Katharen

 Ik werd meegenomen in  het golvende ritme van de Tour de France door de Pyreneeen. Dat was inschikken omdat ik nog veel last heb van duizelingen. Maar het wende. In de bochten gaan hangen, net de goede insteek kiezen en hopen dat de weg droog blljft. Je laten meegaan. 

 En op den duur een worden met de bochten.

 Wat hielp was dat ik in Katharenland was en moest eindigen bergop in Foix. Bekend terrein. Montaillou spookte door mijn achterhoofd. De kasteelkerk van Albi wenkte in de verte, met zijn torens waar de inquisitie zijn martelingen straks kon beginnen.

 Nu ziet Alaphilippe, met zijn tanige kop er ook echt als een ketter uit, rijp voor het marktplein en de galg. Hij doet ook wat niet kan. Maar ik vrees dat de jonge Pinot, een katholieke jongen die veel van zijn moeder en de president – op wie hij zo lijkt - houdt en die hij zo zo graag omarmt, dat die de zegen van Rome krijgt.

 Duizelig ben ik nog wel, die haarspeldbochten trekken in  je, vooral de afdalingen.

 Maar Steven Kruijswijk doorstaat zwijgend en in stijl wat doorstaan moet worden. En zal zijn verlies dragen zoals het een Kathaar in het Frankrijk van de Tour betaamt.

Vliegen

 Nee, ik verzin niks, ik vloog echt met mijn bed door de lucht. En 24 uur later werd ik door een zeer massieve en zeer zwarte chauffeur mijn trappen opgeduwd. Zonder pijn. Wat een gentleman!

 Maar in bed na uitputtende onderzoeken, met een terugkerende bloeddruk – waardoor ik was weg geraakt - was ik nog aardig misselijk en duizelig. Oude magische termen als ‘Het trekt bij’ kwamen op. Terwijl ik in een stokoud Engels buurttreintje zat waar ik bediend werd door Molly  Sugden uit ‘Are you being served’. En daarna in een oude slaapwagon gelegd met luxe schemerlampjes.De katheter waarmee ik in het ziekenhuis was geleegd deed zich nog voelen. Ik piste onmiddellijk in bed. In haar keurige Wagon Lit! Tegelijk was ik in Amsterdam. En ontving een mail van Steven Brakman, die zo ging:

 ‘Ik herken in je reacties op dit ziekenhuis gedoe iets van mijn vader: hij had er een grote afkeer van, wilde er niet over spreken en dacht aan zijn bureau met schrijfmachine.  Toen hij bedlegerig werd vertelde hij dat hij een mooi schilderij zag in zijn kamerjas dat aan een haakje hing bij zijn voeteneinde. De kracht ontbrak maar er is nog een doek waar je het begin ziet van dat schilderij; kronkelige streep van boven naar beneden; de kamerjas.’

 Een dag dat je overal bent, inwendig en uitwendig.

 Ik ontwaakte of wat er voor doorging in het Baskenland, waar gefietst werd tussen vierkante roodwitte blokhuizen.

Luchtruim

Vanmorgen zweefde ik tussen hemel en aarde tussen de gevels van mijn straat. Niet gevleugeld. Al keek een duif uit een vensterbank nieuwsgierig toe. Ik zag wat vogels zien, al gaan die veel vlugger.

 Beneden op straat stond de brandweerwagen die me had getakeld.  Hoeveel volwassen mannen er nodig zijn om een enkele lotgenoot te laten vliegen.  Daar ging ii, door de blauwe lucht.  Beneden stonden de ambulanciers bij wie ik zou landen. Weinig volk op straat. Hoe kwam ik hier, door een schuifraam waar de brancard net doorheen paste. En daarna moesten de robuuste mannen in hun zo mooie groen en geel me de trappen op duwen.

 Mijn vriendin heeft verstand van mannen  met een klus.

 Wat was er gebeurd? Alle kracht was uit mijn ledematen weggevloeid. Ik kon niks meer, lag machteloos op de grond.

 De bloeddruk, ja mannen, de bloeddruk. Ik schrijf weleens dat alle zorg bij vrouwen is gekomen. Behalve deze dus. Hoewel hier ook een vrouw tussen bewoog.

 Je hebt vliegen en neerkomen.

 Dalen is door je maag heen zakken, net was ik nog daar koven, nu in een ziekenhuisbed.

Vogels zijn hogere wezens.

Vieren?

