Narren

 Het is eerder gebeurd. Maar nu komen er meer clowns en narren aan de macht dan ooit. Italië voorzag in Grillo, Berlusconi en eerder Mussolini. Nederland voorzag in Fortuyn, Wilders en Baudet. Trump kwam. En nu is er Boris Johnson.

 Maar Jaroslav Hasek"(1883-193), auteur van het onsterfelijke De Brave Soldaat Schwejk heeft het verschijnsel, de nar in de politiek, het best beschreven in dit stukje zelfreclame.

"Als leider van de Partij voor Geleidelijke Vooruitgang binnen de Grenzen van de Wet en als haar kandidaat, moet ik mijn doen en handelen zo objectief en tegelijk zo overzichtelijk mogelijk beoordelen, opdat niemand ook maar een enkel glorieus puntje van mijn karakter zal ontgaan. Er zijn werkelijk momenten in mijn leven dat ik bij mijzelf fluister, verrukt van mijn eigen daad: 'Mijn god, ik ben een moordvent.' Maar wat zou ik daar aan hebben  wanneer de wereld daar niets van weet."

Waar kan ik dit taalgebruik van? Ziedaar: Trump, Baudet, Boris

Citaat

 In het citatenboek van Paul Claes 'Wie zei dat' sterft het van de twijfelgevallen. Wie zei het, zijn er getuigen of is het later mooier gemaakt? Was het eigen tekst of kwam hij van een  copywriter?

 Over weinig quotes is zo veel gezeurd als die van maanreiziger Neil Armstrong. Hij zette zijn linker­voet op het maanoppervlak om 2:56 UTC, op 21 juli 1969, en zei: "That's one small step for [a] man, one giant leap for mankind". Tja, dat lidwoord, wel of niet. Een mens of de mensheid? Hij mompelde.

 Zelden de vraag of het er iets toe deed.

 Bemande ruimtevaart zal een stille dood sterven. Een mens is in de ruimte een onhandig instrument. En kolonies op Mars zouden duur en nutteloos worden. Zelfs wanneer we de Aarde onbewoonbaar hebben gemaakt zou je er nog maar een handjevol treurlingen kunnen onderbrengen: 'Weet je nog?'

 Dus, die reuzenstap van Armstrong of de mensheid was hooguit goed voor het prestige en budget van de NASA.

Voile

 Bij het ontruimen van een huis in Frankrijk waarvan de bewoon­ster lang geleden was gestorven werd onder meer kleding aangetroffen die je meenam naar oude tijden. Handschoentjes, onderleggers, allerhande doeken en lapjes met initialen.

 Meest verrassend was een voile. Zij was een deftige dame geweest. Wat dat is? Een 'gazen doek die vanaf een dameshoed naar beneden hangt en het gezicht bedekt'. Ook wel een 'wijdmazige sluier'. Een verfijning daarbij zijn zwarte vlekjes in het gaas, een soort tâches de beauté die extra de aandacht trekken.

 Maar een vrouw kan ook 'gevoileerd' spreken. Het half doorzichtige brengt me naar de op Sicilië spelende film 'Divorzio all'Italiana' (1961) waarin Mastroianni zijn ogen niet kan afhouden van de gevoileerde weduwe in strak zwart.

 Net als de rouwdracht doet de voile twee dingen tegelijk. Ze bedekt en ze trekt (daardoor?) aan, zie de bruidssluier, het is opwindend. Rond 1900 was de voile in de Parijse mode. Anquetin schilderde een gevoileerde vrouw op de Champs Elysees. Iets soortgelijks moet wel spelen bij de sluierdiscussies rond de dracht van moslima's.

Ongeluk

 Wat me bij is gebleven en altijd, heel hoorbaar, zal bijblijven is het geluid van autobanden die in het ritme van het verkeer over glasscherven heenrijden. Knerps knerps, kadunk, knerps. Dit is de avondspits in het weekend, in Siena, waar ik in een buitenwijk heb geprobeerd tegelijk op de kaart en de rich­tingaanwijzers te kijken.

 En nu staan naast mij de carabinieri, een meisje en een jongen en moet ik mijn papieren opdiepen. rij- en kentekenbewijs, groene kaart en dan komt het invullen van het pechformulier, waar ook de gegevens van de andere partij, de rustige bestuurder van een FIAT-busje op moeten.

