De rode loper (1)

 Thomas Rosenboom heeft meermaals te kennen gegeven geobsedeerd te zijn door roem. Met als podium in het bijzonder de pop­muziek.

 Als jongeman droomde hij zich een Mick Jagger, vertelde hij. Blinde ambitie werd een van zijn grote thema's. Dinsdag ga ik bij hem langs om te praten over zijn binnenkort te verschijnen roman De rode loper, over het leven van de reusachtige Lou uit Zevenaar, die in de jaren '70 niet verder komt dan road­manager van een lokale Arnhemse band.

 Popmuziek ontstaat en leeft voort in de diepe provincie, lang geleden al stamden wonderkinderen als Robert Johnson, Jerry Lee Lewis uit gaten als Ferriday Louisiana of Hazlehurst, Mississippi. Bij ons kwam Harry Muskee, Herman Brood of Kaz Lux van ver buiten de randstad. De ontsnapping, het snakken naar roem in de diepe provincie, daarvan heeft Rosenboom - zelf geboren in Doetinc­hem - de smaak en geuren in dit boek feilloos te pak­ken. De zwijgende tragiek van de reusachtige roadmanager, die tevoren 'test one two three' in de microfoons roept, het drumstel op het podium vastspij­kert en achteraf in het busje seks heeft met overgeschoten groupies. Tot de band ermee stopt, en hoe dan verder, terug in Zevenaar? Daarover gaat De rode loper.

 Tot ie tegen het eind van het boek de geniale ingeving krijgt die het thema van het boek met een ijzeren logica naar het hier en nu tilt. De rode loper is een erg actueel boek. Later meer.

Mark Outjers (2)

 Sprak gisteren Mark Outjers van wie de paneel-schilderijen op hout nu te zien zijn in het MMKA in Arnhem. Op de mooiste plek daar, de ronde omgang boven, het zg. Gelders balkon.

 Verhalen zijn het, maar wat hij je als regisseur geeft zijn niet meer dan vingerwijzingen. Ik kreeg hem aan de telefoon. Hij vertelde dat hij niet zozeer werkt vanuit een uniforme stijl, en dat ieder paneel z'n eigen ontstaansgeschiedenis heeft. De vorm komt - steeds opnieuw - voort uit het idee of gebeurtenis. Zo hangt er een prachtige schildering van een dode man. Het blijkt z'n vader, wiens sterven hij van nabij meemaakte, geschilderd op de ouderlijke broodplank.

 Je kijkt in een spiegelkast die kennelijk aan het voeteneind van een bed staat, maar wat er in of op dat bed gebeurt hult zich in schaduw. Er schijnt licht, maar het sluit je buiten. De deur staat op een kier, zoals veel deuren bij Outjers op een kier staan. Morgen kan ik bellen met verdere vragen.

 Maandag na 22.00 in de Avonden meer.

Tags: 

Het manifest van Saskia de Jong (2)

 Vanavond na halftien is het te horen in de Avonden, 'Geheimhouding van het gepasseerde: een oproep tot zwijgen'.

 Saskia en ik lezen er uit voor. Zij doet de solo, ik het Griekse koor. En geleidelijk wordt het ontsleuteld. Het blijkt een letterlijke 'anti‑taling' te zijn van Marinetti's Futuristisch manifest uit 1909. Dat vlammend pleidooi voor machines, lawaai en een hygiënische oorlog. Dus als er staat 'Geheimhouding van het gepasseerde' is dat Saskia's anti‑taling van 'Futuristisch Manifest': 'Wat is het tegenovergestelde van een manifest? Voor mij is dat de geheimhouding. Het tegenovergestelde van Futuristisch is Het gepasseerde. Geheimhouding van het gepasseerde is dus de anti-taling van Futuri­stisch manifest. En zo heb ik dat met dat hele ding gedaan.'

 En dan komt in haar tekst de Canta tegenover de raceauto te staan. Hilarische tegenzetten zijn het. En een parodie op het verschijnsel manifest.

 'Het schreeuwerige fascineert me.' Toch, een tegen-manifest maken is ook je stem verheffen, terwijl je het zwijgen bepleit. 'Daarom zit het Griekse koor erin. Als commentaar op mijzelf. Ik moet niet zelf ook zo'n schreeuwer worden. Ik ben natuurlijk tegen oorlog, tegen snelheid en geweld, een voorstander van de traagheid. Ik heb heus wel een mening, al probeer ik die onder het vloerkleed te moffelen.'

