Soldaten en psychiaters 1914‑2014 (2)

 Hoe schilder je, fotografeer je pijn? In Dr.Guislain - nog steeds deels museum, deels inrichting - zag ik vanmiddag het weinige dat aan foto's en tekeningen overbleef van de Groote Oorlog. Vaak onscherp en van afstand.

 En daarnaast - schrijnend verschil - 'oorlogsbeelden' van later. Bedacht, in scene gezet, en vaak van een grote 'heftigheid'. Er zijn niet alleen pogingen 1914-1918 uit te beelden, ook latere oorlogen. Tot en met Srebrenica. Maar pijn kun je niet zien. Wel naar binnen gekeerde blikken, niet ophoudende 'shakes' of wat oogt als doffe berusting, maar hoe zou je dat weten?

 Latere generaties hebben pijnvertoon geleerd. Met theatraal uitpuilende ogen, geheven handen. Die vooral getuigen van onmacht pijn van anderen, van vroeger uit te beelden. Zo wordt de tentoonstelling dubbel pijnlijk.

 Wie aan het front geestelijk instortte - wat de voortgang van het oorlogsbedrijf belemmerde en de troep demoraliseerde - werd geëxecuteerd. Pas na vele shellshock gevallen veranderde er iets. De schilder Rik Wouters zag als dienstplichtige gruwel, dood en hel bij Luik, waar hij de Duitse inname meemaakte en werd half gek. Hij deserteerde maar werd door vrienden tijdig teruggebracht naar zijn onderdeel. Zijn zelfportret uit die dagen? Uitdrukkingloos.

Soldaten en psychiaters 1914‑2014 (1)

 'De Oorlog' is bij ons de Tweede Wereldoorlog. In België en verderop is het De Groote Oorlog van 1914-1918, voor de slachtoffers waarvan op ieder dorpsplein een monument staat. Waarbij in deze tijd bloemen worden gelegd.

 Wat ons ook vreemd is: het begrip 'she­lls­hock'. Shell is granaat, de gevolgen van de ontploffing zijn samengevat in het psychische begrip ‘shock’. 

 Soldaten keerden terug van het front met bizar, angstig en gestoord gedrag. Eerst wist de legerleiding er geen raad mee: mankeerde ze echt iets of waren het gewoon lafaards, aanstellers of deserteurs die probeer­den van het front weg te blijven? Evacueren of terugsturen?

 Wat kun je aflezen aan vreemd gedrag? En dan, wat eraan te doen? Behandelen? Maar hoe? Kortom, er was een psychisch slagveld achter het front.

 Morgen ga ik naar 'Soldaten en psychiaters 1914‑2014' in het Gentse Museum Dr. Guislain, waar ook de lijn wordt doorgetrokken naar deze tijd. Hoe kijken we in de ziel van de ander? Hoe behandelen we het posttraumatisch stresssyndroom vandaag de dag? Is er meer begrip? En ook: hoe ondergaan verslaggevers en fotografen oorlog.

Werk

 Lidia verzorgt een rijke, zieke vrouw, maar die gaat dood. Daarna verzorgt ze haar hond, aan wie de vrouw alles heeft nagela­ten. Pas als de hond gestor­ven is komt personeel aan bod.

 Workers. De titel van het debuut van de Mexicaan José Luis Valle zegt het. Rafael maakt schoon. Maar wat je schoonmaakt wordt weer vuil. Werk, als organiserend principe in levens. Schijnbaar zinloos en volvoerd met een traagheid die grenst aan stilstand. Hoe langzaam - en zeker - kun je een urinoir schoonmaken of een kauw­gommetje van een tegelvloer verwijderen, hoe tergend traag en precies kun je 250 gram biefstuk afsnijden voor een luxe hond.

