November weer

 In Praag was ik in november '76. Daarna nooit meer. Omdat ik het zo wilde houden. Radiomaken over Franz Kafka. Omstreeks 1909 schreef hij:

 'Het is november. Het lijkt hem dat wel iedere maand een bijzondere betekenis heeft maar november nog een bijzonder toevoegsel van bijzonderheid. Voorlopig is daarvan weliswaar niets te zien er valt alleen maar een met sneeuw vermengde regen. Maar dat is misschien slechts de uiterlijke aanblik die altijd bedriegt want daar de mensen zich als geheel onmid­dellijk aan alles aanpassen en men toch in de eerste plaats naar het uiterlijk der mensen oordeelt, zou men eigenlijk nooit een verandering van 's werelds loop kunnen waarnemen...'

 Dit uit de bundel nagelaten teksten 'Huwelijk­svoo­rbereidingen op het land'. In het niet-affe titelverhaal ('hier ontbreken twee pagina's') is de hoofdpersoon, genaamd Eduard Raban op weg naar een provincieplaats waar zijn aanstaande op hem wacht. Hij heeft een portret van haar bij zich: 'Wat is ze krom,' dacht Raban, 'toen hij nu het portret bekeek, 'ze staat eigenlijk nooit recht en misschien heeft ze ook wel een ronde rug. Ze zal daar bijzonder op moeten letten. En haar mond is zo breed en de onderlip steekt ongetwijfeld hier naar voren, ja dat herinner ik mij nu ook. En die japon!' (...)

 Het wordt erger. Maar gelukkig voor Raban breekt het verhaal af voor hij haar zal weerzien. Een verandering van ’s werelds loop nemen we niet waar. Maar wat zegt dat?

Tags: 

Marilou van Lierop (2)

 Bezocht ik in Antwerpen nadat ik in Garage Rotterdam haar verbazende 'White suburbia' had gezien op de tentoonstelling Labyrinth.  

 'Labyrinth is iets dat we bedenken en bouwen. Bedoeld om in te verdwalen. Terwijl we toch meer dan genoeg om ons heen hebben waar we in zouden kunnen verdwalen.' Ze bestaan, zeg ik, in alle culturen. 'Ik denk dat we onze constructies prefereren boven de bestaande. In onze eigen maaksels zit ook ingebakken dat er een uitweg is. In de bestaande labyrinten is die ver te zoeken.'

 Ik herinner aan het historische labyrinth op Kreta waar de uitweg naar de dood, de Minotaurus, voerde. Of - die ene keer dat Theseus kwam - naar de overwinning. 'Ik denk altijd dat het een substituut is voor de maatschap­pij, die ook bedreigend is en gevaarlijk.' Er huist een gevaar. En worden wij aangelokt om toch die kant op te gaan? 'Ja, waarschijnlijk wel.. Het gevaar trekt aan en stoot af.'

 We kijken naar White suburbia, groot twee meter bij een meter vijftig. Een mensenmenigte in een vlakte die blijkt te bestaan uit groepen die allemaal wat anders doen. De een lijkt zich te amuseren, de ander demonstreert. Wat bezielt ze.. 'Vroeger heb ik werken gemaakt van kinderspeelplaatsen. En dan ga je kijken hoe die kinderen zich bewegen. En wat er tussen ze gebeurt. Je gaat automatisch denken ah dat is de pestkop en dat is de buitenstaander. En dat zijn de dikke vriendin­nen. Maar is dat wel zo? Het zijn verhalen die wij erin zien.' 

 Maar je geeft wel wat aan, zeg ik. Wat zijn deze mensen aan het doen? Zich amuseren? 'Ik ben uitgegaan van carnavalsvierders. Grote wagens met constructies. Een constructie van plezier, wat een bizarre bezig­heid is.' Er gaat ook iets droefgeestigs van uit. 'Dat artificiële van pretparken, kermis­sen. Als ik daar in de buurt kom overvalt me dat al­tijd.'