 Je verstopt je! 'Ja, sowieso, altijd. Ik heb me kapotgelachen tijdens schrijven, maar het voorlezen op het podium doe ik saai en ernstig. En de mensen nemen het serieus. Terwijl het volslagen nonsens is.'

Tags: 

Mark Outjers (1)

 In de reeks Gelders Balkon, die het Arnhems MMKA brengt, vanmiddag een nieuwe verrassing: de schilder Mark Outjers (1967).

 Vervloeiïngen. In schildertechniek zag ik ze maar zelden. Maar hier. Hoe een meisjes­jurkje verloopt in een planken vloer, die op zijn beurt weer overgaat in luxaflex. Hoe de nerf van een plank overgaat in een schoentje. Toch kijk je in het dagelijks leven ook zo, realiseer je je.

 Ook de lichtval in de schilderijen van Outjers is uitzonderlijk. Het glanzen van een in de was gezette vloer ontwricht een hele voorstelling. Er zijn geen voorwerpen meer waar licht op valt, er is licht waaruit voor­werpen, figuren of meubels­tuk­ken opduiken. En dan. Overal zijn patronen en motieven verwerkt, in het behang achter zelfportretten, in tegelwanden. Outjers werkt op houten panelen. En elk paneel brengt een verhaal, beter een raadsel.

 Behang, patronen, motieven? Onherroepelijk komt ook daardoor de herinnering aan het werk van Felix Vallotton.

De Vorlesebühne

 Is een gezelschapje schrijvers en per­formers rond Bernhard Christiansen en Sylvia Hubers. Zij, en wisselende gasten maken erg amusante voorstellingen uit dialogen, hoorspelletjes, korte teksten en passende muziek. Zaterdag was ik gast, en hoorde Sylvia oa. deze tekst doen: 'Het is geen doen zo'.

 'Het is geen doen zo! met al die ‑ wat ik wou zeggen, dat het geen doen is, geen sier geeft, het is niets! Als het anders kan dan moeten ze dat meteen doen. En het kan anders! Ik heb opgelet. En gekeken. Wie goed kijkt weet hoe het moet. Dat zouden ze moeten doen, het doen zoals het moet. Of wat ‑ het is zo geworden en toen was het zo. En iedereen zag dat het niks was geworden. Wat doe je, je kijkt op, je ziet en je weet dat het niet goed is.

 En dan laat je het zo want als het zo is en het is niet goed en het is vanzelf zo gekomen, dat dat anders is dan wanneer je het ziet en er wat aan doet, zodat het verandert en als het dan nog steeds niet goed is, heb je het nog zelf gedaan ook.'

 Die avond in Utrecht had zo op de radio gekund.

Nop (2)

 Een diepe zucht van opluchting, want met Gerard Reve weet je het nooit. 't Is gedaan. Althans voorlopig. De rechter heeft vandaag besloten dat deel drie van 'Kroniek van een schuldig leven' in de winkel mag blijven liggen.

 Intussen kan ik naslaan wat ik wilde naslaan. Hoe zat het ook weer met de AKO-prijs en Bezorgde ouders, zijn grote roman, die in 1989 door een jury bestaande uit Hans Warren, de politicus Erik Jurgens, Hendrik van Gorp (?), Hannemieke Stamperius en Jacq Vogelaar niet eens genomineerd werd, on­danks voorspraak van Warren. Ze bekroonden tenslotte, geloof het of niet, de Vlaamse feministe Brigitte Raskin, die ik nog menigmaal op de vpro-radio heb moeten aanhoren. Ik herinner me een woedende tirade over haar echtgenoot, die dan wel kook­te, maar in de keuken zo'n rommel achterliet. 

 Mijn gesigneerd exemplaar van de Engelse vertaling, 'Parents worry', gaf ik cadeau aan Randy Newman, die zeer geïnteresseerd was in onze letteren, maar Newman wist er geen raad mee. Lost in translation, lijkt me. Waar Gerard ook kwam, hij zaaide verwarring, tot vandaag. Vergis ik me of komt hij steeds dichter in de buurt van Céline? En nu, lezen, en zien of ik het met Arjan Peters - Volkskrant 22 oktober - eens ben.

