Ilja

De culturele excursie die ik naar Parijs maakte met de vierdeklassers van het gymnasium was onvergetelijk. Tekenleraar B. had een stokoude Belgische autobus gehuurd die stampvol zat. Al ter hoogte van Delft klonken alarmkreten van achterin. Van het dak, waar onze koffers waren opgebonden bleek veel los te raken. Overal op de snelweg achter ons lagen open koffers en verspreide kleding.

 Later, voorbij Roubaix stond de bus stil in een mijnstadje, tussen de ‘terrils’. De versnellingsbak!. En zo zaten vijftig gymnasiasten op stoepranden en wachtten vele uren in de hitte terwijl er gesleuteld werd. En kochten heel het enige snoepwinkeltje in de straat leeg. Tegen het donker vond B. een klooster waar we konden overnachten.

 De volgende dag kwamen we in het Stade Malakoff, een sporthal waar talloze veldbedden klaarstonden. En toen de stad in, naar het Musee Rodin. En daarna naar Chartres. Ik tekende voortdurend, met krijt, vellen vol. En daar, achterin de bus, zoals achterin alle bussen, werd om me gelachen. Er was daar een meisje, hét meisje, de Indische Ilja, die van hand tot hand ging. En die door de groep achterin de bus plotseling bij mij op schoot werd gegooid. In haar spijkerbroek en van achteren toegeknoopte roze truitje. Bovenop mijn tekening van Chartres.

 Ze legde een roze arm om mijn nek  en keek me aan. Vond ze mijn tekening van de kathedraal mooi?

 Er klonk luid gelach van achter uit de bus.    

Paling

 Dit lijkt me de oogsttijd waarvoor Oom Kees, herenboer en dijkgraaf op de Kettingshoeve op Tholen Belgische gastarbeiders inhuurde. Die gehuisvest werden in een huisje op Strijen.

Waar hij vanuit zijn keukenraam zicht op kon houden. Want het waren feestvierders. ‘Sukkelademelk drinken, eierkoeken eten en tot tien uren opzitten!’

 De volgende ochtend zeer vroeg werden ze dan aan het werk gezet, want de oogst moest binnen voor het ging regenen. Dat gebeurde op een dieet van brandewijn (speed) en oliebollen (vet, koolhydraten). Een soort wielrennerskost.

 Ik heb een oude afspraak met Arjen Duinker op aan de resten van het Thoolse haventje iets te drinken. Hij kent het daar ook. Er zijn twee café’s, De Hof van Holland  en de Hof van Zeeland. Waar oom Kees zijn oogsten verkocht. Gelegen aan de waterloop die De Eendracht heette en Holland en Zeeland scheidde. Nu is dat een kanaal. Alleen, ik ga daar geen moddervette paling eten. Die vang je, leerde ik achter een gemaal, waar het water warm is. Niet dus. Ik proef het nog.

Juan

 ‘Iemand zijn in Amsterdam’, mijn nieuwe boekje, bevat 23 korte verhalen die allemaal iets zeggen over de stad en hoe ik er voor het eerst kwam. Maar bij allemaal zit er meer aan vast. Zoals in dat over Smitje. Wie het omslag bekijkt ziet rechts in de Nieuwe Leliestraat een winkel met een uithangbord: ‘Cafetaria Smitje’.

 Wat ik er niet bij vertel is dat Smitje een mooie dochter had, genaamd Tineke, die achter de tap stond in café De Lelie, op de Leliegracht, waar ik ook vaak was. Je kwam daar voor Tineke. Groot was de ontsteltenis toen Tineke op een dag van vakantie in Spanje terugkwam met een knappe Spanjaard, genaamd Juan – spreek dit op z’n Amsterdams uit met een nadrukkelijke slot-n.

 Al vlug hielp Juan in het café. En daarna bakte hij friet bij Smitje. En trouwde met Tineke. ’Smurrie’ en ‘Hurriedurrie’,  Smitjes  frietsausen kenden geen geheimen meer voor hem.

 Wie het voorafgaande wil kennen moet ‘Iemand zijn in Amsterdam’  kopen bij de kleine uitgever Avanti, door een mailtje te sturen naar yolnus@xs4all.nl

 Dan komt de bestelprocedure per omgaande naar je toe. Het kost 12,50 inclusief verzendkosten.

