Ian Buruma's Japan

 Ian Buruma schreef 'Tokyo mon amour' een boek over zijn Jaren in Japan (1975-1981). Hij was 23 en wilde andere culturen leren kennen. Doorslaggevend is zijn beschrijving van Japanse erotiek.

 Het begint met kantoormeisjes: '...jonge vrouwen in keurige kantooruniformen - grijze rokken tot de knie en glimmende zwarte schoenen - die met sierlijke zilveren lepels de slagroom van hun chocoladeparfait aten.' Opwindend, maar afstandelijk: 'Reclame, populaire media, amusement, alles 'baadt in erotische fantasieën'. 

 Over de Japanse liftmeisjes maakte hij eens een film voor de VPRO. '...met hun zwaar opgemaakte gezichten, smetteloze uniformen met hooggehakte schoenen, witte handschoentjes en keurige ronde hoedjes, hun Kabuki-achtige falsetstemmen en de perfecte buigingen die ze maken wanneer de lift bij elke verdieping stopt. Ze hebben niet alleen urenlang onderricht gekregen over de manier waarop ze hun natuurlijke stem moeten vervormen, maar ook van machines geleerd hoe ze een buiging van precies vijfenveertig graden moeten maken. (...)'

 'Maar er zit ook een duistere erotische kant aan, alsof moderne warenhuizen met hun kinderlijke jingles, marmeren vloeren en tinkelende liftmuziek zijn voorzien van een spannend vleugje sadomasochisme.'

 Seks en keurigheid, een onverwoestbare twee-eenheid.

Tags: 

Tytgats erotica op 20 augustus

 Voor wie de Edgard Tytgat-tentoonstelling in het Stedelijk Museum te Schiedam nog niet zag is hier de extra attractie. De data zijn nu definitief.

 Op 20 augustus om 15.00 is er in het museum de exclusieve bezichtiging van 'pikante' tekeningen van Tytgat uit de serie 'Huit dames et un monastère(Acht dames en het klooster), een sleutelwerk uit de jaren '40. Met bij­behorende teksten van hem zelf. Ik zal als jarenlange liefhebber proberen het verhaal toe te lichten.

 Twee priesters spelen een erotisch kaartspel, met de acht vrouwen als inzet. Elk van hen neemt de identiteit van een speelkaart aan. Het spel beslist over hun lot. De onuitgegeven reeks aquarellen bestaat uit vijf boeken, samen meer dan 500 pagina's. Op de tentoonstelling, die tot en met 2 september te zien is, ligt - uit privébezit - een selectie van 32 tekeningen uit de Acht dames. Wegens de kwetsbaarheid van het werk is het aantal deelnemers beperkt tot 12. Wees er dus snel bij, want vol = vol.

Toegang is gratis. Graag tijdig aanmelden via info@stedelijkmuseumschiedam.nl ovv. ‘Huit dames.’

PS. 20 augustus staat op de site van het museum aangekondigd. Echter, dat is een maandag en de directie is pas maandag as. terug van vakantie. Gewoonlijk is het museum nl. dicht op maandagen.. Maandag meer..

Rook

 Sigarettenrook. Heel even, maar het was genoeg een vergeten wereld op te roepen. Oude boeken verkopen of weggeven kan niet meer, half bruin aangeslagen als ze zijn. Ik blader en vind sliertjes tabak, een afgescheurd vloeipakje als bladwijzer.

 Pas nog vond ik het in 'Smoke' van John Berger en tekenaar Selcuk Demirel. Rokende mensen overal, rokende huizen, rokende auto's, schepen, treinen.

 Nog komt de smaak van teer soms nog in mijn keel, hoewel het dertig jaar geleden is.

 'Hoeveel rookt u?' 'Geen idee, ik rook altijd, behalve als ik slaap of eet, maar dan nog tussen de happen door.'

 Berger en Demirel eindigen met wat rook ooit was: 'hoop'.

  'Ze reisden vele dagen en kleumden vele nachten/ samen in de verwoestende kou. En/ ze begonnen hun gevoel voor geschiedenis te verliezen.

Ze gingen denken dat er alleen maar honden en ijs/ in de wereld waren.

Toen, op een ochtend ontwaarden ze voorbij de horizon/ van de toendra een rookpluim/ die ten hemel steeg./ En ze juichten./ Een teken van menselijk leven.

De rook moest geweest zijn van een vuur ontstoken door/ een groep nomadische Inuits.'

