Vermeer (2)

 Nooit zijn meer liefdesbrieven geschreven dan juist nu. Ze komen en gaan vliegensvlug via drukken op de knop. Bij Vermeer zie je het briefpapier, het wachten.

 Wat de ontvangsters, altijd vrouwen zich in het hoofd haalden tijdens dat wachten. Wat er met ze gebeurde als ze het bericht eindelijk in handen kregen. Het verbreken van het zegel, het gretige lezen. En dan het terugschrijven. Soms schrijft ze er een en terzelfder tijd brengt haar dienstmaagd er een binnen, zoals hier: kruisende post is kruisende mail geworden. En denk niet dat met de mail verdwenen zijn wat Kafka 'briefspoken' noemde - de demonen die onze woorden leegzuigen en er valse bedoelingen in blazen.

 Dit schrijven lijkt op het telefoneren van nu: lachen en gebaren tegen een onzichtbare. De vrouw kleedt zich er mooi voor aan. Vermeer laat ons door haar kleren en sieraden weten hoe verliefd, maar ook hoe wantrouwig ze is.

 De inhoud kent alleen de schilder. Soms zit ook de dienstmaagd in het complot. Wij mogen raden, iets opmaken uit de tekens die hij ons geeft. Wat beduidt een schilderijtje aan de muur, een paar sloffen - die wijzen op 'onwettige liefde' schijnt het, het dragen van de kleur geel - 'geel past bij geliefden en hoeren' volgens Andrea Al­ciati (1550) en zo door. 

Vanavond na 22.00 in de Avonden meer.

I wish

 De kinderwereld in 'I wish', de nieuwe van de Japanse regis­seur Hirokazu Kore‑eda liet me weer zes jaar oud over straat lopen.

 Of beter rennen, want jongetjes van die leeftijd rennen, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. In zijn 'Nobody knows' uit 2004 wilde een groep kinderen in een appartement overleven zonder steun van volwassenen, hier lopen ze alleen maar weg omdat drie jongetjes zich in het hoofd hebben gezet dat ze twee splinternieuwe 'kogeltreinen' mekaar willen zien passeren op een viaduct. Ze zien het en schreeuwen hun wensen voor de toekomst tegen het treingeraas in.

 En, neem me niet kwalijk, maar toen ik zelf zes was heb ik dat ook gedaan. Even buiten Zutphen wachtte een troep kinderen onder het spoor­viaduct tot de goederentrein naar Duitsland kwam. We hadden alvast bakstenen uit het talud gerukt en in tweeën geslagen. De trein kwam, eindeloos lang, en wij gooiden onze halve klinkers. Vonken vlogen uit het metaal van de onderstel­len. Horen en zien verging ons.

 Zo herinner ik me de ­wereld waar verzinsels en werkelijkheid nog lukraak door elkaar lopen. Heden en toekomst tegelijk onpeilbaar beangstigend en vol beloften. Kore-eda heeft hem voor me ach­terhaald.  

Vermeer (1)

 De schilderijen van Johannes Vermeer (1632-1675) zijn verspreid over musea overal ter wereld.

 In het Delftse Vermeer Centrum hangen er een stuk of twaalf in reproductie bijeen onder de noemer 'De liefdes­boodschappen van Vermeer'. Dit 'Slapende meisje' (ong. 1656) uit het Metropoli­tan Museum of Art in New York lijkt een beetje dronken, weg­gedommeld. Ze is ken­nelijk geen dienstmeid maar de sjiek geklede vrouw des huizes - dure oorbellen.

 Maar welk verhalend moment heeft Vermeer gekozen? Dat ze samen met een man - niet de hare vermoedelijk - zat te drinken is af te leiden aan het omgevallen glas op tafel (een mannelijk glas, in het hare zit nog een bodempje, je had glazen voor mannen en vrouwen). Het omgevallen glas zou niet alleen op het einde van een samen­zijn kunnen duiden, maar ook van een relatie. Er is meer, in de linkerbovenhoek citeert Vermeer een schilderij waarop Eros met een masker staat afgebeeld. Een schilderij overigens dat bij zijn schoonmoeder aan de muur hing, ontdekte men.

 Wat is hier gebeurd? Van de twee wijnkannen is er een omgeval­len, het interieur is een rotzooitje. Hoe en waarom eindigde dit gezamenlijk drinken? De fruitschaal spreekt: appels, vruch­ten van het kwaad, verwijzen naar de verleiding in het paradijs. De walnoot in tweeën sym­boliseert echtbreuk. En wij blijven naar haar staren: wat als ze straks wakkerschrikt? 