Wanneer  het begrip ‘vakantie vieren’ onze taal is binnengekomen weet ik niet. Het begon met e auto ‘s. Opeens konden gezinnen naar een buitenland. Bij mij thuis met de Alpenkreuzer, pas geleden uit productie genomen.

Zo handig dat het niet meer handig was. Maar ik zou hem samen met mijn broer  – mijn vader stak geen poot uit - zo weer kunnen opzetten.

Het ging erom op de achterruit plakplaatjes van de Grossglockner te hebben bij terugkomst

Dat vieren bestond nog niet. Vakantie was zwoegen. Hoe kreeg je het deksel ,  dat tevens als bodemplaat diende voor de uitklapbare kampeerwagen op  een min of meer vlakke

ondergrond , met wat keien en wiebelde de uitklapkeuken niet meer  dan kon je eten.

Alles was handig! In- en uitklapbaar. Nu nog een tank Camping Gaz bij een dealer uit de Campingids.

Uitgeput viel je daarna in bed. Vakantie vieren! Onze overburen gingen naar Gerardmer. Weken werd er over gesproken tot de straat ze uitwuifde. Maar na twee dagen stond hun Ford Consul  weer in de straat.

‘Er was niks aan!’ Verstandige mensen, die niet wilden begrijpen dat vakantie betekende uitzitten

Duitse Dromen

Duitsland leren kennen als twaalfjarige. Bijvoorbeeld tussen de Trümmer van Hannover bij de familie Von (dat Von laat men weg!)  Bothmer, net als bij Claus von Amsberg. Het station Hbf, waar stoomtreinen reden  tussen stationnetjes van board en karton. 

 Vannacht was ik weer aan de Moezel, Traben-Trarbach en keek naar een rivier waarlangs aan beide oevers stoomtreinen heen en weer reden.

 Keulen was louter puin. Vandaar dat in de serie ‘Heimat’’ alleen dorpen voorkomen. De steden waren weggevaagd door ‘’Bomber Harris’ met zijn strafbombardementen. En onbruikbaar voor film.  Lees  W.G.Sebalds ‘’Luftkrieg ‘etc.

 In Keulen vond ik midden tussen het puin van de oude stad kartonnen hutjes tussen slatuintjes.

 Waar bleef toch de Bundesbahnbus? Een bus die soms ook op het spoor kon. Of ???

Hans-Michel Becker, collega van mijn vader, bestelde in Den Haag altijd een ’Doppelte Fleischportion' voor zichzelf. Daar was hij de oorlog zo aan tekort gekomen.

 En dan toch de automaten met een verrassing, plastic of snoep, Einwurf  5 pf  dacht ik. En dan rechtsom draaien.

 Ach Robbie Müller!

Fraulein

Nu voorzichtige eindjes bewegend met mijn Duitse looprek zie ik een vergeten wereld terug. In elke houding is de wereld anders. Ik kom uit een liggende wereld vandaan en zie vergeten vergezichten door ramen. Eerst wist ik voor en achterkant niet meer en moest het vragen.

 Orientatie is iets wonderlijks. Zeker met duizelingen. Waar ben ik ligt niet ver van ‘’wie ben ik’?’ Vannacht droomde ik van Kubricks invalide Dr. Strangelove, die voor de Amerikanen werkt, die opeens uit zijn rolstoel komt en loopt! Hij zegt dan ‘’Mein Führer ich kann wieder laufen’.. Fout! In een latere Duitse versie werd het ’Mein Führer ich kann wieder gehen!’

Even maar, dan stort hij weer ineen.

 Hoe kom ik bij Duits in mijn koorts?  Ik dwarrel rond door srokoude vakantieoorden, vanuit de Klettenberggürtel in Keulen, waar tante Trude woonde met haar kristallen wijnglazen voor de Weisswein. En  vandaar zag in Maria Laach in de Eifel en vergaapte me aan Duitse taal. Sinalco, ‘’Bitte ein Bit’ voor het Bitburger bier. Het boottochtje van Koblenz naar Deutches Eck en de Ehrenbreitstein heugt me.

 Daarna verdroomde ik me in ‘Fraulein’ van Chris Howland, de Engelse bezettingsmilitair die in alle jukeboxen zat. ‘’Nur der Wein und die Trauben’’. Weemoedig  liedje over het heimwee van Amerikanen en Engelsen van de bezettingsmacht . Van Freddy Quinn weet ik nog veel: ‘Heimatlos’. En ook in de Kleine Konditorei  zat ik vannacht weer.

