Storm (2)

 Wanneer moslim-fundamentalisten religieuze kunst van hun voorvaderen opblazen denk ik aan onze eigen beeldenstorm. Nog tot diep in de 17de eeuw zijn de calvinisten bezig geweest met het slopen en verwijderen van al wat aan de katholieke tijd deed denken. 

 De katholieke herinneringscultuur was ze vreemd, zeg gerust, cultuur was ze vreemd: gebedsportretten, grafmonumenten, gebrandschilderde ramen, het moest weg. Toch, er waren toen al intellectuelen die daar over schreven, zoals Arnoldus Buchelius, die in zijn boek Monumenta over de verdwenen kerk van Oudmunster vastlegde: 'Kortgeleden, in het jaar 1587, is de kerk, om de grillen en afgunst van een kleine groep te bevredigen, zinloos tot de grond toe afgebroken. Nu is alleen nog een lege plek te zien voor de liefhebbers van de geschiedenis.' Redden wat er te redden viel, ook toen al. Nog steeds komen er weggemetselde of overgeschilderde beelden en schilderingen te voorschijn.

 De beeldenstorm heet niet voor niks zo. Beelden in steen of hout - en tapijten - waren belangrijker dan schilderijen. In de bloeiperiode van 1430-1530, waren in Utrecht 29 werkplaatsen met eigen artiesten in bedrijf, ook voor de export. De bouw van de dom en de bijbehorende 'kerkfabriek' gaf ook veel werk.

 Ga kijken naar 'Ontsnapt aan de beeldenstorm' in het Catharijneconvent. Bijna schreef ik 'voor ook dat gesloten wordt'. Maandag na 22.00 in de Avonden meer

 

Man wordt doos

 Vanavond tijdens de Perdu-avond over mens en voorwerp vertelde Bernke Klein Zandvoort hoe haar vriend Martijn Aerts in een filmpje een kartonnen doos probeert te zijn:

 'Vijf stuk­ken wit karton heeft hij op een losse manier aan elkaar geplakt. Waar de zesde de bodem zou vormen, is hij gebogen gaan zitten. De constructie valt over hem heen. De doos schuift over de vloer: het is niet zeker voor de kijker of hij met de doos probeert te bewegen en daarbij de stukken karton op hun plaats moet houden of dat hij alleen maar bezig is de doos voor uiteenvallen te behoeden. De flap­pen laten een steeds groter wordende ruimte zien en daarmee de wankele constructie. De doos kan elk moment uit elkaar vallen. Mijn vriend zal dan zichtbaar zijn.

 Mijn vriend weet net zo goed als ik dat hij geen karton­nen doos kan zijn. Toch probeert hij het. Hij moet als doos den­ken, maar omdat hij geen doos is, kent hij menselijke eigenschappen toe aan het karton. De doos beweegt en heeft een leven. De kijker denkt dat de doos snel zal bezwijken of dat hij zucht als de construc­tie uit elkaar dreigt te klappen.'

 De grenzen van het voorwerp zijn vervaagd, concludeerde Bern­ke, maar ook die van de kijker zelf. Voor een moment is de doos een ander ik. Hoe verder? Ook dat pluisde ze in Perdu haar­fijn uit.

Storm (1)

 Vanmiddag opende 'Ontsnapt aan de beeldenstorm' in het Utrechts Catharijneconvent. Een tentoonstelling vol verhalen achter de verhalen.

 In 1905 werd in een dichtgemetseld uitbouwtje in de toren van de Nederlands Hervormde kerk in Soest een laatmiddeleeuwse verzameling zwaar beschadigde houten beelden gevonden. Daar kennelijk verstopt tijdens de Beeldenstorm, de aanval van volksdrift die tussen 1566 en 1580 alle katholieke kunst rooide. Vijf eikenhouten beeldgroepen waren erbij, horend tot een passiealtaar, aangetast, niet alleen door vernieling maar ook door vocht en ongedierte.

 Dit fragment is uit de afdaling van Christus in het voor­geborchte. Adam heeft zijn arm om Eva geslagen die haar handen biddend samen­vouwt. Er zijn resten van vergulding en brokaa­tp­atronen, het hele altaar, bestaande uit zeven delen, moet rijk gedecoreerd geweest zijn en gemaakt rond 1445. De - hoofdloze - Christus legt hier zijn hand op Adams arm om hem uit het voorgeborchte te verlossen. Dit valt af te leiden uit een prent van die tijd die waarschijnlijk losjes als voorbeeld heeft gediend.