Triomphe

Bovenop de Arc de Triomphe heb ik gestaan, vijftig meter, wat een onding. De gymnastiekleraar waarmee mijn gymnasiumklas Parijs bezocht startte zijn excursies elke ochtend vanaf de Arc, vanwaar vele wegen voeren.

 Anders kon hij zich in Parijs niet orienteren met zijn Belgische buschauffeur.

 Napoleon had het ding nog niet klaar voor zijn zegevierende terugtocht in 1806 en later waren er teveel nederlagen geweest. Het ding is pas onder Louis-Philippe afgebouwd. Al die tijd stond er maar een beginnetje. 

 De naamgeving, ook van de Champs Elysees en de vlam van de onbekende soldaat moet wel voortkomen uit het dodenrijk. In de Elyseese Velden bestaan immers de gelukzalige doden voort. De Dood of de Gladiolen? Allebei.

 En zo fietsen een kleine honderd afgebeulde dwazen vandaag liefst zo'n twintig keer de Elyseese Velden op en af, om de Arc heen en terug. Waarom? Om de Gloire? Waar in Frankrijk alles om draait. Maria de Medici had haar uitzicht vanuit het Tuilerieen paleis al zo gedacht.

 Bij de eerste tien fietsknechten was nauwelijks een Enfant de la Patrie. De winnaar was Colombiaanse koffieboer. Dat die vandaag wint is niet meer dan rechtvaardig. Maar dan nu de gladiolen. En de roodwitblauwe straaljagers!

Shirts

Kort na 1900 verschenen er schilderijen van Delaunay en meer Futuristen van wielrenners en andere sportlui in actie. Ik vond dat prachtig. Zo ernstig als wielrennen nu is, zo’n onzin vonden intellectuelen het toen. Ik hoor nog Arie Kleijwegt, grote meneer van de radio in gesprek met Hein ‘Tarzan’ van Breenen, in de Amsterdamse Keizerstraat.

 Dat was ‘u’ en ‘meneer ‘ voor en na tegen de grote verslaggever. Later bij terughoren  bekende hij me het genant te vinden.

 Nu we zelf kunnen horen wat er in zo ’n wedstrijd omgaat stijgt mijn achting voor denkers/doeners  als Steven Kruijswijk nog met de dag. En ik ben terug bij de diepe ernst waarmee ik bij ons in de straat een eigen Tour organiseerde. Ploegen van twee man, meer waren er niet. Maar waar het om draaide was eigenlijk de shirts met opschriften. Dan was het pas echt. Onze moeders werden aan het werk gezet en knipten en naaiden vijf ploegen bij elkaar.

 Opschriften op stof waren nog zeldzaam. Maar als je zo ’n shirt droeg fietste je meteen ontzettend veel harder. Vraag maar aan Kruijswijk!

 Studie voor ''Cyclisme'' van M.Metz (1911)

Alpen

 Uit mijn ziekbed was ik in de Franse Alpen. Die ik ken, van vele vakantiejaren ontwijken. Er rust geen zegen op dat gebied. 

 W.G.Sebald heeft hard geschreven over de verwoesting van zijn geboortedorp in de Duitse Alpen. En overal in de Alpen. Ik was daar, in Wertach. En ja, wat oud en mooi was is rücksichtlos gesloopt of ''opgeknapt'. Wat rest zijn chalettoide rijen flatjes.

Met ertussen riviertjes als goten, waardoor veel water omlaag kan. Zo ook nu.

Op de Iseran  balde zich de vuist van God.

Er is daar niks dan dennen met wat in de zomer extra onherbergzame ski-oorden. En snel werd in het tourverslag gesproken van een erg donkere wolk, van hagel. En dat terwijl juist de beslissende slag werd uitgevochten tussen Gele Trui Alaphilippe en Kruijswijk en de rest.

Ze fietsten nog in de zon terwijl beneden een noodweer losbarstte. En geloof het of niet, de Tour werd ‘geneutraliseerd’.Alleen eerder gebeurd bij een staking, dacht ik. Even maar, Prachtig!. En dat terwijl Kruijswijk juist zijn slag ging slaan.

 Arme Alaphilippe, hij kreeg geen kans meer zijn achterstand goed te maken. Arme Kruijswijk, daar ging zijn Tour.

