Ai Weiwei

 Als je twintig fietsframes in een cirkel aaneen schroeft is dat misschien wel een beetje grappig.

 Maar als er dan een bordje bij hangt dat het kunstwerk ook gelezen kan worden als een commentaar op het China van nu, waar de fiets langzaamaan terrein verliest denk ik 'o'. Een stapel houten krukjes? Dode bomen geassembleerd uit aller­lei stuk­ken dode boom? En dan eindeloze films van het verkeer op de derde en vierde ring van Beijing?

 En de veelbesproken zonnepitten brachten me naar de de pindakaasvloer van Wim T.Schippers. Amusant, maar verder? Ik zwijg. Het interessantst is de reportage van de operatie die Ai Weiwei in Duitsland onderging. Hij is dissident, en hij heeft z'n kop mee.

Karin van Pinxteren (1)

 Vanmiddag in museum De Pont in Tilburg liet ik Ai Weiwei even terzijde. En liep met Karin van Pinxteren langs haar 'Part of someone's diorama'.

 Even was ze niet de 'hostess' die ze bij haar performances soms is. De vriendelijke bemiddelaarster tussen kunst en bezoeker, die ondertussen wel het stempeltje 'Inhale with me' op je hand drukt. Want daar is het haar om begonnen, de lucht die wij in- en uitademen. De lucht die wij delen. Heel de tentoonstelling is vervuld van de mogelijkheden, maar vooral onmogelijkheden van de menselijke omgang.

 Vandaag was ik deel van haar diorama en zij van het mijne. Een kinderlijke droom van samensmelting. Maar wat komt ervan terecht? In haar film 'Classified' zie je hoe een keurige, galante moeder een dochter voordoet hoe ze haar evenbeeld kan worden. En ja, het meisje wil dat maar wat graag. Maar hoe gaat zoiets verder.

 Morgen, en maandag in de Avonden meer.

Eric de Kuyper (4)

 Vrijdagavond is het gesprek te horen dat ik met Eric de Kuyper had over z'n boek 'Applaus'.

 Daarin gaat het ook over wat hij noemt de actualiseerdwang in het theater. 'Moderniseren' van klassieke stukken kan soms, maar je verliest van alles. De Kuyper vertelt hoe bij Shakespeare en in opera's van Verdi eer en wraak belangrijke thema's zijn waar men lang geen raad mee wist. Tot de kranten vol stonden van eerwraak bij jonge Turken en Marokkanen.

 In 2008 schreef hij het libretto voor een versie van La Strada naar Fellini met muziek van Luc van Hove. En daarin kwam een non voor. De kostuumontwerpsters, twee Vlaamse meisjes bleken in ernst niet te weten wat dat was: 'Ze hadden er een soort verpleegster van gemaakt, zodat het hele personage onbegrijpelijk werd. Het was ze niet aan het verstand te brengen. Zodat de toeschouwer zou denken wat moet die rare vrouw daar... die spreekt over God enzovoort, wat is dat voor een hysterica?. Maar dat was gewoon een non.'

Waar ook ter wereld (1)

 Op zaterdag 2 juni belegt de VPRO een dag van letterkunde in de Amsterdamse Nes. Bij die gelegenheid zal Anton de Goede Arnon Grunberg en mij ondervragen over ons wekelijks radioges­prek. Alvast dit:

 'Ik zit in een Amsterdamse studio, hij op een hotelkamer, in een vertrekhal of kleedkamer. Soms in een rijdende trein. Hij blijft maar bewegen, van congres naar festival of voorstel­ling. Toch is zijn beweging een vorm van stilstand. Hij doet me denken aan de marconist die uitlegde dat zeeschepen eigenlijk stilliggen. De wereld trekt aan ze voorbij.

 We zien elkaar hoogst zelden, soms bij een gelegenheid of presentatie. Eigenlijk bestaan we uit stem. Aan een stem is alles af te horen. De Arnon die uit z'n stem oprijst is een ander dan die welke ik soms in levende lijve zie. Zijn stem is zeer nabij en vertrouwd, ik ken elke aarzeling. De levende man is afwachtend, gedis­tantieerd, ook omdat er veel mensen om hem heen zijn.