 

Tags: 

Het ding

 Komende vrijdagavond in het Amsterdamse Perdu een avond getiteld 'Het alledaagse object spreekt'

 Met oa. Tine Melzer, Kasper Andreasen, Bernke Klein Zandvoort en Vincent Dams: 'Het dagelijkse object. We kopen het, gooien het weg, laten het vallen. We liefkozen het, verwaarlozen het, vergeten het en ontkennen er het bestaan van. We begrijpen het, we worden er boos op, geloven er in maar we begraven het ook. Het object controleert ons en wij doen er wederom alles aan om het dagelijkse object te controleren.' 

 En zo verder. In de kunst komen objecten en woorden in een ander licht te staan. Het wordt een avond over 'de leesbaarheid van dagelijkse objecten in een poëtische context', zegt de uitnodiging. Waarom zijn die visuele gedichten vaak humor­istisch? Waarom voelen we ervoor? En tenslotte staat er: 'wees welkom en vergeet vooral je tanden­borstel niet!'

Unica Zürn (1916-1970)

 In de catalogus van 'Nerveuze vrouwen' beschrijft Yoon Hee Lamot hoe Zürn op zesjarige leeftijd wordt overvallen door een visioen van 'De Man in Jasmijn'. Een verlamde man met blauwe ogen die in een stoel zit in haar tuin, tegen de achtergrond van een jasmijnstruik.

 Dit wordt haar gefantaseerde echtgenoot, haar eerste geheim. In 1957, op 41-jarige leeftijd, ontmoet ze in Parijs de kunstenaar Henri Michaux. Ze herkent in hem de Man in Jasmijn. 'De schok van deze ontmoeting kan ze niet verwerken. Langzaam begint ze vanaf die dag haar verstand te verliezen,' schrijft Zürn in haar autobiografische roman De Man in Jasmijn.

 Ze werkt als documentaliste en montageassistente en schrijft zo'n honderd korte verhalen, die nog steeds gelezen worden. Maar wordt tussen 1960 en 1970 verschillende keren opgenomen. Haar dood - door zelfmoord - kondigt ze aan in 'Donkere lente'. In deze autobiografische roman vertelt ze van een jong meisje dat worstelt met seksualiteit en zichzelf. Tussen 1953 en 1964 schrijft ze zo'n 124 anagramgedichten. Elke regel is dus gemaakt uit de zelfde letters.

 Aus dem Leben eines Taugenichts

 

Es liegt Schnee. Bei Tau und Samen

leuchtet es im Sand. Sieben Augen

saugen Seide, Nebel, Tinte, Schaum.

Es entlaubt sich eine muede Gans.

 

(Ermenonville 1958)

Tags: 

Nerveuze vrouwen (3)

 Zaten er in meerderheid vrouwen in de inrichtingen voor zenuwpatiënten? Geen wonder, mannen stelden de regels. Vrouwen uit de betere standen hadden genoeg aan wat pianospelen en nuttige handwerken, echt werk zou ze overspannen maken. Wat ze wilden was wat voor mannen normaal werd gevonden, vrijheid, ook in seksualiteit. 

 Eenmaal opgenomen werden ze vastgeketend. Het was de Parijse arts Charcot die besloot ze niet meer te ketenen. En Breuer, collega van Freud, die ze liet praten. Freud was dus niet de uitvinder van de praattherapie.

 Charcot vond het ziektebeeld hysterie uit en maakte het salonfähig. En tegelijk was de fotografie in opkomst, zodat hij zijn werk kon documenteren. Zijn meest fotogenieke patiënte was Augustine, die een soort ster werd, wispelturig, mooi, extravagant. Een profetes die door haar waanzin heen de waarheid sprak. De Parijse Salpêtrière werd een bezienswaardigheid voor deftige dames en heren. Augustine (geb. 1860) speelde begaafd voor gekkin, kon aanvallen krijgen wanneer gewenst. Tenslotte ontsnapte ze, als man verkleed. Nooit is er meer iets van haar vernomen.

 

Tags: 

Into the Labyrinth (2)

 Elk geslaagd kunstwerk herbergt een raadsel dat je nooit zult oplossen. Daarom moet je er altijd weer naar terug. Zou het zo niet zijn?