 Wat is zinlozer, het verzorgen van een vrouw of van een hond? Of het schoonmaken van Wc’s in een vestiging van Philips? Wat de zin ervan is blijkt als het er niet meer is. De afbraak van de vanzelfsprekendheid van het werk - en dus van het leven - gaat stapsgewijs. Als blijkt dat Rafael zijn pensioen niet krijgt en moet door­werken. Als blijkt dat Lidia geen deel van de erfenis krijgt en de hond moet verzorgen die alles krijgt. Dan immers moeten ze - letterlijk - zelf iets verzinnen. En o jee.

 Zeker, Rafael en Lidia waren een verhaal, maar werden door omstandigheden - de grens bij Tijuana - gescheiden. Maar waar het in deze uitzonderlijke film echt om gaat zijn de gedachteloze vanzelfsprekendheden die werk genoemd worden. Tot ze vervallen.

 Leven is iets dat je beter aan de omstandigheden kunt overlaten.

Den Haag Wereld Vredeshoofdstad (3)

 Het ging niet door. Al kwam er wel een Vredespaleis, ouderwets, foeilelijk, zeker niet naar het ontwerp van K.P.C. de Bazel en ook niet als centrum van de Wereldvredesstad zoals bedacht door hem en zijn mede-theosofen Eijkman en Horrix.

 Toch, als ik met Arnold Mosselman in het duin sta, achter de Alexanderkazerne, waar nu gebouwd wordt aan het International Criminal Court en terzijde van het TNO-gebouw dat vol zit met NATO-elektronica wordt het voorstelbaar.

 Het Duingebied tot Meijendel is nog steeds open Militair Terrein, wij kunnen niet over het prikkeldraad rond de Mussenberg, waar De Bazels Vredestempel had moeten verrijzen. Van de tuinstad met 'internationale academies' is niets gekomen dan een reusachtig luchtkas­teel. Arnolds expositie in Stroom aan de Hogewal geeft een indr­uk. 

 Tegen de wind in praten we over het duistere Haagse dat het hele project aanblies. Het vreemde contrast tussen de wereldgeest die hier vandaan - gestuurd door theosofische stralingen - de verbroedering der volkeren moest inspireren en de pagina's preciese berekeningen van personeel en gebouwen om de internationale elite te huisvesten. Die hier zou samenkomen, aangevoerd door de nieuwe electrische trein, van de schepen in Rotterdam.

 Vrede was een kwestie van geestelijke wereldgezondheid, wist natuurgenezer Eijkman. Vrijdag is het te horen in De Avonden

De eeuw van Brussel (2)

 Nog 'n voorschotje uit 'De eeuw van Brussel (1850-1914)' van Eric Min, het hoofdstuk ‘Charles Baudelaire, hoofdstadsmens op de dool’. De Parijse flaneur vluchtte in 1864 berooid naar Brussel:

 "Ik loop er helemaal doorheen en tel tweehonderdvijftig van mijn eigen spaarzame, afgemeten stappen - en als ik zo tweeduizend passen heb gezet, keer ik terug naar het Hôtel du Grand Miroir. Dat is de enige lichaamsbeweging die ik neem; ik ben nog nooit naar het Park gegaan. Aan u om te oordelen of dat geschikt is als ontspanning voor mijn lijf en mijn hoofd. De dokter van het hotel heeft mij wandelingen in de openlucht voorgeschreven."

 Plaats van handeling: de Sint‑Hubertuspassage, hartje Brussel. Aan het woord is Charles Baudelaire, de Franse dichter en kunstcriticus die zijn vrijwillige ballingschap in België doorbrengt. Drieënveertig jaar is hij nu. Zo kijkt hij ons aan op de foto: een gebeeldhouwde kop met oplichtende ogen en een verbeten trek om de mond, boven een sleetse zwarte overjas waaruit een onberispelijk witte kraag en manchetten steken - schoon linnengoed is zijn laatste luxe. Baudelaires jonge bewonderaar Georges Barral, die als een schaduw in zijn voetsporen loopt, noteert elk woord dat de grote schrijver die vrijdag 30 september 1864 uit zijn keel laat rollen. Na de lunch heeft Barral hem opgezocht in zijn hotel op nummer 28 van de Bergstraat, tussen de Grote Markt en de kathedraal. De heren zullen een wandeling maken en slaan linksaf, de Beenhouwersstraat in. Daar wijst Baudelaire zijn kapper aan.

