Discarding Images (2)

 Op zoek naar de verhalen achter de kantlijnplaatjes in Middeleeuwse handschriften die deze site dagelijks brengt kom ik bij de Engelse mediaevist C.S.L­ewis, schrijver van 'The Dis­carded Image'. Ze horen thuis in een samenhangende denkwereld.

 Hemel en aarde, god, mens en dier. Waarbij de dieren vaak de jokers in het kosmische spel zijn, die de mensen letterlijk voor aap zetten. Heidense motieven blij­ken onuitroeibaar, en de duivel is alomtegen­woordig. Het was Lewis' laatste boek. Ik ga de editie van 1995 bestellen.

 Wat een wereld! Hoe tegen dieren wordt aangekeken loopt van het fantastische en absurde in bestiaria tot harde feiten van de jacht.

 Zoals wij niets aannemen voor het is bewezen dacht de Middeleeuwer andersom. Die sloot niets uit. Bijgeloof en wensdenken waren realiteiten. Feeën, demonen en engelen bestonden zo goed als god bestond. 

 Noem het 'je weet nooit religie'. Lewis heeft gelijk, die is nooit verdwenen.

 En nu weer plaatjes kijken. Die waren en zijn het echte.

Daniel Kehlmann's 'F'

 Is eind deze maand in Nederland. Jeroen van Kan zal hem in de Avonden van 25 september ondervragen over zijn roman 'F' die net uit is in Duitsland.

 Er komt ook een openbaar optreden. Nog niet bekend waar. Intussen kwam 'F' bij me binnen en begon ik in het verhaal van de drie broers, waarvan jongste tweelingen zijn.

 Het is de zomer voorafgaand aan de economische crisis. De oudste, Martin, werd een katholiek priester zonder geloof en met overgewicht omdat hij altijd honger heeft. Van de jongere tweeling is de één een financieel adviseur met schulden die last heeft van benauwende visioenen vol waarschuwingen. Zijn identieke tweelingbroer is kunstkenner.

 Drie bedriegers, huichelaars en vervalsers aan de rand van de afgrond.

 De Süddeutsche Zeitung vindt het boek zeker zo goed als de bestseller Het Meten van de Wereld. In een interview in die krant wordt Kehlmann gevraagd: 'Voor welk probleem zou u een goede oplossing zijn?'

 Kehlmann: 'Die vraag kan ik niet weerstaan, ik moet hoe dan ook het meest pretentieuze antwoord geven. In het ideale geval moet de schrijver niet de oplossing zijn, maar het probleem. Hij moet niet de genezing zijn, maar de pijn. Heeft iemand eens gezegd. Maar misschien heeft ook niemand het gezegd en is het me zojuist te binnen geschoten.'

Wies

 Het verband tussen kunst en koorts is velerlei. Bij mij begint het met een Schotse plaid, diepbruin met donkerblauw, waarover dunne rode en gele ruitstrepen. Ik lag er onder als ik koorts had. Mijn eerste patroon.

 Vanmiddag in Rotterdam, bij On the Edge, een groepstentoonstelling in Garage, kwam die koorts terug.

 Bij het binnengaan van wat een heel huis leek, gemaakt van geruite stoffen, dus eigenlijk meer een tent. Of beter het ruitjesbehang van een huis, met weglating van de muren. Het bewoog terwijl ik erin rondging.

 De maakster bleek te zijn Wies Preijde (1989), nog maar net van de Haagse Koninklijke Academie. Alle stoffen en patronen ontwerpt en maakt ze zelf, zoals ze ook de stoffen architectuur ontwerpt.

 Haar bouwsel heet Tegendraads (2012). De wanden zijn gemaakt van enigszins transpar­ante, gelijmde draden. Je kijkt door je huis heen. De lijnen, kleuren en perspectieven maken dat je door een getekend, doorzichtig huis loopt.

Autofoto's (1)

 In FOAM zijn vanaf 13 september de autofoto's van de Lee Fried­lander (1934) te zien. De series America by Car en het oudere The New Cars (1964).

 Hoe zoiets alledaags en vertrouwds als de auto zo weinig doordrong in de fotograf­ie. Die vreemde, zwevende kabinetten tussen binnen buiten. Van waaruit een steeds veranderende buitenwereld gevat wordt in raamlijsten. Een auto brengt binnen en buiten samen. Zoals bij Vlaamse meesters al de stad de kamer binnenkomt..

 Rijden, maar ook parkeren. En waar?

 Friedlander gebruikte - behalve de lijsten ook de autospiegels, die - als bij Jan van Eyk - extra miniaturen kunnen leveren uit andere hoeken. Zo'n rijkdom van blikpunten! De fotograaf heeft het voor het kie­zen. Tot dolwordens toe soms. Ik weet ervan. Fotografeerde hij onder het rijden? Dat moet wel. Zelf heb ik vaak moeite. Grootse wolkenluchten, komische reclame's langs de weg, vreemde vrachtwagens.. Laat die maar eens voorbijgaan. Maar weg zijn ze, onachterhaalbaar voor altijd. Naar de eeuwige foto-jachtvelden

Naar Whitebridge

 Heet de eerste roman van de dichter Erik Lindner. Wat gebeurt er als een dichter een roman schrijft?

