De vrede moe (1)

 Heet de bundel met foto's van de in Duitsland geboren Diana Scherer en gedichten van Menno Wigman, die vrijdag te horen zijn in de Avonden. Niks minder dan schokkend, die foto's. Je ziet vrouwen liggen, dood, in een uit­vergrote omgeving. Een reusachtige gootsteen, het afvoerputje in een enorme douchevloer. Maar ook plaveisel vol plassen regen. Politiefoto's lijken het, van slachtoffers, vrouwen zonder uitzondering. Pas na lang staren vraag je je af hoe ze gemaakt zijn. Dan ga je de gedichten van Wigman lezen. Zoals 'Dit niet':

 Zodra de avond zich had omgedraaid

voltrok zich haast een wonder in de straat.

 

Eerst stierf een ziekenwagen uit het zicht.

Toen viel een kluitje mensen uit elkaar.

 

Een jongen, kostbaar als een kever, trok

galant zijn mes uit iemands ribbenkast.

 

Zijn smalle wespenblik kreeg haast iets zachts.

Hij schreeuwde wel maar slikte alles in.

 

Toen viel de avond langzaam weer terug

in weemoed en tv, verdween het mes

 

en liep hij glansloos weg uit dit gedicht.

Een plot was er niet, laat staan muziek.

 

De dood verzint van alles, maar niet dit.

Marcel Duchamp (3)

 Vanmiddag in Boijmans overdonderd door Marcel Duchamp. De man die leefde met en tussen onmogelijkheden. Zijn liefde voor Gabrielle Buffet, die al getrouwd was met de dadaïst Fran­cis Picabia en daarbij zijn drang om kunst te maken terwijl dat - tegelijk - volgens hem onmogelijk was.

 Hij zei dat hij 'zich wilde uitdrukken'. Maar de middelen die tot zijn beschikking stonden bevielen geen van alle. Niet het beeld, evenmin het woord, dat hij begon te ontwrichten. Er ontstonden varianten van het betoog, het klad­je, wat er maar rondging in kranten en reclame. Veel daarvan is in Boijmans te zien.

Onaf­heid, woordspelingen, doorgedreven woord­spelingen zijn het gevolg. Het woordje 'ik' komt in zijn werk niet voor.

 In Rotterdam ontvouwt zich in al zijn veelvormigheid het grote werk 'De bruid ontkleed door haar vrijgezellen, zelfs', waarbij dat zelfs, 'même', woordspelig ook 'm'aime' kan betekenen. En op de zelfde manier kunnen de vrijgezellen of habitués in een café ook gelezen worden als habits tués ofwel 'gedode kleren'. Dat verklaart een kerkhof van uniformen en livreien, lege gietvormen. Het onklaar maken, tot in detail, van de mannelijkheid. En dat alles in een doos.

 Kunst, liefde, zo dat er niets van komt. Ontsnappen met behulp van juist die kunst. Zo vond Duchamp ook de schets, het kladje, uit als vorm. 

 Ga kijken

Tags: 

Alice Munro gisteren

 Hoe het eens kon zijn lees je in zo'n verhaal als To reach Japan, uit haar bundel Dear life (2012). Een dichteres komt alleen terecht op een partijtje waar ze niemand kent en niemand haar. Ze drinkt wat:

 'There was a knot of people in an archway who were important. She saw among them the host, the writer whose name and face she had known for such a long time. His conversation was loud and hectic and there seemed to be danger around him and a couple of other men, as if they would as soon fire off an insult as look at you. Their wives, she came to believe, made up the circle she had tried to crash into.

 The woman who had answered the door was not one of either group, being a writer herself. Greta saw her turn when her name was called. It was the name of a contributor to the magazine in which she herself had been published. On these grounds, might it not be possible to go and introduce herself? An equal, in spite of the coolness at the door? But now the woman had her head lolling on the shoulder of the man who had called her name, and they would not welcome an interruption.

