Chuck Close (1)

 Zag de reuzenportretten van Chuck Close (1940) in de Rotter­damse Kunsthal.

 Stel je voor dat Oliver Sachs' man die zijn vrouw aanzag voor een hoed een schilder was geweest. Zo kom je in de buurt van Chuck Close. Wat je van hem moet weten is dat hij lijdt aan zg. gezichtsblindheid. Hij ziet de ander wel, maar herkent niet in één oogopslag het geheel van een gezicht. De herkenning gaat bij hem via onderdelen, als een snor, een bril.

De tentoonstelling laat zien hoe Close op talloze manieren van zijn handicap kunst maakt. Eerst brengt hij een foto terug tot z'n kleinste onderdelen, bijvoorbeeld de puntjes van een raster of grid. Je ziet hoe hij die details beïnvloedt, kleur­puntjes met de hand schildert of ijzeren grids inkleurt. Wanneer je afstand neemt of dichterbij zijn grote for­maten komt wordt zo'n gezicht bijna onherkenbaar.

Hij past alle mogelijke technieken toe op een portret - hij spreekt van 'hoofden' - waardoor het gezicht van Phil Glass steeds van uitdrukking verandert, verduistert, oplicht, nieuwe accenten krijgt. Hoe Chuck Close zelf Phil Glass ziet zullen we nooit weten. Zomin als we weten wat hij zelf in de spiegel ziet.

Maarten vanmiddag achter het Houten Paleis

Maarten Biesheuvel

 Vanmiddag bij Maarten en Eva Biesheuvel in de tuin gezeten met een kopje thee en een saucijzebroodje.

 Maarten las me - half improvis­er­end - uit wat hij de laatste tijd schreef en ook al her en der werd afgedrukt. Eerst uit het hoofd over hoe hij voor 't eerst, zesen­twintig jaar oud, werd opgenomen in de inrichting Endegeest, in zijn ogen 'einde van de geest'. Hij was 'gek, wild, woest en ontstuimig', wilde Eva slach­ten, de poes slach­ten. Daar, op het kasteeltje Endegeest ontdekte hij dat Descar­tes daar had gewoond, en dat hij wan­delend over zijn landgoed van veertig hectare zich afvroeg of hij wel bestond. Hij twijfelde, 'dubito', en toen kwam 'cogito ergo sum'.

 'Grote flauwekul. Je moet durven zeggen 'non sum', ik ben er helemaal niet. Het enige wat ik heb is mijn verbeelding. Dat heb van Schopenhauer, Die Welt als Wille und Vorstellung. Als je om je heenkijkt naar de waanzin, Iran, Irak, Pales­tina, Af­ghanis­tan, Syrië, al die on­geluk­ken, ziek­en­huizen, martelin­gen. Ik zit nu heerlijk in de zon achter mijn huisje. En denk 'non sum, ik ben er niet. Ik doé maar net of ik er ben. Alles is verbeelding.'

 Ik nodigde hem uit voor de 'Boeke­ndag' die de vpro op zaterdag 2 juni in de Amsterdamse Nes gaat houden en waar zijn vriend Arnon Grunberg ook zal zijn.

Gewoon

 Vandaag kwam de proef van de nieuwe roman van Christophe Vekeman die op 30 maart het licht zal zien in de Gentse Walry: 'Een uitzonderlijke vrouw.'

 Gretige, onordelijke lezer als ik ben verken ik meteen scrol­lend de tekst. Terwijl de titel door m'n hoofd blijft gaan. De hoofdpersoon is een meisje dat Gwen heet. Waarin is zij uit­zonderlijk? Ik lees het slot en versch­eidene passages, keer dan terug naar het begin, waar Gwen een klein meisje is wier moeder zich zorgen maakt omdat ze eigenlijk niets doet. Ver­veelt ze zich? Nee. Ze doet alleen maar niks.

Ouders worden daar erg onrustig van. Christophe schrijft dan over de moeder dat het 'blijkbaar ook geen moment bij haar opkwam dat haar dochter zich simpelweg gelukkig voelde op die bank of in de tuin, te gelukkig om iets aan haar toestand te willen veranderen'. Dan komt deze dialoog:

'Maar is er dan niets wat je zou willen doen?'

'Ik doe toch iets?'

'Wat doe je dan?'

'Gewoon.'

