Magnitogorsk revisited

 Op 19 januari bracht The voice of Russia een wonderlijk bericht: de vondst van een fragment van een 300 miljoen jaar oud tandrad, bij Vladivostok.

 Toen een inwoner van de stad zijn kachel aanmaakte vond hij tussen zijn kolen dit stukje tandwiel. Bij nader onderzoek bleek het zo'n 300 miljoen jaar oud te zijn. Even oud als de steenkool waar het in zat. En niet van natuurlijke oorsprong maar gemaakt. Door wie? Meteen werd geopperd dat het tandrad deel had uitgemaakt van een Ufo. Het bestaat namelijk ook nog uit bijna zuivere aluminium van een soort die op aarde nauwelijks voorkomt. Nu wordt er vaker in steenkool iets gevonden. Ook aluminium voorwerpen. En in 1851 in Mas­sachusetts zelfs een 500 miljoen jaar oude vaas van verzilverd zink.

 Eén vraag stelden de geleerden zich niet: als die ruimtewezens Ufo's konden bouwen, zouden ze dat dan werkelijk met zulke primitieve onderdelen hebben gedaan als tandwielen?

 Als de tekenen niet bedriegen wijzen ze niet op wetenschap, maar - zoals veel in Rusland - op literatuur. Denk aan W.F.Hermans. In zijn verhaal Naar Magnitogorsk blijkt zich in die Russische stad een enorme magneet te bevinden, nog in opdracht van Stalin gebouwd om Westerse radar‑ en zendapparatuur te storen. Maar hij werkte niet en Stalin liet de uitvinder executeren door zijn eigen magneet. Hij moest een stalen knikker inslikken, de stroom werd ingeschakeld en de kogel vloog van zijn maag door naar zijn hoofd en 'brak te voorschijn uit zijnen schedel en sloeg tegen de magneet met een knal die aan zijn dood geen twijfel liet.'

Tags: 

Honger

 Heb ik nooit gehad, wat vreemd is in een tijd dat kranten vol staan met recepten. Ik ken ook weinig getuigenissen van echte honger.

 Eens las ik over de 'dirt eaters' in Louisiana, Alabama, Misis­sippi, crisistijd. Dirt is grond. Het waren mensen die grond aten om tenminste iets in hun maag te hebben.

 Nu, in het verslag van de vroege jaren van de schilder Rik Wouters en zijn kameraden kom ik iets ervan weer tegen. Ook Wouters heeft met kiezelstenen in zijn mond rondgelopen. Geen geld, lege maag. En dan moeten bedelen. Riks vrouw en model Nel kon het.

 'Grote miserie' aan de Stationstraat 26 in Watermaal, het is 1905 als ze daar trouwen. Rondkomen lukt niet en al na twee weken moeten ze bij de nurkse - ook al arme - vader Wouters in Mechelen intrekken. Lastig, want Nel is nogal ongedurig: 'Liever alle miserie van de wereld dan mij nog verder op mijn kap laten zitten door die vuile bourgeois van een vader van hem. Ik zal hem eens laten zien dat een stuk model uit de goot sterk genoeg is om de carrière van een schilder te begrijpen en vooruit te helpen...'.

 Terug naar Brussel dus, kome wat komt. Nel schrijft haar vriendin Mitje om geld: 'Eindelijk zijn we terug in Brussel maar in wat voor miserie. Ik ben bij mijn moeder en Henry (Rik) bij een vriend. We zijn het afgetrapt na een grote ambras met de vader en we hadden nog juist genoeg geld voor de trein. Ondertussen werkt hij maar en krijgt hij geen geld om te leven. Maar bon, gods wil geschiede..

 En nu over zaken: ge zoudt bij de vader van Henry moeten gaan om hem betaling te vragen van wat ik u nog moet plus de rok van 3,25 frank. Maak hem een klein rekeningske, inkaseer en stuur mij dan die 3,25 frank. Het is toch voor brood en boter voor Henry...'.

 'Inwonen'. Een woord, een wereld.

Tags: 

Lezen

 'Kun je lezen?' vraag ik soms aan schrijvers. Daar ben ik nieuwsgierig naar omdat ik het zelf slecht kan. Niet vaak kom ik zo dicht bij de letters dat ik erin kan opgaan zonder dat er iets tussen komt.