 En dan een garage. in de dichtstbijzijnde blijkt de chefmonteur een verzamelaar van schilderijen te zijn. Overal tussen de wieldoppen en onderdelen hangen ze. Meest namaak-klassiek. Ik zeg bij een landschapje 'Ottocento?' 'Possibile.'

 Meteen is het goed.

 De auto is overmorgen klaar. In een hotelletje waar uitspelende voetbalelftallen logeren is nog plaats.

 Ik heb vaak geluk.

Juan Rulfo

 De Mexicaans schrijver Juan Rulfo (1917-1986) schreef maar twee boeken. De roman Pedro Páramo (1962) kreeg ik van Bernke Klein Zandvoort te leen. We zijn in een gloeiendheet dorp, een hoop stenen in de woestenij onder de brandede zon. met de rust van een kerkhof:

 De doden praten door in hun graven. De grenzen tussen levend en dood zijn vervaagd: de doden praten alsof ze nog leven, en van de levenden weet men niet of ze inderdaad nog leven of niet toch al dood zijn.

Niet lang geleden kwam ik voor het eerst van mijn leven terecht in een reünie, van mijn gymnasium. Rulfo zou mijn ervaring daar meteen begrijpen. Ik zag gezichten, die bewogen zoals mensengezichten horen te bewegen, het waren de gezichten van vroeger, maar toch, er onbrak iets. Er was een verstrakking ingetreden, waardoor klasgenoten eruit zagen als wassen beelden.

Ik wist waar vlakbij een spiegel moest zijn, in de wc, maar vluchtte de andere kant op, het schoolgebouw uit.

Grote bek

 Het werd laat. Boris Johnson wil verkiezingen in oktober na zijn eerste nederlaag in het Lagerhuis. Om middernacht kwam het BBC-nieuws gevolgd door Newsnight door Emily en Mark Urban. De grote mond van Boris Johnson werd gisteravond afgestraft door Conservatieve rebellen, onder wie de mij sympathieke, door Boris ontslagen minister van financiën Philip Hammond, die ook onmiddellijk uit de partij gegooid werd.

 Geen uitstap uit de Europese Unie dus zonder solide afspraken. Geen door grootheidswaan bezeten Verenigd Koninkrijk dat het allemaal zelf wel zal opknappen, terwijl de rij vrachtwagens in Dover langer wordt bij het oude vliegveld dat als parking dient, geen medicijnentekort of rottende groente. Zure gezichten van de Boris-clan onder wie fellow-Etonian Rees-Mogg, die er verveeld bij ging liggen op een groen bankje.

 Verkiezingen dan? Maar daar heb je wel de instemming van tweederde van het Lagerhuis voor nodig.

 Boris, hoe lang nog? En dan weer de grootste bek van allemaal, tot brakens toe Nigel Farage? 

Tags: 

Strepen

 Met gestreepte kleren kan je vele kanten op. Jerry Lee Lewis was de eerste die ik in een strepenshirt Rock'n roll, 'The devils music' zag spelen. Ik liep stad en land af voor zo'n shirt. Vergeefs. De Fransman Michel Pastoureau schrijft over de herkomst, van gevangeniskleding tot Coco Chanels matrozen­shirts.

 De aantrekkingskracht van strepen zou zitten in de dubbelzinnigheid. Zo draagt de orde van St. Jozef strepen, naar ik vermoed omdat Jozef zowel Maria's echtgenoot is als ook niet.

 Strepen waren van de duivel, wat werd onderbouwd met een onduidelijke bijbelpassage bij Leviticus (19:19) die 'kleren in tweeën' (kleur? stof?) verbiedt.

 Rond 1900 schreef de Parijse mode gestreepte jurken voor, terwijl in de Middeleeuwen hoeren - maar ook leprozen - verplicht de duivelse strepen droegen. In alle gevallen gaat het om onderscheid. Er zijn goede strepen en slechte. Zijn de 'stripes' in de Amerikaanse vlag (en zoveel andere) nu goed of slecht? En om grenzen.

