Ken wie?

 Over het spiegelgezicht in de schilderkunst is veel geschre­ven. Zou de spiegel een middel kunnen zijn om tot zelfkennis te komen?

 Spiegels misleiden. Allereerst door de positie die de zelfbe­kijker wel in moet nemen. Ga naar Galerie Maurits van de Laar in Den Haag. Daar hangt de nieuwe oogst van wat Philip Akker­man dagelijks schildert, en daar zie je het: een oog (of ander­half) kijkt je argwanend aan. Dat ene oog kijkt hem - en mij - aan of ie de duivel zelf is. Daarom mijdt ie spiegels. Schildert verinner­lijkte spiegel­beelden, zelfbeelden.

 Hij maakte er sinds 1981 al zo'n 3500. Nooit iets anders. Op die wantrouwende blik heeft Akkerman een oeuvre gebouwd. Akkermans blik heeft zich voorgoed naar binnen gericht. Gretig tast hij in het duister en diept zelfbeelden op. Duivels, melancho­lici, nurkse Veluwse boeren (hij komt uit Vaassen maar woont sinds mensenheugenis in Den Haag), ADO-supporters, ja, Hagenezen.

 'In een zelfportret zijn kijker en bekekene een en dezelfde persoon.'

 Maandag in de Avonden meer.

Tags: 

De duivel is je beste vriend

 Onderstromen van de menselijke geest, in de tijd van Faust, zoals door Goethe gedacht, wat waren dat voor onderstromen? Andere dan nu?

 In Sokoerovs Faust-film is dokter Heinrich Faust er ver­beten naar op zoek, het ene na het andere lijk opensnijdend, maar wat hij ook snijdt, de ziel vindt hij niet. Lichaam en geest, raadselen waar je met je mes niet bij komt. Terwijl je kop tolt van de veronderstellingen en gissingen en de duivel grijnzend aan je zijde meegaat.

 De duivel als pandjesbaas, aan wie je je ziel kunt verpanden. Maar denk niet dat je hem ooit terugkrijgt. Net als nu geloofde men in God en dan weer niet. God was ver weg. Met de duivel ging je hand in hand door het leven, je kon hem zomaar altijd en overal tegenkomen. Zou 't veranderd zijn?

 Sokoerov schaamt zich niet voor gothic. Misschien heeft hij gelijk en bestaan de onderstromen van onze geest wel uit louter kitsch. Nooit eerder zag ik een Faust die tegelijk zo komisch en zo geloofwaardig was. De liefde tussen Faust en Gretchen is verdorven, maar wederzijds, ze haat haar moeder zoals hij de zijn­e. 

Tags: 

Louis Paul Boon 100

 Dit is het Boon-jaar. Louis Paul Boon werd geboren in Aalst in 1912 en stierf in 1979. 

 Wie kans ziet moet zaterdag naar Aalst gaan waar om half twee in de Stads­fees­tzaal aan de Grote Markt een grootse middag begint over Boon. Het Boongenootschap presenteert een boek en Josken, de schoonzus van Louis, en de Neder­landse Boon-kenner A.M.Meurs, schrijver van 'Die twee gebroers en hun zuster, dat was heilig', dat ook die dag verschijnt praten over het leven in de familie Boon. Hier alvast Josken over Louis bij de dood van zijn broer: 

 'Louis dronk al voor dat Frans gestorven is, maar toen is hij echt begonnen vies te doen, zich te misdragen. (...) Louis was onaanspreekbaar, hij liep rond en vloekte en schold op alles, op de hele wer­eld, hij was het leven beu. Ik zei: Louis, wij hebben allebei iemand verloren maar waarom doet gij zo? Hij luisterde niet en nam dan een valium en een whiskey samen. Ik duwde hem naar zijn bed, trok hem zijn broek uit en dekte hem toe. Dan bleef hij wel liggen, van de kaart hè. Ik heb hem dikwijls in zijn bed geduwd en hem zijn broek uitgetrokken.'

 

 

Tags: 

Naar Jan van Eyck

 De mooiste prelude op het Lam Gods (1432) is in Rotterdam het paneel dat genoemd wordt het Paradijstuintje (ca. 1410-1420), met z'n bloemen, vogels, de dode hagedis en al die spelende vrouwen en kinderen.

 Het idee van de omsloten tuin is zo oud als de mensheid, in de  Middeleeuwen stond ie voor de maagdelijkheid van Maria en kon je haar daar nog wel eens met een Eenhoorn aantreffen. In dit tuintje geen Eenhoorn. Wel het idee van  de goddelijkheid van de natuur, en ook de mens. Die gelijk opgaat met de aanleg van abdijtuinen, drang naar intros­pectie en 'kos­mische' gerichtheid op het landschap.

