Matijs van de Kerkhof (2)

 Onheilspellend zijn ze allemaal. Hoe spel je onheil? Gisteren sprak ik Van de Kerkhof en die gaf hints. De spanning ontleent ie vaak aan de film noir. Hij heeft veel gehad aan filmstills, al zal ie ze nooit naschilderen.

 Vaak kijk je vanuit de schaduw naar een lichtplek. Een podium bijna. Waarop groepjes figuren en individuen, elk met andere beweegredenen. Is er net iets gebeurd? Of dreigt er iets? Wacht men af of berust men? Veel speelt zich af in halfduister en schemering, bij deels kunst- deels daglicht. Waar komt het licht vandaan, vroeg ik? Er is soms een belichter buiten beeld, die schijnwerpers richt op waar Van de Kerkhof lichtplekken of glimmertjes wil. Er zijn ook vaak meer lichtbronnen, zoals bij Delvaux.

 En dan de vele spiegels, die niet weerspiegelen wat je verwacht. Ook dat komt uit de film noir en heet 'valse spiegels', die weerkaatsen hoe even verderop iets gebeurt dat bijdraagt aan de spanning. Als toeschouwer blijf je raden. Hij kent z'n klassieken, citeert graag Velasquez of El Greco. Wees niet verbaasd als er een perversie van het Laatste Avondmaal opduikt.

 Wijziging: dinsdag na 22.00 in de Avonden meer.

Matijs van de Kerkhof (1)

 Betrapte situaties. Je valt midden in een raadselachtige voorstelling. Een scène uit een onbekend theaterstuk.

 Wat gebeurt hier? Dat is de bij ieder doek weerkerende vraag. Maar er gebeurt niet zozeer iets, er is iets gebeurd en men beraadt zich op 'de ontstane situatie'. Ontsteltenis, verontrusting, op z'n minst ver­bazing. Dat 'men' is een veelheid aan personages die soms groepsgew­ijs, soms op zichzelf, bezig zijn met iets dat ze kennelijk in beslag neemt. Soms kijkt iemand alleen maar toe. Of loopt de ruimte uit.

 Het clair obscur, het theatrale neemt daarvan weer afstand. Titels zijn er niet. Wel verwijzingen naar klassieken als Velasquez en El Greco, Francis Bacon ook. Hier en daar piept Alex Van Warmerdam om de hoek, nog zo'n kampioen van de gespannen broeierigheid. Licht geschilderd, vol in drie streken neergezette, overtuigende houdingen en gezichten.

 Vanaf vanmiddag zijn de schilderijen van Matijs van de Kerkhof (1977) te zien bij Galerie Hofland in de Amsterdamse Bilderdijkstraat. Later meer. 

Speak memory

 Op pagina 32 van Nabokovs m­emoir­es las ik over de aankoop die zijn moeder in St. Petersburg doet bij de winkel in luxe schrijfbeno­dig­dhed­en van Treumann voor haar zieke zoontje.

 Hij krijgt een groot pakket, met daarin het 'veelka­ntige' reu­zen­potlood van het merk Faber dat hij zo vaak had gezien in de étalage waar het als reclamemateriaal was op­gehangen. Het had zijn begeerte gewekt, juist omdat het natuurlijk niet te koop was. Was de punt nu wel van echt grafiet? Later boort hij een gat in het potlood en komt er achter dat het lood waar­van de punt gemaakt is door het hele potlood heen­loopt: 'A per­fect case of art for art's sake'.

 Vorige week zag ik in de Haagse Passage dat de reuzenpen boven de luxe vulpen­nen­winkel van Akkerman, waar ik in m'n jeugd naar uitzag er nog steeds hangt. Wonderlijk was ook dat bij mij in de klas op de Lagere School Peter of 'Peep' Akkerman zat, het zoontje van de winkelier, die later naar ik hoorde zelf directeur werd van de vulpennen.

 Als ik ziek word wil ik die hebben, gevuld met echte inkt.

