J.J.L.ten Kate

Het was Johnny van Doorn die de door de tachtigers bespotte dichter-dominee J.J.L.ten Kate weer tot leven wekte met zijn citaat ’Naar buiten jongmensch’. Hier is de context, zij het niet volledig. Uit zijn epos 'Naar buiten': 

 'Gekerkerd in de Stad, verwelkte ik in haar muren,

Gelijk een bloesem tusschen steen:

In nachten zonder slaap, in doorgebeuzelde uren,

In rook, rumoer en ijdelheen!

De Stad! dor kerkhof, waar zich levenden begraven

In 't graf der Luiheid, Lust of Smart,

Voor eigen drifters zich verneedrend tot heur slavers ,

Of wonden slaande in eigen hart;

De Stad! onstuimig meir, wiens rustloos golfgewemel

Dooreen woelt, hoist, zich-zelf verslindt,

Waar schipbreuk woont en vreeze, en 't starlicht van Gods

Geen spiegel voor zijn stralen vindt!

Hoed mij voor Haat en voor Verachting: laat mij 't goede In 't kwaad, het licht in 't donker zien!'

(1842

Wie wat zei

 Paul Claes stelde voor Vantilt een boek samen met 500 'historis­che' onelin­ers, getiteld 'Wie zei dat?' Ik kreeg een drukproef. Veel zogenaamd historische woorden blijken voor de gelegenheid verzonnen door geschiedschrijvers, verslaggevers, roddelaars, opiniemakers of tekstschrijvers. Andere zijn vervalst, uit hun verband gerukt of aan de verkeerde persoon toegeschreven.

 Al zo lang tobde ik met de laatste woorden van Willem van Oranje (1533-1584): 'Mijn God, heb medelijden met mij en dit arme volk' wat hij natuurlijk zei in het Frans: 'Mon Dieu ayez pitié de moi et de ce pauvre peuple'. De tekst staat zo opgetekend in het register van de Staten-Generaal, maar volgens een onderzoek uit 2012 kan de prins die nooit hebben uitgesproken aangezien hij op slag dood was. 

 Vraag is dan, welke tekstschrijver zoog dit uit z'n duim.

 Ook leek me iets als 'Au godverdomme, vuile klootzak' waarschijnlijker. Weinig mensen sterven meteen na een geweerschot. Dat is meer iets voor films.

 Maar sommige uitspraken zijn - dankzij de moderne media - controleerbaar waar. 'Alternatieve feiten', alternative facts, werden benoemd door Kellyanne Conway, adviseur van Donald Trump, die stijf en strak volhield dat er een 'massale opkomst' was bij zijn inauguratierede. Terwijl op televisie te zien was dat het niet zo was. Zo kwam de alternatieve waarheid in de wereld, door Oxford Dictionaries uitgeroepen tot het woord van 2016.

 Wat het boek van Claes zo interessant maakt zijn de onwaarheden. Die na langdurig gebruik soms waar worden. 

Wolf

 De Hongaarse dichter Janos Pilinszky schreef en fabel over het mythische dier de wolf. Dat zich nu ook weer in de Lage Landen laat zien. Erik Lindner en Petra Ardai vertaal­den hem voor het 'Over de grens'-nummer van Tijdschrift Terras:

 'Eens was er

een eenzame wolf

eenzamer dan de engelen.

 

Hij kwam naar het dorp.

Werd verliefd op het eerste huis dat hij zag.

 

Hij hield meteen zelfs van de muren

het strelen van de metselaars.

Maar het raam hield hem tegen.

 

In de kamer zaten mensen.

Behalve God vond niemand

hen ooit zo mooi

als dit zachtmoedige beest.

 

's Nachts ging hij naar binnen.

Hij stopte middenin de kamer

en verroerde zich niet meer.

 

Met open ogen stond hij daar de hele nacht

en tot de volgende morgen, toen hij werd doodgeslagen.'

 

Fragment uit KZ‑Oratorio: Donkere hemel. Over Pilinszky (1921-1981), Hij stude­erde oa. rechten, kunstges­chiedenis, Hongaars en Italiaanse literatuur. In 1944 en 1945 werd hij de Tweede Wereldoorlog in gestuurd als soldaat van het Hongaarse leger.

John Berger

 ‘A jar of wild flowers' heet de bundel opstellen over en aan John Berger (1926-2017) van vrienden en bekenden. Een eerbewijs. Het begint met een stuk van Hans Jürgen Balmes, getiteld 'In the mountains', de Jura, waar Berger lange tijd woonde.

 'We zitten in de keuken in Quincy. Plotseling wordt het donker in de kamer. Hoog in de bergen is elektra geen gegeven. Stroomuitval komt vaak voor. Blackouts zijn er frequent, ze duren soms uren. John Berger staat op, loopt naar een kast, komt terug en steekt een kaars aan. 