Jan Emmens (2)

 Wim Brands stelt een bloemlezing samen uit de gedichten van Jan Emmens (1924-1971). Hij liet me zijn toelichting lezen. Waarin de regel:

 '(...) ik heb vaak het idee dat hij niet alleen zich­zelf gadeslaat, maar ook mij, als lezer. Alsof hij in de hoek van de kamer staat en mijn reactie wil polsen tijdens het lezen van bij voorbeeld het geheimzinnige:

 En men zal een beetje eerbiedig zijn

voor het geheim

dat ik niet heb.'

Tags: 

Peter Principle

 Het Peter Principle verklaart 'waarom alles altijd weer misgaat', betoogden Laurence Peter en Raymond Hull in 1969. Hun boek heeft me veel ellende bespaard.

 Het principe is nooit onderzocht, iedereen die in een organi­satie werkt weet dat het zo gaat. Mensen maken promotie in de hiërarchie tot ze op de plek komen waar ze het niet meer kunnen. Ze hebben in de woorden van Peter, 'hun niveau van incompe­tentie bereikt'. En daar blijven ze meestal. Tot schade van de organisatie.

Als het een openbare functie is valt het op. Iedereen kon zien hoe de competente burgemeester Job een falende politiek lei­der werd. Hoe Wladimir Poetin, een goeie chef geheime dienst, een slechte presi­dent werd. Adolf Hitler, een succes­vol politicus, faalde als legerleider omdat hij bijvoorbeeld terugtrekken verbood als dat tactisch echt nodig was.

Hoe komt er dan toch nog iets tot stand? Het echte werk wordt gedaan door de ondergeschikten, vaak door middel van het 'naar boven managen', de baas de indruk geven dat wat je hem ingeeft zijn idee is.

 En nu dan: het competentieniveau van Diederik Samsom.

 

Metamorfinist

 Het tijdschrift Raster bestaat online voort. Zo kan het gebeu­ren dat het meesterlijke 'Een metamorfinist' van Anneke Bras­singa uit 1997 me opeens weer onder ogen komt. Lees, en lees verder op de site:

 'Op een keer gaat hij dood, zij mag mee. Wat sterven zij lang en gelukkig! Het is stralend weer. De veerman doet minder nors dan in de oude boeken staat geschreven. Het wekt haast twij­fel: is dit wel de goede plek en tijd? Hij zingt weliswaar een smartlap terwijl hij aan de riemen trekt, maar dat doen alle zeelui als er geen vuiltje aan de lucht is. De boot roeit zich steeds in chrysanten vast, ook daarover wordt in de literatuur niets vermeld. Zo duurt de overtocht lang genoeg om hen weer te laten vergroeien; aan de oever der Zorgeloosheid stapt het paar als één man uit. Plato heeft gelijk. Op acht armen en benen kom je razendsnel vooruit, met dubbele radslagen door het panorama dat daarbij tolt alsof je in de schoot van Onver­mijdelijkheid bent beland, in de spil die de acht wervels van het uitspansel beweegt en bijeenhoudt - wat natuurlijk ook zo is. Omdat de sirenen akelig gillen houden ze elkaar de vier oren dicht. Moet dat zo doorgaan? Is hier geen rustige pick­nickweide? Goddank, in Vrouw Holle's Wastunnel worden ze door de roterende ijzeren staven van de pluissproeiborstels vaneen­gereten. Hij kan nog net met de laatste boot terug. Eindelij­k alleen, en hij hoeft zich nooit meer te wassen.'

 

Cor Vaan (4)

 Vanavond 22.30 in de Avonden biograaf Menno Schenke over de terug­gevonden tekst ‘Sleutels’ van Cor Vaandrager. Een titel die ook verwijst naar jeugdvriend - en later rigoureuze redacteur - Hans Sleutelaar. Een stukje 'Uitweiding en ‑mel­king', zonder voetnoten, lees het op ritmiek en melodie:

 'Wat is raar: samenspel van mens‑erger‑je‑nietje (Er is ook een ontnieten, pa) en Heavy Staples (Nietelaars).

 No more mister Sleutelaar. Helemaal zolo, als een Deur zo stoned bij Het Doolkruid (ik hoor krautrok), en dan bij Tim binnen voor bankpost met Hef‑watermerk, en, niet normaal, rats, rats, menige kleur tape, lijm, viltstift, vlakgom, lettermachine, die ik sloop, door de gedachte aan Koop, die er zo mee exhibitioneerde. Menig naambordje is een strookje tape met zelfgetangde naam. Leg een verzameling aan, verzamel aan de deuren als een rondbrenger van een De Havenloods.