Abundantia (2)

 De Oostenrijkse modeschilder Hans Makart maakte in 1870 over het onderwerp Overvloed een wandschildering, die nu in bruikleen hangt bij Boijmans. Waarom? De Kerst nadert.

 Makart 1840-1884 was een ster in het Wenen van zijn tijd, maar na zijn dood snel vergeten. Rijen fans stonden bij z'n atelier, de Abundantia was in Berlijn, Leipzig, Londen, New York en Amsterdam te zien. Er bestaat een pendant: 'De Gaven van de Zee'. Beide werden geschilderd voor de eetzaal van een stadspaleis in Wenen. Nu zouden ze het goed doen in een restaurant. Of perfect passen in de kerstbijlage van een Nederlandse krant. 

 Een erg goeie schilder was Makart niet, eerder een voorloper van de makers van wanden in theaters of de lithografen van de affiches, die twintig jaar later kwamen, al haalt hij het niet bij Jules Chéret of Adolphe Mucha. Een overdaad aan moeders en kinderen zie je, vruchten ook. Het panorama wordt geflankeerd door veel beter geschilderde overvloed uit eerdere eeuwen, zoals de eetbaar mollige Pomona van Paulus Moreelse en uitzinnige voedseloptastingen van Aertsen en De Heem die zo averechts werken op de eetlust. Net als de erg flauwe en voorspelbare 'Santa Candy Cane' van Paul McCarthy, de wandelzuurstok, een kerstgedrocht, vast bedoeld om ons de keerzijde van de consumptiemaatschappij te laten voelen. Goh.

 Maandag meer Overdaad in de Avonden.

 

Abundantia (1)

 Zag in Boijmans een stapeling van rariteiten onder de kop die 'Overvloed' betekent.

 Hier Ceres, godin van de overvloed, ook wel Abundantia genoemd, door Jan Saenredam, vader van, naar Goltzius (1596). Korenaren in d'r haar, hoorn des overvl­oeds onder de arm, de hand in de schoot waar ze zich met het heft van een sikkel bevredigt. Plot­selinge overe­enk­oms­ten met de zwoegende, blozende kolchozenvrouwen van het Sovjet realisme. Vader Jan heeft heel wat erotische prenten gemaakt.

 In de rij dwaze cliché's uit de renaissance komt voor mij kort na de Vanitas (doodskoppen, tot gapens toe, 'niet zo ijdel jij, je bent sterfelijk', alsof ik dat niet wist) toch de Vruch­tbaar­heid. Niet bezongen door boeren, zoals op de plaatjes, maar door gezeten burgers die hun rijkdom vierden met kunst aan de muur. In Rotterdam hangt nu het doek van de Wener Hans Makart, die het in 1870 nogeens breeduit overdeed, geflankeerd door stillevens van luxe maaltijden uit alle eeuwen.

 Het probleem met Abundantia is dat we in een heden leven waar het 'geen gezeik, iedereen rijk' waarheid is geworden. Een volk dat leeft in overvloed klaagt over koopkracht, en bezui­nigt op kunst.  

Marilou van Lierop (1)

 Zondag ga ik op bezoek bij de Antwerpse schilderes die op de tentoonstelling Labyrinth in Garage Rotterdam de aandacht trekt met haar zeer gedetailleerde reuzenschildering White suburbia.

 Haar specialisme is de eigentijdse mensenmenigte. Tussen demons­tratie en massale braderie. Ogenschijnlijk zinloos samendrommende massa's, zoals je ze kent van evenementen als Dance Valley of sport, overvolle terras­sen of publiek op Konin­ginnedag. Massa's die er op uit lijken zich te amuse­ren. Maar waar voor het individu dat niet meedoet grote drei­ging van uit­gaat.