 Bij In the labyrinth kwam die gedachte terug. Wat zag ik? Het vorm geven aan wat er in je omgaat. Zover je er bij kunt. Kwam er iemand nader tot het raadsel? Of was het al heel wat ernaar te wijzen. Zoals Otto Egberts met zijn lichaamsgroeisels of de Koreaan Jisan Ahn in zijn grote, geschilderde drieluik, waarin een man letterlijk eerst bedolven wordt door de geschiedenis en er tenslotte onder bezwijkt en in het niets oplost.

 Vrouwen lijken zich beter thuis te voelen in het labyrinth. Mannen weten er geen raad mee. De Israeli Ron Amir wordt belegerd door demonen, Levi van Veluw laat het beknelde individu zien en Hans Op de Beeck maakt dat hij wegkomt, heeft zijn hebben en houen al verpakt in - strikt zwarte - rolkoffers, tassen en zo meer.

 

Into the Labyrinth (1)

 Wat hebben de werken van de acht inter­nationale kunstenaars die hangen en staan in Garage Rotterdam gemeen?

 Is een doolhof iets waarin je wilt doordringen of? Zou er een moment zijn waarop de nieuwsgierigheid naar wat zich in het centrum bevindt wordt overstemd door angst voor dat zelfde onbekende?

 In de mythologie is de godin van het doolhof een vrouw. De mensverslin­dende Minotau­rus op Kreta werd tenslotte door Thes­eus gedood, die daarna de weg terug­vond met hulp van de draad van prinses Ariadne, die hij op de heenweg had afgewikkeld. Is de menselijke geest een labyrinth waarvan een vrouw de sleutel heeft? Wat ik in Rotterdam zag van dompteuse Silvia B., tekenaar Pietsjanke Fokkema en de Vlaamse schilder Marilou van Lierop wijst naar Plato: 'We dachten dat we er waren, maar er kwam een bocht in de weg en zo kwamen we weer aan het begin terecht, en even ver van ons doel.' Landschappen van de geest..

 Morgen over het aandeel van de mannen.

Kessels

 Het onvermijdelijke nieuws: J. Kessels the novel van Frans Thomése wordt J. Kessels the movie.

 Intussen lees ik de follow-up: Het bamischan­daal. Waarin de wereld zich ontpopt als één grote afhaalchinees. Tilburgse onvermijdelijkheid wordt Chinese onontkoombaarheid. Waarin de schrijver ons lezers weer medeplichtig maakt. Zijn wij niet allen Tilburgers? Let it all hang out! Nee, ik citeer niks. Ondergedompeld worden in deze Tilburg Noord-porno doet me denken aan de bezoeker van de Bols-fabrieken die in het jenever-bassin tuimelde. Mooi dat ze dat hele vat met tweeduizend liter jonge klare moesten laten leegstromen. Overleefde hij het? Overleven wij Tilburg-Noord? Overleven wij China?

 'Zelfs de bami hebben ze van ons moeten leren. Zelf weten ze heel niet hoe ze dat spul moeten bakken. Voor een fatsoenlijke portie moet je nog steeds in Tilburg-Noord zijn.' Wel blijken ze in Sjanghai te gokken op Willem II. En de lezers? ‘Nou op dit lamme bamigelul zaten ze in elk geval niet te wachten.’

 Binnenkort zit ik met Frans Thomése en een microfoon bij de afhaalchinees. Ook onverrmijdelijk.

Tags: 

Nerveuze vrouwen (2)

 Het ergste wat je sommige zenuwpatiënten kunt aandoen is rust. Dat leer ik uit het boek bij de tentoonstelling in Dr.Guislain in Gent.

 Een slachtoffer van rust werd de schrijfster Virginia Woolf. In 1897 schreef ze tijdens zo'n voorgeschreven rust: 'Dit dagboek wordt alsmaar langer, maar de dood zou korter en minder pijnlijk zijn.' Haar echtgenoot Leonard bleef geloven in rustkuren. Bij tekenen van een naderende crisis paste hij 'drastische maatregelen' toe: naar bed, volledige rust, veel eten en melk drinken. Tussen 1910 en 1915 deed ze vier van die kuren, verbleef wekenlang in een geluidsarme en verduisterde kamer.

 Ze verzette zich tegen de rust door 'uit het niets zintuiglijke indrukken en bijbehorende werelden op te roepen en als in een roes te schrijven.' Ze had last van stemmen in haar hoofd en visioenen: '...het zonlicht trillend als goudwater op de muur. Ik heb hier de stemmen van de dood gehoord.' 

 Een paar dagen voor haar zelfmoord smeekte ze haar arts nog 'Beloof me dat je me geen rustkuur zult voorschrijven...'.

 

Tags: 

Pagina's