Galibier

De laatste keer dat ik op de Galibier was, een grote lelijke berg in de Franse Alpen; even voorbij Briancon, was het lente en doodstil. Links en rechts staken de alpenmarmotten al hun neuzen in de lente, na een lange overwintering. Zich niet bewust wat die zomer met  hun berg zou gebeuren.

 Ik zag het terwijl ik werd gemasseerd door Pauline die mijn nek en rug op orde brengt. Au, au.  Volhouden. Als Kruiswijk het kan, kan  ik het ook.Vannacht was het een worsteling alle botjes en spieren op een pijnloze plek te krijgen. Die er niet was.

 Slapeloos dacht ik aan de marmoten in hun holem

Ijsje

Het zachtjes wapperen van de schoolgordijnen. De ramen mochten maar zelden open.. Alleen de klapramen. Het geluid waarmee die klapramen opengingen. Binnen en buiten bleken werelden, gescheiden door de voetbel van Jamin.

 Heel. die buitenwereld van Corneldi, Ermi en Florencia. Met zijn verchroomde mutsen.  Z’n oubliehoorns met drie bolletjes vanille. Het belletje van Vervat, het water in m’n mond.

Ijs is iets dat eigenlijk niet kan, uit een andere wereld.

Huiselijk

 Van Frank Koenegracht kreeg ik zijn ’Alle gedichten’ en ben er zoals mijn moeder dat noemde lang ‘zoet’ mee. Hoe ze te omschrijven? Ik noem ze huiselijk, omdat ik me erin, erbij thuis voel. Dat is heel wat. In de meeste papieren huizen dwaal ik bevreemd rond of keer me af, denkend ‘’hè nee, doe nou niet‘ . Bij Frank raak ik steeds weer onder de pannen. Hoe dat kan? Ik denk, hij schrijft heel veel niet, op de Hema-bladblokken in zijn burola. Zo lees ik hem. Dit schreef hij voor zijn dochter:

 Slaap maar liefje, ik hoop dat je droomt .

Zojuist stond je nog een beetje bij me

stil als een schaaltje water.

 

En ik stond bij het raam

voor te wenden dat mij iets bedrukte

Maar mij bedrukte niets.

 

Of dit, ‘Boekhandel Kooyker’:

 Je kunt lang rukken onder een deken,

wachten onder water

of blijven wonen bij je moeder

maar vroeger of later

 

moet je opduiken en constateren:

daar gaan de heren

onder een gelinieerde hemel,

hun gegevens in een map.

 

Koopt boeken, koopt boeken!

En duik onder je deken.

Je moeder brengt de maaltijd wel.

Buiten regenkapjes, regenkapjes en schotse ruiten

 

onder ‘t ‘vreselijk wolkenspel.

Silly

De uitvinder van de Silly walks, ik denk John Cleese, was een genie. Omdat hij benoemde hoe het lichaam middels de motoriek de geest tot ons doet spreken. ‘Lichaamstaal’, vooruit. Maar zelden precies benoemd.

 Je zou uit het flodderige loopje van Boris Johnson – openwaaiend jasje in een halfhartige poging de buik te verhullen, warrige haardos om zijn eeuwige jongensachtigheid te onderstrepen – toch een stapel onhoudbare poses kunnen lezen. Een opvoeding op basis van een dieet van porridge en oude cricketballen, om W.F.Hermans slordig te citeren, maar Engelsen houden ervan.

 Deze week weten we of Engeland ineenstort op de eerste dag van Boris. Voor mij zijn ze dan over, de dagen van Theresa May, die het verstandigste plan maakte om Europa te verlaten, dat vier keer door de betweters werd weggestemd, de dagen van Laura en Emily, de priesteressen der orakelen, waar ik dagelijks naar keek, van Farage en Corbyn. Meer onverstand dan een land aankan.

 Donald Trump heeft er een knechtje bij. En alle goeie Engelse wielrenners wonen allang in België.

 De enige die normaal loopt, rekent en praat, Philip Hammond, May’s minister van financieën, heeft al aangekondigd dat hij weg is voor Boris hem ontslaat. Hij kon rekenen! En zat altijd zo mooi rechtop en uitgestreken, instemmend op z’n bankje in het Lagerhuis achter Theresa May. Weg. Ik gun Theresa een daverende lachtbui. Maar zo is ze niet. Het ging haar echt aan het hart,

Pagina's