 Voor velen spreekt lezen vanzelf. Niet bijvoorbeeld voor Lydia Davis. In haar verzameling 'Examples of confusion' beschrijft ze het zo:

 'Ik lees een zin van een zekere dichter terwijl ik mijn worteltje eet. Dan, hoewel ik weet dat ik het gelezen heb, hoewel ik weet dat mijn ogen er langs zijn gegaan en ik de woorden in mijn oren heb gehoord, weet ik zeker dat ik het niet echt gelezen heb. Misschien bedoel ik begrepen heb. Maar misschien bedoel ik geconsumeerd heb: ik heb het niet geconsumeerd omdat ik al een worteltje aan het eten was. Het worteltje was óók een regel.'

 De geest gaat ongedachte wegen, zoals ook in:

 'Ik rij door de regen, zie een verfrommeld bruin ding voor me, midden op de weg liggen. Ik denk dat het een dier is. Ik voel verdriet, net als voor alle dieren die ik op en langs de weg heb zien liggen. Dichterbij gekomen zie ik dat het geen dier is maar een papieren zak. Dan is er een moment dat mijn verdriet van zonet er nog is, samen met de papieren zak, zodat het lijkt of ik verdriet voel voor de papieren zak.'    

Tags: 

Next step!

 Je kunt de wereld aan elkaar dansen. En jezelf erbij. Dat is de sensatie die het tapdansen van Marije Nie bij mij teweeg brengt.

 En van dat uniek fenomeen komt een film, ze danst zichzelf en de wereld in One Million Steps. Fictie, muziek‑ en dansfilm in één. Wat in december begon als een op straat in Istanbul opgenomen dansfilm over de grote stad en stappen op je levenspad kreeg een onverwachte wending. Een tapdanseres – en tegelijk gecompliceerd percussioniste - blijft altijd een eenling. Een buitenbeentje in projecten met avant-garde musici of symfonie orkesten. Maar nu?

 Vanaf het begin van de opnamen besloten regisseur Eva Stotz en Marije dat de stad Istanbul hun orakel zou zijn. Geluid, beweging. Dat bracht ze naar mensen en plaatsen als Haydarpasa, het oude hoofdstation, dat een week nadat ze daar gedraaid hadden gesloten werd om een luxe hotel te worden. Naar Talarbasi, één van de monumentale arme wijken die in hoog tempo gesloopt worden.

 En toen gebeurde het. Het orakel sprak verder.. Door de protestbeweging in Gezi park tegen de sloop van wat oud en mooi is en tegen het regime Erdogan werd One Million Steps opeens ook nog een actuele politieke film. Marije mengde zich erin - lef genoeg - en danste de protesten. Zo werd One Million Steps een dansfilm en tege­lijk een 'revolutionair sprookje'.

 Marije is even hier, morgen spreek ik haar voor de Avonden. Natuurlijk zal ze ook Amsterdamse straatstenen spelen. Laatste montages. Crowdfunding blijft van harte gewenst.

Tags: 

Kaarten van de geest

 Als kind bracht ik zondagmiddagen zoek, liggend op m'n buik op een uitgespreide landkaart. En verdween, naar onbekende streken. Stijgt niet elke kaart, door z'n lettering, kleuren en ontwerp boven de werkelijkheid uit?

 Als cartomaan verzamel ik niet alleen kaarten van lang verdwenen steden en landstreken maar ook die van de geest, die in kaart willen brengen wat mensen denken.

 Zo bezit ik een wereldkaart waarop Den Haag naadloos overgaat in Parijs, en waarop Amsterdam maar een LEGO-bouwseltje is, terwijl een uitgestrekt Ons Indië met een bamboebrug verbonden is met het Bezuidenhout.

 In het Utopie-nummer van Kunstschrift schrijft Eddy de Jongh een prachtig stuk over fictieve landen waarbij tal van wegdroomkaarten zijn afgebeeld. Zoals deze, van de menselijke levensweg door Zacharias Heyns (1629), getiteld 'Weg-wyser ter salichheyt'.