 

Tags: 

Gevelkleuren

 Ik zag ze in Italië, het land van de gekleurde gevels. In Barga, Orvieto, Tuscania, overal waar g­erestaureerd was, de kleurproeven aan de gevels. Meestal negen vakken, elk in een verschillende kleur.

 Als de kleurwaaiers in de verfwinkel. Ik vroeg een opzichter hoe het verder ging. Ze lieten het een jaar zo zitten om bij alle lichtsoorten te kunnen zien hoe de kleuren daar werkten. Dan werd de knoop doorgehakt en het huis bv. zacht oranjerood. Heb ik er een foto van? Nee, het was zo gewoon. De hele binnenstad van Turijn moest weer de zelfde gele tint krijgen als bij de bouw in de 18de eeuw.

 En nu krijg ik het boek 'Het geheime leven van kleuren' in handen, van de Engelse Kassia St.Clair, met antwoorden op veel kleurvragen. De betovering van kleur deed gelovigen van verre naar de kathedralen trekken, daarom ook gingen bisschoppen kleurig gekleed, net als de heiligen op schilderijen.

 En dan; waren de oude Grieken kleurenblind? Bij Homerus vind je nauwelijks kleur, hooguit aardkleuren. de zee was 'wijnkleurig', nooit blauw. St. Clair oppert dat de Grieken uitstekend kleur konden zien, alleen dat de blauwe hemel misschien zo gewoon was dat er geen woord voor nodig was. Zoals op Bonaire geen weerbericht nodig is.

 De kleur groen, in de vlaggen van alle Islamitische landen, is in het Westen tegenwoordig milieu, en vroeger eerder ondeugend en geassocieerde met lentefeesten en seks. Bovendien is het een mengkleur, wat lang als onzedelijk gold.

 Calvinisten sloopten na de reformatie alle lichtzinnige kleur uit de kerken en de streng gelovige Henry Ford weigerde zijn auto's een andere kleur te geven dan zwart.

Even in Italië

 De Po-vlakte ligt vol ongebruikte kanalen en sluizen. Als schepen versierd naar Pavia voeren heette dat gepavoiseerd. Je zou daar dus ook Della Chiusa kunnen heten, zoals de dichter die debut­eert met een Italiaanse rondreis die 'Een mens moet ook niet alles willen weten' onder het doorzichtige pseudoniem Giovanni della Chiusa.

 Ik hield me van de domme en las ‘Storm over Taranto’.

 ‘Weggeblazen van de brug waar/ marineschepen voor anker liggen./ De waterspin vraagt zich af/ of hij in zee kan ondergaan/ voordat hij in de lucht zal vliegen.

 Militaire strategieën/ wijsgerige bespiegelingen/ historische beschouwingen/ lyrische sonnetten/ astrologische voorspellingen/ mathematische berekeningen/ muzikale intermezzo‘s/ kunnen hem niet redden.

 De bisschop heeft zich verschanst/ in het bedehuis, hij doet zich tegoed/ aan ongedesemd brood, weggespoeld/ met wijn en bier zodat hij de wereld kan/ vergeten na gedane arbeid.’

Vergeten Amsterdamse tram

 De 'restruimte' in een stad noemen architecten wat overblijft nadat ergens in een uithoek de omgeving is volgebouwd. Afsnijsel, onhandig van vorm, jarenlang vergeten. In gebruik genomen door knutselaars en liefhebbers. Totdat. 

 De stad Amsterdam legt nu zijn nietsontziende hand op de restruimte achter het vergeten Haarlemmermeerstation, waarheen alleen nog het museumlijntje naar Amstelveen en Bovenkerk 's zomers rijdt. Een mythische plek waar het verleden leeft. In de loodsen erachter huist het Amsterdamse trammuseum.

 Maar waar de remise zich nu bevindt, in de Havenstr­aat, wil de gemeente 500 middelhuurwoningen bouwen. De Museumlijn - al vele jaren puur liefhebberswerk van veel oud-trammensen - dreigt te moeten stoppen. De gemeente Amsterdam nam afgelopen week een bestemmingsplan aan waarin de historische tram zoals het ambtelijk uitgedrukt wordt 'niet is op­genomen'.

 In Den Haag en Rotterdam bestaan trammusea, onderhouden door de gemeente. Amsterdam doet dat niet.

 Nu treden de particuliere stichtingen en vrijwilligers die het museum runnen in actie. Er komt een financieel plan en een petitie voor het behoud. "Stem op de petitie", roept monteur Mark ons toe. "Laat dit niet verloren gaan."