 Je zou je kunnen beperken tot de rol van televisiekijker, maar duizenden nemen daar kennelijk geen genoegen mee. Ze willen er lijflijk deel van uitmaken. Zichzelf verliezen. En dat is wat Marilou van Lierop laat zien. 

 Eric Rinckhout riep in een mooi essay over van Lierops werk Canetti's 'Masse und Macht' in herin­nering: 'Zodra men zich eenmaal aan de massa heeft over­gegeven, vreest men haar aan­raking niet,' schreef Canetti. 'De massa is één lichaam.' Vragen te over.

Meer bami (2)

 Morgen praat ik in de Avonden met P.F.Thomése over het Bamischandaal. Een vunzig, maar ernstig boek. Voor mij, voor hem, zoals ieder boek hem ernst is.

 'Zonder ernst zouden we niet zo onbedaarlijk kunnen lachen. We moeten de ernst koesteren.'

 Een boek over mannenvriendschap, met Thomése in een dubbelrol: 'Ik zit er als schrijver in en als personage en die twee zijn niet strikt te scheiden. De schrijver is een backdoorman, heeft iets gluiperigs, achterbaks. Wat ook wel des schrijvers is, geniepig, oneerlijk, niet rechtdoorzee.' En ja, de schrijver maakt misbruik van zijn privileges. Hij schrijft zich toe wat hij wil, seks vooral. Maar zijn straf gloort: zo blijf je nooit one of the boys.

 'Kijk, civilisatie kun je zien als een vrouwelijke uitvinding. Civilisatie is bedoeld om mannen te temmen. Maar in dit boek gaat het over het gebied dat mannen zich toe-eigenen, met drinken, voetbal en zomeer, voordat de volwassenheid intreedt. En dat gebeurt, dan komt die vrouw. Volwassenheid is sowieso een vrouwelijke uitvinding. Ik denk dat geen man vanuit zichzelf volwassen zou worden. Door aandrang van de vrouw ziet de man op zeker moment geen andere uitkomst dan de volwassenheid te ondergaan. Dit boek gaat over wat mannen doen als er geen vrouwen in de buurt zijn. Bij de meeste schrijvers leest toch een vrouw mee, over z'n schouder, zoniet werkelijk dan wel figuurlijk. Maar in dit boek heb ik gedaan of het een zaak is van mannen onder mekaar. En dan krijg je dit.'

Tags: 

Wijd open ogen

 Heet het boek van Gijsbert van der Wal dat vanmiddag gedoop­t werd: ‘stukken over kunst en kijkplezier’. Hoe kijkt Gijsb­ert? Zo:

 'Een jaar geleden werd mijn eigen huis verbouwd. Er kwam een zolder bovenop. Waar eerst het huis ophield was nu een trap­gat. dat leidde naar een heel nieuw vertrek, naar een kleine extra etage boven op de ruimtes die ik al acht jaar inten­sief (want thuis werkend) bewoonde. Ik kon mijn ogen haast niet geloven. Ik bleef maar kijken (...) Wennen aan die aanblik. Weer een stukje verder, weer een ander gezichtspunt, weer alleen maar kijken. Je te pletter kijken op je eigen huis.'

 Je ziet het gebeuren. Getroffen worden door de aanblik - met al wat dat met zich meebrengt, de onthechting ook - en dan,  het onder woorden brengen.

het roze wolkje..

Roze wolkje

 Niet meer dan een paar minuten verdraag ik de begerige blikken waarmee televisie-aandacht wordt geconsumeerd in stij­gende of dalende hoop op rijkdom. Kunst of kitsch?

 Nu heb ik zelf een onbestemd schilderijtje. Geërfd van de Antwerpse tante, die ik telkens als ik het - boven het dres­soir - zag hangen in haar Middeleeuwse huisje aan de Par­a­dijss­traat zei 'wat is dat toch een leuk schilde­rijt­je'.