 Een titel als een richtingwijzer. Een reis die begint met een sneeuwstorm waar een jongen doorheen moet op weg naar zijn moeder. Whitebridge blijkt te liggen aan Loch Ness. Een ver­haal dat nooit sterft. De moeder is naar men zegt manisch-depressief en hij krijgt de opdracht op haar pillen-inname te letten, zo jong als hij is. Er is een geheimzinnige Estate, een graaf.. Niets is hier zeker.

 Dit lijken voor de hand liggende ingredi­ënten voor een roman. Maar wat je vervolgens meemaakt is hoe de dichter die stuk voor stuk demonteert en onklaar maakt.

Ceci n'est pas une pipe.

This is not a novel.

 De methode die hij volgt is die van de precisie. Je zou kunnen denken werkelijkheid. Elke werkelijkheid is romanvijandig. De werkelijkheid haat romans. Zeg gerust de dichterlijke werkelijkheid, waarin alles even belangrijk kan zijn. Waarin bijzaken en bijfiguren overstemmen wat de op plot en 'hoe moet dit aflopen' geconditioneerde lezer stiekem toch bezighoudt.

 Je weet nooit wat van belang kan zijn of niet. Zeker niet in dit Schotland, raadselland. Tot je het verlaat.

Tags: 

Bezette Stad

 Oorlogsdreiging alom, net als honderd jaar geleden. Wat zijn in godsnaam de plannen? Een bezettingsmacht in Damascus voor een jaar of tien?

 In 1914 werden de verdedigingsforten rond Antwerpen opgeblazen, de stad gebombardeerd vanuit Zeppelins en door Duitse troepen bezet. Tienduizenden vluchtelingen kwamen naar Nederland. Paul van Ostaijen en z'n beeldhouwersvriend Oscar Jespers zaten tot 1918 opgesloten in een vernielde en bezette stad. In de zomer van 1920 schreef Van Ostaijen z'n gelijknamige bundel. Jespers deed de layout, met de typografische grapjes van de Futuristen, Dada en Apollinaire bij de hand. Alleen, dit was anders, dit was oorlog.

 Dichten over oorlog levert kitsch op, behalve in een heel uitzonderlijk geval als dit. Hoe kon dat? Van Ostaijen noteerde: 'Het nihilisme van Bezette Stad cureerde mij van een oneerlijkheid die ik eerlijkheid waande en van buiten-lyrische hogeborstzetterij. Daarna werd ik een doodgewoon dichter, dat is iemand die gedichtjes maakt voor zijn plezier, zoals een duivemelker duiven houdt. Ik maak geen aanspraak op de medaille van burgerdeugd.' Rodaan Al Galadi zou het hem na kunnen zeggen.

 Maandag in de Avonden meer.

Tussenruimte

 De viering van 400 jaar grachtengordel werpt even licht in wat 'tussenruimte' wordt genoemd.

 De 'kieren van de binnenstad' zegt de uitnodiging voor rondleidingen van morgen en in september. 'Deze microruimten zijn nu nog vaak verscholen achter deuren en muren, maar bieden ruimte voor tijdelijke en nieuwe toevoegingen'. 't Was al in de Avonden. Ik ga kijken. Benieuwd, omdat ik eerder van Amsterdam­-kenster Ina Schermer leerde dat binnen de grachtengordel in de oude tijd niet alleen de grachtenpanden bewoond waren, maar dat er ook een - grotendeels verdwenen - netwerk van stegen bestond tussen die panden in. Toegangen tot duistere kelderwoningen en achterhuizen, waar de armen woonden en waar het niet pluis was.

 Het was de schrijver F.Bordewijk die daar alles van wist - hij groeide op aan het Singel - en er verhalen situeerde. Ina schreef over zijn Amsterdam: 'Langs gevelstenen, sloppen en paleizen'. Samen met haar ben ik in 2011 wezen wandelen en natuurlijk kwamen we ook in het Keizerrijk terecht (tussen Nieuwezijds en Spuistraat), waar de welgestelde Harmen sidderend wordt binnengeleid door het dienstmeisje Heintje.

 De meeste stegen, vertelde Ina, werden in de jaren '60 dichtgemetseld of afgesloten met deuren en hekwerken. Tegen junks en inbrekers. Of omdat huiseigenaren ze zich toeëigenden. En dan de namen: Turfhoksteeg, Spooksteeg, Kreupelsteeg of Rottenest..

 Maar Amsterdam staat voor niks. Er is al een open-stegenbeleid in de maak.  

 

Tags: 

Syldavisch

 Hergé kon geen Nederlands spreken, wel lezen, dat merkte ik toen bij m'n eerste bezoek aan z'n studio op de Avenue Louise m'n Kuifjestukjes voor hem op tafel lagen. Met strepen erin.