 Grappig genoeg heeft dat met soberheid of ascese niks van doen. Van Eycks nieuwe stijl is uitbundig in stofuitdrukking, volume en lichtval op kleding, edelmetaal. Hij schilderde goud en diamanten in vernuftige, doorschijnende lagen, waarbij olie als bindmiddel werd gebruikt. Een al bekende techniek. Hij is dus niet uitvinder van de olieverf.

 Vanavond na tienen in de Avonden meer.

Dorst

Dinsdag is Esther Gerritsen te horen in de Avonden. We praten over Elisabeth die sterven zal maar banger is voor haar dochter dan voor de dood.

 De dochter trekt bij haar in en dat valt haar - als alle sociale plichten - zwaar. Alleen sterven is haar niet gegund. Ze moet er de dochter voor opsluiten.

 Anderen spreken andere talen, waartegen Elisabeth zich wapent met een eigen binnentaal. Alleen met haar kapper kan ze praten, die krijgt ook als eerste te horen dat ze ziek is. Sprak iedereen maar kapperstaal. Waarom heet de nieuwe roman 'Dorst'? Wat is dat voor een dorst?

 'Het gaat bijna verder dan onvervuld verlangen.. Dat je iets wil en dat je van te voren al weet het zal nooit genoeg zijn. Dus ik ga drinken maar ik weet zeker dat het niet genoeg zal zijn. Ik ga met een man naar bed maar ik weet dat ik daarna niet bevredigd zal zijn. Dus dat je een verlangen hebt en dat je al weet dat het onver­vuld zal blijven, maar dat neemt het verlangen niet weg.. Je weet dat je het niet zult oplossen en toch ga je er achteraan. Dus dorst die niet te lessen is, maar ja, je kan het ook niet ontkennen.'

 

De tenen van Adam

 Mijn eerste bezoek aan het Lam Gods van de gebroeders van Eyck in Gent werd onvergetelijk door de explicateur. Hij klapte het veelluik deel na deel open, zoals dat eens ooit bij feestdagen was gedaan, vertelde en vertelde. Tegenwoordig luistert daar een zwijgende menigte naar z'n oordoppen en het Lam staat onbeweeglijk stil.

 Die zeer Gentse explicateur begon bij de buitenluiken, Adam en Eva. In het nummer van Kunstschrift dat verscheen bij de tentoonstelling 'De weg naar Van Eyck' licht Ann-Sophie Lehmann uit heel dat veelluik de tenen van Adam.

 Het lijkt wel of Adam het doek uit wil stappen. Op de onderschildering doet hij dat nog niet, zo laat infrarood zien. De voet stond vlak, net als die van Eva. Maar Van Eyck overschil­derde Adams voet in verkort perspectief. En zie, er is een derde dimen­sie. En drama: Adam zet een 'giant step' voor de schilderkunst.

 Diepte en textuur van de figuren, hun kleren en omgeving komen tot leven. Ook door de licht­val. In Rot­terdam zie je wat voorafging. Alsof de figu­ren bij z'n voorgangers al zoetjes wakker worden uit een eeuwenlange verstar­ring. Uitste­kende voeten waren bekend uit de beeldhouwkunst en van prenten. Van Eyck wist van tenen.

Vorlesebühne

 Volgende zaterdag, de 20ste doe ik in Utrecht mee met Bernhard Christian­sens Vorlesebühne, een aflevering over liefdesbrieven, samen met Roelof ten Napel, Sylvia Hubers, Maaike Haneveld, Bernhard zelf en muziek van Heug. Ik lees behalve iets eigens ook uit Franz Kafka's brief aan Milena over de 'briefspoken' (1922):

 'De eenvoudige mogelijkheid van het brieven schrijven moet puur theoretisch bekeken een verschrikkelijke ontwrichting van de ziel in de wereld gebra­cht hebben. Het is immers een omgang met spoken en wel niet het spook van de geadresseerde, maar ook met het spook van je zelf, dat je onder de hand in de brief die je schrijft ontwikkelt of zelfs in een reeks van brieven, waarbij de ene brief de andere versterkt en zich op hem als getuige kan beroepen.'

 'Hoe kwam men nu toch op het idee dat mensen door middel van brieven met elkaar kunnen omgaan? Aan iemand in de verte kun je denken, wie bij je is kun je vastpakken, al het andere gaat de kracht van een mens te boven­. Maar brieven schrijven betek­ent je voor de spoken ontbloten, waarop ze gretig wachten. Geschreven kussen komen niet op hun plaats van bestem­ming, maar worden door de spoken onderweg leeggedronken. Door deze rijkelijke voeding vermeningvuldigen ze zich ongehoord. De mensheid voelt dat en strijdt er tegen, ze heeft, om waar mogelijk het gespook tussen de mensen uit te schakelen en de natuurlijke omgang, de vrede van de ziel te bereiken, de spoorwegen, de auto, het vliegtuig uitgevonden, maar dat helpt niet meer, het zijn duidelijk uitvindingen die al in het afglijden gedaan worden, de tegenpartij is zoveel rustiger en sterker, ze heeft na de post de telegrafie uitgevonden, de telefoon, de draad­loze telegrafie. De geesten zullen niet verhongeren, maar wij zullen te gronde gaan. (...)'