Mannenbenen

 Steven Brakman, zoon van de schrijver Willem, bericht dat hij vorige week een handschrift van de vroege verhalenbun­del 'Water als water'­ van zijn vader in handen kreeg.

 Ergens rond 1965 was een student bij hem langsgekomen met belangstel­ling voor zijn werk, en uit en­thousiasme had Brakman hem meteen het hele handschrift mee gegeven. Nu is het terecht. Hier een pagina van het militaire dienst-verhaal 'Herfstmaneuver', waarvan de eerste zin in de boekversie luidt:

 'Misschien bestonden er maar twee soorten mannenbenen, overwoog Carp terwijl hij slaperig naar zijn dikke dijbenen staar­de, die de treden afgingen en bleek afstaken tegen het donke­re trapgat; de bloedwarme, rolronde en gespierde, en de magere pezige.'

 Maar de pagina werd doorgehaald en in Willems doktershandschrift herschreven. Ik probeer hem nu te ontcij­feren. Over de mannenbenen staat er nog dat Carp meent 'dat hij tot de groep mannen behoorde wier benen in de dijpartijen vrouwelijke rondingen vertoonden (..)'. Een angst die je bij mannen vaker tegenkomt - help ik Willem postuum een handje - maar die op een misverstand berust. Wie z'n eigen dijbenen van bovenaf bekijkt ziet altijd meer ronding dan er werkelijk is.  

Tags: 

BEZET

 Maandag is het Koninginnedag, ik mailde Arnon Grunberg om onze wekelijkse opname af te spreken. Als volgt: 'Komende maandag is weer een 'dag' tw. de koninginne‑  Aan ons dus het verzoek van studio Desmet of we om 18.00 NL‑tijd kunnen opnemen.'

 Arnon mailde: '18:00 a.s. maandag moet kunnen. Koninginnedag. Dat is waar. Helemaal over het hoofd gezien.' Ik rapporteerde: 'Het Amsterdams plaveisel vult zich al met tapeletters BEZ­ET.. Tot dan.' Arnon antwoordde: 'Bezet kwam ik al een paar dagen geleden tegen toen ik nog in Amsterdam was. Bezet. Een krankzinnige gedachte.'

 ps. De hevige regenval van vanmiddag heeft de tapeletters BEZET veranderd in spijkerschrift.  ps2. Ook de viering van 4 en 5 mei nadert. Hierdoor schoten me de Haagse strandkuilenruzies te binnen uit de jaren '50. Duitse badgas­ten groeven de ene dag een kuil en meenden daarop de volgende dag weer recht te hebben. De ongeschreven Haagse strandkuilen­wet luidde echter dat alle kuilrechten bij zonsondergang ver­vielen. Hagenaars betrokken onbezorgd kuilen die de dag tevo­ren door Duitsers gegraven waren. Daar kwamen kuilgevechten van.

Tags: 

Isaac Israels (3)

 Zijn leven lang deed hij niets liever dan naar de meisjes kijken, ze schetsen. In een rusteloos poging door te dringen in die andere wereld. Maar op de doeken kijken ze zelden terug. 

 Isaac Israels was een wandelend schetsboek, klein, kwiek, kettingrokend. Een verslaggever van situa­ties op het strand, op straat, aan boord, waar ook. Foto's had hij er niet bij nodig als z'n vriend Breitner.

 Zijn theater is de straat. Al bezocht hij ook kleed­kamers, modeshows. De straat, het podium voor modinet­tes, diens­tboden, deftige dames,gekleed om gezien te worden. Elegantie komt bij Israels van beweg­ing, van rokken die om heupen vallen, van blouses met ruches om schouders en hals. En wat eraan vooraf­gaat: het passen van kleren in modehui­zen, de kledingin­dustrie. En dan? Hij is de meester van het wachten. Wachtende vrouwen, aangekleed, gekapt, op­gemaakt, maar waar­toe? De naar binnen gekeerde blik, het peinzen.

 Vriendinnen tekent hij, almaar weer. Zie ze fluisteren. En roken.

Tags: 

Isaac Israels (2)

 Dit wordt een Isaac Israels-zomer. Het Amsterdams Stadsarchief brengt de Amsterdammer Israels vanaf 15 juni. En in Den Haag hangen - in het verlengde daarvan -wel vier musea werk uit zijn Haagse perioden op. Kunstschrift komt met een Israels-nummer.