 De Almanach du Commerce et de l'Industrie leert ons dat de man die hij zwierig zijn figaro noemt, eigenlijk C.Stumpers heet. De berooide dichter komt er almaar minder over de vloer en laat zijn lange grijze lokken over de kraag van zijn jas golven."

De eeuw van Brussel (1)

 De eeuw van Brussel, biografie van een wereldstad (1850-1914) heet het nieuwe boek van Eric Min, die eerder al een biografie van de schilder Rik Wouters schreef. Binnenkort - het verschijnt half november - praat Min in de Avonden over zijn stadsportret. Nu alvast hoe J-K.Huysmans er verbleef: 

 "Na zijn verblijf in het hotel huurt hij een gemeubileerde kamer op de Warmoesberg, vlak bij de Sint‑Hubertusgalerij. De naam van zijn hospita, weduwe Débonnaire, spaart hij op voor een personage in een volgende roman. Met het povere interieur van zijn logement kan hij weinig literairs aanvangen:

  'Gaan slapen is treurig. De kamer: een plankenvloer, vier muren met bloemetjesbehang in ruitenpatroon, een deur en een schuifraam. Als versiering een portret van wijlen koning Leopold I en zijn vrouw - zijn 'madame', zoals de Brusselaars zeggen. Op de schoorsteenmantel: een spiegel in een zwarte lijst met gouden biesjes. Op het marmeren blad ligt een afzichtelijk garnituur van rood fluweel met geborduurde schelpen. Handdoeken als lakens, en een gigantisch hoofdkussen dat tot midden het bed reikt. Je strekt je uit, en de volgende ochtend lig je zo goed als bloot op de matras, met het beddengoed opgerold onder je lijf.'

 Een wereld van verschil is het, deze Brusselse 'reis rond mijn kamer'. Geen interieur staat verder af van de opulente appartementen die Huysmans zal inrichten voor Des Esseintes, de excentrieke held van zijn roman á rebours."

 

Tags: 

Kerry James Marshall (3)

 Toch nog overrompeld door de zwarte wereld van Kerry James Marshall zoals ik die meemaakte in Antwerpen. Liefdevol en daardoor extra schrijnend neergezet. Van zwarte hoeren tot zwarte scouts.

 Geen blanke te zien in dit aangrijpende mengsel van hoop en wanhoop. Maar binnen de blanke cul­tuur zijn de zwarten alom aanwezig. Hun gevoel voor stijl en kleding, hun swingende manier van lopen en praten is overal. Het theatrale van zwarte cultuur is de blanke wereld rondgegaan.

 Tegelijk zie je bij Marshall de Lost boys, waarvan zijn broer die zeven jaar gevangenis kreeg er eentje is, een getraumatiseerde generatie van toekomstloze jonge zwarten die leven in gangs, werkloos, analfabeet. En hoe wanhopig zijn de housing projecten die hoopvol beginnen en eindigen in verloedering.

 Als je dat weet krijgt zwarte glamour, als strohalm, een andere glans. Hoe ontkom je aan de goot? Uitblinken in muziek, sport? Of anders een eigen kerkje beginnen, dealen of pros­titutie? Kerry James Marshall dompelt je erin onder. Laat het je zien, van alle kanten.

 Morgen in de Avonden meer.

 

Herostratos

Afgelopen vrijdag vertelden fotografe Diana Scherer en dichter Menno Wigman in de Avonden over hun bundel De vrede moe. Wat niet in de uitzending kwam was Menno’s portret van de klassieke held Herostratos, die de tempel van jachtgodin Diana in brand stak om zo de onsterfelijkheid te verwerven.

 Helaas, de rechter had hem door, veroordeelde hem niet alleen ter dood maar verbood zijn naam ooit nog in het openbaar te noemen. Geschiedschrijver Theopompus vond zijn verhaal later zo bijzonder dat hij het boekstaafde, en zo kennen wij zijn naam. Veel misdaden, zegt Menno zijn gepleegd om de roem. Zijn ode aan Herostratos:  

 

 Er tikken pissebedden in mijn hoofd.