 Ons praten is een vorm van musiceren. Een geïmproviseerd stuk muziek voor twee stemmen dat we tot een eind moeten brengen, met halverwege een solo voor hem, omdat hij de solist is en ik de begeleider. Vooraf spreken we af wat de opnametijd kan zijn. Ook daarbij nemen we vaste rituelen in acht, zoals de formule dv., als god het wil, of zijnerzijds 'inshal­lah'. We zijn niet gelo­vig, maar we kennen onze plaats.'

Tags: 

Juhani Pallasmaa

 Schreef het klassieke The eyes of the skin. Waaruit je kunt leren dat alle zintuigen voortdurend op elkaar inwerken, met elkaar samenwerken.

 Het kan geen kwaad je te realiseren dat je ogen, je oren en je neus gespecialiseerde onderdelen van je huid zijn. Wie iets hoort zal daardoor tegelijk van alles zien en voelen, en ander­som, enzovoorts. De Finse architect Juhani Pallasmaa heeft z'n architectuur op dit inzicht gebouwd.

 Wij zijn nogal eenzijdig visueel inges­teld, zo bouwen we ook. Maar wonen of werken we er eenmaal, dan komen we er achter dat we veel van onszelf veronachtz­a­amd hebben. Huizen moeten ook tastbaar zijn, moeten aangenaam klinke­n en ruiken. Daar wordt aan de tekentafels nog steeds nauwelijks bij stilgestaan. Pallasmaa heeft als docent en met zijn boeken (ook: The Thinking Hand) veel invloed gehad op architecten en kunstenaars.

 Op dinsdag 24 april komt hij praten over 'Biophilic Future, cultuur, schoo­nheid en de menselijke natuur' in Stroom, Den Haag. Ik ga hem zien, horen en wieweet ruiken.

Jules Chéret

 Stel je het Parijs van 1889 voor, het jaar van de Wereldtentonstel­ling en de Eiffeltoren. Een stad vol vrouwen. Van brons, van steen, zoals ze op de Opéra of het Gare du Nord stonden of lagen - waar niet, ook aan de balkons hingen ze - en vooral, zoals ze stonden afgebeeld op de affiches die overal werden aangeplakt. Vrouwe Justitia verschilde nauwelijks van het meisje dat petroleum aanprees of de nijverheid verzin­nebeeldde.

 De uitvinder van het Franse kleurenaffiche was Jules Chéret, de lithograaf die in 1859 in Engeland ging werken en in 1866 terug kwam met het idee van muurschi­lderingen papieren straa­tkunst te maken: felle kleuren, dynam­ische com­positie en altijd een Par­ijse jon­gedame in het midden, blond en aanlokkelijk terwijl ze je dartel een laxeermiddel of een opera aan­beveelt. Chéret begon een fabriekje in kleurenlitho’s en veroverde Parijs.

 De meisjes werden al snel 'Chérettes' genoemd. Schrijvers en schilders waren enthousiast. Er kwam erkenning van Huys­mans en Zola, van Rodin, Monet, Degas. Geen wonder, Chéret gebruikte behendig de nieuwe kunstlichtkleuren, zette in zijn droomwerelden mannen in de schaduw en de vrouw voor het voetlicht. In z'n composities zit altijd een opwaartse beweging, zijn vrouwen zweven tegen verglijdende luchten, wolken en nevels. Veel ontleende hij ook aan de Japanse prenten die in de mode waren.

 Morgen na 22.00 in de Avonden meer over 'La belle Époque de Jules Chéret (1836-1932)', in het Brusselse Museum van Elsene.

Onsamenhangende kunst (2)

 In oktober 1883 opende de expositie van de Incoherenten. Alle kunst - zonder onderscheid - was welkom. Ook 'gevonden voorwerpen', kindertekeningen.

 Zelfs een zwart doek van een dichter, getiteld 'Vechtende negers in een kelder bij nacht'. Op affiches en uitnodigingskaarten werd een inktpot leeggegoten over een geleerd vertoog over esthetica. Het werkte, er kwamen 20.000 bezoekers. Er was - lang voor Duchamp en Dali - een prent van een pijprokende Mona Lisa van Sapeck (1883). De surrealisten en dadaisten hadden voorlopers.