We knipperen in het flikkerende licht.

John Berger beweegt zijn lippen in stilte, alsof hij wat woorden aan de duisternis wil ontlokken. Hij knippert met z'n ogen, wacht, alsof hij een val heeft gezet om woorden te vangen. Tenslotte: 'Nu zijn onze gezichten schilderijen, in elektrisch licht zijn we foto's'.

Kaarslicht maakt de schaduwen gastvrij. Met enige aarzeling ruimt John Berger zijn tafel op. Haalt een manuscript tevoorschijn. Legt het op tafel, bladert en strijkt tenslotte de pagina's glad met zijn elleboog. Hij leest, langzaam, maar met vertrouwen. Weer hebben we de indruk dat hij enige afstand moet overbruggen voor hij begint - een potloodlijn om zich een open plek te herinneren, een stilte voor hij houvast heeft, maar waarin? We weten het niet, maar voelen ons alsof we er zijn.

Tags: 

Nezahualcoyotl* dixit

 Hij was een Azteekse koning, dichter en filosoof (1402-1472). Wat blijft over en waarom? Niet omdat het van goud of jade is. Alles kan kapot. En zou vaker een afgebroken 'oor' of handvat van een pot of kruik bewaard blijven?

 'Een foto: glimlachende archeoloog

die het handvat vasthoudt van een niet meer bestaande pot:

 'Zelfs al is hij van jade, dan nog kan hij breken, zelfs

al is hij van goud, dan nog gaat hij kapot, zelfs al is het

gevederte van een quetzal, dan nog scheurt het': maar wat

een prachtig fragment.

 Nog een foto: fragment

van een antropomorf figuurtje, polichroom keramiek, Mexicaanse

cultuur, laat-postklassieke periode: zegt

de voetnoot: zegt de voet

 wanneer de rest van het lichaam verloren is: wanneer

de taal verloren is, spreekt de hand.' 

 Van de Mexicaan Luis Felipe Fabre uit zijn bundel Provencaals cabaret (2017). Vertaald door Luc de Rooy voor uitgever Karaat.

Z.Z.Naam

 Waar ik ook kwam in het Zuiden des lands, overal in de jukeboxen zaten meerdere titels van Z.Z.Naam. Een korte naam die net op het kartonnetje paste. Getikt op de kartonnetjes die toen in elke jukebox het repertoire aangaven. Zo kon B4 aanduiden 'Smokkelaar'.

 Z.Z.Naam was verreweg de populairste artiest in het Zuiden. Ik hield wel van haar snerpende, Country & Western-achtige stem, meestal op tekst van Johnny Hoes: 'Hij was een smokkelaar, die diep in de nacht. Steeds weer zijn smokkelwaar, de grens over bracht'. Ze heette eigenlijk Mary Bey.

 Een keer heb ik haar ontmoet. Filmer Joost Kraanen had in 1985 het idee opgevat dat de Z.Z.Naam een soort Nederlandse blues vertolkte. En zo zat ik met Mary en Honeyboy in een kleedkamer van de Meervaart, waar de meeste bluesconcerten gegeven werden, gepresenteerd door Harry 'Cuby' Muskee. Ik moest ze aan mekaar voorstellen en een praatje maken. Zelden een groter misverstand meegemaakt.

 'So she is the singer without a name?'

 Honeyboy keek verbluft naar de manke vrouw. Maar lachte niet. Zelf had hij tenslotte ook een dubbelzinnig pseudoniem. Je kon in de blues ook 'Sugercane' heten en 'Dust my broom' zingen.

 'Blues has alwas been a womens market', zei Muddy Waters.

 Daarna praatte ik met Honeyboy afzonderlijk over de laatste nacht in het leven van Robert Johnson, waar hij bij was. Een betwijfeld maar mooi verhaal.

Ver weg?

 In het nieuwe nummer van Metropolis M. staan twee brieven, van Anne Marijn Voorhorst en Miek Zwamborn, die verblijft op het eiland Mull in Knockvologan, een onderkomen dat ze samen met Rutger Emmelkamp bouwt.

 Is dat 'ver van de wereld', zoals Miek gevraagd wordt. Ze antwoordt: 'Je noemt Knockvologan ver van de wereld, maar waarom zien we steden eigenlijk als centra? Ik raak hier (ver weg van veel) steeds dichter en dieper met de wereld verbonden. Er is houvast aan het ontstaan door het observatorium dat we hier bouwden.'