'Dat met dat roze wolkje?' Ik zei dat het wolkje (was het een wolkje?) me deed denken aan het fameuze roze wolkje op een vroege Mondriaan. Ze had het van de markt. Waar het vandaan kwam, geen idee.

En nu hangt het bij mij, in een minder donkere hoek. Omschrijving: het is 25 bij 22 cm groot. En bestaat uit een stukje beschilderd linnen. Het is gever­nist. Geen idee van maker, herkomst, jaar van vervaar­diging. Ik schat zo'n 50 jaar geleden geplakt op een stuk hout. Op de achterkant een etiket­je: 'Kunstinlijstingen Fr. De Leeuw, Wijngaardbrug 6, Tel. 335169 Antwerpen.'

'Als ik dood ben krijg jij het.' Voor het eerst van mijn leven stond ik in een testament. Op de achterkant staat een kloeke, onderstreepte letter W

Tags: 

Hand

 Steeds worden er nog overblijfselen van de Beeldenstorm gevon­den.

 In 1996 onder de vloer van de toren van de Doornse Maartenskerk resten van gekleurde beeldengroepen, 62 fragmenten die samen een pracht van een puzzel opleveren. Het lijden van Christus in combinatie met sibillen - helder­ziende vrouwen uit de oudheid die de gebeurtenissen uit het Nieuwe Testament voorzagen, altijd rijk gekleed - en profeten. Haksp­oren in de gezichten, want de kerk was ‘gezuiverd’. Een refor­matorische visitatiecommissie vond geen 'o­ntaeren ende mer andere superstitieuse dingen'.

 Hoe passen de brokken? De Judas­kus is goed bewaard, de verrader draagt een wit kleed met een verguld halsboord. Zijn haar bestaat uit ‘bruine, zeer brede, golvende lokken die in slakken­huisachtige spiralen eindigen’. Typisch 'Utrechts haar' heb ik geleerd, dat naar de mode van rond 1500 wijduit staat. Christus' verschijning aan Maria Magdalena is ook thuis te brengen, maar verder? De zoek­tocht tussen de stukken en brok­ken in de catalogus duurt voort. En sommige zul je nooit kunnen thuisbrengen zoals deze hand, die rust op een profiellijst. Wiens hand?

Meer Bami (1)

 Over mannen schrijven is moeilijk genoeg. Vrouwen zijn raad­sels, mannen niet veel meer dan hun eigen clichés. En om die nogeens te gaan opschrijven?

 In het Bamischandaal doet Frans Thomése een moedige poging. Zoals iedereen weet rekken mannen hun jeugd zo lang mogelijk, met drank, voetbal en achter hun 'knoeperd' - zo heet ie in Tilburg-Noord - aanjagen tot ze voor de bijl gaan. Vroeg of laat is er in ieder mannenleven een Yoko Ono en hebben zijn vrienden het nakijken. Thomése heeft zijn helden neergezet in een reusachtig uitstel van volwassenheid: China. In het Cockroach hotel prevelt hij:

'Sorry mensen, het is altijd een beetje gênant als een auteur uitgebreid gaat liggen neuken in zijn eigen boek, maar het moet even, niks aan te doen, ik kan het gewoon niet tegen­houden. Sommige dingen gebeuren, en in mijn vak heb je dan de pech dat je lezers kunnen meegenieten van jouw particuliere pompbewegingen die onder meer vanwege je bedenkelijke uiter­lijk ook nog eens niet de schoonheidsprijs verdienen. Nee, P.F.Thomése en Bernadette van Rooij zijn niet de grootste beauty­'s, so what? Er staan toch geen plaatjes in dit boek? En tegen overdre­ven kieskeurige lezers zou ik willen zeggen: ga dan in de tussentijd Duitse porno kijken, verrekte lamlul, en kom terug als je klaar bent. Dan zien we elkaar weer op een schone blad­zijde.' 

Vrijdag praat ik met hem in de Avonden.

Tags: 

Pagina's