 Niets minder dan de weg en wereld tussen goed en kwaad wordt hier afgebeeld met plaatsen en streken als Brassen, die Wellust, Knagende Consciëntie, Wanhope, Hoveerdicheyt, Leeg Gangers en het Slemper-Reick. Het Duyvelshuys ligt in Dat Helsche Reick in de muil van Beëlzebub.

 Ga van rechts naar links de stad uit, langs de Blindestraet, door de Wijdepoort - maar mij lijkt de Engepoort bovenin veiliger - op de weg naar het Beloofde Land linksboven. Het blijft oppassen, levenspaden lopen langs gruwelen en soms rakelings langs elkaar.

Utopia

 De toekomst zou van iedereen moeten zijn, net als de openbare ruimte. Maar als je even niet oplet heeft een groep drieste denkers en doeners - die geen tegenspraak dulden - zich er weer meester van gemaakt. En o wee!

 Op 20 september opent in de Leidse Lakenhal 'Utopia 1900-1940)' over twee kanten van de historische avant-garde die moeilijk te rijmen lijken: het expressionisme en het Russische constructivisme. 

 Het nummer van Kunstschrift dat net uit is tovert je het drama voor ogen. Het waren al te vaak kunstenaars die autoritaire regimes de hand leenden. Waarom? Omdat ook kunstenaars vaak beter weten wat goed voor je is. Utopie duldt geen tegenspraak.

 Mariëtte Haveman legt de vinger op pijnlijke gevallen. Van Bauhaus-meesters Gropius en Mies van der Rohe die ontwerpen maakten voor Hitlers Rijkspartijdagen tot de 'universele an­tidemocraat' le Cor­busier, die in 1930, na afwijzing van zijn plan om het oude centrum van Parijs te vervangen door woon­torens dat zelfde plan ijskoud nog eens instuurde naar een prijs­vraag in Moskou, en daarna nog eens naar het fas­cis­tische Vichy-regime.

 Wie de macht wil veroveren, doet dat onder het vaandel van law and order, zin­delij­kheid en netheid. Weg dus met wat slordig en ouderwets is. Denk aan de jaren '60-plannen van Den Uyl en Lammers, en hun architecten voor cityvorming in de Amsterdamse binnenstad - het slopen van alle 19de eeuwse wijken en talrijke metrol­ijnen dwars door de grachten­gordel.

 In onze tijd is het de futurist Joep van Lieshout, die in het Rotterdams havengebied experimenteert met zijn – no kidding - Slave City. Ironie? Wil hij ons een spiegel voorhouden? Spaar me. Utopie is altijd weer dezelfde spiegel, waarin je steeds hetzelfde ziet. Daarvan doordringt dit Kunstschrift je.

Tags: 

Dans op de vulkaan

 Heet de Zwolse tentoonstelling over kunst en leven in de Weimarrepubliek, gemaakt door de Akademie der Künste in Berlijn.

 Dit schilderij van Karl Hubbuch uit 1925 vat het tijdperk 1918-1933 voor je samen. Op een bank in een stationswachtkamer is een welgedane, duur geklede en geschoeide heer ingedommeld. Zijn leeggedronken bierpul ligt op de vloer, een nauwelijks aangehapte boterham ernaast. Een vloek in een tijdperk van armoede en honger, waarover een deel van de prenten gaat. Werk van grotendeels hier onbekende Duitsers, dat is bijzonder. Wat de blauwwitte kokarde op zijn revers beduidt moet ik zien op te zoeken. 

 De dienstregeling rechts aan de muur van de Deutsche Reichsbahn geeft de dienstregeling van 5 juni 1925. Erboven hangt een affiche voor pelgrimstochten tegen gereduceerde prijs, oa. naar Pompei(!).

 Maar dan is er het uitzicht op, ja wat? De stad van vertrek? Het lijkt eerder een droom. En het is de titel van het schilderij die het antwoord geeft: Auf zum Regimentstag. Het kan niet anders of hij is op weg naar een reunie met zijn oude kameraden uit de Eerste Wereldoorlog. Wat wij zien als een uit z'n voegen barstend tafereel van oorlogsvoorbereiding is voor deze dromer pure nostalgie. En blauw-wit zijn de regimentskleuren.