 This reflection made Greta sit down, and since there were no chairs she sat on the floor. She had a thought. She thought that when she went with Peter to an engineers' party the atmosphere was pleasant though the talk was boring. That was because everybody had their importance fixed and settled at least for the time being. Here nobody was safe. Judgement might be passed behind backs, even on the known and published.'

Tags: 

Marcel Duchamp (2)

Hij besloot tot een niet-schilderij. Het werd een glazen raam, bewerkt. Titel: De bruid gestript door haar vrijgezellen, zelfs. Een project van jaren, hij begon eraan in 1912, zou eraan werken tot 1923 zonder dat het ooit afkwam.

 Opschorting werd een vorm. Het glasraam was 'glazen opschorting'. Maar nog te veel beeld, vond hij. Hij keerde zich tegen het subjectieve van impressionisme en expressionisme. Daarom moest het verhaal van de bruid en de vrijgezellen een machine zijn: 'Ik zocht een manier om mezelf uit te drukken zonder schilder te zijn, zonder schrijver te zijn.'

 Als kind wilde hij al onzichtbaar wezen. Er niet zijn en toch wel. Waarheen voerde deze weg? Het doodlopen werd een doel op zichzelf, talloos de varianten, het opschorten, uitstellen, je verstoppen.

 Lange tijd dacht men dat hij het opgegeven had en alleen nog schaak speelde, maar nee. In het geheim maakte hij een raadselachtige attractie, die nu in Philadelphia staat: 'Gegeven: 1. de waterval, 2. het gaslicht'.  Een kijkdoos ter grootte van een kamer, met een muur erin, een waterval, een landschap en een naakt met gespreide benen, gegoten naar het lijf van zijn laatste geliefde. Een stevig vergrendelde poort. Twee kijkgaatjes, dat wel. Maar zodra je wegloopt bestaat het niet meer.

Tags: 

Gloria

 Waarom de Chileense film Gloria - een gescheiden vrouw van rond de vijftig probeert in de singles-wereld overeind te blijven, ex en kinderen blijven uit haar buurt - waarom die film zo bejubeld wordt ontgaat me.

 Is het omdat Gloria alleen staat? Alleen dat? Aan geld ontbreekt het haar niet, ze is redelijk gezond, ook zijn er genoeg mannen in haar geïnteresseerd. Zoals Rodolfo, die na een bestaan als vader in een problematisch gezin eindelijk iets van z'n eigen leven wil maken. Lastig genoeg, want dat gezin hangt aan hem.

 Wanneer Gloria en hij een aardige relatie ontwikkelen komen onverwachte trekjes boven, bij onze heldin.

 Als ze haar nieuwe liefde meeneemt naar een familie-avon­dje met haar kinderen en ex doet ze geen enkele moeite om hem bij ze te introduceren, hem als nieuwkomer op z'n gemak te stellen. Met als gevolg dat hij zich zo buitengesloten voelt dat hij de benen neemt. En wat? Inplaats dat Gloria dat begrijpt wordt ze woedend op hem!

 Dan gebeurt het omgekeerde. Als Rodolfo zware problemen krijgt met wat z'n gezin was wil ze daar niks over horen, en eist wederom alle aan­dacht voor zichzelf op. 'Durven kiezen voor je eigen geluk' heet dat, geloof ik. En denk, anders dan de krantenschrijvers, 'wat een zelfzuchtig kreng’. Goed geacteerd kreng, dat wel.

Marcel Duchamp (1)

 Marcel Duchamp, kunstenaar - knutselaar is de mooie titel van de tentoonstelling in Boijmans die zaterdag opent. Waar ligt de oorsprong van wat Marcel Duchamp (1887-1968) ons naliet?

