wat een Hollandse tempel is het. Hier het gebed van de fokst­ier:

 Bespot mij niet o Heer, gesel mij

niet langer met uw hoongelach

 

ik heb mijn trots: felbegeerd

zijn mijn eigenschappen,

 

over heel het ondermaanse stroomt uit

mijn zaad, met duizenden

 

zijn mijn gedoemde nakomelingen

van hoogstaande kwaliteit nu

 

stervelingen de dieren bestieren

en u en de uwen o Heer

 

de goden zijn geruimd

Tags: 

Autofoto's (2)

 De auto heeft zo'n grote vanzelfsprekendheid bereikt dat je in romans zelden meer leest hoe mensen rijden of meerijden. Zelfs in films staat zelden iemand met pech op de vluchtstrook. De beste autothriller blijft Spielbergs Duel (1971), waarin een personenwagen geterroriseerd wordt door een massieve oplegger.

 Mijn eerste filmfile was die in de opening van Fellini's Otto e mezzo, waar Mastroianni op de ring van Rome muurvast zit en je hem tenslotte aan ballonnen ziet opstijgen uit zijn benauwd­heid, nagestaard door nog steeds beklemde medeautomobilisten. Ontzagwekkend de opluchting en bevrijding.

 Op de autofoto's van Lee Friedlander die in FOAM te zien zijn is de lijflijke auto-ervaring uit zicht. Geen gezinsauto vol zeurende kinderen, speel- en snoepgoed en overspannen ouders, als een binnen­huisje van Jan Steen. Dat moet nog eens.

 Mijn mooiste autobinnenhuisjes zag ik op de Romeinse Gianicolo, heuvel met uitzich­tspunt aan de T­iber, vlak bij het Vatic­aan. Onvergetelijk die rij zacht schommelende FIAT-jes. Bij Fried­lander geen autoseks, nauwelijks sloop ook. En weinig oog voor de voorstellingen die je alleen ziet van achter het stuur.

De vrede moe (2)

 Het sterfputje heet het in de loodgieterij. De laatste stop voor het riool. Down the drain gaat van alles, maar dode lichamen alleen in de geest. Zoals bij fotografe Diana Scherer.

 Vanmiddag met haar en dichter Menno Wigman gebogen gezeten over tekst en foto's uit hun raadselachtige boekje De vrede moe. Elk voor zich bleken ze zich verdiept te hebben in politiefoto’s van lijken uit 'Moord in Rotterdam' (1994) en foto's van de New Yorkse misdaadfotograaf Weegee.

 Diana maakte kleine, angstaanjagend levensechte poppen van de dode mannen en vrouwen op de foto's en legde die neer op een plaveisel vol plassen, in duister parkgras of zoals hier op een antieke douchevloer. En dan fotografeerde ze die taferelen. Op die laatste wordt het afvoerputje een aureool rond het hoofd van de dode. Ook Menno kende de Rotterdamse doden uit 1905-1967, schreef zelfs een gedicht waarin een dolk de hoofdpersoon werd. Zo leerden ze mekaar kennen.

 We verbaasden ons vanmiddag opnieuw over de 'poëtische glans' die ligt over deze zwartwit foto's. Griezelig, maar mooi. Hardvochtig en liefdevol tegelijk. Opwindend ook, het woordje geil kwam als vanzelf op.

 En vergeet niet: een op de drie daders heeft een liefdesver­houding of bloedband met het slachtoffer.

Knopen

 Het regende, en ik dacht aan de knopen uit de knopendoos waarmee m'n moeder me liet spelen als het regende. Er was weinig speelgoed kort na de oorlog.

 Eindeloos ging ik met m'n vingers langs de militaire knopen van mijn vader, de marineknopen van mijn oom en die van de Holland-Amerika lijn van mijn grootvader, met koperen ankertjes. Zo raakte ik aan de dood, de eeuwigheid die in knopen besloten ligt. Zo goed als in schoenendozen.

 Daarna betastte ik voorzichtig de raadselhaakjes uit het vrouwendomein.

 'Waar is dit voor?'

 Zo werd het vanzelf zes uur.

 En nu ligt hier het juist verschenen boek van en over Henk Leppink (1956-2009), die uit knopen sieraden maakte. Ze zijn te zien bij Ron Lang Art in de Konijnenstraat 16-A in Amsterdam. Aanraken mag.

Pagina's