Ze naaien mijn gedachten op.

Ik denk al dagen aan een daad, zo groot,

zo hevig en dramatisch dat mijn naam   

in alle kranten komt te staan.                                    

 

Napoleon, las ik, was kleurenblind

en bloed was voor hem groen als gras.

En Nero, die bijziend was, hield het spel

in zijn arena bij door een smaragd.                        

 

Nu even stilstaan. Moet je horen: ik

ga straks de straat op, ik besta het, schiet    

me leeg en verf de feeststad groen.       

 

En nog voor het eind van het festijn

zal ik de grootste zoekterm zijn.

           

 

Kerry James Marshall (2)

 Morgen naar het M HKA in Antwerpen voor 'Paintings and other stuff' van Kerry James Marshall (1955, Birmingham, Alabama).

 Marshall maakt de Amerikaanse zwarten heel letterlijk 'zichtbaar', zoals ook Ralph Ellison met zijn klassieke roman Invisible man deed. Over de zwarte man die zijn blanke medemensen letterlijk niet zien staan. Dat 'wegkijken' is niet verdwenen.

 Momenteel werkt hij met Luc Tuymans aan een animatiefilm. Zijn manier van vooroordelen bestrijden is tegelijk pijnlijk en geestig. De 'blanke' kunstgeschiedenis pakt hij aan met bijvoorbeeld dit Nude (Spotlight)', een persiflage op de Venus van Urbino van Titi­aan en de Olympia van Manet: een zeer zwarte schoonheid - zwarter kan niet - in een doodgewone slaapkamer, maar wel in het spotlight.

 Nog meer tongue in cheek zit in 'The Dailies', een serie tekeningen op vergeeld papier met stripachtige verhalen. Marshall was in zijn kindertijd een enorme comicsverzamelaar.

 Zo vertelt hij stripgewijs van de realiteit binnen de zwarte gemeenschap. Verwaarloosde stadscentra, spanningen tussen blank en zwart, tussen man en vrouw.

Wereldhoofdstad (2)

 Vanmiddag met Arnold Mosselman onze beklimming van de Mussen­berg voorbereid. Het beoogde centrum van de Wereldhoofdstad van het Internationalisme, bedacht door Eijkman en Horrix in 1905.

 En ontworpen in een theosofische achthoek door medetheosoof K.P.C.de Bazel. De Theosofie, die het beste van de wereldgods­diensten in zich verenigt.

 Bovenop de Mussenberg kwam een Vredes­tem­pel. Met uitzicht op zee en van alle kanten goed zicht­baar. Daaromheen strekte de Wereldhoofdstad zich uit vanaf de Huber­tusheuvel bij de Witte Brug tot ten noordoosten van Meijendel. De Mussenberg leek ideaal. Onderaan reed al de eerste elektrische spoorweg van Nederland - het Hofpleintreintje van Scheveningen naar Rotter­dam, waar de delegaties aan boord van de schepen konden.

 Uomo universale Eijkman, runde ook een ‘Physiatrische Inrichting’, (de luxueuze privékliniek ‘Natura Sanat’) waar hij o.a. de natuurgeneeskunde bedreef. Hij wilde het begrip tussen de volkeren op een medisch gefundeerde manier bevorderen. Schone Kunsten, Pedagogie, Hygiëne en Economie zouden samengaan in de academies, te bouwen rond het toekomstige Vredespal­eis. Plus een proefstad voor arbeiders die leefden volgens zijn inzichten. Bij de Wittebrug dacht hij een theater waar voortdurend opera's van Wagner werden uitgevoerd

 Waarom Den Haag? Er woonden rustige mensen, ver van de maalstroom van de wereldpolitiek, anders dan de licht ontvlambare bewoners van Parijs en Brussel. Omdat ze een obscure taal spraken, kon het Esperanto als omgangstaal worden geïntroduceerd.

Pagina's