 Het fietswiel op het krukje, het gesigneerde urinoir. Zijn ze ontstaan uit pure dwarse malligheid? Of hebben ze een diepere betekenis? Inrichter Bert Jansen vond verwijzingen door terug te gaan naar de bron. Veel van Duchamps werken blijken nauwkeurige constructies, vol referenties aan persoonlijke ervaringen, gebeurtenissen en personen uit zijn leven.

 Jansen ontdekte ze door letterlijk in de voetsporen van Duchamp te treden. Door in zijn Normandische dorp te gaan logeren, in zijn kamer te gaan zitten en de etalage van de bakker bij wie hij woonde te bekijken.

 Humor en - cryptische - woordspelletjes blijken belangrijk. Er zijn komisch bedoelde tekeningen te zien. In 1919 tekende hij, de bekende snor en baard op een ansicht van de Mona Lisa, schreef eronder L.H.O.O.Q. en legde uit dat dat 'Elle a chaud au cul' (= Zij is heet aan de kont) betekende. Waarom? Hij vond kunst te duur en te elitair geworden, zei hij. Later maakte hij nog een ready‑made van de Mona Lisa. V­eranderde er niets aan, maar schreef er ditmaal onder 'Rasée' (=geschoren).

 Grappig? Betekenisvol? Hij was eerste, uitvinder van de ready made. Naamgever aan een tot dan onopgemerkte alledaagse ervaring.

Tags: 

Jannie Regnerus

 Hoe schrijf je over een kind met kanker? Hoe over zijn moeder, over wat de twee doormaken en wat ze ondernemen?

 Jannie Regnerus, sprak ik het laatst in 2010, over haar 'Friese' roman De ent. Waarin een meisje uit het laatste dorp voor één keer met de bus meerijdt naar het eindpunt. Om te ontdekken dat de chauffeur - een mythische held - dan, na het opeten van zijn brood, weer terugrijdt. Met dezelfde beheersing schrijft ze dit onderwerp in haar juist verschenen 'Het lam':

'Clarissa fietst met Joris naar het ziekenhuis, hij zit achterop, op de bagagedrager, voeten in de fietstassen. Hij houdt zijn beide armen als vleugels hoog, alle vingers gespreid, alsof hij nagellak aan de lucht laat drogen. Zo snel mogelijk haasten ze zich uit de door schaduw verkilde straat, de hoek om, het zonlicht tegemoet. Boven hem strekt zich een kobaltblauwe hemel, waarin zilvermeeuwen op thermiek zweven, hun vleugels net zo stil en breeduit als Joris' armen. Ze krijten en Joris herhaalt met een hoge stem wat hij daarboven meent te horen. 'Lie-ve-jo-ris, lie-ve-jo-ris.' Hij is het centrum van de wereld. Alles spreekt tot hem.'  

Tags: 

Bohème

 Vanmiddag bij de piekfijne tentoonstelling in Mechelen vloeiden de verhalen ineen. De koppen die Rik Wouters van Nel, hemzelf en z'n vriend Edgard Tytgat maakte raakten aan de praat met Nescio's Japi en Bavink. Van de Jan Steenzolder vloog ik naar de Bezemhoek, alles tegen 1910.

 Lezend in de Wouters-biografie van Eric Min (2011) zit ik in Nescio's Buiten-Ij, waar Lien ('uil!') de jongens voordoet hoe je een vet bord afwast. Nel, 'het velours madammeke' is een levende Lien die het huis­houden, eten en drinken van de vele langskomers bestiert: 'Onze vrienden zijn zo arm als wij. Iedereen brengt iets mee: een half pakje koffie of suiker, wat thee.' Stoken doen ze van sprokkelhout uit het Zoniënwoud.