 

Griep

 Steeds bezig met de brieven van Willem Brakman. Deze draagt het poststempel 9-1-'00. 

 Beste Wim,

 Wat een ellende! Daar loop ik op een bospaadje wat ik graag doe. Om de circulatie wat op gang te brengen. Zoals gebruikelijk een vriendelijk woord hier, een troostend woord daar.. Tot er plotseling de een of andere dondersteen van achter een boom sprong! Voor ik mijn oude kennis (van Toepoel, de Kunst der zelfverdediging) in toepassing kon brengen (oa. de luchtige val achterover met gespreide vingers) krijg ik een lel met een soort wapenstok die er niet om loog, een harde vuist (gekleurde man?) sloeg mij zo hard in de nek dat ik nog niet links of rechts kan kijken. 

 Een klap met een vochtige stronk bracht het zo scherpe zien tot nul terug. In de lendenen, dus direct op de botten. In de maag, keiharde laarshak op het colon ascendens, waarbij het descendem niet werd overgeslagen. Plotseling - hoe verzinnen ze het - had ik een ballpoint dwars en ver achter in de keel en ongestoord plassen zag ik in de nabije toekomst ook nog niet tot de mogelijkheden. Brave lieden brachten me naar huis. Kortom, om alles in één woord uit te drukken: griep! (...)

Tags: 

In de marge van de Middeleeuwen

 Mensdieren, diermensen, al wat in dromen rondspookt, bij Jeroen Bosch rondscharrelt en wroet of vanaf kathedralen op ons neerspuwt..

 Dat is de bevolking van site Discarding images - beelden uit de marge. Heel letterlijk, vaak scabreus tot en met - waar een anonymus die kennelijk toegang heeft tot alle Europese handschriften dagelijks een prent neerzet. Uit tekstomlijstingen van vooral de 13de en 14de eeuw.

 Ik kom in de buurt van verslaving. Wie is hij of zij? Op vragen kreeg ik nog geen antwoord, maar anderen wel, in het Pools of Russisch. Spaarzaam, zoals ook de bijschriften in het Engels.

 De nieuwste, drie uur terug: 'gulzige aap eet een vis door zijn aars..' (uit de Maastricht hours, Luik 14de eeuw).  Bekijk vooral de letterlijk onderbuikse luitspeler en harpiste uit Froissart's Kronieken (Brugge ca. 1470‑1475) om te weten hoe centaurisch muziek 'eigenlijk' werkt.

 En dan het Martelaarschap van Jesaja, waarbij een slak met een geitenkop de aars van een aap likt. Betekenisloos kan dat niet zijn. Het is uit een Catalaanse bijbel van 1320. Veel dieren. Neem het konijn dat ten strijde trekt, rijdend op een leeuw (een brevier uit Metz, ca. 1302-1305). 

 Wie schenkt ons deze rijkdom? Waarom? Wat bepaalt de keus? Ik wacht geduldig af.

Gezin

 Een vrouw wil een gezin, ze trouwt een man die niet deugt maar wel miljonair wordt. Haar kinderen blijken parasitaire nietsnutten, maar haar moederhart is groot.

 De vader des huizes geeft haar in alles haar zin, jarenlang betaalt hij - zonder dat ze het weet - ook de schulden van de kinderen, totdat mevrouw na z'n pensioen in rust met hem wil gaan leven op het platteland. Waar ze overigens al een relatie met de tuinman heeft.

 Dat is de druppel. Anders dan de meeste mannen verdomt ie het langer. Op het familiefeest ter gelegenheid van hun 35-jarig huwelijk stapt hij uit z'n rol en hakt zijn knopen door. De kinderen krijgen allemaal wat geld, van de vrouw scheidt hij. Hij vertrekt. Zal een vuurtoren kopen met een moestuintje en daar de rest van zijn dagen vissend doorbre­ngen. Zegt ie..

 Ook hij is een klootzak, maar een slimm­e, die de profiteurs om hem heen al jaren doorheeft. Een verhaal met louter zelfzuchtige klieren. En, zoals de titel van de film van de Uruguese regisseur Gabriel Drak al zegt, niks is niemand zijn schuld. Morgen nog te zien op het World Cinema Festival in Rialto Amsterdam.

Pagina's