 Allerlei redelijk groot spul glijdt ijlings of met enig proppen in de diepte van mijn af‑ en aangedragen blue Mao‑coat. De smoking komt van zelf en staat onder zo 1 jas, die men toch afgeeft in de garderobe.'

Tags: 

Tala Madani

 Zag vanmiddag in het Stedelijk Schiedam de vijf genomineerden voor de Volkskrant Kunstprijs 2012. Wie 'wint'? Achwat. Dit is niet appels en peren vergelijken maar een appel met een schroevendraaier, een driewegstekker, een aspirientje en een asperge.

 Wel leerde ik het werk van de in de VS werkende Iranese Tala Madani kennen. Een schilderes die met olieverf schilderijen en animatiefilmpjes maakt van mannen die mekaar verschrik­kelijke dingen aandoen. Middenoosterse mannen zoals wij ze van het nieuws kennen en zij uit haar jeugd in Teheran. Een man werpt een medeman voor ondergrondse. Twee ayatollahs die almaar groeien, gooien troep over een schutting op het hoofd van een arme zwerver. Tot die concludeert dat hij vast iets ernstigs misdreven heeft. Anders hadden die twee baarden het niet op hem voorzien. Ten einde raad slaat hij zich­zelf de grond in met een rode hamer. Erger nog is een ziekenhuisscène: een baby at­taqueert een doodzieke man tot die baadt in het bloed.

Ik dacht opeens Gummbah! Morgen na 22.00 in de Avonden meer over de nominees.

Snoei

 De laatste keer gebeurde het in het najaar. Ik schat tweeënee­nhalf jaar terug. Dat was ingrijpender omdat er nog bladeren aan de takken zaten waar ik elke dag op uitzie.

 Wat voor soort ze zijn weet ik niet. Ik noem ze plumeauboompjes, omdat ze zo stofafnemend omhoogsteken. Wel eens gedacht dat het acacia's zouden kunnen zijn, gezien de bladvorm, maar de bloesemsneeuw daarvan ontbreekt. Nooit iets gezien dat op bloei wees.

 En nu dit, vanmorgen vroeg. De straat was al kaal. Nu nog kaler. Een enkele voorbijgangster vroeg iets aan de snoeier. Niet moeilijk te raden wat. Het antwoord evenmin: snoeien is vooruitzien. Puur calvinisme. Nu doet het even pijn, maar straks - in de hemel wordt bedoeld - heb je er des te meer plezier van.

 

Gek

 Komende donderdag is er in Perdu, Amsterdam een tweede avond over 'De figuur van de gek in literatuur, filosofie en p­olitiek'. 

 Toeval: vanmiddag sprak ik in Rotterdam, met z'n biograaf Menno Schenke langdurig over de dichter Cor V­aandrager. Bij De Hef (de brug die in z'n werk zo'n grote rol speelt).'Gek' is van oudsher de slordige verzamelnoemer waaronder afwij­kenden door de normalen worden bijeengeharkt. En ontmen­selijkt. Perdu denkt dat zo de aandacht van hun mogeli­jke politieke en maatschap­pelijke betek­enis wordt afgeleid: 'de gek hoef je immers niet te begri­jpen.' Zou het?

 Gisteren had ik Maarten Biesh­euvel aan de telefoon. A.Moo­nen heb ik goed gekend. Wat de burger - juist de cul­tureel geïnte­res­seerde - doet is die mensen aanstaren, ze allerlei moti­even toedich­ten, literaire, p­olitieke, godweet. Maar wat wij niet kunnen is Jan Arends zíjn, al is het maar een dag, of A.Moonen die letterlijk buiten zinnen zijn meubilair uit het raam gooit en met gillende sirenes wordt afgevoerd of Maar­ten Biesheuvel midden in een paniekaan­val. Het publiek is geamuseerd.

 Zo hadden we het vanmiddag over Vaandrager. Er was maar één Cor Vaandrager, wisten we. En hij 'kon er niet uit'. Hoe het was hem te zijn zullen we - ondanks zijn pogingen ons met zijn geschrif­ten te beschreeuwen - nooit weten. Het gesprek is vrijdag in de Avonden te horen. 

Pagina's