 Zijn moeder en grootmoeder spraken thuis in Etterbeek met elkaar Marols, het Brussels dialect. En het was daar, zo blijkt nu, dat de bron ligt van de taal die in zijn Oost-Europese fan­tasieland Syldavië wordt gesproken. Wapenspreuk: 'eih bennek, eih blavek', hier ben ik, hier blijf ik.

 Nu is er een wetenschappelijk doortimmerde, Syldavische gram­matica verschenen van de Engelse taalkundige Mark Rosenfelder. Waaruit blijkt dat Hergé het Syldavisch, meer dan ik ooit dacht, echt taalkundig consequent heeft ontworpen en gebruikt. De wet van Hergé revisited: als de details maar tot in de puntjes kloppen kan op de voorgrond de vreemdste slapstick gebeuren en toch geloofwaardig zijn.

 En zo is slaszeck altijd een vleessoort, szprädj een rode wijn en Czestot on klebcz betekent 'Dat is een hond'. Hoewel in de Nederlandse versie van vertaler Bob de Moor Bobbie een Foxsz is geworden. Is het Syldavisch van Hergé of van de Nederlandstalige de Moor? Of van allebei?

 Toen ik in 1971 bij Hergé was had ik hem hier natuurlijk naar moeten vragen. Je herkent toch meestal Vlaams, zegt Rosenfelder. Neem deze zin, uitgesproken door een agent: 'Güdd.. Zrädjzmo.. Zsálo endzoekhoszd..' Ik maak ervan 'Goed.. rijenmaar..' Maar Rosenfelder denkt 'tot later'. Ik prevel hardop, hoor Hergés moeder en groot­moeder. Maar nee. Wie?  

 ps. Erwin Keustermans heeft meteen het antwoord: 'Salut en de kost (betekent o.a. ik ben weg). En het eerste hoort hij als 'zetjemaar', maar dat zou Westvlaams zijn en geen Brussels..

Tags: 

Volkspaleis (1)

 De Constant Rebecqueplein. Een naam die elke Hagenaar on­heilspellend in de oren klinkt. Noem de Gaslaan erbij en ik hoef lezers van Mensje van Keulen niks te vertellen.

 Daar moet ik zijn op 7 september, in de turbinehal van de E.On Elektriciteitsfabriek voor het begin van de manifestatie het Volkspaleis, op poten gezet door de altijd weer verrassende Gale­rie West. Nooit eerder heeft het grote publiek toegang gehad tot die fabriek. Een hal van ruim 2500 m2 en een hoogte van 35 meter. Dat is andere koek dan de Amsterdamse Westergas­fabriek. En, in de E.On stinkt het nog.

 Belangrijkste deelnemer is de Amerikaanse filmmaker Reynold Reynolds, die zijn epos The Lost (Die Verlorenen) op de wanden van de fabriek zal projecteren. In de turbinehal wordt de film in zeven verschillende projecties van gemiddeld 8 meter breed vertoond.

 Het is gebaseerd op teruggevonden Duits filmmateriaal uit de jaren dertig, het verhaal van een jonge schrijver die samen met andere performers, dansers en muzikanten in een hotel in Berlijn woont. De film kon destijds niet worden afgemaakt vanwege het opkomende nazi‑regime. Reynolds heeft die film nu voltooid en aangevuld. Het lot van de kunst onder een totalitair regime, daar gaat het over. Een weerkerend onderwep.

 De film wordt in Den Haag 30 dagen lang dagelijks vertoond. Daarnaast zijn er elke avond optredens van schrijvers, muzikanten en performers. Wat iedereen doet? Dat komt nog.. Ik heb een geluidsding gemaakt. Zien hoe dat daar klinkt. Later meer.

Oorlogstreinen

 In het spoorwegmuseum staan ze te zwijgen. Niks kunnen ze meer.

 Tanks die nooit meer zullen rijden worden naar een verdwenen front vervoerd. Nog een week staan ze in de grote hal van het Spoorwegmuseum, Shermantanks op wagons, naast een Tsjechische pantsertrein die de Duitsers meteen buitmaakten.

 Trein en oorlog. Voor mij is dat de munitietrein die in september 1944 achter ons huis in Zutphen werd gebombardeerd door de Engelsen. Heel Zutphen toog volgens m'n moeder met emmertjes naar de spoordijk om bij de wrakken wat kolen te rapen uit de tender.

 En daar staat ze - in model - het Duitse reuzenkanon Dora (genoemd naar de vrouw van de hoofdingenieur van fabrikant Krupp). Haar loop sleet zo snel dat die na 48 schoten al vervangen moest worden. De Schwerer Gustav, genoemd naar Krupp zelf, ontbreekt hier. Hij reikte 47 kilometer ver, met granaten van 7 ton, bedoeld om forten te vernietigen. Heeft in z'n leven ook maar één schot gelost. Eigenlijk waren ze te log, te moeilijk verplaatsbaar, onbruikbaar, al kon de terugstoot op rails goed worden opgevangen.

  Thuisgekomen zie ik de Syrische gifgasslachtoffers en denk aan de hondenleren (honden hebben geen porien) maskers uit WOI die ik zag, Standaard militaire uitrustig in WOI en in WOII als bij afspraak van de slagvelden verdwenen..

Pagina's