Daarna gingen de Incoherents bals organiseren. Ze drongen ook door in de literatuur. In Prousts 'Een liefde van Swann' huivert Swann bij het idee dat zijn Odette met een concurrent naar een bal van Incoherents zal gaan. Op het eerste bal (1885) hingen borden aan de muur die zeiden 'De melancholie komt hier niet binnen' of 'SVP niet tegen het plafond spuwen'. De kleding was extravagant: mannen gingen als artisjok. Voor een souper buiten moest je zelf je gazon meenemen.

In 1887 werd de Incoherence doodverklaard en begraven. En ik blijf zitten met vraag waarom sinds de Incoherenten het zg. absurde in kunst en vermaak altijd weer de zelfde vormen aanneemt

Eric de Kuyper (3)

 En zo kwamen Eric de Kuyper en ik terecht in de Brusselse Muntschouwburg, de plaats waar België in 1830 ontstond. Uit een opera.

 Die opera, la Muette de portici van Auber is al 50 jaar niet meer o­pgevoerd, leer ik, maar nu - merkwaardigerwijs - staat hij voor volgend seizoen weer op het programma. Waarom? Of eerst, waarom werd zo'n symbool van nationale eenheid al die jaren veronachtzaamd? Je kunt het raden, lijkt me. En waarom nu opeens weer wel? Is het om Elio di Rupo te eren, de Italiaanse immigrantenzoon die België redde? De opera speelt zich af in Zuid-Italië, de Italiaanse eenheid is een thema, men zingt:  

Amour sacré de la patrie,
Rends-nous l’audace et la fierté;
A mon pays je dois la vie.
Il me devra sa liberté."

 Eric glimlacht. Dat moet ik maar aan de leiding van de opera vragen. Hij is geen Belg, hij is een Brusselaar. Wij spreken over 'Applaus' het boek over zijn liefde voor t­heate­r, de dans ook. Over de magie van de fysieke aa­nwezigheid die zo anders is dan bij film. Over de twee werelden, die van de roodpluche stoel­en, die reikt tot aan het roodfluwelen gordijn, waarachter alles mogel­ijk is zolang het publiek het wil. Maar de gordijnen verdwenen en spelers en regisseurs maakten zich meester van de teks­ten van Shakespea­re en Racine. Eric pakt uit over verkeerd begrepen 'actualisering'.

Tags: 

Onsamenhangende kunst (1)

 La Belle Époque de Jules Chéret (1836-1932) heet de ten­toonstelling van de affiches van deze verbazende voorloper van Toulouse-Lautrec.

 Als ontwerper, dramaturg, lithograaf was hij de uit­vinder, van wie bv. Toulouse-Lautrec veel opstak. Hij maakt ook reclame voor het project van de Arts In­coherents. Een absurd antwoord op de dictatuur van de Salons van de officiële kunst.  Het begon met een tentoonstelling met werk van mensen die niet konden tekenen, op 13 juli 1882 in een barak op de Champs Elysées, werkstukken gemaakt van alle soorten materiaal.

 Op 2 oktober zette hij het experiment voort bij hem thuis. Nu met schilderijen gemaakt door schrijvers en verzen geschreven door schilders. Er kwamen 2000 mensen. Veel aandacht in de pers. Een jaar later volgde een officiële expositie waar 'alle werk' werd toegelaten, er kwamen 20.000 mensen. Later meer.

Eric de Kuyper (2)

 Morgen ontkom ik er niet aan hem te vragen naar de voorstelling waaruit de Belgische natie ontstond.

  

 We zitten immers om de hoek bij de Muntschouwburg, waar op 25 augustus 1830 de vaderlandslievende (maar welk vaderland?) teksten in de opera De stomme van Portici leidden tot een  revolutie. Nota bene op de verjaardag van koning Willem I. De hoofdrol was inderdaad een zwijgende rol.

 Een mooi voorbeeld van één van de onderwerpen van Eric de Kuyper. Theater berust op een afspraak tussen optreders en publiek, de zogeheten 'suspension of disbelief'. We zullen tijdelijk doen of het vertoonde echt waar is. Maar na het slotapplaus is dat weer voorbij. Klappen mocht het publiek, hooguit boe roepen. Revolutie stond niet in het script.

Tags: 

Pagina's