 Ik las over het Haagse gezin Israels - vader Jozef, moeder Aleida, dochter Mathilde en zoontje Isaac - dat ze rond 1890 vaak naar Parijs reisden. Om de reizen te bekor­ten namen ze een boek mee. Eén enkel exemplaar. De pagina­'s werden losgescheurd, onder het gezin verdeeld en bij toer­beurt gelezen, als ieder­een ze uit had gingen ze het ­raam uit.

 Een familie­gewoonte die Isaac (1865-1934) nog tot in 1900 vol­hield: 'Voor hij z'n villa in Scheveningen verlaat, scheurt hij er juist zoveel uit als hij onder de rit nodig denkt te hebben. Z'n hele bibliotheek is op deze manier de papiermand ingegaan.' Aldus een beschrijving van vriend Herman Heijer­mans.

Tags: 

Karin van Pinxteren (3)

 Bracht me met haar hostess naar de films van Pilvi Takala.

 De Finse die in haar verkleedpartijen zoveel vrouw laat zien, van stagiaire tot Cinderella. En van haar naar de fotografe Isabelle Wenzel die de kantoren van de Amsterdamse Zuidas onveilig maakte met secretaressenacrobatiek en tenslotte naar Miranda July.

 Wat te denken van de vrouw en het meisje in 'Classified'. Beiden dragen een kruis als was het een schoudertas. In het kruis zit een pak tissues waaruit ze er voortdurend eentje trekken, waarna ze op de vloer dwarrelen.

 William James, de psycholoog, legde in 1890 uit dat wat mensen graag zien als 'rollenspel' meer is dan dat. Het zijn hoedanigheden van jezelf. Je bent het zelf. Het lijkt erop dat daarin van vrouwen meer wordt verlangd dan van mannen. En ook dat ze er niet alleen mee worstelen, maar er ook vaak schik in hebben.

 

Alexander Calder (1898-1976)

 Wat ik eerder van z'n werk zag bracht me op dwaalsporen vol niervormige tafeltjes met schuine pootjes.

 Pas nu ik hem in het Haagse Gemeentemuseum op een film uit de jaren ’60 z'n circusvoorstelling uit de jaren ‘20 zag uitvoeren, met de zelfgeknutselde acrobaten, olifanten, paarden en clowns werd me duidelijk wat er misging. In 1930 kwam hij in Parijs bij de toen al beroemde Piet Mondriaan op bezoek, aanschouwde diens interieur en bekeerde zich tot de abstractie.

 'Mag er dan niks bewegen?' vroeg hij nog, maar Piet was streng: 'Mijn schilderkunst is al heel snel.' En zo kwamen die saaie mobielen van Calder in de wereld. Nagevolgd door generaties doe-het-zelvers. Waar ik bij stond probeerde een dame ze in beweging te krijgen door ertegen te blazen. Meteen een suppoost erbij: 'Niet aankomen! Dat zijn kunstobjecten.'

 Goddank wordt de film van Calders circusvoorstelling steeds door ademloos publiek bekeken. Een van paperclips gemaakte acrobaat valt uit de trapeze. Geen nood, Calder laat - mompelend, op z’n fluitje blazend twee draadjes-ziekenbroeders aanrukken met een brancard.   

Tags: 

Karin van Pinxteren (2)

 'Easy to love but hard to live with' heet deze omhelzing van een geel ellips, die voorkomt in een filmpje waarin de ellips zich in de omhelzing ook nog opblaast als een ballon.

 De ellipsenrij is het logo van Karin van Pinxteren. In haar installaties, performances, foto's, film, sculpturen, schilderijen, teksten kan hij ook een opening zijn, een portretlijst waaruit 'de ander' tevoorschijn komt. De ellips als gat naar een andere wereld.

Voorwerp en gat. Soms krijgt het verlangen naar de ander de vorm van een hofdans, een ritueel. Alles in het besef dat het onmogelijk is samen te vallen met die ander, maar dat het toch iets oplevert, namelijk nog méér verlangen. 

'Court dance II and a soft spot for proposal' nodigt je uit op een rode stip te gaan staan tegenover een aantal witte ovalen op de muur, die er als lege tekstballoons uitzien. Dan kan de rituele dans beginnen die wij communicatie noemen. Het heeft z'n komische kanten.  

Pagina's