 Wat niet mag is aantrekkelijk. Waarbij komt het effect dat het zien van streepjes te weeg brengt. Naar streepjes kun je niet lang kijken, je krijgt je blik niet scherp. Er treedt een mentale onthechting of zelfs duizeligheid op. Ik denk, een vrouw die een man wil verleiden doet er goed aan streepjes te dragen.

 PS. En er zijn zelden zoveel strepen gedragen als voor tijdens en na de Franse Revolutie.

La partita

 Keeper Buffon hield z'n tranen lang binnen, maar ze stonden tenslotte in z'n ogen. 'Vergogna,' zei hij. 'Italie zal voor het eerst sinds... niet meedoen aan het Wereldkampioenschap.'

 Italië is een voetbalelftal in blauwe hemden, de 'Azzurri' en nog zowat eromheen. Zoals politiek. Alleen in dit land kon Berlusconi een politieke partij 'Forza Italia' noemen.

 Na vele Italiaanse zomers tijdens toernooien weet ik het. Het begon aan de grens waar de douane je doorwuifde, want ze stonden rond een radiotoestel met het verslag. Later schoolde het hele bergdorp samen rond het tv-toestel in het achterzaaltje van het cafe met de volle asbakken. Met op de tafeltjes de verfomfaaide sportkranten, Tuttosport en de Gazzeta dello Sport. Mannen met hoedjes. Vaantjes aan de muur, want ze waren en keer mee geweest met 'La Juve'.

 En ik begreep hoe het hun levens beheerste. Er komt altijd een nieuwe wedstrijd, en wordt La Juve dit seizoen geen kampioen dan volgend jaar. Het is voor altijd.

 Wie dit in Nederland begreep was W.F.Hermans, die in 'Ik heb altijd gelijk' een voetbalpartij opricht.

Klompe-dompe

 Hompe dompe in het verhaal van Hans Christian Andersen, die ik gisteren opdiepte, en die toch met de prinses mocht trouwen heet eigenlijk Klompe-Dompe en komt voor in het verhaal 'De denneboom', zo vertelt me Anna Eble.

 En ja, ik vond het verhaal terug in DBNL. Daar blijkt dat de verteller een dikke man is die het verhaal aan de kinderen vertelt onder de kerstboom. Maar de kerstboom luistert toe en onthoudt het verhaal precies. Een verhaal in een verhaal wordt het. Waarin de afgedankte kerstboom het later aan de muizen op zolder doorvertelt. Tot er daar twee ratten mee komen luisteren die het verhaal maar niks vinden.

 En dan vinden de muizen er ook niks meer aan.

 Josien Persoon noemt ook vertalingen van Martha van Eeden‑van Vloten en W. van Eeden.

 Pijnlijk hoe Andersen zijn prachtige oer-sprookje voor de ratten gooit. Hij twijfelde, het is bekend, diep aan zijn vertelkunst en aan alles.

Kort

 Hans Christian Andersen schreef het kortste sprookje. Zo herinner ik het me, maar ik kan het nergens meer vinden. Of verzin ik dit? Het ging zo:

'Hompe dompe viel van de trap.

Maar hij mocht toch met de prinses trouwen.'

Korter kan niet. En alles zit er in. Het is het sprookje der sprookjes. Maar waar in Andersens werk is het te vinden?

 Het kortste verhaal van Franz Kafka is makkelijk vindbaar. Het staat in zijn eerste bundel 'Betrachtung' (1922). Hier de oude vertaling van Nini Brunt:

'Het was heel vroeg in de morgen, de staten schoon en leeg, ik ging naar het station. Toen ik een torenklok met mijn horloge vergeleek, zag ik dat het al veel later was dan ik gedacht had, ik moest mij erg haasten; door de schrik over deze ontdekking was ik niet zeker meer van de weg, ik was in deze stad nog niet zo goed thuis. Gelukkig was er een agent in de buurt; ik liep naar hem toe en vroeg hem ademloos naar de weg. Hij glimlachte en zei: 'Van mij wilt u de weg weten?'

'Ja,' zei ik, 'omdat ik hem niet zelf vinden kan.'      

'Geef het op, geef het op,' zei hij en keerde zich met een grote zwaai om, zoals mensen die met hun lachen alleen willen zijn.

Ook hier doet de kortheid zijn werk. Alsof kort schrijven een verborgen waarheid onthult.

Pagina's