Lazarus

Hallicunante dromen, elke nacht op mijn zg. ziekbed. De lichtval van de vele huizen waarin ik niet kon slapen. Waarom verhuisden mijn ouders toch steeds? Krakende balken op de zolder naast me waar gerimpelde appels lagen.

 En nu heb ik de grootste moeite me los te maken uit Duitse speelautomalen met drie cirkels wentelende citroenen. Het woord ‘Gewinnzahl’. Einwurf 10 Pf. Dit moet Winnngen am Mosel zijn. De smaak van Johannisbeeren Süssmost. Maar ik lig in mijn eigen bed en heb pijn in mijn blaas die niet ophoudt, in welke houding ook. Eindeloos pissen.

 Het hotel heette Zum Rebstock, met Bundes Kegelbahn. Ik mocht de houten ballen in de goot terug laten rollen naar de mannen met witte petten. Dat geluid! Maar even later ben ik op de Nürborgring en rij onder reuzen autobanden door.

 Als ik eindelijk licht zie is het zes uur. De pijn is gebleven. Er is een briefje van Steven Brakman over de reis van zijn vader naar Israel, het, graf van Lazarus. Met het bordje ‘Wil de laatste bezoeker het licht uitdoen?’ Voor de biografie.

Tags: 

Opzittten

De eerste dag in vele dat ik kan ‘opzitten’.  Na eindeloze verkenningen  van het hoofkussen,  het hoe van in bed liggen, de wang tegen het laken, de deken, het eindeloze verliggen. Alles door een ziekenhuisinfectie en blaasontsteking. Wat pijn doet.

 Intussen zag ik uit de verte ‘Iemand zijn in Amsterdam’ verschijnen en de reacties. Ook over Smitje.  Annemieke Houben plant een ’Hurriedurrie-party’  naar oud recept. Maar eten lukt me nog niet erg. Maar de ‘linkse mensen’ in de jaren ’60 maken veel los. Er is een tweede druk, weldra.

 Lopen kan ik nog niet. Vandaag kijk ik voor het eerst uit het raam. En kan verder met Avondlog. Ik kreeg een Duits ‘looprek’, dat een ‘Gehbock’ heet. Wel veel hallucinaties in bed. Ik was vaak in Bonn dat ook Bonn niet was en dwaalde in een Parijs waar ik Boris Johnson in mijn 2CV om boodschappen stuurde, mar hij raakte zoek.

 Later meer.

Hond aan zee

 In de bundel Winterlaken van Mischa Andriessen vind ik 'Kol­k'. Waarin alles draait om een hond aan zee. Met een brandende staart.

 

'De zon stond nog stil boven ons

Toen stak er een kille wind op

Verlieten de gasten het strand

Alleen nog een zwarte labrador

Rende blaffend het zeewater in

Tot hij zich aan onze voeten legde

Tong ver uit de bek de ogen sloot

Daarop kleedden we ons maar uit

Renden zelf om beurten naar de zee

Tot waar we elkaar nog net hoorden

De stilte overstemden met zijn naam

Maar ook wij werden moe zagen hem

Van richting veranderen niet naar ons

Toe komen maar kalm de zee ingaan

Wachten weer net als die ene keer

Hoorden boven onze ademhaling uit

Hoe het nu toch zo stil was als toen

Rende de hond jankend van ons heen

Scheen ons met zijn brandende staart bij

Over het water waaruit we hem terugriepen

Et alors

 Max Greyson introduceert zijn tweede dichtbundel 'balancerend op de raaklijn van het Frans en het Nederlands. 'Et alors?' Wat nu? Nederlands met een Franse melodie. En hun zee is zo anders dan de onze. Luister naar 'Excusez le mot':

 'Grootmoeder heeft handen zo groot dat ze de zee kan tillen

 Elke zomer een appartement met zicht op de horizon/ een slok Grand Marnier voor het slapengaan/ dansend in nachtjapon met meeuwen op de dijk

 Sinds het vergeten een bestemming heeft/ mag er geen potpourri meer naast de chips/ de grote schuifdeur zit op kinderslot/ het beddengoed is antislip

 Haar knieprothese draagt het gewicht/ van zesentachtig jaar luistervinken/ in de kom van haar reuzenhanden/ ligt haar elfde nakomeling, een meisje

 Hoe heet ze ook alweer?

 Gulzig zijn herinneringen altijd/ rommelend in een lege maag trillen ze/ omhoog over stembanden heen/ landen niet zacht maar slaan neer zoals hagel op water, zo valt/ het woord vergeten/ op tafel/ dood'

Pagina's