Tags: 

Kira Wuck

 Vanavond werd aan Kira Wuck (1978) de Hollands Maandblad schri­jversbeurs voor poëzie uitgereikt. Ze gaf me haar gedicht 'Dit Feest':

 Sylvia en ik gingen naar de Hema

voor een wegwerpbarbecue

in de Hema kun je een heel leven terecht

van rompertje tot doorlekzeil

 

 Dit feest is zo saai, zei Sylvia

dat ik wou dat er iemand iets in mijn drankje deed

 

 Daarna probeerden we te dansen

Sylvia let op de mannen

ze kijken naar het vlees in haar nek

 

 Als je maar ver genoeg gaat

kom je op een soort maanlandschap

ik maak zwembewegingen naar de lucht

jij staart naar je gekrompen navel

 

 Alles krimpt wat we proberen vast te houden

overdag weten we niet wat we aan moeten

toch worden we elke dag met dezelfde lust weer wakker

 

 Ik sms'te iemand dat ik hem toch te oud vond

waar ik dan later weer spijt van kreeg

 

 Een bezorgde moeder stuurde me berichten

het is typisch eindtijdweer schreef ze

ook heeft ze een bijbel voor me klaarliggen

ze vraagt of we in de McDonald's kunnen afspreken

Een uitzonderlijke vrouw

 De nieuwe roman van Christophe Vekeman, die zaterdag verschijnt beschrijft het leven van Gwen Rummerling. Dochter van een tirannieke moeder en een zwijgzame vader. Hier is ze vijftien:

 'Op dit moment,' schreef zij in haar dagboek, 'ben ik ongetwijfeld schizofreen. Deze schizofrenie beschouw ik als een tussenstadium. De dag is niet veraf dat ik mijn schizofrene houding van mij af zal schudden, voluit de waanzin van de waarheid zal betreden en roerloos en onbewogen als een men­selijke plant (geen zin om deze zin af te maken). Ik zal levend dood zijn tot ik sterf. Dat is mijn doel in het leven op deze wereld. Je hoeft niet in het leven te slagen om erach­ter te komen dat het niets voorstelt. Ik wil het toonbeeld van een (superi­eure) zombie worden.'

Behalve dat zij rechttoe rechtaan verslag uitbracht van haar gemoedstoestand en levensvisie, legde zij zich eveneens toe op het schrijven van gedichten als

 Ik woon, leef op

de afvalberg.

15 jaar oud ben ik.

Haren: tussen blond en hoogblond in.

Huid: tussen blank en lijkbleek in.

Ziel: tussen zwart en inktzwart in.

Meeuwen storten langzaam neer.

Wonen noch leven doet mij plezier.

 en aforismen als 'Mijn leuze is: leven en laten sterven' en 'Ook in gesprek met de grootste politicologen, wetenschappers en filosofen gaat mijn nieuwsgierigheid minder uit naar wat zij te vertellen hebben over politiek, wetenschap of filosofie dan naar de vorm en het formaat van hun penis. En kan je nagaan: zelfs hun penis laat me koud'.

 

Furore

 Piet Schreuders heeft een nieuwe Furore uitgebracht gewijd aan de film Le Ballon Rouge van Albert Lamorisse uit 1956.

 Een kinderverhaal dat net als De kleine Prins of Winnie de Pooh iets teweegbrengt in volwassen hoofden. Wat? Moeilijk te zeg­gen. En wat dit nummer van Furore bij de lezer teweegbrengt is nog lastiger te benoemen.

 Piet Schreuders kiest onderwerpen 'waarvan je tevoren niet wist dat je erin geïnteresseerd was'. Waar werden de opnamen gemaakt, wat is er over van de wijk Belleville? Met grote precisie wordt het cartografisch, in foto's en tekst getoond. Deze Furore is uitgevoerd in zwartwit, met één steunkleur: rood.

 Je zou denken dat zo'n precisie het onderwerp zou kunnen doden. Maar het is andersom. Hoe meer je te weten komt over het Parijs van Le Ballon Rouge hoe harder de film aanko­mt. Het eerste deel vond ik op Youtube. Technicolor, de kleuren blijven gedempt, zodat alleen de ballon voluit rood mag zijn. Een dieprood dat je nergens meer ziet.

Tags: 

Venus?