 De discussies over kunst duren vaak tot 's nachts: 'Rik zit dan op de rug van zijn stoel als op een tribune in het parlement, met zijn voeten in dikke grijze sokken op de zitting en zijn klompen eronder.' De laatste tram is al lang weg en het is twee uur lopen naar de stad. De buurt ziet ze eerst aan voor terroristen of een religieuze sekte. De gelijkenis met Nescio gaat verder: Bij het naburige Sint-Pieters Woluwe ontstaat in 1905 een kleine anarchistische kolonie die zich later verplaatst naar de Bezemhoek. En een Uitvreter is er ook, Emile De Mets, die op de canapé blijft slapen en de volgende ochtend het brood blijkt te hebben opgegeten, getuige zijn briefje 'Het heeft gesmaakt'.

 Morgen in de Avonden meer.

Rik en Nel

 Morgen naar Mechelen, naar Rik Wouters in het Schepenhuis, dat de doeken uit het Antwerpse KMSKA te leen heeft, zolang dat verbouwd wordt (tot 2017!).

 Wouters was de zoon van een Mechelse houtbewerker en meubel­maker en begon met kerven in de vaderlijke werkplaats. Ik ga zien waar dat was. Ook al omdat Rik er uit geldnood tij­delijk heeft ingewoond met Nel, zijn bruid en model. Dat liep verkeerd.

 Rik Wouters leerde het vak in de tijd dat heel de Belgische woninginrichting vol zat met ornamentiek en gipsen lofwerk.

 Ze vluchtten terug naar Brussel. En landden Bos­voorde, in het wijkje 'De Bezemhoek' aan de rand van het Zoniënwoud. Waar Rik zijn mooiste werk maakte. Bekend is het ook van de houtsneden die vriend Edgard Tytgat in 1916 als In Memoriam voor Rik maakte van de mooie dagen die Nel, Rik en hij er beleef­den. Boterham­men met platte kaas en wan­delingen naar de kapel van O.L.V. van de Welriek­ende.

 Een paar jaren zijn ze gegund, dan is het augustus 1914. Nel schrijft: "Ikzelf had nooit serieus gedacht dat het werkelijk oorlog kon worden.. In het midden van de nacht, rond twee uur 's oc­htends, wordt er gebeld en met de vuisten op de rolluiken getrommeld: 'Mijnheer Henri, vooruit!" roept de veldwachter. "Hier is uw oproepingsbevel, ge moet zo snel mogelijk vertrekken."

 Twee jaar later sterft Rik Wouters. Hij ligt in een ver­zamelgraf met 'oorlogsslachtoffers', op een klein kerkhof aan de bosrand, daar om de hoek.

Pier

 'De Scheveningse pier gaat volgende week vrijdag om 10.00 dicht. De gemeente Den Haag heeft dat besloten omdat het gebouw niet voldoet aan de eisen van de brandweer. De pier, die vorig jaar failliet ging is ernstig in verval. Kopers hebben zich nog niet aangediend. Winkeliers hebben een week om hun bedrijf leeg te halen.'

 Den Haag, stad van verdwijningen. Het Gevers-Deynootplein, het Houtrustpavil­joen, Metropole-Tuschinski, de Delflandse hoofden, het houdt nooit op. Wat stadsbeeld betekent voor je houvast in de wereld is nooit onderzocht, laat staan dat er in stadsplanning en architectuur rekening mee wordt gehouden.

 Ooit heb ik een panel van architecten onder wie Carel Weeber met stomheid geslagen door te zeggen dat wat mij betreft geen enkel gebouw ooit gesloopt mocht worden. 'Je weet niet wat je doet,' zei ik. 'Een huis, een gebouw, bestaat tegelijk ook in de geest. Als het gesloopt wordt sterft er iets in je af.'

 De dit jaar gestorven NUL-kunstenaar Henk Peeters maakte bijna kunst van de Pier, in zijn nooit gerealiseerde 'Zero op Zee' (zie zijn collage uit 1966). De Pier moest een Gesamtkunstwerk worden van 47 deelnemers. Peeters vervaardigde er objecten voor: hangende trossen met zakjes water, vitrines gevuld met zakjes water en panelen behangen met... zakjes water.

Tags: 

Pagina's