Nop (1)

 Als het gaat om leven en werk van Gerard Reve was en is er maar een vraag: meent hij het. Die vraag gold voor Gerard zelf net zo hard als voor ons lezers, denk ik.

 Een biograaf heeft als voornaamste taak de lezers zo veel mogelijk feiten en documenten aan te reiken waarmee we ons een mening kunnen vormen over die ene vraag. Zonder overi­gens de illusie tot een slotsom te kunnen komen.

 En nu ligt deel drie van de biografie van Nop Maas in de winkel. Of ie er mag blijven liggen beslist de rechter vanavond. Wat zou Gerard van deze heisa gevonden hebben? Ik denk dat hij het prachtig had gevonden.

 ps. De meningen over Gerard en zijn werk blijven goddank verdeeld. Met Rudy Kousbroek had ik eens een gesprek over Bezorgde ouders. Hij vond het een meesterwerk, de literaire kritiek niet. Gerard had het liefst in z'n geheel op de radio voorgelezen inplaats van De Avonden.

 ps 22:02 uitspraak morgen, hoor ik.

 

Akkerman

 Schilderde sinds 1981 3500 zelfportretten. Zijn nieuwste oogst is te zien bij Maurits van de Laar in de Haagse Herderstraat en aan de Toussaintkade. Grisailles, tekeningen, olieverf.

 Akkerman werkt in alle denkbare oude en moderne stijlen. Zo hangen er nu vier Akkermannen als Botero. Hij wil de verscheidenheid laten zien, in het ­schilderen, niet in de psychologie. Zijn spiegelbeeld heeft allang geleden plaats gemaakt voor het schilderij zelf. 'Ik ben verf geworden', zegt ie. Hij wil ook niet zozeer zichzelf schilderen, maar een figuur 'waarin het bestaansraadsel zich samenbalt'. Ofwel: 'wie of wat ben ik'.

 Een onzin­nige, on­beantwoordbare vraag, dat weet hij. En juist daarom bijt hij zich erin vast. De levenslange taak die hij zich heeft opgelegd begint niet te drukken, verzekert hij me. Al vindt ie het vaak een 'achterlijke onderneming'. Anderzijds, als je moet kiezen uit de enorme diversiteit van de wereld dan is dit misschien geen gekke oplossing.

 Wat ie als Hagenaar over zijn stad zegt lijkt ook op te gaan voor hem zelf: 'Er van houden door het te ver­foeien. Dat manke.'

 Morgen na 22.00 in de Avonden meer.

Tags: 

Autotijd

 Eindelijk zou er dan toch eens een tentoonstelling moeten komen van de autotijd, de grote blikwoekering van de jaren '60, '70 en '80.  

 Ze stonden overal, schots en scheef in de stadsc­entra. Op de bruggen, op de stoepen, dubbelgeparkeerd. Soms hoorde je getoeter, dan wou er iemand tussenuit en ging je de jouwe wat verplaatsen. Files? Toén had je files. De autotijd

 Er waren aanzetjes. De Mexicaanse Volkswagens van Francis Alÿs, de scheef in het stuifzand geparkeerde auto’s van Arie Schippers, die moeiteloos gelijkende merken schilderde en nu weer de 'voorgedeukte auto’ uit de jaren '60 van Wim Schippers - 'iets duurder, maar je hebt er een stuk minder ergernis aan' - die in Kröller-Müller opduikt als de ‘Deukentaxi’ die na 1982 twee jaar door Parijs reed.

 Ameri­kaa­nse patsbakken waarop geschoten is, nu ook weer bij ‘The Dwelling Life of Man’ in de Amersfoortse Kunsthal Kade. Chroom, butsen en deuken. Auto's dat zijn we zelf maar we willen het niet weten.

Frank Keizer

 Schreef 'Dear world, fuck off, ik ga golfen'. Halverwege poëzie en pamflet. In zijn woorden een 'reportage van ruim­telijke ordening'. Met plaatsnamen. Neem:

 'De resolute autonomie van het gedicht

als machtsuitoefening

gerealiseerd in een exclusieve woonomgeving

in Dronten.

Poëzie is frictie,

geloof ik, en zoek momenten van teerheid op,

anti-ontologie

in brede straten.

Geluk dat op gazons is neergestort.

In licht ondulerend terrein

worden loopgraven gehakt,

met welke arbeid

we onszelf

opnieuw componeren.'

Pagina's