 Foto met telefoontje gemaakt vanavond op de parkeerplaats achter Naarden-Vesting.

 Gestopt omdat ik nooit zo'n heldere ster op die plaats zag. Hij viel op, omdat je een maan niet ver boven de horizon nu eenmaal groter ziet. Op een foto worden de hemellichamen weer klein.  

 Ik ben een sterrekundige van niks. Op Facebook werd ik via vriendin Makira ietsje wijzer: die heldere rechtsboven moet Venus zijn. Daaronder de maan.

 Onderin de lampen langs de A1.

Chuck Close (3)

 Hij kan - als veel dyslectici - vloeiend in spiegelschrift schrijven, maar ook ondersteboven.

 Verder kan hij sinds z'n jeugd nauwelijks namen en gezichten herkennen. De weg vinden doet hij door in z'n hoofd kaarten te projecteren, wat veel tijd kost. Hij is zeer bijziend, liep voor hij - na een attaque in 1988 - in een rolstoel terecht kwam al slecht en kon z'n armen maar gedeeltelijk gebruiken. Lezen kan hij nauwelijks.

 Chuck Close is letterlijk een controlfreak, dat moet wel. Zijn grote formaten zijn een gevolg van z'n beperkte gezichtsvermogen. Zijn geest zoomt in op wat hij herkent. Hij maakt geen popart al lijkt dat soms zo.

 De handmat­ige drukprocessen waar zijn portretten uit voortkomen nemen soms wel twee jaar in beslag. Bij Chuck Close zijn dichtbij en veraf twee kanten van het zelfde. Hij stelt gezichten samen uit pixels, die een eigen leven gaan leiden. Even dacht ik: zo kijkt een onbekend insect. Je komt de Kunsthal uit met zijn ogen.

 Morgen na 22.00 meer in de Avonden.

M. Lazhar

 Een schooljuffrouw in Montreal hangt zich op aan de verwar­mingsbuis in haar klas. Een onbevoegde Al­gerijnse asielzoeker neemt wederrechtelijk haar plaats in. De voormalige restauranthouder blijkt een heel goede onderwijzer.

 Hoe nu verder met de rouwverwerking bij ouders en kinderen­? Een jongetje denkt dat het zijn schuld is, zoals kinderen dat kunnen doen. Ze had hem om­helsd en hij had dat verklikt bij de schoolleiding. 

 Hoe ga je in deze tijd om met kinderen? Er werken daar behalve Bachir Lazhar nog twee mannen­, de conciërge en de gym­leraar, die ze maar rondjes laat lopen omdat hij ze niet meer durft aanraken bij het springen over de bok. Op aanrakingen staat een 'zero tolerance' beleid. Intuïtief weet de asielzoeker tenslotte als enige raad met de verwerking van de zelfmoord. Een schoollokaal, zegt hij, is een plaats van vriendschap en om wat te leren. Niet om een klas, een hele school op te zadelen met je wan­hoop.

 Als de school weer wat tot rust is gekomen komt zijn onbevoegdheid uit en wordt hij heengezonden. De waarheid heeft soms romantische trekjes.

Chuck Close (2)

 Chuck Close kan gezichten niet uit elkaar houden. Om er greep op te krijgen ging hij eind jaren '60 portretten schilderen. Later werden dat de prints die nu te zien zijn in de Kunsthal. Op grote formaten.

 Macht krijgen over wat je ziet, dat zit erachter. Pixel na pixel. Je met alle technieken meester maken van het beeld. Hyperrealisme, niet als gril, maar als bittere noodzaak. De keus van de gezichten is uitgesproken. Extreem herkenbaar aan onderdelen, als de kuif en bril van Keith (1972). De haardos van Phil Glass. Zo werd het cirkelvormig gezicht van Lucas Samaras kortgeleden een tapijt.

 Zeer bewerkelijke drukprocessen, met alle mogelijke technieken en materialen. Pixels die met de hand bedrukt of beschilderd worden. Dat is waar de spanning in het werk van Close vandaan komt en waar je in Rotterdam met je neus bovenop staat. Een vorm van bezwering waarmee een handicap overwonnen wordt.

Pagina's