 Er komen daar ook residenten. Om wat te doen? In de kunst is het woord onderzoeken niet meer weg te denken. Een Portugese P. komt stenen onderzoeken. En het is boos weer. Schrijft Miek: 'P. belde vanuit het observatorium om te vragen of het veilig was om de tuin te doorkruisen. Stond er niet te veel wind? De dagen daarna kreeg ze het zwaar te verduren. P. probeerde met oorbeschermers op aan haar proefschrift te schrijven, maar kon zich door al het lawaai nauwelijks concentreren. De stenen die ze wilde onderzoeken bleken twee keer zo groot te zijn dan ze zich had voorgesteld en pasten niet op het papier. Zo veranderde de residentie die een plek van inspiratie en contemplatie had moeten worden in twee slepende weken natuurgeweld.'

Tags: 

Bril

 Er waren maar twee types brilmonturen voor een jongen van dertien, de 'dienstfiets', die je in militaire dienst kreeg aangemeten, een onderwerp van grapjes. Ook bij sport werden ze gedragen zodat 0-0 de 'brilstand' heette. En het civiele model.

 De literatuur zwijgt over brillen, terwijl ze het uiterlijk en daarmee het leven van mensen en van hele perioden toch hebben bepaald. Zie je een foto van J.C. Bloem dan zie je toch eerst dat zware hoornen montuur. In de politiek waren het de monturen van Paul-Henri Spaak en Jelle Zijlstra die de affiches tekenden. Gezichten verdwenen achter monturen in de zware brillen­tijd. Sinds de televisie is er een brillenschaamte, die maakt dat geinterviewden vaak gedurig hun bril op en af zetten.

 We leven al geruime tijd in het tijdperk van de Rutte-bril, het brievenbusmodel noem ik het maar.

 Het alternatief is Gijp. Kaalscheren en terug naar hoorn, waarmee een bril weer een gezicht is geworden.

 Zelf ben ik zolang ik weet brildragend. Het begon met het schooljongensmodel van celluloid, van onder wat donkerder van kleur. Mijn jongensgezicht was veranderd in een mislukte volwassene. Ik was bril geworden. Op groepsfoto's zo te herkennen.

 Bij het voetballen lag hij regelmatig in twee stukken in het gras, vaak met een gebroken glas. De brillensmid kon zo'n breuk op de neusbrug lassen, met een verhittings apparaat. Gebroken glazen hebben sneden in m'n voorhoofd achtergelaten, waarvan de littekens nog te zien zijn.

 Getekend voor het leven.

Tags: 

Huis

 Van Bernke Klein Zandvoort kreeg ik de bundel ‘Het huis van scheermesjes’ van Linda Maria Baros, afkomstig uit Boekarest. Jan H. Mysjkin vertaalde het uit het Frans en Vleugels gaf het uit. Een pijnlijk huis is het: ‘In evenwicht gehouden op de pols van je hand’. En dan ontleed in ‘de drempel’, ‘de deur’, ‘de vloer’ en zo door.  Wie en waar is de bewoonster?  Lees ‘Zwaar bewaakte afdeling’:

‘Er zijn dagen dat je plaats voor jezelf zou willen maken

  Op het raamkozijn, er in het geheim zou willen wandelen,

Met gesloten ogen, als op en hypnotische brug,

Als aan de rand van een diepe stilte.

(Van  beneden word je alleen door de leegte bekeken, haar hoogte.)

 

Alsof je íemand anders was,

Je benen verzonken tot aan je knieen

                In een diepe stilte,

Iemand die daar in het geheim wandelde.

 

Een enkel moment, aangezien de lucht

      achter de tralies van het raam je terugduwt,

       als in een zwaar bewaakte afdeling.

 

En de kamer resorbeert je in je zelf.

 

Halfslaap.

 De halfslaap laat me werelden zien die wel lijken op de bekende maar dan vol nieuwigheden, ontstaan uit wat je niet ziet. De Vlaamse beeldend kunstenaar Agnes Maes (1942-1916) uit Deinze maakte een laatste expositie getiteld 'Invisibilis'.

 Ze gaat uit van de 'duizelingwekkende overvloed aan aangespoeld beeldmateriaal waaruit nieuwe werkelijkheden ontstaan'. Zoals zij zegt 'gekooid in een architecturale omgeving'. Dat moet wel haar slaapkamer zijn, waar ze rusteloos probeert de slaap te vatten. De vinger te leggen op 'sporen van het onuitgesprokene, het verborgene, het niet bepaalde, het onaffe, het niet vervulbare.'

 En ik? Ik lig in het logeerbed van mijn grootouders aan de Haagse Frankenslag, waar iedere schaarse passerende auto, een lichtspel met geluid van regenbanden ontsteekt door de vitrage en de gordijnspleet.

 Ik zie ongedachte figuren op het behang die wonderlijk passen bij de gipsen Napoleon met het vergulde sabeltje onder zijn stolp in grootvaders studeerkamer ernaast. En ik slaap in. Waarin?

Pagina's