Zonsopkomst

 Kitty Hooijer stuurt deze uitnodiging door.

 'Dit soort schilderijen liggen me, al is het uit een voorbije periode. Jaap Hoffmann is heel stil. Hij zegt dat hij zelden wat denkt.'

 Hoffmanns uitnodiging:  

'Op Hemelvaartsdag, inmiddels vele jaren geleden, zou ik met een aantal leeftijdgenoten ‑ traditioneel ‑ gaan dauwtrappen. Of ik te vroeg of te laat op de afgesproken locatie, het spoorviaduct in Bussum, aanwezig was weet ik niet meer, wel dat ik alleen te dauwtrappen ben gegaan over de heide tussen Bussum en Hilversum. Daar op de heide zag ik een schitterende zonsopkomst.

 Decennia later heb ik die ervaring vormgegeven in schetsen en twee schilderijen, waarvan het grootste doek te zien zal zijn op de open dagen van de n.e. studio's. Jeanne Rombouts gaat diverse kunstobjecten 'bezingen'', waaronder mijn schilderij, zeer benieuwd of dat lukt.’

 Zondagmiddag dus, om 15.00 uur, op het Noo­rdereiland, Prins Hendrikstraat 5, Rotterdam.

Tags: 

Der Trinker

 Stond niet in de hoge boekenkast op mijn vaders 'studeerkamer' waar hij 's middags zijn tukje deed. Als ik koorts had werd ik er  gelegd en keek slapeloos naar de titels op de boekrug­gen.

 Wel 'De vlam in de pan' van Mr.A. Roothaert of 'Kleiner Mann was nun' van de zelfde Hans Fallada. Nog krijg ik koorts van die naam. Wie heette er zo? Nu lees ik zijn pas weer vertaalde Der Trinker. In het Duits, ook om het zoveel mooiere omslag. En die kraakheldere taal. Binnen twee weken geschreven in een inrichting, in 1942 door een alcoholist, uit de volle over­tuiging van zijn gelijk. Stomverbaasd was ie toen ze hem insloten. Lui­ster naar zijn met de omstandigheden mees­chuivende, ijzeren alcoholistenlogi­ca:

 Also, ich will von jetzt an ehrlich sein: Ich kann dem Alkohol nicht sofort abschwören, aber ich werde von nun an sehr mässig trinken, vielleicht nur eine halbe Flasche pro Tag oder gar nur ein Drittel. Mit ein Drittel würde ich schon auskommen. Jetzt würde mich schon ein einziger kleiner Schnaps glücklich machen, ein winziges Stängchen, kaum ein Mundvoll Schnaps, in diesem zustand, in dem ich jetzt bin.'

 En dat, o wonder, werd geschreven door een alcoholist. Die zichzelf doorzag.

Tags: 

Het manifest van Saskia de Jong (1)

 Het heet 'Geheimhouding van het gepasseerde: een oproep tot zwijgen'.

 Een innerlijke strijdigheid. Hoe kun je oproepen tot zwij­gen zonder kabaal te maken? Daarover gaat dit pamflet van de dichteres van Zoekt vaas (2004), Resistent (2006) en De Deugende Cirkel (2010) in 156 exemplaren uitgegeven door Druksel in Gentbrugge. Het lijkt een antwoord op het agressieve Futuristisch Manif­est van Marinetti (190­9), dat ook is bijgevoegd en waarin oorlog, de machines  en de snelheid werden bezongen. Nu Saskia's dubbelzinnig weerwoord. Er zijn twee stemmen. De tekst en een 'koor' dat antwoordt.

'jullie weigeren de welwillende stilstand,

bedaarde slaap, het stijve voetje voor voetje,

de antisalto mortale'

koor: 'dood door verveling..'

'de aai en het handen schudden te beschimpen'

koor: 'jullie, ja jullie. publieksparticipatie..'

'jullie zeggen min of meer luchthartig

dat de eenvoud van het paradijs

ontsierd is door een oude laagheid:

die van de traagheid'

koor: 'o gottegottegottegot..'

'een Canta, het chassis

dakrail, carosserie,

spoiler, claxon, motorkap,

dashboard, bumper, kanteldak etc. 

 

De Canta, ziedaar onze gemotoriseerde toekomst, beste Marinetti.

vrijdag 26 oktober om 21.30 in de Avonden meer..

 

  

Pagina's