Er zijn al 20.000 handtekeningen. Teken op https://museumtramlijn.petities.nl

Tram onder de bomen

 Wil je in een tram zitten die door het bos rijdt dan is Brussel de eerste keus lijn 44, van Sint Pieters Woluwe (Montgomery) naar Tervuren, dwars door het Zoniënwoud.

 Paul Delvaux schilderde graag tram en treinen in het bos. Zelf zag ik het wonder vlak bij mijn grootouders als ik van de Haagse Frankenslag op m'n vijfde jaar naar de 'Oude' Scheveningsweg liep, waar de 'open' tram op warme dagen voorbijging naar zee. En je op de rails kon staan om door de hallucinerende bomentunnel in de verte te kijken.

 De kaarsrechte Schevingseweg werd 350 jaar geleden aangelegd door Constantijn Huygens en is Rijksmonument. In 1864 reed er al een paardentram.

 Maar nu dreigt er een kolossale bomenkap van 130 eiken langs het tracé want de sporen verzakken en moeten vervangen worden. Inspraak? Het regent alternatieven. Lichtere trams, een bocht in het parcours? Ze zullen het niet halen in Den Haag verdwijnstad.

De dreiging van symmetrie

 Het verhaal 'De dood en het kompas' van Jorge Luis Borges draait om symmetrie. De symmetrie van de vier windrich­tingen, maar ook die van de vier letters JHVH die de naam van God aanduiden, die zoals bekend nooit uitgesproken mag worden.

 Zoals je het opperwezen ook niet mag afbeelden.

 Of mijn buurvrouw - op wiens zoontje ik moest passen - hiervan wist, weet ik niet. Ze ging uit en ik kortte de tijd door samen met het jongetje van zijn Lego een fantasiekasteel te bouwen, het werd een soort ruïne met maar een toren.   

 Toen de buurvrouw terugkwam sloeg ze van schrik beide handen voor haar gezicht. 'Wat een lelijk kasteel!' riep ze en begon het onmiddellijk te herbouwen tot het vierkant en volstrekt symmetrisch was geworden.

 In het verhaal van Borges wordt de dreiging die in de sym­metrie besloten ligt vervuld. Er zijn drie moorden gepleegd. De verteller, op zoek naar de ontbrekende schakel in de symmetrie belandt in een volstrekt symmetrisch kasteel, waar de moordenaar op hem wacht.

De tekenende Schulz

 Wie de teksten en tekeningen van Bruno Schulz naast elkaar legt gaat zoeken naar wat ze bindt. In het tekenen zie je Tenniël - van Alice, maar ook Honoré Daumier. Hij had twee onderwerpen, erotische voorstellingen waarin een man - vaak herkenbaar hijzelf - zich onderwerpt aan vrouwen. Maar daarnaast wat je grotesken zou kunnen noemen.

 Waarin je de stijl van de boeken herkent. Ze staan ook in 'Sanatorium Clepsydra'. Gedro­ngen, dwergachtige figuren, die allemaal overdreven hoge hoeden dragen.

 Net als in zijn schrijven heerst de overdrijving. Als het warm is, is het overmatig heet. De vaderfiguur uit de boeken is een koning van de extreme stemmingswisselingen. Hij kan zeer driftig zijn en een dag later volstrekt apathi­sch.

 De bewoners van de stad waar alles speelt staan als voldongen personages rond de altijd beduchte hoofdfiguur.

 Je begrijpt dan waarom Schulz moest gaan schrijven. Het tekenen was niet genoeg. In de boeken vind je de uiterste nuancering die er bij hoort. Een waarnemer als hij zal altijd meer zien. De waarnemer, nu een gedrongen mannetje met een te grote hoed, vanonder welks rand hij vandaan kijkt. Alsof hij met z'n blikken in een kokende pot roert.

 Waaruit associaties opstijkgen.

Teil

 De zomer van 1947 was de eerste recordzomer die ik meemaakte. Dit is Zutphen, achter het huis Heeckerenlaan 49. 

 De wasteil werd ingezet als kinderbadje. De schoen op de voorgrond is niet die van mijn vader, die in Indië was en ook later nooit kinderfoto's maakte. De schoen is van 'de fotograaf' die aan huis besteld werd door mijn moeder om foto's te maken die werden opgestuurd naar de grootouders in Den Haag. Deze zal ze niet hebben verstuurd, hij is onscherp en niet zo gepast. Ze liet hem maken voor haar eigen plezier, denk ik. Op de achterkant van fotografenfoto's zat meestal een merkje of plakkertje met naam en adres van de fotograaf.

 De wasteil diende gewoonlijk voor de kookwas en hing aan een haak in het schuurtje.

Pagina's